RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 02.223660.23
Datum uitspraak: 14 april 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1994] ,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 juli 2024.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2018 tot en met 20 september 2023 te Wemeldinge, gemeente Kapelle, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
(telkens) een (groot aantal) afbeeldingen, te weten een of meer foto’s en/of video’s/films – en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een GSM’s en/of een USB stick -
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het oraal en/of anaal penetreren (met een voorwerp en/of vinger(s) en/of penis) door zichzelf en/of door een volwassen man/een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt (afbeelding [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] - [naam] ), en/of
- het (laten) betasten van de geslachtsdelen van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een volwassen persoon/een persoon die (eveneens) kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt/zichzelf (afbeelding [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] - [naam] en/of [naam] ), en/of
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/zijn/hun leeftijd past/passen en/of door de het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (afbeelding [naam] en/of [naam] en/of [naam] ;
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daarbij gaat de officier van justitie ervan uit dat verdachte de op de usb-stick en telefoons aangetroffen afbeeldingen en video’s in bezit heeft gehad. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel ‘gewoonte’ in de tenlastelegging.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw heeft zich, onder verwijzing naar de in de pleitnota aangevoerde gronden, op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat er sprake is van een gewoonte maken van het bezit van kinderporno. Ten aanzien van het op de telefoons aangetroffen beeldmateriaal heeft de raadsvrouw bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het bezit hiervan. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht verdachte van deze onderdelen partieel vrij te spreken. Voor het overige heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Een kopie van de pleitnota van de raadsvrouw is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Het oordeel van de rechtbank.
De bewijsmiddelen.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in dit vonnis. Na de uitwerking van de bewijsmiddelen zal de rechtbank nog enkele overwegingen wijden aan het bewijs.
1. Een proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming van 20 september 2023, p. 48, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Op 20 september 2023 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning gelegen op de, [adres 2] .
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
- USB-stick, slaapkamer verdachte.
2. Een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 10 oktober 2023, p. 144, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
De navolgende goederen zijn in beslag genomen waar kinderpornografisch beeldmateriaal op is aangetroffen:
- USB-stick Platinum 2GB: 27 KP foto's
USB-stick platinum 2GB (27 KP video's)
lk trof hierop slechts enkele afbeeldingen en in totaal 27 video's welke ik allemaal als kinderpornografisch heb beoordeeld. Dit betroffen video's van jongens tussen de 5 en de 14 jaar oud welke diverse seksuele handelingen bij zichzelf -of bij leeftijdsgenoten uitvoerden.
USB-stick platinum 2GB (27 KP video's)
Een deel van de kinderpornografische video's stond meerdere keren op de USB-stick opgeslagen.
Vandaar dat het aantal beschrijvingen geen 27 keer betreft.
1) [naam] (20 seconden)
Ik zag twee jongens op het filmpje van naar schatting tussen de 10 en de 13 jaar oud. Ik zag dat beiden een ontbloot bovenlijf hadden en dat een (1) van de twee jongens met zijn hand over -en in de broek bij de andere jongen ging ter hoogte van zijn geslachtsdeel.
2) [naam] (7:49 min)
lk zag drie jongens op het filmpje van naar schatting tussen de 7 en de 12 jaar oud. Ik zag dat de jongens om de beurt hun penis uit hun broek haalde en dat ze zichzelf, dan wel elkaar begonnen af te trekken waarna de jongens elkaar gingen pijpen.
3) [naam] (2:34 min)
Ik zag dat er een jongen op het filmpje naakt aan het poseren was, ik schat de jongen tussen de 10 en de 14 jaar oud. Ik zag dat hij een dildo in zijn mond deed en deze heen -en weer bewoog en dat hij deze hierna in zijn anus deed waarna hij deze heen -en weer bewoog en dat hij zijn penis aan het masturberen was.
4) [naam] (10:06 min)
lk zag dat er een jongen op het filmpje naakt aan het poseren was, ik schat de jongen tussen de 8 en de 12 jaar oud. lk zag dat hij zichzelf aan het masturberen was.
