ECLI:NL:RBOBR:2026:2426

ECLI:NL:RBOBR:2026:2426

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 01.190094.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer een halve kilo metamfetamine met een aanzienlijke waarde, het voorhanden hebben van een stroomstootwapen en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, te weten: een Cobra 6. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van een openlijke geweldpleging. Verdachte heeft na het uitgaan twee mannen geduwd, onderuit geschopt en geslagen. Door het handelen van verdachte hebben zij letsel opgelopen. Bovendien heeft verdachte gehandeld met discriminatoir oogmerk. Gelet op de geschetste persoonlijke omstandigheden legt de rechtbank aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf op. De rechtbank vindt een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 65 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport passend. Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 160 uur. De rechtbank legt een hogere werkstraf op dan de door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezenverklaarde absoluut onvoldoende tot uitdrukking brengt.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 01.190094.25 en 01.230022.25 (ter terechtzitting gevoegd) Parketnummer vordering: 01.242108.23

Datum uitspraak: 17 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte 1] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

postadres: [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 2 maart 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. 01.190094.25

Feit 1:

hij op of omstreeks 21 juni 2025 te Eindhoven, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 500 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2:

hij op of omstreeks 21 juni 2025 te Eindhoven, althans in Nederland een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen,

zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;

Feit 3:

hij, op of omstreeks 21 juni 2025, te Eindhoven, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, professioneel vuuwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- één cobra 6 (knalvuurwerk),

althans een stuk professioneel vuurwerk, voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen in een woning;

T.a.v. 01.230022.25

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 31 augustus 2025 te Eindhoven op/aan/ter hoogte van de [adres 2] , in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- het volgen van die [slachtoffers] ,

- het (langdurig) filmen in het gezicht en/of de persoonlijke ruimte van die [slachtoffers] ,

- het stellen van intimiderende/ vernederende/ kwetsende vragen aan die [slachtoffers] en/of het maken van intimiderende/ vernederende/ kwetsende opmerkingen tegen die [slachtoffers] , te weten

• "Wie geeft en wie neemt",

• "Eej homo. Bende gij homo, kale",

• "O het is een man, ik dacht een wijfke",

• "Brother don’t try, wollah don’t try",

• "Dont’t try brother, don’t try",

• "Wat denk hij wel, frikandel",

• "Frinkandel eerste klas",

• "You're gay",

• "No you fuck each other",

• "They fuck each other",

• "You fuck him or he fuck you?"

• "No you gay, you said you gay"

• "You fucking gay",

• "Op mijn moeder. What you wanna try brother" en/of

• "Yeah, what you wanna try",

althans vragen/ opmerkingen van gelijke intimiderende/ vernederende/ kwetsende aard en/of strekking,

- het duwen van die [slachtoffer 2] naar de grond,

- het onderuit schoppen/ trappen van die [slachtoffer 1] en/of

- het slaan/ stompen van die [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd,

terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had,

terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten;

Feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 31 augustus 2025 te Eindhoven [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld, door - die [slachtoffers] te volgen, - (langdurig) in het gezicht en/of de persoonlijke ruimte van die [slachtoffers] te filmen, - intimiderende/ vernederende/ kwetsende vragen te stellen aan die [slachtoffers] en/of intimiderende/ vernederende/ kwetsende opmerkingen tegen die [slachtoffers] te maken, te weten • "Wie geeft en wie neemt", • "Eej homo. Bende gij homo, kale", • "O het is een man, ik dacht een wijfke", • "Brother don’t try, wollah don’t try", • "Dont’t try brother, don’t try", • "Wat denk hij wel, frikandel", • "Frinkandel eerste klas", • "You're gay", • "No you fuck each other", • "They fuck each other", • "You fuck him or he fuck you?" • "No you gay, you said you gay" • "You fucking gay", • "Op mijn moeder. What you wanna try brother" en/of • "Yeah, what you wanna try", althans vragen/ opmerkingen van gelijke intimiderende/ vernederende/ kwetsende aard en/of strekking, - die [slachtoffer 2] naar de grond te duwen, - die [slachtoffer 1] onderuit te schoppen/ trappen en/of - die [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd te slaan/ stompen, terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en/of bestond uit, werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door een of meer gedragingen die haat tegen en/of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst en/of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid en/of hun handicap tot uitdrukking brachten;

Feit 2:

hij op of omstreeks 31 augustus 2025 te Eindhoven opzettelijk een ambtenaar/ambtenaren, te weten [politieagent 1] (brigadier bij de eenheid Oost-Brabant) en/of [politieagent 2] (hoofdagent bij de eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,

in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn vieze kanker zemmers", "Kankerlijers", "Hoerenzonen" en/of "Kankermongolen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.242108.23 is aangebracht bij vordering van 16 juli 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de kinderrechter van de Rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2023. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Inleiding.

De zaak met parketnummer: 01.190094.25

Naar aanleiding van een verdachte situatie op 20 juni 2025 in Eindhoven werd [betrokkene] als verdachte gehoord. [betrokkene] heeft verklaard dat er verschillende wapens en drugs zouden liggen in de woning waar verdachte destijds verbleef. Hierop werd besloten om de woning aan de [adres 3] te Eindhoven, waar verdachte verbleef, ter inbeslagneming te betreden.

Verdachte wordt verweten dat hij op 20 juni 2025 ongeveer 500 gram metamfetamine (feit 1), een stroomstootwapen (feit 2) en één Cobra 6 (feit 3) voorhanden heeft gehad.

De zaak met parketnummer 01.230022.25

Op 31 augustus 2025 werd door een verbalisant gezien dat er tumult is ontstaan waar vijf personen bij betrokken zijn. Wanneer de verbalisant ter plaatste komt, rennen drie personen weg. Een van de mannen verklaart dat de drie mannen die wegrenden hem en zijn vriend mishandeld hebben.

Verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt openlijke geweldpleging, waarbij het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. Dit feit zou zijn gepleegd met een discriminatoir oogmerk (feit 1 primair). Onder dit feit is subsidiair mishandeling met een discriminatoir oogmerk ten laste gelegd (feit 1 subsidiair). Daarnaast zou verdachte politieambtenaren hebben beledigd (feit 2).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht op grond van de inhoud van het procesdossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten onder het parketnummer 01.190094.25.

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 01.230022.25 acht de officier van justitie het onder feit 1 primair ten laste gelegde en feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich, met betrekking tot alle feiten zoals deze ten laste zijn gelegd onder parketnummer 01.190094.25 en het onder 2 ten laste gelegde feit onder parketnummer 01.230022.25, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit onder 01.230022.25, nu niet kan worden vastgesteld hoe het slachtoffer aan zijn letsel is gekomen en wat de rol van verdachte is geweest.

Het oordeel van de rechtbank.

01.230022.25

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis zijn de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen uitgewerkt in de aan dit vonnis gehechte bewijsmiddelenbijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

01.190094.25.

Verdachte heeft de drie ten laste gelegde feiten bekend en nadien is geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3:

· de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026;

· het proces-verbaal van bevindingen, p. 34.

Ten aanzien van feit 1:

 het proces-verbaal van bevindingen, p. 50-51;

· het proces-verbaal van bevindingen, p. 57;

· het NFI-rapport d.d. 8 juli 2025, p. 63;

· het NFI-rapport d.d. 8 juli 2025, p. 64.

Ten aanzien van feit 2:

· het proces-verbaal van bevindingen, p. 37;

· het proces-verbaal van bevindingen, p. 48.

Ten aanzien van feit 3,

· het proces-verbaal van bevindingen, p. 70.

01.230022.25 feit 1.

Uit de bewijsmiddelen volgen de volgende feiten en omstandigheden.

