ECLI:NL:RBOBR:2026:2335

ECLI:NL:RBOBR:2026:2335

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 01.129278.22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Onderzoek Cattin: naar aanleiding van een melding bij de politie werd op 19 augustus 2021 een grote hoeveelheid (automatische) vuurwapens en munitie gevonden in een garagebox in Eindhoven.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.129278.22

Datum uitspraak: 14 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1975] ,

wonende te [adres 1] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 maart 2026 en 31 maart 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 februari 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2019 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten

- 10 geweren, van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN nummers AAOL2022NL, AAMV3728NL, AAMV3727NL, AAOL2025NL, AAMV3726NL, AAOL2001NL, AAOL2023NL, AAOL2024NL, AAMV3722NL, AAMV3725NL) en/of

- 1 pistoolmitrailleur van het merk CZ, model VZ61, kaliber 7.65 mm (SIN nummer AAOL2042NL)

telkens zijnde (een) vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren, en/of een of meer hulpstukken voor automatisch vurende wapens en/of onderdelen van automatisch vurende wapens die essentieel en/of van wezenlijke aard zijn voor die wapens, te weten

- 2 vuurregelaars (SIN nummer AAOZ7784) en/of

- 44 lowers (kasten) (SIN nummer AAOZ7856NL) en/of

- 18 afsluiterdraagstukken (SIN nummer AAOZ7858NL) en/of

- 14 upper-receivers (SIN nummer AAOZ7859NL) en/of

- 5 glockblokjes (SIN nummers AAOZ7361NL, AAOZ9246NL, AAOZ9125NL) en/of

- 5 patroonmagazijnen en/of 1 verlengd patroonmagazijn (SIN nummer AAOZ9250NL) en/of

- een kast met loop (SIN nummer AAOZ9104NL) en/of

- een incompleet geweer van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN nummer AAMV3710NL),

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of ter beschikking heeft gesteld en/of heeft verhandeld, terwijl hij en/of zijn mededader(s) hiervan een beroep en/of gewoonte heeft/hebben gemaakt;

Feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2019 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een pistool van het merk FN Herstal, kaliber .22 LR (SIN nummer AAL2015NL) en/of

- een pistool van het merk Soc It Flli Gles-Brescia, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAOL2038NL) en/of

- een pistool van het merk FN Herstal, model HP-35, kaliber 9mm Para (SIN nummer AAOL2225NL) en/of

- een vuurwapen van het merk Sauer, kaliber 9 mm (SIN nummer AAOL2003NL) en/of

- een pistool van het merk Kimber NY USA, kaliber .45 (SIN nummer AAOL2010NL) en/of

- een vuurwapen van het merk Walther, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAOZ7633NL) en/of

- een pistool van het merk FN, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAMV3707NL) en/of

- een pistool van het merk Beretta, kaliber 9mm Para (SIN nummer AAMV3701) en/of

- een pistool van het merk Colt, kaliber 9mm (SIN nummer AAOZ7632NL) en/of

- een revolver van het merk Smith&Wesson, kaliber .38 Special (SIN nummer AAOL2036NL) en/of

- een enkelloops kogelgeweer (SIN nummer AAOZ7544NL) en/of

- een geweer van het merk Remmington, kaliber 12 (SIN nummer AAOZ7573NL) en/of

- een geweer van het merk Haenel (SIN nummer AAOZ7612NL) en/of

- een geweer van het merk Browning (SIN nummer AAOZ7614NL) en/of

- een pistool van het merk Colt, kaliber .22 short (SIN nummer AAOZ7842NL) en/of

- een revolver van het merk Röhm, kaliber .22 LR (SIN nummer AAOZ9113NL) en/of

- een uit onderdelen samengesteld machinegeweer (SIN-nummer AAMV3723NL) en/of

twee wapens van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen van het merk Fayetteville, kaliber 9 mm (SIN nummer AAOL2028NL) en/of

- een enkelloops deelbaar kogelgeweer, van het merk FN, kaliber .22 short (SIN nummer AAOZ7857NL),

en/of een incompleet vuurwapen van het merk CZ, kaliber 7.65 (SIN nummer AAMV3724NL),

telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of ter beschikking heeft gesteld en/of heeft verhandeld, terwijl hij en/of zijn mededader(s) hiervan een beroep en/of gewoonte heeft/hebben gemaakt;

Feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2019 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, munitie van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten 34 pantserdoorborende en/of brandstichtende projectielen van het kaliber 5.56x45, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten ongeveer 28.247, althans een grote hoeveelheid, patronen en/of onderdelen van munitie, geschikt om munitie van te maken, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of ter beschikking heeft gesteld en/of heeft verhandeld, terwijl hij en/of zijn mededader(s) hiervan een beroep en/of gewoonte heeft/hebben gemaakt;

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Door de verdediging is betoogd dat verdachte eerder is veroordeeld voor de ten laste gelegde wapens en munitie in vrijwel dezelfde periode als thans ten laste is gelegd. Het gerechtshof heeft verdachte namelijk op 9 november 2023 veroordeeld voor (onder andere) het voorhanden hebben en verkopen van vuurwapens van categorie II en/of categorie III (waaronder: Glock(s)17 en/of Glock(s)19 en/of Walther(s) P99 en/of Colt(s) M16) en/of onderdelen van vuurwapens van categorie II en/of categorie III (waaronder: lopen en/of magazijnen en/of dempers) en/of munitie van categorie II en/of categorie III (waaronder; patronen 635 en/of 765 en/of 9 mm). De raadsman stelt dat het gerechtshof verdachte ook voor de wapens die zijn aangetroffen in de garagebox aan de [adres 3] heeft veroordeeld, omdat zij de woorden “waaronder” heeft toegevoegd in de bewezenverklaring.

De officier van justitie geeft aan dat dit niet dezelfde wapens betreffen. Het gaat om een andere periode, andere wapens en een nieuw wilsbesluit. Verdachte is derhalve niet eerder voor dit feit veroordeeld.

De rechtbank dient te beoordelen of er sprake is van een schending van het ‘ne bis in idem’-beginsel zoals bepaald in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht, hetgeen zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat voor toepassing van voornoemde bepaling een eerdere, onherroepelijke berechting ter zake van hetzelfde feit moet hebben plaatsgevonden. Daarvan is in dit geval geen sprake nu uit het arrest van het gerechtshof is gebleken dat het gaat om een andere bewezenverklaarde periode. Daarnaast blijkt uit het arrest dat er tijdens de doorzoeking op de locatie aan de [adres 2] in Oss daadwerkelijk (automatische) machinegeweren en (automatische) pistolen, geluidsdempers en een grote hoeveelheid munitie zijn aangetroffen in ondergrondse opslagplaatsen. Het gerechtshof stelt daarnaast vast dat er een link bestaat tussen verdachte en de wapenhandel waarmee het criminele samenwerkingsverband op de locatie [adres 2] in Oss zich bezighield. Nu er in het onderzoek Cattin in een garagebox aan de [adres 3] in Eindhoven een grote hoeveelheid wapens en munitie is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het derhalve moet gaan om andere wapens. De vermelding “waaronder” maakt dat niet anders. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer. De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vervolging.

De overige formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en er zijn geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Onderzoek Cattin.

Naar aanleiding van een melding bij de politie werd op 19 augustus 2021 een grote hoeveelheid (automatische) vuurwapens en munitie gevonden in een garagebox in Eindhoven. In deze melding werd aangegeven dat de broers [eigenaar garagebox] de eigenaar zijn van de garagebox. Om die reden is de telefoon van [eigenaar garagebox] (hierna: [eigenaar garagebox] ) onderzocht. In de telefoon werden verschillende berichten aangetroffen omtrent de handel in vuurwapens en munitie door verdachte. Daarnaast werd er een opgenomen gesprek tussen [eigenaar garagebox] en de partner van verdachte, [partner verdachte] (hierna: [partner verdachte] ), aangetroffen. Hierin werd onder andere gesproken over het feit dat verdachte was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf ter zake vuurwapenhandel en dat [partner verdachte] geld nodig had. Tevens werd gezegd dat ergens nog spullen van verdachte lagen en dat [eigenaar garagebox] “stash huiskes” zou hebben waar de spullen konden worden opgeslagen. Verdachte en zijn partner zijn vervolgens gehoord door de politie.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, zoals uitgewerkt in het schriftelijk requisitoir van 25 maart 2026. De officier van justitie stelt dat verdachte de wapens via zijn partner, [partner verdachte] , voorhanden heeft gehad. Het is niet noodzakelijk dat de wapens en munitie zich in de directe nabijheid van verdachte bevonden. De partner van verdachte heeft ervoor gezorgd dat de wapens zijn verplaatst naar getuige [eigenaar garagebox] . Verdachte heeft in de tenlastegelegde periode een gewoonte gemaakt van het voorhanden hebben en overdragen van verschillende wapens en munitie.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft, overeenkomstig de inhoud van de aan de rechtbank overgelegde pleitnota van 25 maart 2026, bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor de ten laste gelegde feiten.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken, en overweegt als volgt.

Had verdachte de wapens en munitie voorhanden?

Voor een veroordeling wegens het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen of munitie is vereist dat de verdachte de wapens of munitie bewust aanwezig had. De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van "een meerdere of mindere mate" van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van de wapens of munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van de wapens of munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich gedurende een lange periode bezighield met de handel in (automatische) wapens en munitie. Daar komt bij dat er een vingerafdruk op de kolf van een revolver is aangetroffen. De rechtbank concludeert uit de individualisatie van de politie, met inachtneming van de rest van het dossier, dat het vingerspoor op de revolver afkomstig is van verdachte. Tot slot zijn er bij de doorzoeking in de garagebox diverse administratieve bescheiden van verdachte tussen de wapens gevonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gevonden wapens en munitie in ieder geval op enig moment van verdachte zijn geweest.

Had verdachte feitelijke macht over de wapens en munitie?

Het aanwezig hebben van een wapen of munitie vergt dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. De rechtbank acht in dit kader het volgende van belang.

Verdachte zat sinds 10 december 2019 gedetineerd voor de strafzaak waarin hij op 12 juni 2020 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. Op 13 juni 2020 heeft er een gesprek tussen de partner van verdachte en [eigenaar garagebox] plaatsgevonden. Dit gesprek is opgenomen. In het gesprek van 13 juni 2020 wordt gesproken over de ‘rotzooi’ van verdachte. De rechtbank begrijpt dat hier gesproken wordt over wapens en munitie. Dat maakt de rechtbank op uit het volgende: “NNV: Alleen ze hebben nu alleen maar telefoongesprekken van (NTV) [verdachte] . En voor de rest niks. Want ze hebben geen vingerafdrukken. [verdachte] was ook heel paranoïde. Ze hebben geen vingerafdrukken, ze hebben geen wapens gevonden (NTV). In ons huis niet. En de wapens waar over gesproken over de telefoon die hebben ze wel gevonden bij Oss. Maar heeft geen vingerafdrukken van [verdachte]”.

Ook is gebleken dat de ‘rotzooi’ van verdachte bij [eigenaar garagebox] neergezet mag worden, hij heeft namelijk “twee stash huiskes” (de rechtbank begrijpt: twee stash locaties). Op 19 augustus 2021 wordt er ook daadwerkelijk een voorraad wapens en munitie aangetroffen in de garagebox van [eigenaar garagebox] . De rechtbank overweegt dat de partner van verdachte degene is geweest die ervoor heeft gezorgd dat de wapen- en munitievoorraad bij [eigenaar garagebox] terecht kwam.

Uit het dossier is echter niet gebleken dat [partner verdachte] met verdachte heeft overlegd over dit plan. Er wordt in het gesprek van 13 juni 2020 enkel gesproken over de mogelijkheid dat [partner verdachte] bij het afscheid in de gevangenis heel zachtjes iets in het oor van verdachte zou kunnen vragen. Uit het dossier is echter niet gebleken dat deze of een andere vorm van contact hieromtrent ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte zelf contact heeft gezocht met [partner verdachte] of [eigenaar garagebox] over het opslaan/overdragen van zijn wapen- en munitievoorraad. Uit het dossier blijkt verder niet dat verdachte een actieve of anderszins strafrechtelijk relevante bemoeienis heeft gehad met de feiten op zijn dagvaarding. De rechtbank kan om die reden dan ook niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid vaststellen dat verdachte in de ten laste gelegde periode een relevant strafrechtelijk aandeel heeft gehad in het voorhanden hebben van de wapens en munitie en (de beslissing tot) het verplaatsen daarvan. Er is sprake van onvoldoende wettig bewijs.

Om die reden zal verdachte integraal worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het onder feit 1 tot en met feit 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. S.H. Schepers en mr. E.L. Traag, leden, en

in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,

en is uitgesproken op 14 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.A.F. Damen
  • mr. S.H. Schepers
  • mr. E.L. Traag

Griffier

  • mr. K.D.A.J. Hombergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?