5) [naam] (20:03)
lk zag op dit filmpje dat dit een compilatiefilmpje (meerdere korte filmpjes achter elkaar geplakt) betrof waarbij er tientallen verschillende kinderen (jongens) van naar schatting tussen de 5 en de 10 jaar oud steeds naakt in beeld kwamen en seksuele handelingen bij elkaar uitvoerden. Ik zag dat er qua seksuele handelingen het volgende te zien was: zoenen met elkaar, pijpen, vingeren, penetratie bij elkaar in de anus.
6) [naam] (41:26)
lk zag dat er op dit filmpje twee jongens te zien waren van 10 en 12 jaar oud. De leeftijden van de jongens kwamen in het begin van het filmpje in beeld en dit komt overeen met mijn schatting. lk zag dat ze seksuele handelingen bij elkaar uitvoeren, ik zag dat er qua seksuele handelingen het volgende te zien was: zoenen met elkaar, pijpen, vingeren, penetratie bij elkaar in de anus.
7) [naam] - [naam] (39:55)
Ik zag dat er op het filmpje twee jongens te zien waren van naar schatting tussen de 8 en de 10 jaar oud. Ik zag dat ze elkaar gingen aftrekken en dat een van de jongens de andere jongen ging pijpen en dat deze jongen even later ook in zijn anus gepenetreerd werd door de andere jongen. Op het laatst kwam er nog kort een derde jongen in beeld.
8) [naam] (1:40 min)
Ik zag twee jongens op het filmpje van naar schatting tussen de 10 en de 13 jaar oud. Ik zag dat beiden een ontbloot bovenlijf hadden en dat een (1) van de twee jongens met zijn hand over -en in de broek bij de andere jongen ging ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Hierna zag ik dat beiden geslachtsdelen bloot in beeld kwamen en de jongens zichzelf gingen aftrekken.
Ik zag de volgende data bij de video's staan:
- [datum]
- [datum]
- [datum]
- [datum]
- [datum]
Ik zag dat de video's toegankelijk waren op de USB-stick
3. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 18 oktober 2023, p. 183 en verder, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:De kinderporno op de USB-stick die op mijn slaapkamer is aangetroffen heb ik verkregen via groepen op KIK en Telegram.
4. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:
Het kinderpornografisch materiaal dat in de tenlastelegging nader is beschreven, heb ik op een usb-stick opgeslagen. Dit betreft de usb-stick die de politie in mijn woning heeft aangetroffen.
De bewijsoverwegingen.
Partiële vrijspraak verspreiden kinderporno
De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde verspreiden, aanbieden, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Partiële vrijspraak gsm’s
Uit het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal volgt dat een aantal video’s is geselecteerd, onderzocht en gekwalificeerd als kinderpornografisch. Dit zijn video’s afkomstig van de bij verdachte inbeslaggenomen usb-stick. Alleen van deze video’s is een beschrijving opgenomen in de tenlastelegging en heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat deze kwalificeren als kinderporno. Ten aanzien van de inbeslaggenomen gsm’s is geen omschrijving van het aangetroffen materiaal opgenomen in de tenlastelegging. Voor wat betreft de op de gsm’s aangetroffen afbeeldingen zal de rechtbank verdachte vrijspreken.
Partiële vrijspraak pleegperiode
Uit het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal volgt dat de oudste datum
van de aangetroffen video’s op de usb-stick 2 maart 2019 betreft. De periode daarvoor ziet op materiaal dat op een gsm is aangetroffen, waarvan verdachte partieel wordt vrijgesproken. Verdachte dient daarom ook van de daarvoor ten laste gelegde gelegde periode van 27 juni 2018 tot 2 maart 2019 te worden vrijgesproken.
Tussenconclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 2 maart 2019 tot en met 20 september 2023 kinderpornografisch materiaal heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad.
Partiële vrijspraak ‘gewoonte maken’
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Nu verdachte over een periode van zo’n vier en een half jaar een relatief beperkt aantal kinderpornografische bestanden heeft opgeslagen, kan de rechtbank niet vaststellen dat hij van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank zal de verdachte dan ook van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken.
