RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.129286.22
Datum uitspraak: 14 april 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,
wonende te [adres] ,
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 maart 2026 en 31 maart 2026 (sluiting).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 februari 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie,
te weten
- 10 geweren, van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN nummers AAOL2022NL, AAMV3728NL, AAMV3727NL, AAOL2025NL, AAMV3726NL, AAOL2001NL, AAOL2023NL, AAOL2024NL, AAMV3722NL, AAMV3725NL) en/of
- 1 pistoolmitrailleur van het merk CZ, model VZ61, kaliber 7.65 mm (SIN nummer AAOL2042NL)
telkens zijnde (een) vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren, en/of een of meer hulpstukken voor automatisch vurende wapens en/of onderdelen van automatisch vurende wapens die essentieel en/of van wezenlijke aard zijn voor die wapens, te weten
- 2 vuurregelaars (SIN nummer AAOZ7784) en/of
- 44 lowers (kasten) (SIN nummer AAOZ7856NL) en/of
- 18 afsluiterdraagstukken (SIN nummer AAOZ7858NL) en/of
- 14 upper-receivers (SIN nummer AAOZ7859NL) en/of
- 5 glockblokjes (SIN nummers AAOZ7361NL, AAOZ9246NL, AAOZ9125NL) en/of
- 5 patroonmagazijnen en/of 1 verlengd patroonmagazijn (SIN nummer AAOZ9250NL) en/of
- een kast met loop (SIN nummer AAOZ9104NL) en/of
- een incompleet geweer van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN nummer AAMV3710NL),
voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen;
Feit 2:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool van het merk FN Herstal, kaliber .22 LR (SIN nummer AAL2015NL) en/of
- een pistool van het merk Soc It Flli Gles-Brescia, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAOL2038NL) en/of
- een pistool van het merk FN Herstal, model HP-35, kaliber 9mm Para (SIN nummer AAOL2225NL) en/of
- een vuurwapen van het merk Sauer, kaliber 9 mm (SIN nummer AAOL2003NL) en/of
- een pistool van het merk Kimber NY USA, kaliber .45 (SIN nummer AAOL2010NL) en/of
- een vuurwapen van het merk Walther, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAOZ7633NL) en/of
- een pistool van het merk FN, kaliber 6.35 mm (SIN nummer AAMV3707NL) en/of
- een pistool van het merk Beretta, kaliber 9mm Para (SIN nummer AAMV3701) en/of
- een pistool van het merk Colt, kaliber 9mm (SIN nummer AAOZ7632NL) en/of
- een revolver van het merk Smith&Wesson, kaliber .38 Special (SIN nummer AAOL2036NL) en/of
- een enkelloops kogelgeweer (SIN nummer AAOZ7544NL) en/of
- een geweer van het merk Remmington, kaliber 12 (SIN nummer AAOZ7573NL) en/of
- een geweer van het merk Haenel (SIN nummer AAOZ7612NL) en/of
- een geweer van het merk Browning (SIN nummer AAOZ7614NL) en/of
- een pistool van het merk Colt, kaliber .22 short (SIN nummer AAOZ7842NL) en/of
- een revolver van het merk Röhm, kaliber .22 LR (SIN nummer AAOZ9113NL) en/of
- een uit onderdelen samengesteld machinegeweer (SIN-nummer AAMV3723NL) en/of
twee wapens van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een vuurwapen van het merk Fayetteville, kaliber 9 mm (SIN nummer AAOL2028NL) en/of
- een enkelloops deelbaar kogelgeweer, van het merk FN, kaliber .22 short (SIN nummer AAOZ7857NL),
en/of een incompleet vuurwapen van het merk CZ, kaliber 7.65 (SIN nummer AAMV3724NL),
telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool,
voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen;
Feit 3:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, munitie van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten 34 pantserdoorborende en/of brandstichtende projectielen van het kaliber 5.56x45, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten ongeveer 28.247, althans een grote hoeveelheid, patronen en/of onderdelen van munitie, geschikt om munitie van te maken, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen;
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Onderzoek Cattin.
