ECLI:NL:RBOBR:2026:2192

ECLI:NL:RBOBR:2026:2192

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 03-04-2026
Zaaknummer 01/140882/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 96-237433-24 (en TUL: 01-118503-23), 01-140882-25, 01-167054-24, 01-241331-24, 01-293277-24, 01-137795-23, 01-322431-24 en 96-282173-24 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 3 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 maart 2026.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 18 februari 2026 (parketnummer 01-167054-24, 19 februari 2026 (de parketnummers 01-137795-23, 01-241331-24, 01-322431-24 en 01-293277-24), 27 februari 2026 (parketnummer 01-140882-25) en 16 maart 2026 (96-282173-24 en 96-237433-24).

Omwille van de leesbaarheid zijn de tegen verdachte aanhangig gemaakte zaken hierna in chronologische volgorde (gerangschikt op pleegdatum) weergegeven (zo ook in de bewijsbijlage).

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. 01-137795-23:

1.

hij, op of omstreeks 14 februari 2023 te Helmond een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Arminius, type hw-38, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

2.

hij, op of omstreeks 14 februari 2023 te Helmond munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 stuks Gfl 38 special, van het kaliber .38

voorhanden heeft gehad;

3.

hij, op of omstreeks 14 februari 2023 te Helmond opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 54 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende Amfetamine, zijnde Amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel

3a van die wet;

T.a.v. 01-241331-24:

hij op of omstreeks 28 februari 2024 te Eindhoven

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

- ongeveer 2,06 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende heroïne, zijnde heroïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

- ongeveer 4,31 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

- ongeveer 4,87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende amfetamine, zijnde amfetamine

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

- ongeveer 1,87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende amfetamine en/of cocaïne, zijnde amfetamine en/of cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. 01-322431-24:

1.

hij op of omstreeks 8 april 2024 te Helmond

een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft

doen besturen,

na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en

geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste

lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of cannabis,

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het

gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 460

microgram amfetamine per liter bloed en/of 5.7 microgram cannabis per liter bloed

bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd

Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

2.

hij op of omstreeks 8 april 2024 te Helmond

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 9.94 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

T.a.v. 96-282173-24:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Helmond een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen,

na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en / of cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 200 microgram amfetamine per liter bloed en / of 8,0 microgram THC per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

T.a.v. 96-237433-24:

hij op of omstreeks 11 april 2024 te Helmond een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen,

na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of cannabis,

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 36 microgram amfetamine per liter bloed en/of 3,6 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

T.a.v. 01-167054-24:

1.

hij op of omstreeks 21 mei 2024 te 01:45 uur, in elk geval tussen 22.00 uur en 6.00

uur te Helmond, op de weg, kruising Zuidende en de Kasteel-Traverse, lopers, valse

sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp om middel,

dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te

verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door

middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen heeft

vervoerd en of bij zich heeft gehad, te weten moersleutels, inbussleutels,

steeksleutel en/of multitool;

2.

hij op of omstreeks 21 mei 2024 te Helmond,

fietsen, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed

betrof;

T.a.v. 01-293277-24:

hij op of omstreeks 12 september 2024 te Helmond

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader

toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe

te eigenen;

T.a.v. 01-140882-25:

hij op of omstreeks 6 maart 2025 te Eindhoven, althans in Nederland,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 137,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende amfetamine, zijnde amfetamine

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling (01-118503-23).

De zaak met parketnummer 01-118503-23 is aangebracht bij vordering van 16 februari 2026. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te ‘s-Hertogenbosch van 21 augustus 2023.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

T.a.v. 01-241331-24 heeft de verdediging onder verwijzing naar het uittreksel justitiële documentatie van 3 februari 2026, betreffende de verdachte, betoogd dat het parket OVJ ten aanzien van onderhavige feit (met pv nr. 2024044240) eerder op 10 december 2024 heeft besloten tot een sepot. De officier van justitie dient volgens de verdediging gelet daarop niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.

De rechtbank heeft acht geslagen op genoemd Uittreksel Justitiële Documentatie. Anders dan de verdediging heeft betoogd, stelt de rechtbank vast dat het parket OVJ heeft besloten om over te gaan tot dagvaarden ten aanzien van feit 1 (artikel 10 lid 3 Opiumwet jo. artikel 2 aanhef/onder C Opiumwet). Ten aanzien van de feiten 2 en 3 (respectievelijk eveneens een Opiumwetdelict en een diefstal) is wèl besloten tot een sepot. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat ten aanzien van onderhavige feit een sepot is opgelegd. Het verweer wordt verworpen.

De officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak t.a.v. 01-167054-24 feit 2.

De verdachte wordt verweten dat hij zich op 21 mei 2024 te Helmond schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – aan schuldheling (artikel 417bis lid 1 aanhef/onder a van het Wetboek van Strafrecht).

De rechtbank overweegt als volgt.

Op 21 mei 2024 zagen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de verdachte (vermoedelijk) door een rood verkeerslicht fietsen. De verdachte zat op een herenfiets en hij voerde een andere fiets los met zich mee. Het identiteitsbewijs van de verdachte wordt gevorderd. De verbalisanten zagen vervolgens dat van beide fietsen het slot was losgeslepen en de verdachte had van beide fietsen geen sleutel in zijn bezit. Bij het raadplegen van de politiesystemen bleek dat de fietsen niet als gestolen gesignaleerd stonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het feit onder deze omstandigheden niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De rechtbank kan niet vaststellen dat de fietsen door misdrijf verkregen waren. De verdachte heeft direct verklaard dat hij de fietsen op moest halen voor een vriend, ene ‘ [naam 1] ’, die ergens in de buurt van de Heistraat (mogelijk bij het Leger des Heils) zou wonen. Het is de rechtbank niet gebleken dat de politie nader onderzoek heeft verricht naar de (on)juistheid van deze verklaring. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken zoals ook door de verdediging is bepleit.

Bewijswaardering.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat alle feiten onder de hiervoor genoemde parketnummers wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

T.a.v. 01-137795-23, de feiten 1 en 2 heeft de verdediging bepleit dat niet is gebleken dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de het wapen en de munitie. Hij heeft ook niet de beschikkingsmacht gehad over deze voorwerpen.

T.a.v. 01-241331-24 heeft de verdediging zich – bij verwerping van het verweer tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie – gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

T.a.v. 01-322431-24, 96-282173-24 en 96-237433-24 (kort gezegd: rijden onder invloed) heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

T.a.v. 01-293277-24 heeft de verdediging betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat de verdachte niet het oogmerk heeft gehad de elektrische fiets zich wederechtelijk toe te eigenen.

Het oordeel van de rechtbank.

A. De bewijsmiddelen.

In bijlage I heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

B. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

T.a.v. 01-137795-23, de feiten 1, 2 en 3:

Op 14 februari 2023 is melding gedaan van een mogelijke wederrechtelijke vrijheidsbeneming. Melder gaf aan dat een vriendin, genaamd [naam 2] , tegen haar wil zou worden vastgehouden in haar woning (aan de [adres 1] ). De verdachte zou bovendien twee vuurwapen hebben. Nadat de getuige op het politiebureau is gehoord, komt de politie op basis van informatie uit dat verhoor uit bij de verdachte. Na binnentreden van de woning is de verdachte, alsmede het slachtoffer, in genoemde woning aangetroffen. Het slachtoffer gaf aan dat zij vuurwapens had gezien bij de verdachte. Bij de doorzoeking van de woning is op de bank in de woonkamer waar verdachte op lag een vuurwapen (een revolver) met daarin zes kogelpatronen aangetroffen. In een lade van een kast is een gripzakje met inhoud aangetroffen.

Het wapen en de munitie zijn onderzocht en het bleek te gaan om een revolver, van het merk Arminius, type hw-38, kaliber .38 (een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I van de Wet wapens en munitie (Wwm)) en 6 stuks Gfl 38 special, van het kaliber .38 munitie van categorie III Wwm.

De inhoud van het gripzakje is getest. Hier bleek 54 gram Amfetamine in te zitten.

Gelet op de verklaringen van de getuige en het slachtoffer, alsmede de omstandigheid dat de verdachte zich in de woning bevond en de revolver is aangetroffen op de bank waar verdachte op lag, acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat de aangetroffen goederen zich in de woning bevonden en dat hij daarover de beschikking heeft gehad.

De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. 01-241331-24:

Op 28 februari 2024 is de verdachte staande gehouden. De verdachte werd gevorderd om alle verdovende middelen en wapens uit te leveren. In een zijvak van het nektasje van de verdachte worden meerdere brokjes (vermoedelijk cocaïne aangetroffen). Bij de fouillering en insluiting van de verdachte zijn in zijn sok voorts meerdere gripzakjes aangetroffen.

De aangetroffen stoffen zijn getest. In het nektasje van de verdachte bleken hoeveelheden van 1,87 gram amfetamine en cocaïne en nog eens 4,87 gram amfetamine te zitten. In de sok van de verdachte zaten nog eens hoeveelheden van 2,06 gram heroïne en 4,31 gram cocaïne. Deze stoffen staan vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Het feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

T.a.v. 01-322431-24, de feiten 1 en 2:

Op 8 april 2024 is de verdachte als bestuurder van een personenauto, rijdend op de Parkweg te Helmond, staande gehouden ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorschriften.

Er wordt een speekseltest afgenomen, met als resultaat een indicatie voor de volgende stoffen: amfetamine, cannabis (tetrahydrocannabinol), opiaten/morfine en cocaïne.

Uit een bloedonderzoek blijkt dat het bloed van de verdachte ten tijde van de bloedafname stoffen bevatte die de rijvaardigheid kunnen verminderen en/of waarvan het gehalte hoger is dan de vastgestelde waarde(s), zoals gesteld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer en/of vermeld in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994, te weten 460 microgram amfetamine per liter bloed en 5,7 microgram cannabis per liter bloed.

De verdachte haalde uit eigen beweging een doorzichtig plastic ‘boterhamzakje’ met daarin 1 bolvormig, witkleurige poedervormige substantie uit zijn onderbroek. Deze stof is getest en het bleek te gaan om 9.94 gram cocaïne. Cocaïne staat vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Beide feiten kunnen wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

T.a.v. 96-282173-24 en 96-237433-24:

Op 9 april en 11 april 2024 is de verdachte telkens als bestuurder van een personenauto te Helmond staande gehouden staande gehouden ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorschriften.

In beide gevallen bleek hij (volgens de resultaten van speekseltesten en bloedonderzoeken) onder invloed te rijden van aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, zoals vermeld in de tenlasteleggingen.

De feiten onder genoemde parketnummer kunnen wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

T.a.v. 01-167054-24, feit 1:

Op 21 mei 2024 omstreeks 01:45 uur bevond de verdachte zich in Helmond, op de weg, kruising Zuidende en de Kasteel-Traverse. De verdachte had verschillende gereedschappen bij zich, te weten moersleutels, inbussleutels en een multitool. Dit zijn voorwerpen die ertoe kunnen dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Op basis van artikel 2.4.4. van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Helmond 2008 was het op genoemde tijdstip verboden om dergelijke voorwerpen te vervoeren of bij zich te hebben.

Het feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

T.a.v. 01-293277-24:

Aangeefster [aangever] verklaart dat haar elektrische fiets van het merk Stella Vincenza (met framenummer SCN450372SPFS01910) op 12 september 2024 is gestolen aan de Geysendorfferstraat te Helmond.

Diezelfde dag heeft de politie gezien dat de verdachte en de voor de politie ambtshalve bekende [naam 3] zich bij een elektrische zwarte fiets aan de Geysendorfferstraat ophielden. Gezien werd dat de verdachte de fiets aan de achterzijde optilde en daarmee wegliep in de richting van de Van Meelstraat. De verdachte en [naam 3] liepen vervolgens met de fiets naar een grijze personenauto en zij stalden de fiets tussen de personenauto’s en de daar aanwezige bossages. Vervolgens liepen ze weg, waarna de mannen zijn aangehouden. Aan de hand van het framenummer kan worden vastgesteld dat dit de fiets van [aangever] betrof.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het feit wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De verdachte heeft dit feit tezamen en in vereniging gepleegd met voornoemde [naam 3] . Sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking die is gericht op het voltooien (gezamenlijk uitvoeren) van het delict. De andersluidende verklaring van verdachte dat hij deze fiets op verzoek van een vriend had verplaatst is, gelet op de bewijsmiddelen, niet geloofwaardig.

T.a.v. 01-140882-25:

Op 6 maart 2025 vond een kamercontrole plaats van de woning van de verdachte aan [woonplaats] (een locatie van het bedrijf ‘ [bedrijf] ’, waar bewoners onder toezicht wonen). Bij die kamercontrole is in de woning van de verdachte een hoeveelheid plastic boterhamzakjes aangetroffen, met daarin (vermoedelijk) drugs. De inhoud van die boterhamzakjes is getest en het bleek in totaal om 137,8 gram amfetamine te gaan. Amfetamine staat vermeld op lijst I van de Opiumwet. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze drugs daar door een ander zijn neergelegd om verdachte te belasten.

Het feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de inhoud van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, en op grond van de inhoud van het vorenoverwogene, is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

T.a.v. 01-137795-23:

1.

hij op 14 februari 2023 te Helmond een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Arminius, type hw-38, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 14 februari 2023 te Helmond munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 stuks Gfl 38 special, van het kaliber .38 voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 14 februari 2023 te Helmond opzettelijk aanwezig heeft gehad

54 gram Amfetamine, zijnde Amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. 01-241331-24:

hij op 28 februari 2024 te Eindhoven

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

- 2,06 gram heroïne, zijnde heroïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

- 4,31 gram cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

- 4,87 gram amfetamine, zijnde amfetamine

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

- 1,87 gram amfetamine en cocaïne, zijnde amfetamine en cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. 01-322431-24:

1.

hij op 8 april 2024 te Helmond

een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd,

na gebruik van in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en

geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste

lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cannabis,

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het

gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 460

microgram amfetamine per liter bloed en 5.7 microgram cannabis per liter bloed

bedroeg, in elk geval telkens zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd

Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

2.

hij op 8 april 2024 te Helmond

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

gram cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. 96-282173-24:

hij op 9 april 2024 te Helmond een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd,

na gebruik van in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 200 microgram amfetamine per liter bloed en 8,0 microgram THC per liter bloed bedroeg, in elk geval telkens zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

T.a.v. 96-237433-24:

hij op 11 april 2024 te Helmond een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd,

na gebruik van in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cannabis,

terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 36 microgram amfetamine per liter bloed en 3,6 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed bedroeg, in elk geval telkens zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

T.a.v. 01-167054-24:

1.

hij op 21 mei 2024 te 01:45 uur

te Helmond, op de weg, kruising Zuidende en de Kasteel-Traverse,

enig ander gereedschap,

dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te

verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door

middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen heeft

vervoerd en of bij zich heeft gehad, te weten moersleutels, inbussleutels,

steeksleutel en multitool;

T.a.v. 01-293277-24:

hij op 12 september 2024 te Helmond

tezamen en in vereniging met een ander,

een elektrische fiets, die aan [aangever]

toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe

te eigenen;

T.a.v. 01-140882-25:

hij op 6 maart 2025 te Eindhoven

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 137,8 gram amfetamine,

zijnde amfetamine

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar geëist. Daarbij heeft de officier van justitie de oplegging van bijzonder voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 7 november 2025 gevraagd, met uitzondering van de bijzondere voorwaarden betreffende ‘begeleid wonen’.

De officier van justitie heeft voorts een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaar geëist.

Betreffende de overtreding van de APV Helmond ( 01-167054-24, feit 1) heeft de officier van justitie gevraagd om de verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel (artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht).

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om – bij een strafoplegging – rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Een gevangenisstraf zou de positieve ontwikkelingen in zijn leven doorkruisen. Een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf verdient de voorkeur.

De verdediging heeft voorts verzocht om er in de strafmaat rekening mee te houden dat een technisch hulpmiddel is ingezet op basis waarvan bijgehouden kon worden op welk moment de verdachte in zijn auto is gaan rijden een inbreuk op het privéleven van de verdachte oplevert.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemene overweging.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd.

De verdachte heeft zich in een tijdsbestek van enkele jaren schuldig gemaakt aan tal van strafbare feiten. De verdachte heeft op meerdere momenten hoeveelheden harddrugs in zijn bezit gehad. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers, maar ook overlast veroorzaken in de maatschappij als geheel.

Daarnaast heeft de verdachte ook een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid met zich mee.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het medeplegen van de diefstal van een elektrische fiets. Diefstallen zijn feiten, die naast materiële schade ook overlast veroorzaken voor de slachtoffers. Daarnaast heeft de verdachte er geen blijk van gegeven waarde te hechten aan de eigendommen van anderen.