In de nacht van 30 op 31 augustus 2025 liepen aangevers [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), na een uitgaansavond, naar huis. [pleegplaats 1] in Eindhoven merkten zij dat er drie jongens achter hen liepen. Op het moment dat [slachtoffer 1] omkijkt, ziet hij dat deze jongens hen aan het filmen waren. Hij hoort dat de jongens meermalen vroegen of zij homo waren. Hierop wordt bevestigend geantwoord door [slachtoffer 1] . De drie jongens bleven achter beide aangevers aanlopen en verschillende opmerkingen maken over hun seksuele geaardheid.

In de [pleegplaats 2] wordt [slachtoffer 2] naar de grond geduwd door de jongen met een witte huidskleur, donker krullend haar en donkere kleding. Door de duw viel [slachtoffer 2] met zijn hoofd op de grond. Op het moment dat [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] hielp met opstaan, voelde hij dat hij tegen zijn benen werd getrapt en hierdoor op de grond viel. Hierna voelde hij een harde klap tegen zijn hoofd. Door de klap viel hij opnieuw op de grond.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt openlijke geweldpleging.

De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, als de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Volgens de rechtbank staat niet ter discussie dat verdachte deel uitmaakte van de groep van drie personen die achter de aangevers aanliep. Verdachte heeft verklaard dat hij samen met twee andere jongens naar huis liep. Onderweg kwamen zij twee mannen tegen, die zij vervolgens in een dronken bui zijn gaan lastigvallen.

Wat gezien het standpunt van de verdediging wel ter discussie staat is of geweld gepleegd is tegen [slachtoffers] en zo ja, of verdachte hierin een rol heeft gespeeld.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat geweld tegen [slachtoffers] is gebruikt en dat verdachte degene uit de groep is geweest die het geweld heeft toegepast. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

Beide aangevers hebben verklaard te zijn geduwd, geslagen en/of geschopt en hebben ook letsel naar aanleiding van dit geweld. Op de camerabeelden is te zien dat drie jongens de twee aangevers blijven volgen en blijven filmen. Zij komen op een gegeven moment zo dichtbij met de telefoon dat de camera vrijwel tegen het gezicht van [slachtoffer 1] zit. Op de vraag en het armgebaar van [slachtoffer 1] om te stoppen met filmen, wordt door een van de drie jongens gereageerd met: "brother don’t try, wollah don’t try" en "dont’t try brother, don’t try". Op de camerabeelden is ook te horen dat er door de drie jongens intimiderende, kwetsende en vernederende opmerkingen worden gemaakt. Te horen is dat er opmerkingen worden gemaakt zoals: "o het is een man, ik dacht een wijfke", “you're gay", "no you fuck each other" en "you fuck him or he fuck you?".

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat deze drie jongens verdachte, medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) zijn.

Daarnaast is op de camerabeelden te zien dat de twee aangevers op handen en knieën midden op de weg zitten. Verdachte, die bij het uitkijken van de beelden wordt herkend door de verbalisant, pakt een zonnebril van de grond en rent weg. Terwijl verdachte dat doet, houdt [slachtoffer 1] zijn linkerarm omhoog in een afwerende beweging in de richting van verdachte.

[medeverdachte 2] is ook gehoord door de politie. Na het tonen van de beelden waarop te zien is dat aangevers op de grond zitten en verdachte achter hen een zonnebril opraapt, heeft [medeverdachte 2] verklaard dat een van de jongens met wie hij was “hun klappen heeft gegeven”.

Verdachte is de enige van de drie jongens die voldoet aan het opgegeven signalement van [slachtoffer 1] . Bovendien heeft [slachtoffer 1] nadat de politie met verdachte aankwam lopen gezegd dat dit de persoon is die hem onderuit had geschopt en geslagen had.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte degene is geweest die geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffers] . Hij heeft een wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld geleverd.

De rechtbank merkt voor de volledigheid op dat [medeverdachten] door achter de aangevers aan te lopen, hen te filmen, heel dicht bij de aangevers te staan en kwetsende en intimiderende uitlatingen tegen hen te doen, ook een voldoende significante bijdrage aan de openlijke geweldpleging hebben geleverd.

