beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
Cardan Bewindvoering B.V.,Postbus 38253, 6503 AG Nijmegen,Kamer van Koophandel-nummer 94535841,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam] ,geboren te [woonplaats] , [land] , op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 24 maart 2026;
- de akkoordverklaring van betrokkene.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
beoordeling
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind ten behoeve van betrokkene. Betrokkene wil ook graag dat het bewind wordt opgeheven.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.Betrokkene houdt zich niet aan de voorwaarden die aan het bewind worden gesteld. Betrokkene heeft een uitkering uit [land] binnen laten komen op haar eigen rekening en daarover zowel de bewindvoerder als de gemeente niet geïnformeerd. Desgevraagd is betrokkene niet bereid om deze uitkering over te maken naar de rekening die beheerd wordt door de bewindvoerder en de onderliggende documentatie te verstrekken. Op deze manier is verzoeker niet in staat zijn werkzaamheden naar behoren uit te voeren.
Betrokkene heeft in plaats daarvan aangegeven direct te willen stoppen met het bewind. Verzoeker stemt daarmee in en merkt op dat het betrokkenes recht is om met het bewind te willen stoppen. Overigens acht verzoeker betrokkene wel in staat haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.
De kantonrechter stelt voorop dat het bewind is uitgesproken omdat betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Er is in het dossier geen enkel aanknopingspunt te vinden voor de stelling van de bewindvoerder dat betrokkene thans wel in staat kan worden geacht haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. Als de bewindvoerder daadwerkelijk meent dat de grondslag voor het bewind is komen te vervallen, ligt het voor de hand dat concreet te onderbouwen. Bij gebrek daaraan gaat de kantonrechter er van uit dat de grondslag van het bewind onverminderd aanwezig is.
Bovendien merkt de bewindvoerder in toelichting op zijn verzoek op dat het het recht van betrokkene is om met het bewind te willen stoppen. Maar dat is op zichzelf geen reden voor opheffing van het bewind. Het verbaast de kantonrechter dan ook dat ook dit - schijnbaar - als argument voor het verzoek om opheffing naar voren wordt gebracht.
De kantonrechter zal het verzoek om opheffing van het bewind desalniettemin inwilligen. In deze situatie, waarbij betrokkene niet bereid is om inzicht te verschaffen in een geldstroom uit het buitenland terwijl het juist aan de bewindvoerder is om daarover het bewind uit te oefenen, kan de bewindvoerder zijn taken en verantwoordelijkheden niet waarmaken. De reden om het bewind op te heffen is dus gelegen in de houding van betrokkene; die houding maakt voortzetting van het bewind niet zinvol.
beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [naam] op met ingang van veertien dagen na
de datum van verzending van deze beschikking.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: