ECLI:NL:RBOBR:2026:2375

ECLI:NL:RBOBR:2026:2375

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 01/287832-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verwerping niet-ontvankelijkheidverweer in verband met gestelde onjuiste feitelijke grondslagen van het Europees aanhoudingsbevel Bewezenverklaring van het onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het wettig over hem gesteld gezag (279 Sr). De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 67 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht

Parketnummer: 01.287832.24

Datum uitspraak: 14 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [1988] ,

wonende te [adres] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 maart 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september 2024 tot en met 8 september 2024 te Berlicum, althans in Nederland en/of België en/of Frankrijk

opzettelijk een minderjarigen, te weten zijn kind [slachtoffer] (geboren op [2023] ), terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was,

heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag (te weten de moeder van die [slachtoffer] ), immers heeft verdachte die minderjarige niet naar moeder gebracht (terwijl dit volgens de rechterlijke uitspraak van 6 september 2024 binnen 24 uur moest gebeuren) en/of opzettelijk zonder toestemming van de moeder overgebracht/meegenomen naar België en/of Frankrijk en/of (daarmee) die minderjarigen (feitelijk) buiten de invloedssfeer en/of het gezag van de moeder gebracht en gehouden.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

De raadsman heeft een preliminair verweer gevoerd dat in de kern op het volgende neerkomt. De raadsman stelt dat sprake is van onjuiste feitelijke grondslagen van het Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB). Deze onjuiste feitelijke grondslagen zouden tot gevolg hebben dat er sprake is van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort zou zijn gedaan. De raadsman heeft ter onderbouwing gewezen op drie punten uit de feitelijke opgave in het EAB die onjuist zouden zijn. Het gaat om (i) de afgifteplicht van [slachtoffer] binnen 24 uur na betekening van het vonnis van de voorzieningenrechter, (ii) het ontbreken van een schriftelijke machtiging tot uithuisplaatsing en (iii) het onterecht opnemen van een suïcidedreiging. De raadsman heeft de gronden. verder verwoord in de schriftelijke pleitnota die als bijlage aan dit vonnis is gehecht. Volgens de raadsman moet dit alles op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) worden gesanctioneerd met niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de verdediging gevoerde preliminaire verweer moet worden verworpen omdat er geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Bij het opstellen van het EAB was snelheid g�boden, gelet het belang van het kind en de zorgen die bestonden omtrent de veiligheid. De

. feitelijke beschrijving is bewust breed ingestoken. Het gaat erom dat verdachte zonder toestemming van de moeder het kind heeft meegenomen naar het buitenland en dat niemand wist waar zij waren. De stukken omtrent de machtiging tot uithuisplaatsing zitten inderdaad niet in het dossier, maar er is geen enkele reden om te twijfelen aan het ambtsedig proces-verbaal daaromtrent dat wel in het dossier zit. De suïcidedreiging zou een kwestie zijn van interpretatie, maar duidelijk is dat de angst voor suïcide op het moment van het opstellen van het EAB aanwezig was. Er is dan ook geen sprake van een vormverzuim. Zelfs al zou een vormverzuim wel aanwezig zijn, dan is dat beperkt omdat het enkel betekent dat er onvoldoende nuance in het EAB is opgenomen. Daarmee is geen inbreuk gemaakt op het

_recht op een eerlijk proces. Primair verzoekt de officier van justitie om het preliminaire

• verweer afte wijzen. Subsidiair verzoekt zij om te volstaan met de constatering dat er een vormverzuim is.

De rechtbank heeft het preliminair verweer ter terechtzitting op grond van artikel 283, vijfde lid Sv als ontijdig aangemerkt, omdat naar het oordeel van de rechtbank voor een deugdelijke beoordeling van het verweer de inhoudelijke behandeling moest worden afgewacht.

De raadsman heeft het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie bij pleidooi herhaald.

De rechtbank oordeelt daarover als volgt.

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt als in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats in het geval dat sprake is van een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat - in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens - "the proceedings as a whole were not fair".

Indien het verweer wordt gevoerd dat zich een vonnverzuim heeft voorgedaan en dat dit moet leiden tot een van de in artikel 359a lid l Sv genoemde rechtsgevolgen, moet de rechter beoordelen of de aan dat verweer ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden. De rechtbank is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden niet aannemelijk zijn geworden. De feitelijke omschrijving in het EAB bevat naar het oordeel van de rechtbank geen onjuistheden, maar is juist zeer feitelijk opgeschreven en niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie opzettelijk de Franse autoriteiten onjuist zou hebben voorgelicht. In het EAB is opgenomen dat verdachte [slachtoffer] 24 uur na betekening van het vonnis moest afgeven. Er is niet opgenomen dat het vonnis al was betekend. Daarnaast ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door de kinderrechter afgegeven spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Tot slot is voor wat betreft de suïcidedreiging enkel verwezen naar een intakedossier van de vrouwenopvang waar moeder op dat moment verbleef.

De rechtbank verwerpt daarom het niet-ontvankelijkheidverweer. Dit brengt mee dat de officier van justitie kan worden ontvangen in de vervolging.

Er zijn geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard. Met betrekking tot de afgifte van [slachtoffer] binnen 24 uur na betekening van het vonnis merkt de officier van justitie op dat het niet mogelijk was om het civiele vonnis te betekenen omdat verdachte voor het wijzen van het vonnis al met onbekende bestemming naar het buitenland vertrokken was. Dat staat niet in de weg aan een veroordeling voor artikel 279 Wetboek van Strafrecht (Sr). Duidelijk is bovendien dat verdachte op de hoogte was van zowel de procedure als het vonnis.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft - op de gronden zoals verwoord in de schriftelijke pleitnota - een integrale vrijspraak bepleit, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De raadsman heeft daartoe - in het kort - aangevoerd 4at het civiele vonnis niet is betekend en er op grond daarvan dus nog geen verplichting tot afgifte van [slachtoffer] bestond. Daarnaast zou het Openbaar Ministerie moeten bewijzen dat er géén toestemming is gekregen van de moeder voor de vakantie naar het buitenland. Verdachte hoeft niet te bewijzen dat hij wél toestemming had.

Een kopie van de pleitnota van de raadsman is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtb_ank.

De bewiismiddelen .1

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt- tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant,

De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in dit vonnis. Na de uitwerking en opgave van de bewijsmiddelen zal de rechtbank nog enkele overwegingen wijden aan het bewijs. .

1) De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:

Ik hen op 5 septemhel' 2024 met [slachtoffer] op vakantie gegaan. Ik was in Toulouse en daar werd ik aangehouden. Ik hen gereden via België naar Frankrijk.

2) Een proces-verbaal van het kabinet rechter-commissaris van verhoor van verdachte

[verdachte] van 27 september 2024, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:

U vraagt mij of ik toestemming had van mijn ex-partner om op vakantie te gaan met [slachtoffer] naar Frankrijk.

Nee, ik had geen toestemming. De relatie was al verbroken en ik had geen toestemming.

Ik hen bekend met het vonnis van 6 september. Ik heb dat per e-mail op vrijdag 6 september ontvangen. Ik wilde op maandag met mijn advocaat -overleggen over dit vonnis.

3) Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 26 september 2024, p.23, voor zover inhoudende:

V: Maar zoals je net zelf ook aangaf, je wist dat de reden van de aangevraagde rechtszaak op vrijdag 6 september 2024 was omdat moeder vorderde dat de kinderen aan haar toevertrouwd zouden worden en dat [slachtoffer] aan haar afgestaan zou worden. Klopt dat?

A: Ja dat klopt.

4) Een proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1] van 7 september 2024,

p. 30, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven:

De rechter heeft op 6 september uitspraak gedaan dat onze zoon [slachtoffer] door zijn vader naar mij gebracht moet worden en dat ik het gezag over onze kinderen heb, Er kan op geen enkele wijze contact worden gelegd met vader. Het is voor mij op dit moment onbekend waar mijn zoon en mijn ex-partner zijn.

5) Een schriftelijk bescheid in de vorm van een advies van de Jeugdbescherming Brabant van 27 september 2024, opgesteld door W. Gijsbrechts en R. Smulders, voor zover inhoudende:

Op 14 augustus (bij een evaluatie met hulpverlening) heeft vader aangegeven af te wijken van de afspraken en vier weken op vakantie te gaan. Moeder geeft geen toestemming voor de vakantie.

Districtsrecherche 's-Hertogenbosch, met onderzoeksnummer OBlR024I09, onderzoeksnaam ELLA, BVH-nummer 20242 l0646, afgesloten op 27 september 2024, pag. 1 tot en met pag. 51.

6) De grosse van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 6 september 2024, p.4 7, voor zover inhoudende:

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad Zij hebben samen twee thans nog minderjarige kinderen, te weten [slachtoffer] , geboren op [2023] en [betrokkene 2] , geboren op [2024] .

De vrouw vordert - samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

l de man te veroordelen om [slachtoffer] binnen één dag na het wijzen van dit vonnis af te geven aan de vrouw, zo nodig met behulp van de sterke arm, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

Il te bepalen dat [slachtoffer] en [betrokkene 2] worden toevertrouwd aan de vrouw;

5. De beslissing

De voorzieningenrechter In conventie

veroordeelt de man om [slachtoffer] , geboren te [geboorteplaats 2] op [2023] , binnen 24 uur na betekening van dit vonnis afte geven aan de vrouw, op een nader door de vrouw te bepalen wijze, plaa(s en tijdstip;

bepaalt dat [slachtoffer] voornoemd en [betrokkene 2] geboren te [geboorteplaats 3] op [2024] , voorlopig, totdat de bodemrechter anders �eeft beslist, worden toevertrouwd aan de vrouw;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

7) Een proces-verbaal van bevindingen van 24 september 2024, opgesteld door verbalisant

G. van Dijk, p. 46, voor zover inhoudende:

Op zondag 8 september 2024 om 10.48 uur kreeg het onderzoeksteam de informatie binnen dat er met één van de pinpassen in gebruik bij [verdachte] gepind was om

uur op de locatie "CCM Toulouse Compans". Uit de open bronnen bleek deze locatie een winkelcentrum te zijn in de Franse stad Toulouse. Deze informatie is hierop gedeeld met de Nederlandse Liaison welke in Frankrijk gevestigd is. Kort daarna werden [verdachte] en [slachtoffer] door de Franse autoritejten aangetroffen in bovengenoemd winkelcentrum waarbij [verdachte] werd aangehouden ter zake onttrekking minderjarige aan wettelijk gesteld gezag.

De bewiisoverwegingen .

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte is de vader van [slachtoffer] , geboren op [2023] . Verdachte en de moeder van [slachtoffer] (hierna: Moeder) hebben hun relatie beëindigd in de zomer van 2024. Tot 6 september 2024 oefenden zij gezamenlijk h_et ouderlijk gezag uit over hun zoon. Op

14 augustus 2024 heeft verdachte aangegeven dat hij vier weken op vakantie zou gaan met [slachtoffer] . Moeder heeft daarvoor geen toestemmin� gegeven. Moeder is op 2 september 2024 een kortgedingprocedure gestart waarin zij heeft gevorderd dat [slachtoffer] voorlopig aan haar wordt toevertrouwd. Verdachte was op de hoogte van deze procedure.

Verdachte is op 5 september 2024, zonder toestemming van Moeder (en een dag voor de zitting) uit Nederland vertrokken met [slachtoffer] . Verdachte is via België naar Frankrijk gereden. Op 6 september 2024 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan en geoordeeld dat verdachte zijn zoon binnen 24 uur na betekening aan Moeder moest afstaan.

Ook is geoordeeld dat [slachtoffer] voorlopig aan Moeder is toevertrouwd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Vader heeft dit vonnis wel gelezen, maar niet aan Moeder of betrokken instanties laten weten dat hij met [slachtoffer] in Frankrijk was. De betekening van het vonnis om de termijn van 24 uur te laten lopen is niet afgewacht.

Verdachte is op 8 september 2024 aangehouden in Toulouse.

De rechtbank overweegt dat verdachte toestemming van Moeder had moeten verkrijgen om met hun zoon [slachtoffer] naar het buitenland te reizen. Verdachte en Moeder oefenden op 5 september 2024 immers nog het gezamenlijke gezag uit. Uit de yerklaring van verdachte bij de rechter-commissaris blijkt dat hij deze toestemming niet had. De ontbrekende toestemming wordt ondersteund door de eerdere opmerking van Moeder zoals omschreven in het verslag van de Jeugdbescherming. Ook het feit dat Moeder op het moment dat verdachte naar het buitenland vertrok al een procedure was gestart over het onmiddellijk toevertrouwen van [slachtoffer] aan haar, draagt bij aan het bewijs dat er geen toestemming was voor deze reis naar het buitenland. Verdachte had geen enkele reden om aan te nemen dat hij toestemming had voor deze vakantie en heeft opzettelijk [slachtoffer] aan het gezag van Moeder onttrokken.

Verdachte heeft ter zitting nog gesteld dat er een eerdere omgangsregeling van kracht was op basis waarvan. hij in het weekend de omgang met [slachtoffer] zou hebben. Ongeacht deze vermeende omgangsregeling (waarvan de status op zijn minst twijfelachtig was op het moment van het tenlastegelegde feit) geldt dat er geen toestemming was verkregen voor verplaatsing van [slachtoffer] naar het buitenland. Aan die ontbreken�e toestemming doet de vermeende omgangsregeling (ongeacht de status daarvan) niets af.•

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de verdachte geen toestemming had gekregen van Moeder om [slachtoffer] mee te nemen naar het buitenland en acht het tenlastegelegde in zoverre wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank is van oordeel dat ook degene die mede het gezag over een minderjarig kind uitoefent, dit kind kan onttrekken aan het wettelijk over hem gesteld gezag in de zin van artikel 279 Sr (vgl. Hoge Raad 11 februari 2014, ECLl:NL:HR:2014:302).

De betekeni�g van het vonnis

De betekening van het civiele vonnis van 6 september 2024 heeft niet plaatsgevonden. Voor het moeten terugbrengen van [slachtoffer] binnen 24 uur, zoals tenlastegelegd, biedt het dossier dan ook onvoldoende aanknopingspunten. Gelet hierop spreekt de rechtbank verdachte vrij van 'niet naar moeder gebracht (terwijl dit volgens de rechterlijke uitspraak van 6 september 2024 binnen 24 uur moest gebeuren)'.

De bewezenverklaring.

Op gro·nd van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 6 september 2024 tot en met 8 september 2024 in België en Frankrijk

-opzettelijk een minderjarige, te weten zijn kind [slachtoffer] (geboren op [2023] ), terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was,

heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag (te weten de moeder van die [slachtoffer] ), immers heeft verdachte die minderjarige opzettelijk zonder toestemming van de moeder overgebracht/meegenomen naar België en Frankrijk en

daarmee die minderjarige feitelijk buiten de invloedssfeer en het gezag van de moeder .

gebracht en gehouden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, met een proeftijd van drie jaren. De officier heeft daarnaast een taakstraf gevorderd voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primaif verzocht om integrale vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om een straf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De verdediging heeft tot slot nog verzocht om rekening te houden met de onrechtmatige aanhouding, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het wettig over hem gesteld gezag. Verdachte heeft zijn zoon, van destijds slechts 1,5 jaar oud, vanuit Nederland meegenomen naar België en Frankrijk terwijl Moeder daar geen

toestemming voor had gegeven. Dat wist verdachte ook, gelet op de procedure die werd gevoerd over het gezag en de eerdere uitingen van Moeder. Verdachte heeft Moeder.en de betrokken instanties vervolgens in ongewis en zorgen gelaten over de loc!ltie en gezondheid van [slachtoffer] en was niet bereikbaar. Door zo te handelen heeft verdachte het ouderlijk gezag van Moeder doorkruist. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 10 maart 2026. De reclassering acht het recidiverisico laag. Er is sprake van begeleide omgang met de kinderen, wat goed gaat en uitgebreid zou kunnen worden. Verdere inzet door de reclassering vinden zij na een eventuele veroordeling niet nodig. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de band die hij met zijn kinderen aan het opbouwen is, kunnen doorkruisen.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving en ter benadrukking van de ernst van het feit, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 67 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. De tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht, komt hierop in mindering.

De rechtbank acht het daarnaast noodzakelijk dat verdachte de ontoelaatbaarheid van zijn handelen ondervindt door het ven;ichten van een werkstraf. Daarom zal de rechtbank gelet op de ernst van de feiten een werkstraf de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, opleggen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en er eveneens sprake is van een partiële vrijspraak.

Gelet op de straf die aan verdachte zal worden opgelegd zal de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

Vormverzuimverweer

De rechtbank is van oordeel dat de aanhouding niet onrechtmatig is geweest en ziet dus geen aanleiding voor een strafvermindering.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c,.22c, 22d, 279 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt hiervoor op de volgende straffen.

• Een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek·overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 67 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

• Een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft op het tegen verdachte verleende en reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Parketnummer: 01-287832-24

[verdachte]

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.V. Vullings, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. R.J. Heuft, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. Durrnu�, griffier, en is uitgesproken op 14 april 2026. '

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.V. Vullings
  • mr. J.G. Vos
  • mr. R.J. Heuft

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?