RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/422336 / KG ZA 26-3
Vonnis in kort geding van 14 april 2026
in de zaak van
NIEUWE EINDHOVENSE OPVANG STICHTING,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: NEOS,
advocaten: mr. M. Duurtsema en mr. R.G. van Moll te Eindhoven
tegen
GEMEENTE EINDHOVEN,
zetelend te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Gemeente Eindhoven,
advocaten: mr. F.J.J. Cornelissen en mr. W. van Leeuwen te Arnhem.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 januari 2026 met 13 producties- de conclusie van antwoord van 20 maart 2026 met drie producties- de mondelinge behandeling die plaats heeft gevonden op 24 maart 2026- de pleitnota van NEOS.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op een termijn van drie weken.
2. De feiten
In september 2025 heeft de gemeente Eindhoven een Europese openbare aanbesteding gepubliceerd voor de ‘sociale en facilitaire dienstverlening Gemeentelijke Opvang Oekraïners’. Volgens het beschrijvend document (productie 8 bij dagvaarding) omvat de aan te besteden opdracht de dagelijkse begeleiding, veiligheid en het welzijn van ca. 1.500 ontheemden, verspreid over ongeveer 12 opvanglocaties en ca. 60 individuele woningen. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het bieden van een veilige, ordelijke en respectvolle leefomgeving waarin bewoners zich ondersteund en gehoord voelen. Er wordt gewerkt aan het bevorderen van samenleven binnen de opvang en in de directe omgeving, met aandacht voor sociale cohesie en verbinding met de buurt en de stad.
Binnen de aanbesteding zijn de opvanglocaties verdeeld over vier afzonderlijke percelen, Perceel A tot en met perceel D.
Tot op heden werd de opvang van Oekraïense vluchtelingen in de gemeente Eindhoven op de verschillende locaties uitgevoerd door een aantal partijen met wie de gemeente door middel van een subsidiebeschikking overeenkomsten had afgesloten voor de uitvoering van facilitaire en sociale dienstverlening. Deze beschikkingen zijn per 4 maart 2026 geëindigd en zij zijn niet meer verlengd. De dienstverlening wordt gecontinueerd door middel van de aanbesteding.
NEOS is één van de partijen die op basis van de subsidiebeschikking de opvang voor de Oekraïners verzorgde op een aantal locaties binnen de gemeente Eindhoven. De locaties waarop NEOS werkzaam is vallen in de aanbesteding onder perceel A en onder perceel D.
Perceel A bestaat uit twee opvanglocaties; [locatie 1] en [locatie 2] . Op beide locaties is NEOS de ‘zittende’ dienstverlener. Op de twee locaties zijn respectievelijk 36 en 28 plaatsen beschikbaar voor personen met een fysieke of ernstige psychische beperking en hun mantelzorgers.
In het kader van de aanbesteding heeft de gemeente Eindhoven een Programma van Eisen en het Beschrijvend Document opgesteld.
Hoofdstuk 5 van het Beschrijvend Document luidt – voor zover van belang – als volgt:
‘(…)
Kwaliteitscriteria
(…)
Uw plan van aanpak dient in ieder geval de volgende onderdelen te beschrijven:
5.2.2.1 G2.1: Visie uitvoering van de opdracht
Doelstelling:
De gemeente Eindhoven vindt dat opvang meer is dan een dak boven het hoofd, we willen dat bewoners een veilige, ordelijke en respectvolle leefomgeving hebben en zich ondersteund en gehoord voelen. Daarom beoogt de Opdrachtgever persoonsgerichte/integrale/sociale begeleiding, veiligheid en de zorg voor het welzijn van de bewoners op de opvanglocaties.
Beschrijf uw visie rondom het opvangen van Oekraïense ontheemden, hoe deze visie bijdraagt aan de doelstellingen van de Opdrachtgever en op welke wijze u de uitvoering ervan borgt.
(…)
5.2.2.2 G2.2: Verbinding en samenwerking
Doelstelling:
Opdrachtgever beoogt een sterke en effectieve samenwerking tussen alle betrokken partijen,
waaronder instanties, omwonenden en de gemeente Eindhoven. In verband daarmee verzoekt Opdrachtgever een beschrijving in te dienen waaruit blijkt in welke mate de inschrijver bijdraagt aan deze doelstellingen en op welke wijze hij de uitvoering ervan borgt. In de beschrijving van inschrijver ten aanzien van dit criterium ziet Opdrachtgever graag tenminste het volgende terug:
(…)
5.2.2.3 G2.3: Implementatieplan
Doelstelling:
Het is essentieel dat de continuïteit van alle aspecten uit de opdracht op de opvanglocaties geborgd zijn en blijven, vanaf het moment van aanvang van deze opdracht. Daarom verzoekt Opdrachtgever aan inschrijver als onderdeel van zijn inschrijving een beschrijving met bijbehorende tijdsplanning in te dienen waaruit dit blijkt.
In de beschrijving van inschrijver ten aanzien van dit criterium ziet Opdrachtgever graag tenminste het volgende terug:
Beschrijf hoe u zorgt voor een tijdige en soepele overname van de locatie(s) van de huidige partner;
Beschrijf hoe de continuïteit van diensten wordt gewaarborgd tijdens en na de overname;
Beschrijf op welke wijze bewoners en andere betrokkenen worden geïnformeerd over én betrokken bij een (mogelijke) wijziging van de uitvoerende partner;
Beschrijf hoe u omgaat met de dynamiek van de kwetsbare doelgroep die een veranderende werkwijze of benadering moeten ondergaan als gevolg van deze implementatie. Denk hierbij aan weerstand op bepaalde veranderende processen, nieuwe huisregels, nieuwe contactpersonen etc.
Beschrijf welke concrete risico’s u voorziet bij de overname van deze opdracht;
Beschrijf welke beheersmaatregelen u treft om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen;
Werk een bijbehorende tijdsplanning uit (dit mag een losse bijlage van maximaal 2 A4 zijn, lettertype Arial 10).
Beoordelingsmethode
(…)
Uw inschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze:
Concreter onderbouwd is;
Realistischer en duidelijker is;
Meer aansluit op de visie van de Opdrachtgever en de doelstelling van de aanbesteding,
Meer blijk geeft van uw bekendheid en ervaring met en intentie tot samenwerken en benutten van relevante lokale netwerken en partners in de Gemeente;
Meer blijk geeft van uw bekendheid en ervaring met de visie, werking en de doelstellingen van de Opdrachtgever.
En als deze onderscheidende (relevante), feitelijke, informatie bevat. Daaronder verstaan wij
informatie die:
SMART geformuleerd is: niet weerlegbaar/niet betwistbaar;
Verifieerbaar;
Accuraat;
Vertaald is naar de specifieke doelstellingen en uitgangspunten van deze aanbesteding.
U dient per onderdeel duidelijk aan te geven welk van de drie subgunningscriteria u beschrijft. Dit kan door middel van hoofdstukken of nummering.
(…)
Het beoordelingsteam beoordeelt elk kwaliteitscriterium middels onderstaande tabel.
Schaal
Score
Beschrijving
Uitstekend
10
De inschrijving voldoet volledig aan de gestelde criteria en inschrijver geeft een uitgebreide, heldere en op de situatie toegespitste uitleg over de wijze van uitvoering. Verder bevat de inschrijving naar het oordeel van de beoordelingscommissie daarbovenop aanzienlijke meerwaarde.
Goed
8
De inschrijving voldoet naar het oordeel van de beoordelingscommissie volledig aan de gestelde criteria en Inschrijver geeft een uitgebreide, heldere en op de situatie toegespitste uitleg over de wijze van uitvoering.
Voldoende
6
De Inschrijving voldoet aan de gestelde criteria. De uitleg had naar het oordeel van de beoordelingscommissie op onderdelen uitgebreider en/of duidelijker gekund, waardoor geen hogere score is toegekend.
Onvoldoende
4
De Inschrijving voldoet gedeeltelijk aan de gestelde criteria. Enkele punten komen naar het oordeel van de beoordelingscommissie niet of amper aan de orde.
Slecht
2
De Inschrijving voldoet niet. Het antwoord is naar het oordeel van de beoordelingscommissie onduidelijk en niet overtuigend.
Geen antwoord
0
De Inschrijver geeft geen antwoord.
NEOS heeft zich ingeschreven met een Plan van Aanpak voor de percelen A en D.
Het Plan van Aanpak voor perceel A heeft – voor wat betreft G2.3 – de volgende inhoud:
‘G 2.3: IMPLEMENTATIEPLAN
Voor dit implementatieplan benadrukken wij dat wij op perceel A al verantwoordelijk zijn voor de sociale en facilitaire dienstverlening. In tabel 6 vindt u een overzicht van de locaties van perceel A en de huidige situatie. Omdat wij al actief zijn op deze locaties, zijn veel onderdelen uit G2.3: Implementatieplan, zoals de vraag hoe een tijdige en soepele overname van bestaande locaties eruitziet, niet van toepassing. Waar relevant lichten wij onze bestaande werkwijze toe en geven we aan welke verbeteringen en aanvullingen wij doorvoeren op basis van de eisen uit de aanbestedingsdocumenten.
OVERZICHT LOCATIES EN HUIDIGE SITUATIE
Locaties
Wooncoach (FTE)
[locatie 1] , [adres 1]
Dienstverlening door Neos
[locatie 2] , [adres 2]
Dienstverlening door Neos
Aanpassing personele inzet:
Hoewel we op [locatie 1] en [locatie 2] al de sociale en facilitaire dienstverlening verzorgen, kan het aantal in te zetten wooncoaches wijzigen op basis van de inzet zoals beschreven in de aanbestedingsstukken. Wij stemmen de personele bezetting zorgvuldig af op de actuele eisen en behoeften per locatie, zodat de continuïteit en kwaliteit van dienstverlening gewaarborgd blijven. Eventuele wijzigingen in het team worden tijdig gecommuniceerd aan bewoners en betrokkenen, met extra aandacht voor begeleiding en ondersteuning tijdens de overgang.
CONTINUITEIT VAN DIENSTEN TIJDENS EN NA DE OVERNAME
De continuïteit van diensten is volledig geborgd doordat het huidige team van Neos op locatie blijft werken. Bewoners behouden hun vertrouwde aanspreekpunten en begeleiding, en alle processen lopen door zoals gebruikelijk Eventuele verbeteringen worden gefaseerd geïmplementeerd, zodat de kwaliteit en beschikbaarheid van dienstverlening gewaarborgd blijven.
INFORMEREN EN BETREKKEN VAN BEWONERS EN BETROKKENEN BIJ WIJZIGING UITVOERENDE PARTNER
Omdat er geen wijziging van uitvoerende partner plaatsvindt, is communicatie hierover niet van toepassing. Wel worden bewoners en betrokkenen actief geïnformeerd over eventuele aanpassingen of verbeteringen in de dienstverlening, bijvoorbeeld via bewonersvergaderingen, nieuwsbrieven en persoonlijke gesprekken.
(…)
OMGAAN MET DYNAMIEK EN WEERSTAND BIJ VERANDERENDE WERKWIJZE OF BENADERING
Hoewel er geen partnerwijziging is, kunnen verbeteringen of nieuwe werkwijzen tot vragen of weerstand leiden. Wij gaan hier zorgvuldig mee om door bewoners tijdig te informeren, hun zorgen en wensen te inventariseren en hen actief te betrekken bij veranderingen. Vertrouwde wooncoaches bieden persoonlijke begeleiding en ondersteuning bij de overgang naar nieuwe processen of huisregels.
CONCRETE RISICO'S BIJ DE OVERNAME VAN DEZE OPDRACHT
Omdat wij al actief zijn bij de huidige locaties van perceel A, zijn de risico's van een overname minimaal. Mogelijke risico's zijn onduidelijkheid over nieuwe werkwijzen, vragen over verbeteringen of tijdelijke onzekerheid bij bewoners.
BEHEERSMAATREGELEN OM RISICO'S TE BEPERKEN
Wij beperken deze risico's door:
- Heldere en tijdige communicatie over alle veranderingen.
- Extra bewonersoverleggen en individuele gesprekken.
- Vaste aanspreekpunten en persoonlijke begeleiding.
- Monitoring van tevredenheid en signalering van knelpunten.
(…).’
Bij twee (afzonderlijk gestuurde) brieven van 19 december 2025 (waarvan één betrekking heeft op de (voorlopige) gunningsbeslissing ten aanzien van perceel A, en één op de (voorlopige) gunningsbeslissing ten aanzien van perceel D is door de gemeente Eindhoven aan NEOS medegedeeld dat zij voornemens is de opdracht aan Springplank040 B.V. te gunnen omdat deze de economisch meest voordelige inschrijving heeft. NEOS is op de tweede plaats geëindigd.
NEOS berust in de (voorgenomen) gunning aan Springplank040 van perceel D. Ten aanzien van perceel A kan NEOS zich niet verenigen met de beslissing.
Voor perceel A heeft NEOS voor de subgunningscriteria G2.1 en G2.2 een goed gescoord. Daarbij hoort een score van respectievelijk 28 punten van maximaal 35 punten, en van 16 punten van maximaal 20 punten. NEOS heeft voor deze twee subgunningscriteria hetzelfde aantal punten gescoord als de winnende inschrijving.
Voor het subgunningscriterium G2.3 met betrekking tot perceel A is aan NEOS een voldoende toegekend waarmee zij 9 van de maximaal 15 punten heeft gescoord. Voor dit onderdeel heeft de winnende inschrijving een goed (met 12 punten) gescoord.
De gemeente Eindhoven licht de score voor subgunningscriterium G2.3 als volgt toe:
‘U heeft op dit onderdeel een voldoende (6) gescoord. Hiermee heeft u 9 punten behaald. De inschrijving voldoet aan de gestelde criteria en uw uitwerking omvat alle gevraagde onderdelen van het subgunningscriterium. Echter had de uitleg, naar oordeel van de beoordelingscommissie op onderdelen uitgebreider en/of duidelijker gekund, waardoor er geen hogere score is toegekend. U benadrukt dat u reeds verantwoordelijk bent voor de sociale en facilitaire dienstverlening op de locaties in dit perceel. Daarbij stelt u dat veel onderdelen uit dit subgunningscriterium, zoals de vraag hoe een tijdige en soepele overname van bestaande locaties eruit ziet, niet van toepassing zijn. De uitwerkingen op deze
onderdelen zijn daarom, naar oordeel van de beoordelingscommissie, onderbelicht en niet toegespitst op deze opdracht. U stelt dat u een tijdige en soepele overgang en de continuïteit van de dienstverlening borgt. Dit is naar oordeel van de beoordelingscommissie verifieerbaar en realistisch. Echter had de beoordelingscommissie op deze onderwerpen meer concreet gelezen wat uw werkwijze en aanpak is ten opzichte van de komende opdracht.
Daarnaast had de beoordelingscommissie graag meer inzicht gekregen in uw algemene kennis en ervaring met implementaties, toegespitst op deze opdracht en
uw aanpak in vergelijkbare situaties.
Positief is dat uw aanpak concreet beschrijft hoe u wijzigingen duidelijk communiceert naar de bewoners. In uw aanpak belicht u helder hoe en waarom u weerstand bij veranderende processen in relatie tot de kwetsbare doelgroep voorkomt. Dit is passend bij de doelstellingen van de aanbesteding.
Ook in de uitwerking van uw risico's en beheersmaatregelen stelt u dat u al actief bent op deze locaties en dat de risico's daardoor minimaal zijn. Dat is inderdaad begrijpelijk, maar ook dit onderdeel had naar oordeel van de beoordelingscommissie concreter gekund en meer kunnen worden toegespitst op deze opdracht. Zo beschrijft u niet wat u doet wanneer er personeel uitvalt of wanneer de communicatie niet helder wordt ontvangen door betrokkenen.
De door u toegevoegde tijdsplanning sluit, naar oordeel van de beoordelingscommissie, aan bij uw beschrijving. Echter had deze uitgebreider gekund. Indien uw uitwerking op dit onderdeel meer concrete toelichting had gegeven over uw aanpak voor de nieuwe situatie en de voorgenomen verbeteringen had onderbouwd dan was uw inschrijving hoger beoordeeld.
(…)’.
3. Het geschil
NEOS vordert - samengevat -:
I. De gemeente te gebieden binnen 2 kalenderdagen na de datum van dit vonnis de voorlopige gunningsbeslissing d.d. 19 december 2025 voor wat betreft perceel A in te trekken en ingetrokken te houden (en het de gemeente aldus te verbieden om gevolg te geven aan het voornemen de opdracht voor perceel A te gunnen aan Springplank 040 B.V.);
II. De gemeente te gebieden — indien zij nog steeds tot gunning van de opdracht (m.b.t. perceel A) wenst over te gaan – die opdracht aan NEOS te gunnen dan wel (subsidiair) de gemeente te gebieden de inschrijving van NEOS voor wat betreft subgunningscriterium G2.3 met inachtneming van dit vonnis te herbeoordelen al dan niet nadat NEOS de gelegenheid is geboden binnen een in goede justitie te bepalen termijn haar Plan van Aanpak op dit onderdeel (criterium) aan te vullen waarna door de gemeente een nieuwe gunningsbeslissing wordt genomen;
III. Bovenstaande veroordelingen uit te spreken op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat de gemeente Eindhoven na betekening van het vonnis in gebreke blijft bij de naleving van dit vonnis;
IV. De gemeente Eindhoven te veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis.
NEOS legt aan de vorderingen – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag.
De inschrijving van NEOS op het onderdeel G2.3 is ten onrechte slechts als voldoende beoordeeld. De gemeente Eindhoven heeft ten aanzien van dit onderdeel gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Het oordeel van de beoordelingscommissie dat de uitleg van NEOS op dit onderdeel uitgebreider en/of duidelijker had gekund is onbegrijpelijk.
Omdat perceel A de locaties omvat die NEOS al onder haar hoede had, is NEOS in haar plan van aanpak niet uitgebreid in gegaan op de aspecten die de inschrijver volgens het Beschrijvend Document bij subgunningscriterium G2.3 moest benoemen. Veel onderdelen uit G2.3 zijn niet op NEOS van toepassing omdat er, in het geval perceel A aan NEOS gegund zou worden, geen sprake is van veranderingen voor de bewoners aangezien de opvang op deze locaties immers al wordt verzorgd door NEOS. NEOS hoefde redelijkerwijs ook niet te begrijpen dat het subgunningscriterium zag op formele veranderingen die verband houden met het feit dat de dienstverlening vanaf 5 maart 2026 zou zijn gegrond op een overheidsopdracht.
Indien de gemeente Eindhoven een uitgebreider implementatieplan van NEOS had verwacht had de gemeente dit uit oogpunt van zorgvuldigheid aan NEOS kenbaar moeten maken en had zij NEOS in de gelegenheid moeten stellen om haar inschrijving aan te vullen.
De beoordelingscommissie heeft de inschrijving van NEOS op onderdeel G2.3. ten onrechte slechts als voldoende beoordeeld.
De gemeente Eindhoven had bij de beoordeling van subgunningscriterium G2.3 rekening moeten houden met het feit dat NEOS de zittende partij was, en dat een deel van de aspecten van dat criterium (de aspecten die zagen op een overname van de locaties) dus niet op haar van toepassing waren. Hierdoor is NEOS benadeeld ten opzichte van andere inschrijvers.
NEOS stelt tot slot dat het oordeel in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat de gemeente Eindhoven niet van NEOS kan verwachten dat zij als jarenlang zittende partij in gaat op een situatie die niet aan de orde is.
Gemeente Eindhoven voert verweer. Gemeente Eindhoven concludeert tot afwijzing van de vorderingen van NEOS, met veroordeling van Nieuwe Eindhovense Opvang Stichting in de (na)kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na de datum van dit vonnis.
De gemeente Eindhoven heeft – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
In het Beschrijvend Document is vooraf op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze aan potentiële inschrijvers kenbaar gemaakt welke aspecten inschrijvers in ieder geval moesten behandelen in hun implementatieplan voor subgunningscriterium G2.3.
