RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.159833.24
Datum uitspraak: 16 april 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1989] ,
wonende te [adres]
Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.
De tenlastelegging.
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 februari 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
T.a.v. feit 1:
hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 15 augustus 2023 tot en met 17 augustus 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, met [slachtoffer] , geboren [2008] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
- het kussen van [slachtoffer] ,
- het bestasten van het been en het lichaam van [slachtoffer] ;
T.a.v. feit 2:
hij, op of omstreeks 17 augustus 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon, te weten: [slachtoffer] , geboren [2008] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te plegen en/of een afbeelding van een seksuele gedraging te vervaardigen, waarbij een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt was betrokken, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen tot verwezenlijken van die ontmoeting, door:
- via Whatsapp en/of Snapchat, in elk geval (een) ander(e) communicatiedienst, aan [slachtoffer] een ontmoeting voor te stellen op genoemde datum en daarbij een concrete locatie te noemen (Maas) en/of
- (daarbij) te zeggen dat ze bij de Maas achter in zijn, verdachtes, bus kunnen gaan zitten en/of
- aan [slachtoffer] te vragen of hij haar vagina mag betasten;
T.a.v. feit 3:
hij, in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 22 augustus 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens
- een of meer afbeeldingen, te weten foto's - en/of
- een gegevensdrager (mobiele telefoon Samsung Galaxy S8, bevattende afbeeldingen, te weten foto's,
- verworven en
- in bezit gehad en
- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding
(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,
(betreft foto's met bestandsnamen [nummers] , zoals beschreven in proces-verbaal OBRBC23180-18 , p. 79 - 81 van het proces-verbaal).
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie partieel vrijspraak gevorderd ten aanzien van afbeelding 1 en afbeelding 3 nu deze niet naar verdachte zijn verzonden.
Het oordeel van de rechtbank.
De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1.
De rechtbank stelt voorop dat het in zedenzaken vaak voorkomt dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de veronderstelde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Wanneer de veronderstelde dader de seksuele handelingen ontkent, hetgeen zich ook in deze zaak voordoet, leidt dat er in veel gevallen toe dat slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is echter de enkele verklaring van een getuige (in dit geval het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Hiernaast geldt echter dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer reeds voldoende wettig bewijs van het ten laste gelegde kan opleveren. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van het veronderstelde slachtoffer op onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.
[slachtoffer] heeft (kort gezegd) verklaard dat verdachte haar heeft gekust en haar bovenbeen heeft aangeraakt. De door [slachtoffer] afgelegde verklaring is naar het oordeel van de rechtbank zodanig gedetailleerd en consistent dat zij op de rechtbank een geloofwaardige en betrouwbare indruk maakt voor wat betreft de ten laste gelegde ontuchtige handelingen door verdachte. De verklaring kan naar het oordeel van de rechtbank voor het bewijs worden gebruikt.
Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte op 16 augustus 2023 WhatsApp-berichten naar [slachtoffer] heeft verzonden met de vraag of ze het niet erg vond gisteren dat hij zo bij haar lag en een kus gaf. Daarna heeft verdachte nog een ander bericht naar haar verzonden dat ze het wel heet kreeg met zijn hand op haar been. Verdachte heeft in zijn verhoor erkend dat hij de enige gebruiker is van zijn telefoon en telefoonnummer. De rechtbank stelt dan ook vast dat het verdachte is geweest die deze berichten naar [slachtoffer] heeft verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank bieden deze berichten voldoende steunbewijs dat er ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden zoals ten laste gelegd. Daarbij overweegt de rechtbank dat het leggen van zijn hand op het bovenbeen van [slachtoffer] in dit geval een ontuchtig karakter heeft in het licht van het hierboven reeds benoemde WhatsAppbericht dat [slachtoffer] het wel heet kreeg van zijn hand op haar been. De rechtbank leidt hieruit af dat het betasten van het been seksueel geladen was. Dat geldt gelet op de berichten en de verklaring van [slachtoffer] ook voor de kus. Dit zijn handelingen die seksueel van aard zijn en gelet op het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte en slachtoffer in strijd met de sociaal-ethische norm. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 aan verdachte ten laste gelegde.
Vrijspraak ten aanzien van feit 2.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte via WhatsApp seksueel getint contact heeft gehad met het slachtoffer en dat daarbij ook gesproken is over afspreken. In deze Whatsappberichten geeft verdachte ook aan dat hij op dat moment als pakketbezorger aan het werk is en onderweg is. Hij beschrijft daarbij onder andere hoeveel tijd hij nodig heeft om in Cuijk te komen (denk dat rond 6 uumklaar ben sgat en 7 uur cuijk ben) en dat hij naar Venlo gaat. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte zich ten tijde van het verzenden van de berichten op een andere locatie buiten Cuijk bevond. Dat de pleegplaats van het tenlastegelegde Land van Cuijk zou zijn kan dan ook niet worden bewezen. Een andere pleegplaats is niet tenlastegelegd. Om die reden komt de rechtbank tot vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde.
Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken ten aanzien van afbeelding 1 en afbeelding 3 nu uit het dossier niet blijkt dat deze afbeeldingen naar verdachte zijn verzonden.
Ten aanzien van de afbeeldingen 2, 4 en 5 overweegt de rechtbank dat de kinderpornografische aard van de beelden in de beschrijving van de afbeeldingen is komen vast te staan op basis van de beschrijving. Deze afbeeldingen zijn door het slachtoffer verzonden naar verdachte. Daarmee heeft verdachte de afbeeldingen verworven en in zijn bezit gehad. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring ten aanzien van het onder feit 3 aan verdachte ten laste gelegde.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierna uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
T.a.v. feit 1
in de periode van 15 augustus 2023 tot en met 16 augustus 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, met [slachtoffer] , geboren op [2008] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
- het kussen van [slachtoffer] ,
- het bestasten van het been van [slachtoffer] ;
T.a.v. feit 3
in de periode van 18 augustus 2023 tot en met 22 augustus 2023 in Nederland meermalen telkens
- afbeeldingen, te weten foto's - en
- een gegevensdrager (mobiele telefoon Samsung Galaxy S8, bevattende afbeeldingen, te weten foto's, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft
- verworven en
- in bezit gehad en
- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding
(op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of
en/ de pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk (ontblote) borsten in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,
(betreft foto's met bestandsnamen [nummers] , zoals beschreven in proces-verbaal OBRBC23180-18, p. 79 - 81 van het proces-verbaal).
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de rechtbank gevorderd om aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 200 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om de inbeslaggenomen telefoon te onttrekken aan het verkeer.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige en het verwerven en bezitten van kinderpornografische afbeeldingen van dezelfde minderjarige. Verdachte was op dat moment 34 jaar oud, het slachtoffer was 15. In een korte periode heeft verdachte veelvuldig contact gehad met het slachtoffer via WhatsApp en Snapchat. Deze berichten waren veelal seksueel getint van aard. Toen verdachte en het slachtoffer elkaar in levenden lijve troffen heeft verdachte haar been betast en het slachtoffer gekust. Daarna heeft verdachte via Snapchat meerdere afbeeldingen van kinderpornografische aard van het slachtoffer ontvangen en deze op zijn telefoon bewaard. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij op het slachtoffer had vanwege het grote leeftijdsverschil. Verdachte heeft bij dit alles zijn eigen belangen vooropgesteld. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten vaak lange tijd en op diverse leefgebieden de negatieve gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen.
De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt. Daarbij overweegt de rechtbank ten eerste dat het taakstrafverbod in de zin van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is ten aanzien van het bezit van kinderporno. Dat betekent dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. De rechtbank betrekt bij haar overwegingen ook dat voor het enkele bezit van kinderporno volgens de LOVS-oriƫntatiepunten voor straftoemeting een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf en de maximale taakstraf als uitgangspunt heeft te gelden. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte zich ook daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige.
In strafmatigende zin weegt de rechtbank mee dat het gaat om een beperkt aantal (drie) kinderpornografische afbeeldingen en dat de door verdachte gepleegde ontuchtige handelingen van relatief beperkte aard zijn.
Tevens weegt de rechtbank in strafmatigende zin mee dat de redelijke termijn voor berechting met bijna drie maanden is overschreden, nu verdachte reeds in januari 2024 is aangehouden voor deze feiten.
De rechtbank heeft verder acht geslagen op het Uittreksel Justitiƫle Documentatie van 13 februari 2026 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank acht het van belang om de gevangenisstraf grotendeels voorwaardelijk op te leggen, om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan soortgelijke strafbare feiten. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat verdachte door zijn ontkennende proceshouding, door niet mee te werken aan de totstandkoming van een reclasseringsadvies en door niet te verschijnen ter terechtzitting geen enkel inzicht heeft verschaft in zijn beweegredenen die tot het bewezenverklaarde hebben geleid.
Alles overziend zal de rechtbank aldus aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis.
Beslag.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen telefoon vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu de kinderpornografische afbeeldingen met deze telefoon zijn verworven en verdachte ze op deze telefoon in bezit heeft gehad.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 63, 240b (oud) en 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 tenlastegelegde;
verklaart het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:
t.a.v. feit 1:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
t.a.v. feit 3:
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op de volgende straffen:
* een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 5 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat verdachte voor het einde van een proeftijd van 2 jaar de hierna te noemen voorwaarde niet heeft nageleefd;
voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
* een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis;
legt op de volgende maatregel:
* onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen goed, te weten:1 stk gsm.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Bernsen, voorzitter,
mr. M.J.C. van der Vegte en mr. E.L. Traag, leden,
in tegenwoordigheid van mr. L.A.P.H. Kirkels, griffier,
en is uitgesproken op 16 april 2026.