Naar aanleiding van een melding bij de politie werd op 19 augustus 2021 een grote hoeveelheid (automatische) vuurwapens en munitie gevonden in een garagebox in Eindhoven. In deze melding werd aangegeven dat de broers [eigenaar garagebox] de eigenaar zijn van de garagebox. Om die reden is de telefoon van [eigenaar garagebox] (hierna: [eigenaar garagebox] ) onderzocht. In de telefoon werden verschillende berichten aangetroffen omtrent de handel in vuurwapens en munitie door [partner verdachte] (hierna: [partner verdachte] ). Daarnaast werd er een opgenomen gesprek tussen [eigenaar garagebox] en verdachte aangetroffen. Hierin werd onder andere gesproken over het feit dat de partner van verdachte, [partner verdachte] , was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf ter zake vuurwapenhandel en dat zij (verdachte) geld nodig had. Tevens werd gezegd dat ergens nog spullen van [partner verdachte] lagen en dat [eigenaar garagebox] “stash huiskes” zou hebben waar de spullen konden worden opgeslagen. Verdachte en haar partner zijn vervolgens gehoord door de politie.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, zoals uitgewerkt in het schriftelijk requisitoir van 25 maart 2026.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft, overeenkomstig de inhoud van de aan de rechtbank overgelegde pleitnota van 25 maart 2026, bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Er kan namelijk niet worden bewezen dat er bij verdachte enige bewustheid heeft bestaan van de aanwezigheid van de wapens en munitie in de garagebox van [eigenaar garagebox] . Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte de feitelijke macht kon uitoefenen, in de zin dat zij over de wapens en munitie kon beschikken, alles lag namelijk in de garagebox van [eigenaar garagebox] . Daarnaast kan niet gesproken worden van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het voorhanden hebben van de wapens (met toebehoren) en de munitie. Het dossier biedt daartoe onvoldoende aanknopingspunten. Tot slot kan niet worden vastgesteld dat verdachte een rol heeft gespeeld bij de overdracht van de wapen- en munitievoorraad.
Het oordeel van de rechtbank.
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bewijsbijlage, die van dit vonnis deel uitmaakt.
Juridisch kader.
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake het voorhanden hebben van de wapens en munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie allereerst is vereist dat de verdachte de wapens en munitie bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van de wapens en munitie of tot de exacte locatie van de wapens en munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig dat de verdachte feitelijke macht over de wapens en munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat de verdachte daarover heeft kunnen beschikken.
In het geval van medeplegen moet komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen die was gericht op het voorhanden hebben van de wapens en munitie. Ook dan is vereist dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van de wapens en munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van de wapens en munitie of tot de exacte locatie van de wapens en munitie. Daarnaast moet vaststaan dat de verdachte tezamen met de mededader(s) feitelijke macht over de wapens en munitie heeft kunnen uitoefenen in de hiervoor weergegeven zin.
Na de overdracht van de wapens en munitie gaat de feitelijke macht over naar de ander.
Vaststellingen op grond van de bewijsmiddelen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte destijds een relatie had met een man ( [partner verdachte] ) die zich gedurende een lange periode bezig heeft gehouden met de handel in (automatische) vuurwapens en munitie. Op 12 juni 2020 is [partner verdachte] door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren ter zake wapenhandel. [partner verdachte] zat sinds 10 december 2019 in voorlopige hechtenis voor die feiten.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er op 13 juni 2020 een gesprek tussen verdachte en [eigenaar garagebox] heeft plaatsgevonden. Dit gesprek is namelijk opgenomen. Verdachte heeft ter zitting zelf verklaard dat gesprek te hebben gevoerd. De rechtbank stelt vast dat dit gesprek één dag na de voornoemde veroordeling van [partner verdachte] heeft plaatsgevonden.
In het gesprek van 13 juni 2020 heeft [eigenaar garagebox] aan verdachte gevraagd of hij iets voor haar kan betekenen. Hij heeft [partner verdachte] namelijk beloofd om voor zijn ‘vrouwtje’ te zorgen (de rechtbank begrijpt: om voor verdachte te zorgen).