Omdat de werkzaamheden die NEOS (tot op heden) uitvoert gefinancierd zijn met door de gemeente verstrekte subsidie, gelden er voor de uitvoering van die werkzaamheden minder eisen en voorwaarden dan die er zullen gelden voor dezelfde werkzaamheden in het kader van de aanbesteding. Dit blijkt onder meer uit het in de aanbestedingsstukken opgenomen Programma van Eisen (productie 7 van NEOS), dat 97 verschillende eisen bevat. Ook de ‘zittende partij’ zal (dus) moeten implementeren. Het Beschrijvend Document biedt geen enkel aanknopingspunt voor de veronderstelling (van NEOS) dat zij als zittende partij kon leunen op de eerder (door haar) uitgevoerde werkzaamheden die werden bekostigd via een subsidie.
Volgens de gemeente miskent NEOS dat zij veel meer dan zij heeft gedaan haar implementatieplan (gunningscriterium G2.3) met betrekking tot perceel A had kunnen beschrijven. Zo had NEOS kunnen beschrijven hoe zij omgaat met de dynamiek van de kwetsbare doelgroep die een veranderende werkwijze of benadering moet ondergaan als gevolg van de nieuwe opdracht.
Bij de mondelinge behandeling heeft de gemeente Eindhoven in dit kader en in verband met haar verwijzing naar het Programma van Eisen nog toegevoegd dat NEOS in het implementatieplan voor perceel A bijvoorbeeld in had kunnen gaan op eventuele veranderingen in de personele bezetting, over het bekend maken aan de bewoners van een in verband met het Programma van Eisen in te richten klachtenprocedure, of van de procedure die moet worden gevolgd bij conflicten tussen bewoners.
De gemeente Eindhoven heeft tot slot betoogd dat zowel de beoordeling van de inschrijving door de beoordelingscommissie als haar gunningsbeslissing voldoende gemotiveerd is.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
In dit geschil staat centraal het besluit van de gemeente Eindhoven tot voorlopige gunning van de opdracht tot het verlenen ten behoeve van Oekraïense vluchtelingen van facilitaire- en sociale dienstverlening op de twee onder perceel A vallende opvanglocaties.
Volgens NEOS heeft de gemeente Eindhoven in strijd gehandeld met verschillende aanbestedingsrechtelijke beginselen. De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende.
transparantiebeginsel
Voor zover NEOS met de stelling dat zij de aanbestedingsstukken niet aldus had hoeven te begrijpen dat zij bij subgunningscriterium G2.3 in had moeten gaan op veranderingen in bredere zin dan alleen op (een eventuele) verandering van de uitvoerende partij, heeft willen betogen dat de aanbestedingsstukken op dit punt voor haar als “de zittende partij” onduidelijk waren, geldt allereerst dat het dan op haar weg had gelegen tijdens de aanbestedingsprocedure vragen over dit subgunningscriterium te stellen, wat zij heeft nagelaten. Daartoe bestond extra aanleiding nu zij - zo blijkt uit het hiervoor onder 2.6 aangehaalde citaat uit haar Plan van Aanpak - van mening was dat veel onderdelen uit G2.3: Implementatieplan op haar niet van toepassing waren omdat NEOS al actief is - op deze locaties. NEOS had zich moeten realiseren dat het voor haar niet van toepassing achten van onderdelen uit dit subgunningscriterium gevolgen zou kunnen hebben voor de uiteindelijke puntentoekenning.
NEOS heeft – mede in aanmerking genomen het door de gemeente Eindhoven gevoerde verweer – daarnaast onvoldoende onderbouwd waarom subgunningscriterium G2.3 niet kan worden uitgelegd op de wijze zoals de gemeente Eindhoven dit uitlegt.
Uit het Beschrijvend Document in combinatie met het Programma van Eisen moet de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben kunnen begrijpen dat het – ook in het geval de inschrijver de opvang reeds verzorgde op de locaties – van belang was bij subgunningscriterium G2.3 in te gaan op tenminste de in het Beschrijvend Document bij dit criterium genoemde punten.
Dat de beoordelingscommissie vervolgens heeft vastgesteld dat NEOS dit niet in voldoende mate heeft gedaan is niet onbegrijpelijk.
Beoordeling subgunningscriterium G2.3
Het andere bezwaar van NEOS komt er – kort samengevat – op neer dat haar inschrijving voor Perceel A bij gunningscriterium G2.3 concreet en goed gemotiveerd is en dat de beoordeling daarom ‘goed’ of ‘uitstekend’ had moeten zijn, en niet slechts ‘voldoende’.