De bewezenverklaring.
Op grond van het voorgaande, alsmede op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
in de periode van 2 maart 2019 tot en met 20 september 2023 in Nederland,
een gegevensdrager, te weten een USB stick, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft verworven en in bezit gehad,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het oraal en/of anaal penetreren (met een voorwerp en/of vinger(s) en penis) door zichzelf en/of door een volwassen man/een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet hebben bereikt (afbeelding [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam] - [naam] ), en
- het (laten) betasten van de geslachtsdelen van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt door een volwassen persoon/een persoon die (eveneens) kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt/zichzelf (afbeelding [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam] - [naam] en [naam] ), en
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen met voorwerpen en in (erotisch getinte) houdingen poseren die niet bij hun leeftijd passen en/of door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze personen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (afbeelding [naam] en [naam] en [naam] .
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straffen.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan een gedeelte van 97 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- een taakstraf van 160 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen hechtenis.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw heeft verzocht geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan het aantal dagen dat verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Zij heeft voorts verzocht om – indien de rechtbank daartoe aanleiding ziet – een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, in combinatie met een taakstraf.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor min of meer soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. De oriëntatiepunten dienen, voor zover beschikbaar, als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno door kinderpornografische videos te verkrijgen via chatgroepen en op een usb-stick op te slaan. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen veelal seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische en lichamelijke schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.
Verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 19 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld en nadien ook niet met politie en justitie in aanraking is gekomen.
Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 11 maart 2026. Uit dit rapport volgt dat verdachte beschikt over werk, inkomen en een steunend sociaal netwerk. Gedurende het schorsingstoezicht zijn geen overtredingen van bijzondere voorwaarden geconstateerd en zijn de gestelde doelen behaald. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering acht verdachte dan ook voldoende in staat om, indien nodig, de weg te vinden naar de reguliere hulpverlening. De reclassering vindt dat voortzetting van het reclasseringstoezicht, zeker gezien de lange periode van toezicht en de geringe risico's, niet nodig is. Bij een veroordeling adviseert de reclassering daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
De rechtbank ziet in het strafblad van verdachte en het reclasseringsadvies dan ook geen strafverzwarende of -verminderende omstandigheden.
Overschrijding van de redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in dit kader te gelden dat de behandeling op de zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarvan is in deze zaak geen sprake geweest.
In dit geval is de redelijke termijn aangevangen met de inverzekeringstelling van verdachte op 18 oktober 2023. De rechtbank doet einduitspraak op 14 april 2026. Daarmee is de redelijke termijn met zes maanden overschreden. Deze overschrijding wordt in strafmatigende zin meegewogen.
De op te leggen straf
De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die rechters gebruiken bij de straftoemeting gaan bij het bezit van kinderpornografisch materiaal uit van een taakstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om van deze oriëntatiepunten af te wijken en te bepalen dat verdachte niet opnieuw vast komt te zitten. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Al het bovenstaande overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 100 dagen waarvan 97 dagen voorwaardelijk passend.
Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 160 uren te vervangen door 80 dagen hechtenis, indien verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het tegen verdachte verleende maar reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, nu verdachte moet worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op benadeelde [slachtoffer] .
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordeling.
De rechtbank zal de vordering geheel afwijzen, omdat in deze strafprocedure niet kan worden vastgesteld dat jegens de benadeelde een onrechtmatige daad is gepleegd, zoals bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Benadeelde [slachtoffer] maakt immers in het geheel geen onderdeel uit van de tenlastegelegde feiten. Daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor schadevergoeding.
De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt hiervoor op de volgende straffen.
Een gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 97 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] af.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het tegen verdachte verleende en reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.G. Vos, voorzitter,
mr. R.J. Heuft en mr. S.V. Vullings, leden,
in tegenwoordigheid van mr. S. Durmuş, griffier,
en is uitgesproken op 14 april 2026.