Verdachte heeft zich dus samen met [medeverdachten] schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld.

Zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] hebben door de gedragingen van verdachte enig lichamelijk letsel opgelopen. [slachtoffer 1] had een wond op het hoofd en schaafwonden op zijn knie en enkel. [slachtoffer 2] had een bult op zijn hoofd.

De vraag die gelet op de tenlastelegging vervolgens moet worden beantwoord, is of deze openlijke geweldpleging werd begaan met een discriminatoir oogmerk. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte geeft aan dat hij in een dronken bui was en zich vervelend heeft gedragen tegenover de twee aangevers. Verdachte weet niet meer waarom hij dat deed. Verdachte ontkent dat er sprake is van een discriminatoir karakter.

De aangevers verklaren dat zij, zonder aanleiding, door verdachte en zijn vrienden werden aangesproken waarbij hen verschillende vragen werden gesteld en opmerkingen werden gemaakt over hun seksuele geaardheid en werden gefilmd. Zodra de politie ter plaatse komt, geeft [slachtoffer 1] direct aan dat hij en [slachtoffer 2] mishandeld zijn en dat hen, door de drie jongens, meermalen vragen werden gesteld over hun seksuele geaardheid. Dit vertelt hij niet alleen direct na het incident, maar herhaalt hij bij zijn aangifte. Deze verklaring wordt ondersteund door de camerabeelden die zich in het dossier bevinden. Op deze beelden is te zien en te horen dat verdachte en de medeverdachten meermalen kwetsende en vernederende vragen stellen en opmerkingen maken over de geaardheid van de aangevers.

Dat het verdachte niet te doen was om de geaardheid van de aangevers, gelooft de rechtbank niet. Het geweldsincident vangt namelijk aan met het hinderlijke gedrag en de opdringerige vragen van verdachte en de medeverdachten. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de aanleiding van het geweld gerelateerd is aan het feit dat de aangevers homoseksueel zijn. Het geweld van verdachte dat volgde naar aanleiding van onder andere “Eej homo. Bende gij homo, kale” en “No you gay, you said you gay”, kan hier niet los van worden gezien. Aangevers werden gericht aangesproken en aangepakt, enkel en alleen om het feit dat zij homoseksueel zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat verdachte heeft beseft dat het noodzakelijk gevolg van zijn handelen is dat haat tegen homoseksuelen door hem en zijn medeverdachten tot uitdrukking wordt gebracht. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is van openlijke geweldpleging met een discriminatoir oogmerk.

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

01.230022.25 feit 2

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen die in de bewijsbijlage zijn weergegeven.

De bewezenverklaring.

terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had en terwijl dit strafbare feit werd begaan met een discriminatoir oogmerk en vergezeld van gedragingen die haat tegen en discriminatie van een groep mensen wegens hun seksuele gerichtheid tot uitdrukking brachten;

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelenoverzicht, komt de rechtbank tot het oordeel dat ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen is dat:

01.190094.25 feit 1:

hij op 21 juni 2025 te Eindhoven, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 500 gram, metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

01.190094.25 feit 2:

hij op 21 juni 2025 te Eindhoven, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

01.190094.25 feit 3:

hij op 21 juni 2025 te Eindhoven, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: één cobra 6 (knalvuurwerk), voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen in een woning;

01.230022.25 feit 1 primair:

hij op 31 augustus 2025 te Eindhoven op de Hoogstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffers] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- het volgen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] ,

- het langdurig filmen in het gezicht en de persoonlijke ruimte van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] ,

- het stellen van intimiderende, vernederende en kwetsende vragen aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en het maken van intimiderende, vernederende en kwetsende opmerkingen tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] , te weten

• "Wie geeft en wie neemt",

• "Eej homo. Bende gij homo, kale",

• "O het is een man, ik dacht een wijfke",

• "Brother don’t try, wollah don’t try",

• "Dont’t try brother, don’t try",

• "Wat denk hij wel, frikandel",

• "Frikandel eerste klas",

• "You're gay",

• "No you fuck each other",

• "They fuck each other",

• "You fuck him or he fuck you?"