Op basis van dat gesprek van 13 juni 2020 stelt de rechtbank vast dat verdachte financieel in de knoop zat nadat haar partner gedetineerd raakte. Verdachte heeft het in dat gesprek namelijk onder andere over: “Dus, wat ik nou heb is gewoon, ik betaal negen vijfentwintig huur. Dat is heel veel. En ik heb afgelopen maand al aan vierhonderd euro aan vaste lasten al geschipperd hè. Meteen de auto stopgezet en de verzekeringen en abonnement weet ik veel wat. Dus daar, ja en ik ben echt altijd van de centen, ik ben echt een centenneuker” en “Ik kan niet voor de komende twee jaar deze lasten blijven betalen. En ik heb te weinig contant cashflow om te zeggen, oké ik ga de komende twee jaar heel veel cash aankopen doen”.
In het gesprek van 13 juni 2020 wordt tevens gesproken over de ‘rotzooi’ van [partner verdachte] . De rechtbank begrijpt dat hier gesproken wordt over wapens en munitie. Dat maakt de rechtbank op uit het volgende: “NNV: Alleen ze hebben nu alleen maar telefoongesprekken van (NTV) [partner verdachte] . En voor de rest niks. Want ze hebben geen vingerafdrukken. [partner verdachte] was ook heel paranoïde. Ze hebben geen vingerafdrukken, ze hebben geen wapens gevonden (NTV). In ons huis niet. En de wapens waar over gesproken over de telefoon die hebben ze wel gevonden bij Oss. Maar heeft geen vingerafdrukken van [partner verdachte]”.
De rechtbank leidt uit het gesprek van 13 juni 2020 verder af dat verdachte weet waar de voorraad van [partner verdachte] ligt: “Nee hij heeft nou twee, hij is, spullen heeft hij liggen en ik weet waar. En (NTV) bij de een is het geen probleem en de andere wordt (NTV) wat moeilijker”. Verdachte kan ook bij de wapen- en munitievoorraad, het ligt namelijk bij vrienden van haar en [partner verdachte] . [eigenaar garagebox] geeft vervolgens aan dat hij kan zorgen dat de spullen, zolang [partner verdachte] vastzit, opgehaald en weggezet kunnen worden. [eigenaar garagebox] heeft namelijk “twee stash huiskes” (de rechtbank begrijpt: twee stash locaties). Daarnaast geeft [eigenaar garagebox] aan dat hij de spullen kan verkopen, hij weet namelijk [partner verdachte] prijzen. Hij geeft aan dat hij er niets op hoeft te verdienen, als verdachte maar vooruit kan. [eigenaar garagebox] geeft tevens aan dat hij weet hoe hij de spullen schoon moet maken: “Ammoniak, en die geur heb jij vaak zat geroken. Hij haalt het hele dingetje uit elkaar, hij, luister. Hij haalt het hele dingetje uit elkaar” en “Hij legt een vuilniszak neer, legt hij alles op. Hij heeft een plantenspuitje met, met dinge. Hij spuit alles zeiknat, zeik en zeiknat. Hij doet handschoenen aan, hij pakt hem met een theedoek of met een doekje. Hij wrijft hem in elkaar en douwt hem terug in elkaar. Dat was het”. Verdachte geeft aan dat zij blij is dat [eigenaar garagebox] dat weet.
Verdachte geeft verder aan dat zij erover na gaat denken om de spullen op te halen en bij iemand te stashen. Zij geeft aan dat zij aan contant geld niets heeft en zich afvraagt hoe zij het geld weer op haar bankrekening krijgt. [eigenaar garagebox] geeft aan dat een vriend van hem kan helpen, die is namelijk miljonair en kan verdachte geld lenen. Over de financiële afwikkeling zegt [eigenaar garagebox] het volgende: “En dat is geen boefje. Is niet, maar als ik wat spullen heb verkocht maak ik met hem een contractje dat jij van hem geld hebt geleend. Stort hij dat op jouw rekening, geef hem dat zwart terug”.