De voorzieningenrechter stelt in dit kader voorop dat in de jurisprudentie breed gedragen wordt dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om inschrijvingen te beoordelen en te waarderen. De aanbestedende dienst komt daarbij een ruime vrijheid toe, ook omdat de door haar aangewezen beoordelaars geacht mogen worden juist te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Enige mate van subjectiviteit is daarbij onvermijdelijk.
De voorzieningenrechter dient zich in dat verband terughoudend op te stellen. Hij mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar kan slechts marginaal toetsen of de door de beoordelaars uitgevoerde beoordeling – score en motivering daarvan – voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is dus niet aan de voorzieningenrechter om zelf kwalificaties als ‘goed’ of ‘uitstekend’ aan onderdelen van een inschrijving te hechten. Slechts indien sprake is van procedurele of inhoudelijke onjuistheden, of onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de voorlopige gunningsbeslissing niet deugt, in die zin dat de aanbestedende dienst in redelijkheid niet het toegekende puntenaantal had kunnen toekennen, kan er plaats zijn voor ingrijpen door de voorzieningenrechter.
De beoordelingscommissie heeft in haar motivatie bij G2.3 aangegeven dat zij, omdat NEOS heeft aangegeven dat de uitleg op onderdelen uitgebreider en/of duidelijker had gekund. De uitwerkingen op onderdelen uit het subgunningscriterium waarvan NEOS stelt dat deze niet op haar van toepassing zijn, zijn (om die reden) onderbelicht en niet toegespitst op de opdracht. De beoordelingscommissie stelt verder dat zij meer concreet had willen lezen wat de werkwijze en aanpak van NEOS is ten opzichte van de komende opdracht. Voorts miste de beoordelingscommissie voldoende inzicht in de algemene kennis en ervaring van NEOS met implementaties, toegespitst op de opdracht en de aanpak van NEOS in vergelijkbare situaties.
NEOS heeft (zelf) aangegeven dat zij in haar Plan van Aanpak (bij perceel A, onderdeel G2.3) niet uitgebreid is ingegaan op de aspecten die in het Beschrijvend Document bij subgunningscriterium G2.3 zijn genoemd. Voorts stelt zij in haar Plan van Aanpak dat ten aanzien van perceel A veel onderdelen uit G2.3 niet op haar van toepassing zijn, omdat NEOS al actief is op de locaties.
Blijkens de scoretabel in het Beschrijvend Document werd aan een inschrijving die volledig voldoet aan de gestelde criteria en waarin door de inschrijver een uitgebreide, heldere en op de situatie toegespitste uitleg over de wijze van uitvoering werd gegeven, een score van ‘goed’/8 punten toegekend (vgl. bovenstaande overweging 2.5).
De reden waarom aan NEOS de score ‘voldoende’ is toegekend is naar het oordeel van de voorzieningenrechter genoegzaam gemotiveerd en is gelet op de in het Beschrijvend Document weergegeven scoretabel ook niet onbegrijpelijk.
gelijkheidsbeginsel
Waar NEOS betoogt dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld om haar inschrijving aan te vullen en dat de gemeente Eindhoven (ten onrechte) geen rekening gehouden heeft met het feit dat NEOS ‘zittende’ partij was, kan dit betoog NEOS niet baten omdat honorering ervan juist zou leiden tot handelen in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat jegens alle inschrijvers in acht moet worden genomen.
conclusie
Bovenstaande overwegingen leiden tot de conclusie dat NEOS niet aannemelijk heeft gemaakt dat de voorgenomen gunningsbeslissing en/of de daaraan ten grondslag liggende beoordeling van de inschrijving in strijd is met (één van) de beginselen van het aanbestedingsrecht. De vorderingen van NEOS dienen daarom te worden afgewezen.
NEOS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Gemeente Eindhoven worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.766,00
Totaal
€
2.501,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Voor veroordeling in de nakosten zoals door de gemeente Eindhoven verzocht bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van NEOS af,
veroordeelt NEOS in de proceskosten van € 2.501,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. Zuidema en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.