ECLI:NL:RBOBR:2026:2505

ECLI:NL:RBOBR:2026:2505

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 25/2817
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Omgevingswet. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (dakopbouw en dakrenovatie). Onvoldoende afstemming ruimtelijk spoor met (onherroepelijke) vergunning voor technische bouwactiviteit.

Uitspraak

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.B. de Jong),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek

(gemachtigden: [naam] en [naam]).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] uit [woonplaats] (de vergunninghouder)

(gemachtigde: mr. L.N.C.A. Bukkems)

Inleiding

1. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw en het renoveren van een dak.

De vergunninghouder heeft op 19 januari 2023 – dus met toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht – een omgevingsvergunning gekregen voor het bouwen van een bouwwerk en het afwijken van het bestemmingsplan voor deze werkzaamheden. Deze vergunning was nodig omdat de goothoogte door de werkzaamheden 7,60 meter zouden bedragen en dat was hoger dan de 6,00 meter die het bestemmingsplan toestond. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk.

Omdat de vergunninghouder buiten de maatvoering van deze vergunning was getreden bij de realisering van de werkzaamheden, heeft de vergunninghouder op aandringen van het college op 6 augustus 2024 een nieuwe omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwen aangevraagd. Dat is de vergunning waar deze zaak over gaat. Vanwege de aanvraagdatum van deze vergunning is de Omgevingswet van toepassing op het besluit op deze aanvraag. In deze omgevingsvergunning is de goothoogte van de dakconstructie met zeven centimeter verhoogd van 7,60 meter naar 7,67 meter. Aangezien deze goothoogte hoger is dan het omgevingsplan toelaat, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het college heeft de vergunning daarom verleend met toepassing van artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunning van 6 augustus 2024. Met het bestreden besluit van 15 september 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam] en [naam] (beide meegenomen door eiseres), de gemachtigden van het college en de vergunninghouder en zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

2. Volgens eiseres is de maatvoering van de vergunde werkzaamheden dusdanig, dat op en boven haar perceel wordt gebouwd. Zij vreest hierdoor voor lekkages, die zich volgens haar al voordoen.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Er zijn in de loop der tijd verschillende wijzigingen doorgevoerd in het project en daardoor is in het bestreden besluit onvoldoende gekeken naar de maatvoeringsaspecten en in hoeverre de verschillende vergunningen op elkaar zijn afgestemd. Het college wenst het bestreden besluit te herzien en daarbij in samenspraak met zowel eiseres als vergunninghouder een oplossing te vinden die recht doet aan de belangen van alle betrokkenen. Daarbij wenst het college de technische bouwvergunning, die inmiddels is verleend, ook nader te bezien.

De vergunninghouder heeft aangevoerd dat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd en dat het niet nodig is gebleken om op of over het perceel van eiseres te bouwen. Zo er inderdaad sprake is van lekkages, is dit een civielrechtelijke kwestie die niet thuishoort in deze bestuursrechtelijke procedure. Inmiddels is er overigens een technische bouwvergunning verleend die, in samenhang bezien met de ruimtelijke bouwvergunning, een voldoende afbakening van de vergunde activiteit vormt.

De beroepsgrond slaagt. Op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het collegestandpunt laat geen andere conclusie toe dan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat het college niet alle consequenties van de aangevraagde maatvoering in zijn besluitvorming heeft verdisconteerd. Dat de vergunninghouder feitelijk niet op het perceel van eiseres heeft gebouwd, is in dit verband niet relevant. Het is immers niet de feitelijke situatie die ter beoordeling voorligt, maar de vergunde situatie. Dat de door eiseres geconstateerde problemen mogelijk op te lossen zijn in de technische bouwvergunning, betekent ook niet dat de maatvoeringsaspecten in de ruimtelijke bouwvergunning zorgvuldig zijn beoordeeld.

De overige beroepsgronden zien op het bestaan van een evidente privaatrechtelijke belemmering, aangezien eiseres zegt geen medewerking te zullen verlenen aan werkzaamheden op, boven of met gebruikmaking van haar perceel. Deze beroepsgronden behoeven geen bespreking. Het college zal bij het nieuw te nemen besluit moeten bezien in hoeverre er (nog) sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is genomen. Dit betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. Het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Daarbij zal het college opnieuw moeten beoordelen of de aangevraagde vergunning met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden verleend.

De rechtbank zal het bestreden vernietigen en verder geen aanwijzingen geven. De rechtbank gaat het college ook niet de gelegenheid bieden om in deze procedure een herstelbesluit te nemen. Dat betekent dat de procedure bij de rechtbank voor nu is afgelopen. Het college moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiseres. De rechtbank vindt het voor nu belangrijk dat partijen, zoals zij hebben gezegd te willen doen, onderling in overleg gaan over een oplossing voor de ontstane situatie. Als een belanghebbende het niet eens is met de nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres, dan is het opnieuw mogelijk om in beroep te gaan bij de rechtbank.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht en de gemaakte proceskosten aan eiseres vergoeden. De proceskostenvergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft de hoorzitting bijgewoond en een beroepschrift ingediend. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 15 september 2025;

- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O.Y. Ifzaren, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. van der Meiden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.Y. Ifzaren

Griffier

  • mr. H.J. van der Meiden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand