ECLI:NL:RBOBR:2026:2541

ECLI:NL:RBOBR:2026:2541

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 71/211893/24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Onderzoek 26Dax. Procesafspraken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen. De rechtbank legt op een taakstraf van 60 uren en verbeurdverklaring van een contant bedrag van € 10.000,-, scooter en motorjacht. Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat zonder procesafspraken een gevangenisstraf van 5,5 maanden en verbeurdverklaring van de genoemde in beslag genomen goederen passend en geboden zou zijn.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 71.211893.24

Datum uitspraak: 23 april 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1976] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 3 maart 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 24 januari 2024, te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een geldbedrag van €178.771 euro, althans een (groot) geldbedrag,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij, verdachte, redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geldbedrag - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van de overeenkomst tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie betreffende procesafspraken.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de procesafspraken die de verdachte en haar raadsvrouw met de officier van justitie hebben gemaakt. Deze overeenkomst is gedateerd op 2 april 2026.

De rechtbank is bij de beoordeling van de overeenkomst uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in het arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).

De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de overeenkomst werd bijgestaan door haar raadsvrouw mr. A. Yüksel en dat de verdachte kennis heeft genomen van de inhoud van die overeenkomst.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen weten dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging en dat de rechtbank geen partij is bij en niet is gebonden aan de gemaakte procesafspraken. De in de overeenkomst vastgelegde afspraken en de consequenties daarvan zijn door de rechtbank met de verdachte besproken. De verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd de inhoud van de overeenkomst en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.

De rechtbank constateert dat de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl zij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De rechtbank stelt vast dat de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen geen afbreuk doet aan het aan de verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces.

De overeenkomst houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in:• de officier van justitie eist ter terechtzitting een taakstraf van 60 uren en verbeurdverklaring van een contant bedrag van € 10.000,-, de Piaggio Vespa Primavera (kenteken [kenteken 1] ) en de motorjacht 'Highlight Amarglass [kenteken 2] ';

• de verdachte geen bezwaar heeft tegen kennisgeving aan het CJIB van de gemaakte procesafspraken om te kunnen komen tot executie;• verdachte geen onderzoekswensen indient, dan wel de reeds ingediende en toegewezen onderzoekswensen intrekt;• de verdediging geen verweren ex artikel 348 Sv voert;• de verdediging geen bewijsverweren en strafuitsluitingsverweren voert;• de verdediging geen strafmaatverweren voert;• de zaak terugkeert naar de regiefase indien de rechtbank afwijkt van het door verdachte, diens advocaat en het Openbaar Ministerie overeengekomen afdoeningsvoorstel;• de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep instellen indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;• verdachte aanwezig is bij de inhoudelijke zitting;• verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van haar straf(fen) zal onttrekken.

De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

in de periode van 1 november 2018 tot en met 24 januari 2024, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, (van) een geldbedrag van € 178.771,-, althans een groot geldbedrag,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij, verdachte, redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geldbedrag - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, conform de overeenkomst, gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 60 uren. Daarnaast heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van een contant bedrag van € 10.000,-, de Piaggio Vespa Primavera (kenteken [kenteken 1] ) en de motorjacht 'Highlight Amarglass [kenteken 2] '.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht zich aan te sluiten bij de overeenkomst.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft zich in de periode van 1 november 2018 tot en met 24 januari 2024 schuldig gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken.

Tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie is in de overeenkomst een strafeis van een taakstraf van 60 uren en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten een contant bedrag van € 10.000,-, de Piaggio Vespa Primavera (kenteken [kenteken 1] ) en het motorjacht 'Highlight Amarglass [kenteken 2] ', overeengekomen. De rechtbank is van oordeel dat deze straffen voldoende recht doen aan deze zaak, waarbij zowel het belang van de verdachte als dat van de maatschappij geëerbiedigd wordt.

De rechtbank is verder van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straffen die door de officier van justitie zijn geëist en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank zal de verdachte daarom veroordelen tot de straffen zoals de verdachte en het Openbaar Ministerie die in de overeenkomst hebben opgenomen.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan en/of die geheel of grotendeels door middel van of uit baten van het strafbare feit zijn verkregen, en aan verdachte toebehoren.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 420quatr Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van schuldwitwassen

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen:

Een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een contant bedrag van

€ 10.000,-, de Piaggio Vespa Primavera (kenteken [kenteken 1] ) en het motorjacht 'Highlight Amarglass [kenteken 2] '.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.E. Bartels, voorzitter,

mr. F. Kooijman en mr. E.H. Groen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.A.I.A. Aarts, griffier,

en is uitgesproken op 23 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.E. Bartels
  • mr. F. Kooijman
  • mr. E.H. Groen

Griffier

  • mr. M.A.I.A. Aarts

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?