De rechtbank stelt tot slot vast dat op 19 augustus 2021, naar aanleiding van een MMA-melding, de garagebox van [eigenaar garagebox] is doorzocht. Tijdens deze doorzoeking is daadwerkelijk een zeer grote voorraad wapens en munitie aangetroffen. Tussen deze voorraad vond de politie verschillende administratieve bescheiden van [partner verdachte] . Daarnaast zijn van verschillende wapens bemonsteringen genomen, waaronder van de binnen- en buitenzijde van de loopmonding, de ruwe delen van de loop, gaatjes en randjes van de loop van het automatisch vuurwapen Colt M16 met wapennummer 9529110. Uit deze bemonstering [[nummer]] is een DNA-mengprofiel van (minimaal) twee donoren verkregen. Uit dit DNA-mengprofiel kon een relatief grote hoeveelheid DNA worden onderscheiden, waaruit een DNA-profiel van één persoon kon worden afgeleid. Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] komt overeen met dit profiel. Het DNA-profiel is één miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte [verdachte] de donor is dan wanneer een willekeurige derde dat is. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat verdachte [verdachte] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op dat automatisch vuurwapen. De rechtbank concludeert ook dat de op 19 augustus 2021 aangetroffen voorraad de voorraad betreft waarover verdachte op 13 juni 2020 met [eigenaar garagebox] heeft gesproken.
Conclusie.
Op basis van het voorgaande overweegt de rechtbank dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de wapen- en munitievoorraad van haar partner. Zij kon daarnaast de feitelijke macht erover uitoefenen. De rechtbank wijst in dat kader op het gesprek van 13 juni 2020, het aangetroffen DNA van verdachte op het automatisch vuurwapen en de daadwerkelijke overdracht van de voorraad aan [eigenaar garagebox] . Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat zij er zelf voor heeft gezorgd dat deze voorraad bij [eigenaar garagebox] kon worden opgeslagen, omdat zij anders in financiële problemen zou raken. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat van de verdachte daarvoor een redelijke verklaring mag worden verlangd. De afgelegde verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat het zou gaan om grootspraak, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Nu verdachte die redelijke verklaring niet heeft gegeven, is de rechtbank van oordeel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de wapens en munitie aanwezig heeft gehad en dat zij ook over de wapens en munitie heeft kunnen beschikken.
Partiële vrijspraak.
De rechtbank heeft op basis van het dossier vastgesteld dat het onder feit 2 ten laste gelegde incompleet vuurwapen van het merk CZ, kaliber 7.65 [SIN AAMV3724NL] gecategoriseerd dient te worden als een vuurwapen van categorie III onder 1. De steller van de tenlastelegging heeft dit vuurwapen echter ten laste gelegd als wapen van categorie II onder 3. Gelet hierop zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het voorhanden hebben en overdragen van dit wapen.
De bewezenverklaring.
Op grond van het voorgaande, alsmede van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelenoverzicht, komt de rechtbank tot het oordeel dat ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen is dat:
Feit 1:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 10 vuurwapens, van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN-nummers AAOL2022NL, AAMV3728NL, AAMV3727NL, AAOL2025NL, AAMV3726NL, AAOL2001NL, AAOL2023NL, AAOL2024NL, AAMV3722NL, AAMV3725NL) en /of
- 1 pistoolmitrailleur van het merk CZ, model VZ61, kaliber 7.65 mm (SIN-nummer AAOL2042NL)
telkens zijnde (een) vuurwapen ( s ) geschikt om automatisch te vuren, en /of een of meer hulpstukken voor automatisch vurende wapens en /of onderdelen van automatisch vurende wapens die essentieel en /of van wezenlijke aard zijn voor die wapens, te weten
- 2 vuurregelaars (SIN-nummer AAOZ7784) en /of
- 44 lowers (kasten) (SIN-nummer AAOZ7856NL) en /of
- 18 afsluiterdraagstukken (SIN-nummer AAOZ7858NL) en /of
- 14 upper-receivers (SIN-nummer AAOZ7859NL) en /of
- 5 glockblokjes (SIN-nummers AAOZ7361NL, AAOZ9246NL, AAOZ9125NL) en /of
- 5 patroonmagazijnen en /of 1 verlengde patroonmagazijnen (SIN-nummer AAOZ9250NL) en /of
- een kast met loop (SIN-nummer AAOZ9104NL) en /of
- een incompleet geweer van het merk Colt, type M16 A1, kaliber 5.56x45 (SIN-nummer AAMV3710NL),
voorhanden heeft gehad en /of heeft overgedragen;
Feit 2:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen , een of meer wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool van het merk FN Herstal, kaliber .22 LR (SIN-nummer AAL2015NL) en /of
- een pistool van het merk Soc It Flli Gles-Brescia, kaliber 6.35 mm (SIN-nummer AAOL2038NL) en /of
- een pistool van het merk FN Herstal, model HP-35, kaliber 9mm Para (SIN-nummer AAOL2225NL) en /of
- een vuurwapen van het merk Sauer, kaliber 9 mm (SIN-nummer AAOL2003NL) en /of
- een pistool van het merk Kimber NY USA, kaliber .45 (SIN-nummer AAOL2010NL) en /of
- een vuurwapen van het merk Walther, kaliber 6.35 mm (SIN-nummer AAOZ7633NL) en /of
- een pistool van het merk FN, kaliber 6.35 mm (SIN-nummer AAMV3707NL) en/of
- een pistool van het merk Beretta, kaliber 9mm Para (SIN-nummer AAMV3701) en/of
- een pistool van het merk Colt, kaliber 9mm (SIN-nummer AAOZ7632NL) en /of
- een revolver van het merk Smith&Wesson, kaliber .38 Special (SIN-nummer AAOL2036NL) en /of
- een enkelloops kogelgeweer (SIN-nummer AAOZ7544NL) en/of
- een geweer van het merk Remmington, kaliber 12 (SIN-nummer AAOZ7573NL) en /of
- een geweer van het merk Haenel (SIN-nummer AAOZ7612NL) en /of
- een geweer van het merk Browning (SIN-nummer AAOZ7614NL) en /of
- een pistool van het merk Colt, kaliber .22 short (SIN-nummer AAOZ7842NL) en /of
- een revolver van het merk Röhm, kaliber .22 LR (SIN-nummer AAOZ9113NL) en /of
- een uit onderdelen samengesteld machinegeweer (SIN-nummer AAMV3723NL) en /of
twee wapens van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een vuurwapen van het merk Fayetteville, kaliber 9 mm (SIN-nummer AAOL2028NL) en /of
- een enkelloops deelbaar kogelgeweer, van het merk FN, kaliber .22 short (SIN-nummer AAOZ7857NL),
en/of een incompleet vuurwapen van het merk CZ, kaliber 7.65 (SIN nummer AAMV3724NL),
telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/ of pistool,
voorhanden heeft gehad en /of heeft overgedragen;
Feit 3:
zij in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 19 augustus 2021, te Helmond en/of Eindhoven en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, munitie van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten 34 pantserdoorborende en /of brandstichtende projectielen van het kaliber 5.56x45, en /of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten ongeveer 28.247, althans een grote hoeveelheid, patronen en /of onderdelen van munitie, geschikt om munitie van te maken, voorhanden heeft gehad en /of heeft overgedragen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft bepleit dat bij strafoplegging een aanzienlijk lagere straf moet worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank dient rekening te houden met de schending van de redelijke termijn, de oude oriëntatiepunten van de rechtbank, de relatief beperkte rol van verdachte en verschillende bijzondere persoonlijke omstandigheden.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor min of meer vergelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een uitzonderlijk grote hoeveelheid (vuur)wapens, waaronder elf automatische vuurwapens. Daarnaast heeft zij zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een zeer grote hoeveelheid munitie, waaronder ook inbegrepen pantserdoorborende en brandstichtende projectielen. Verdachte heeft deze wapen- en munitievoorraad overgedragen aan een ander, waarna de voorraad is opgeslagen in een garagebox midden in een woonwijk.