De verdachte heeft in een kort tijdsbestek van enkele dagen meerdere malen onder invloed gereden van stoffen (drugs) die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs het rijgedrag negatief beïnvloeden en daarmee de verkeersveiligheid in gevaar brengt.

Tot slot heeft de verdachte zich nog schuldig gemaakt overtreding van de APV Helmond 2008 door om 01:45 uur in Helmond rond te fietsen met gereedschap, dat aan te merken is als ‘inbrekerswerktuigen’.

De rechtbank rekent deze feiten de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen 5 jaar voorafgaand aan de onderhavige feiten meerdere malen is veroordeeld voor soortgelijke feiten (Opiumwetdelicten en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie). Er is dus sprake van recidive.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringrapport van [naam 4] van 7 november 2025, betreffende de persoon van de verdachte.

Sraftoemeting.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd.

De rechtbank zal een straf opleggen overeenkomstig de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat die straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 7 november 2025, met uitzondering van de bijzondere voorwaarden betreffende ‘begeleid wonen’ opleggen.

Daarnaast zal de rechtbank een onvoorwaardelijke rijontzegging van 2 jaar opleggen.

De rechtbank ziet in de omstandigheid dat een technisch hulpmiddel is ingezet op basis waarvan bijgehouden kon worden op welk moment de verdachte in zijn auto is gaan rijden geen zodanige inbreuk op het privéleven van de verdachte heeft gemaakt dat daarmee rekening gehouden moet worden in de strafmaat.

De rechtbank acht het gelet op de reeds op te leggen straf en maatregel thans niet opportuun om voor het overtreden van de APV Helmond 2008 (01-167054-24, feit 1) nog een aparte straf op te leggen. De rechtbank zal de verdachte ten aanzien van de dit feit dan ook schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel (artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht).

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank acht de op te leggen straf (met de bijzondere voorwaarden) en de maatregel passend en geboden.

Beslag.

Verbeurdverklaring.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan de verdachte toebehoorden.

Teruggave.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01-118503-23.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9a, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 311 Wetboek van Strafrecht,

2, 10 Opiumwet,

8, 176, 179 Wegenverkeerswet 1994,

26, 55 Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 01-167054-24 feit 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven en de overtreding:

T.a.v. 01-137795-23:

Feit 1:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Feit 2:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Feit 3:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. 01-241331-24:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. 01-322431-24 :

Feit 1:

Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. 96-282173-24

Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

T.a.v. 96-237433-24

Overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

T.a.v. 01-167054-24, feit 1:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.4.4. van de Algemene Plaatselijke verordening Helmond 2008.

T.a.v. 01-293277-24

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

T.a.v. 01-140882-25

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

T.a.v. 01-167054-24 feit 1:

verklaart de verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.

Oplegging van straf en maatregel:

T.a.v. 96-237433-24 feit 1, 01-137795-23 feit 1, feit 2, feit 3, 01-140882-25 feit 1, 01-241331-24, 01-293277-24, 01-322431-24 feit 1, feit 2, 96-282173-24 feit 1:

Een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

-meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

-meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

T.a.v. 01-322431-24, 96-282173-24 en 96-237433-24:

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 21 augustus 2023, gewezen onder parketnummer 01-118503-23, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen:

T.a.v. 01-167054-24, feit 1:

verklaart verbeurd de inbeslaggenomen goederen, te weten:

-3 STK Gereedschap (Omschrijving: PL2100-2024108228-G2207181 - Moersleutel),

-6 STK Gereedschap (Omschrijving: PL2100-2024108228-G2207180 - Inbussleutel),

-1 STK Gereedschap (Omschrijving: PL2100-2024108228-G2207178 – Multitool).

T.a.v. 01-167054-24 feit 2:

gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

-1 STK Fiets Heren (Omschrijving: PL2100-2024108228-G2207174, Zwart, merk: Giant, chassisnr: GS806517),

-1 STK Fiets Heren (Omschrijving: PL2100-2024108228-G2207175, Grijs, merk: Gazelle, chassisnr: 6132073),

aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Vermeulen, voorzitter,

mr. F.H.E. Boerma en mr. W.B. Kok, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en is uitgesproken op 3 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.M. Vermeulen
  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. W.B. Kok

Griffier

  • mr. G. van de Luijtgaarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?