• "No you gay, you said you gay"

• "You fucking gay",

• "Op mijn moeder. What you wanna try brother" en

• "Yeah, what you wanna try",

- het duwen van die [slachtoffer 2] naar de grond,

- het onderuit schoppen van die [slachtoffer 1] en

- het slaan van die [slachtoffer 1] tegen het hoofd,

01.230022.25 feit 2:

hij op 31 augustus 2025 te Eindhoven opzettelijk ambtenaren, te weten [politieagent 1] (brigadier bij de eenheid Oost-Brabant) en [politieagent 2] (hoofdagent bij de eenheid Oost-Brabant), gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Jullie zijn vieze kanker zemmers", "Kankerlijers", "Hoerenzonen" en "Kankermongolen".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 125 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 maart 2026. Daarnaast heeft zij gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 60 uren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft gevraagd te volstaan met het opleggen van een werkstraf. Gelet op de bepleitte vrijspraak voor de openlijke geweldpleging, gaat het opleggen van een voorwaardelijke jeugddetentie te ver. De rechtbank dient daarbij ook rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer een halve kilo metamfetamine met een aanzienlijke waarde, het voorhanden hebben van een stroomstootwapen en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, te weten: een Cobra 6. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van een openlijke geweldpleging. Verdachte heeft na het uitgaan twee mannen geduwd, onderuit geschopt en geslagen. Door het handelen van verdachte hebben zij letsel opgelopen. Bovendien heeft verdachte gehandeld met discriminatoir oogmerk. Uit de schriftelijke slachtofferverklaringen en de toelichting bij hun vorderingen tot betaling van schadevergoeding blijkt dat zij hiervan nog steeds veel last hebben. Na de openlijke geweldpleging heeft hij twee verbalisanten beledigd.

Strafverzwarende omstandigheden.

Hiervoor heeft de rechtbank bewezen verklaard dat verdachte heeft gehandeld met een discriminatoir oogmerk. Op grond van artikel 44bis van het Wetboek van Strafrecht kan de op de openlijke geweldpleging gestelde gevangenisstraf met een derde worden verhoogd. De rechtbank zal het discriminatoire oogmerk in deze zaak in strafverzwarende zin meewegen. Het plegen van geweld tegen anderen vanwege hun seksuele geaardheid – kortom het wezen van een persoon – is namelijk uiterst verwerpelijk. In Nederland moet iedereen, ongeacht zijn seksuele geaardheid, zich veilig kunnen voelen. Het leven voor de slachtoffers is door dit geweldsincident voor altijd veranderd. Delicten als de onderhavige leiden ook in zijn algemeenheid tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving en kunnen leiden tot woede en verontwaardiging onder burgers. De rechtbank rekent dit verdachte zeer aan.

Tot slot heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van verdachte. Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 februari 2026 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het overtreden van de Wet Wapens en Munitie en de belediging van een ambtenaar in functie. Er is dan ook sprake van recidive. De rechtbank zal hier rekening mee houden.

Daarnaast houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis en in een proeftijd liep toen hij het openlijk geweld pleegde.

Persoonlijke omstandigheden.

Uit de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 maart 2026, die over verdachte is opgemaakt, blijkt het volgende:

“Er worden vanuit het onderzoek veel risicofactoren geconstateerd die de kans op herhaling vergroten. [verdachte 1] neemt slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Hij geeft weinig openheid waardoor het voor de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) lastig is gebleken om daadwerkelijk zicht te krijgen op wat er precies is gebeurd. (…) Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat [verdachte 1] moeite lijkt te hebben met het overzien van de gevolgen van zijn handelen. Zijn gedrag kenmerkt zich door impulsiviteit en het maken van keuzes zonder de mogelijke consequenties voldoende te weten. Dit is een risicofactor. [verdachte 1] lijkt moeite te hebben met het accepteren van autoriteit en grenzen, wat in het verleden tot spanningen met bijvoorbeeld zijn moeder heeft geleid. Ook worden er risicofactoren gezien in zijn omgang met antisociale contacten, middelengebruik en kenmerken die passend zijn bij ADHD die mogelijk bijdragen aan impulsief handelen en beperkt probleeminzicht.