De schade die in de samenleving kan worden aangericht met een dergelijke voorraad is nauwelijks te overzien. Gelet op de hoeveelheid complete wapens in combinatie met pantserdoorborende en brandstichtende projectielen, kan het niet anders dan dat het hier gaat om een wapenstash die is bedoeld voor ernstige geweldsdelicten. Verdachte heeft bijgedragen aan de beschikbaarheid van illegale wapens voor dit doel. De bedoeling van de overdracht van de wapens was om deze ook daadwerkelijk door te verkopen, omdat verdachte financieel niet meer rond kon komen in verband met de detentie van haar partner. De verdachte heeft haar eigen financieel belang laten prevaleren en heeft daarin verkeerde keuzes gemaakt. De rechtbank neemt verdachte dit alles zeer kwalijk.
Bovendien neemt verdachte geen verantwoordelijkheid voor de door haar gepleegde feiten. Verdachte legt na zeer lang zwijgen pas ter zitting een ongeloofwaardige en ontkennende verklaring af, ondanks dat haar DNA is aangetroffen op één van de zwaarste wapens van de voorraad, een van de automatische vuurwapens. Ook hier houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening mee. Tot slot houdt de rechtbank rekening met het feit dat uit het dossier is gebleken dat er beduidend meer wapens en munitie zijn aangetroffen dan ten laste gelegd.
Strafmatigende omstandigheden.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de relatief beperkte rol van verdachte. Uit het dossier is gebleken dat de wapenvoorraad van de partner van verdachte was en zij een bemiddelende rol heeft gespeeld met betrekking tot de overdracht. De rechtbank houdt bij de strafoplegging ernstig rekening met het tijdsverloop van de gehele strafzaak en de overschrijding van de redelijke termijn. Er is een onwenselijk lange periode verstreken, die moeilijk uit te leggen valt. De feiten waarvoor verdachte vandaag wordt veroordeeld zijn jaren geleden gepleegd en waren door een lopend onderzoek ook al een lange tijd bij de betrokken opsporingsdiensten bekend. In verband met het tijdsverloop zal de rechtbank de op te leggen straf matigen met één jaar.
LOVS-oriëntatiepunten.
De raadsman heeft betoogd dat de voor verdachte gunstigere oriëntatiepunten van vóór de wijziging als uitgangspunt moeten worden genomen. De rechtbank stelt voorop dat de oriëntatiepunten van het LOVS geen recht vormen in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De keuze van factoren die voor de strafoplegging van belang zijn te achten, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Daar komt bij dat ook uit de inleiding van de oriëntatiepunten van het LOVS volgt dat de oriëntatiepunten niet bindend zijn. Het strafmaatverweer van de raadsman dat de ‘oude’ oriëntatiepunten tot uitgangspunt moet worden genomen, wordt dan ook verworpen.
De rechtbank merkt daarbij op dat de oriëntatiepunten, ook vóór de wijziging, een maandenlange gevangenisstraf hanteerden voor het voorhanden hebben van één automatisch vuurwapen. Ook uitgaande van de ‘oude’ oriëntatiepunten werd voor een dergelijke hoeveelheid vuurwapens en munitie een zeer substantiële (gevangenis)straf dus passend geacht.
De op te leggen straf
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.
Door de officier van justitie is verzocht van de geëiste gevangenisstraf één jaar voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zogenoemde stok achter de deur. Verdachte heeft geen strafblad, het feit is een geruime tijd geleden gepleegd en de partner van verdachte houdt zich niet meer bezig met de handel van wapens. Verdachte kan na twee jaar, indien zij dan voldoet aan de te stellen voorwaarden, voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. De rechtbank begrijpt dat zij hiermee in feite een hogere straf oplegt dan de door de officier van justitie gevorderd, maar de rechtbank is oordeel dat de thans opgelegde straf de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking brengt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
57 Wetboek van Strafrecht
26, 31, 55 Wet wapens en munitie.
DE UITSPRAAK
Bewezenverklaring.
verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.
Kwalificatie.
het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:
Feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
Feit 2:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2º en onderdeel 7º en vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2º en onderdeel 7º en vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.
Feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid.
verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Straf.
legt op de volgende straf: een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
mr. S.H. Schepers en mr. E.L. Traag, leden, en
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 14 april 2026.