Hoewel het stellen van duidelijke grenzen noodzakelijk lijkt, ontstaat het beeld dat [verdachte 1] vooralsnog beperkt leert van opgelegde consequenties. Hierdoor blijft het risico aanwezig dat hij opnieuw met politie in aanraking zal komen. Tegelijkertijd ontstaat wel de indruk dat [verdachte 1] de wens heeft om zijn toekomst anders vorm te geven. Het lijkt hem echter te ontbreken aan positieve voorbeelden, structuur en vaardigheden om hier zelfstandig invulling aan te geven. Zonder vorm van toezicht of begeleiding blijft het risico bestaan dat hij terugvalt in strafbaar gedrag.

(…) Gelet op het ingeschatte hoge recidiverisico vindt de RvdK het belangrijk dat een straf en/of maatregel wordt opgelegd die zowel begrenzend is als ruimte biedt voor begeleiding. Hoewel de forse voorgeschiedenis aan feiten en wellicht de huidige feiten zich lenen voor een jeugddetentie, wordt een jeugddetentie niet passend geacht. [verdachte 1] geeft aan dat hij de tijd in detentie niet als belastend heeft ervaren en zou het niet erg vinden als hij nog een tijdje terug zou moeten gaan. De RvdK is van mening dat een periode in jeugddetentie negatieve gevolgen heeft voor de aanwezige beschermende factoren zoals zijn werk en woonplek. Wanneer [verdachte 1] vast komt te zitten is de kans groot dat hij zijn baan verliest en wanneer deze periode in detentie voor een langere periode is bestaat ook de kans dat hij zijn huidige woonplek kwijtraakt. De RvdK vindt een deels voorwaardelijke werkstraf meer passend en schat in dat [verdachte 1] een werkstraf waarschijnlijk meer belastend zal vinden dan een jeugddetentie. Door een onvoorwaardelijk deel op te leggen kan [verdachte 1] op een concrete manier de consequentie van zijn gedrag ervaren. [verdachte 1] heeft laten zien dat hij een baan kan behouden en er worden dan ook geen contra indicaties gezien waardoor hij geen werkstraf zou kunnen uitvoeren. De RvdK vindt het belangrijk en zelfs hoognodig dat de begeleiding vanuit de jeugdreclassering blijft doorlopen. De jeugdreclasseerder kan zich richten op het behouden en versterken van beschermende factoren, met name het behoud van de woonplek en werk. Tevens kan de jeugdreclassering [verdachte 1] ondersteunen bij het verkennen en vormgeven van eventuele hulpvragen in de toekomst, zodat hij meer handvatten krijgt om op een andere wijze met situaties en keuzes om te gaan.”

De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming deels over. Dit geldt in ieder geval voor het advies om een voorwaardelijke straf én onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. De rechtbank acht anders dan de Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd een geheel voorwaardelijke jeugddetentie, naast een onvoorwaardelijke werkstraf, passend.

De op te leggen straf.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting aansluiting gezocht bij de uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven en heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor minderjarigen. Bij een openlijke geweldpleging met letsel, geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke taakstraf vanaf 40 uren of een overeenkomstige jeugddetentie. Voor een belediging van een ambtenaar in functie geldt als uitgangspunt een taakstraf van 25 uur. Op het aanwezig hebben van vrijwel een halve kilo harddrugs staat een taakstraf van minimaal 120 uren. Voor de overige strafbare feiten zijn geen LOVS-oriëntatiepunten beschikbaar. Voor die feiten heeft de rechtbank acht geslagen op soortgelijke zaken.

Gelet op de veelheid van feiten, zelfs begaan in de proeftijd en deels tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis zou in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie gerechtvaardigd zijn. Echter, gelet op de hiervoor geschetste persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf opleggen. De rechtbank vindt een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 65 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport van 19 maart 2026 passend. Verdachte heeft op deze manier een stok achter de deur om geen strafbare feiten te plegen en hij krijgt de hulp en begeleiding die hij zo hard nodig heeft. Het is aan verdachte om deze kans te pakken.

Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 160 uur. De rechtbank legt een hogere werkstraf op dan de door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezenverklaarde absoluut onvoldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partijen [slachtoffers] .

Beide benadeelde partijen vorderen een schadevergoeding van € 6.000,-- bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, de kosten van de tenuitvoerlegging, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit onder parketnummer 01.230022.25.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd tot een bedrag van € 2.500,-- met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in verband met de bepleitte vrijspraak.

Subsidiair heeft hij aanzienlijke matiging bepleit. De medeverdachten zijn veroordeeld tot het betalen van € 400,--. Er is sprake van rechtsongelijkheid als verdachte een hoger bedrag moet betalen.

Beoordeling.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het tenlastegelegde feit 1 primair (parketnummer 01.230022.25) heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [slachtoffers] en dat hij verplicht is om de schade die daardoor is geleden te vergoeden.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank dat het aannemelijk is dat beide slachtoffers schade hebben ondervonden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Er is geweld gepleegd tegen beide slachtoffers, hetgeen een ernstige impact op hen heeft gehad.

De rechtbank acht een immateriële schadevergoeding van € 2.500,-- voor elk van de slachtoffers billijk. Een matiging zoals door de raadsman voorgesteld acht de rechtbank niet op zijn plaats. Verdachte is degene die daadwerkelijk het geweld heeft gepleegd. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal de toegewezen schadevergoedingen van € 2.500,-- vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (31 augustus 2025) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, omdat de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor is vermeld. Omdat verdachte minderjarig was toen hij dit feit pleegde, bepaalt de rechtbank het aantal dagen gijzeling op 0.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt de verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.242108.23.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich gedurende de proeftijd aan een meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van verdachte, ziet de rechtbank aanleiding om in plaats van de tenuitvoerlegging van gevangenisstraf te gelasten, een taakstraf van na te melden duur.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 36f, 44bis, 57, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 141, 267 Wetboek van Strafrecht;

2, 10 van de Opiumwet;

1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten;

1.2.2 van het Vuurwerkbesluit;

9.2.2.1 van de Wet milieubeheer

26, 55 van de Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

01.190094.25, feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

01.190094.25, feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2º of onderdeel 7º;

01.190094.25, feit 3: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

01.230022.25, feit 1 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

01.230022.25, feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid:

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Straf:

Legt op de volgende straf:

T.a.v. 01.190094.25 feit 1, feit 2, feit 3, 01.230022.25 feit 1 primair, feit 2:

Een werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen jeugddetentie

Een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 65 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

• dat veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering;

• dat veroordeelde meewerkt aan het hebben en behouden van een woonplek, zoals bij 'Doorpakkers' of soortgelijke organisatie;

• dat veroordeelde meewerkt aan hulpverlening wanneer en zolang de jeugdreclassering dit nodig acht, waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Brabant te Helmond opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. De veroordeelde is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zo lang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Oost-Brabant van 08 december 2023, gewezen onder parketnummer 01.242108.23, en zet om naar: een taakstraf voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen jeugddetentie.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

t.a.v. 01.230022.25 feit 1 primair:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro, bestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

Schadevergoedingsmaatregel.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.

Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

t.a.v. 01.230022.25 feit 1 primair:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van 2.500,00 euro, bestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

Schadevergoedingsmaatregel.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van 2.500,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen.

Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voorlopige hechtenis.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in de zaken 01.190094.25 en 01.230022.25.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. N. Flikkenschild, kinderrechter en mr. W.B. Kok, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,

en is uitgesproken op 17 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.H.L.M. Snijders
  • mr. W.B. Kok

Griffier

  • mr. K.D.A.J. Hombergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?