ECLI:NL:RBOBR:2026:2604

ECLI:NL:RBOBR:2026:2604

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer 01/094546/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor een gewapende overval op een tankstation. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Vordering benadeelde partij volledig toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.094546.25

Datum uitspraak: 23 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1983]

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026 (inhoudelijk) en 9 april 2026 (sluiting van het onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 februari 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 18 februari 2025 te Heesch, gemeente Bernheze

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

shag en/of sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd, althans het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te richten en/of gericht te houden, en/of

- voornoemde [slachtoffer] onder bedreiging van voornoemd voorwerp in het magazijn te manen op zijn knieën te gaan zitten;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bewijsbijlage bij dit vonnis en moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

De bewijsoverweging.

Vast staat dat het [bedrijf 2] te Heesch op 18 februari 2025 omstreeks 20:30 uur is overvallen door twee gemaskerde mannen. “Man 1” heeft de medewerker van het tankstation met een vuurwapen of gelijkend voorwerp onder schot gehouden terwijl “man 2” sloffen shag en sigaretten in een tas stopte. Medeverdachte [medeverdachte] is op 13 oktober 2025 veroordeeld voor zijn rol als “man 2”. Het onderzoek in deze strafzaak spitst zich toe op de vraag of verdachte “man 1” is.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat:

Medeverdachte [medeverdachte] heeft in zijn strafzaak bekend dat hij op 18 februari 2025 samen met een ander shag en sigaretten heeft gestolen bij het [bedrijf 2] in Heesch, waarbij de ander een medewerker van het tankstation heeft bedreigd met een wapen. Op de terechtzitting heeft medeverdachte [medeverdachte] verklaard dat de hierboven aangehaalde Whatsapp-berichten tussen hem en verdachte op 18 februari 2025 betrekking hadden op de overval van het tankstation.

Verdachte heeft elke betrokkenheid bij de overval ontkend en heeft verklaard dat het Whatsapp-gesprek met medeverdachte [medeverdachte] over iets anders is gegaan, namelijk het (weg)halen van wiet bij een ander. De rechtbank volgt deze verklaring van verdachte niet. Verdachte heeft geen verdere vragen hierover willen beantwoorden en evenmin heeft hij verdere concrete gegevens verstrekt die deze verklaring zouden kunnen ondersteunen. Ook ziet de rechtbank niet in waarom medeverdachte [medeverdachte] kort nadat hij tijdens de zitting een bekennende verklaring heeft afgelegd, vervolgens in strijd met de waarheid zou hebben verklaard over de betrokkenheid van verdachte.

Verder wordt naar het oordeel van de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij de overval ondersteund door de overige hiervoor opgesomde vaststellingen (in onderlinge samenhang bezien), in het bijzonder de inhoud van de Whatsapp-berichten aan de broer van verdachte (“ [alias broer van verdachte] ”) voor en na de overval en de gegevens van de telefoon van verdachte.

Dit alles maakt dat naar het oordeel van de rechtbank vast is komen te staan dat verdachte als “man 1” bij de overval betrokken is geweest.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 18 februari 2025 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander, shag en sigaretten, die aan [bedrijf 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door:

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van voornoemde [slachtoffer] te richten en gericht te houden en

- voornoemde [slachtoffer] onder bedreiging van voornoemd voorwerp in het magazijn te manen op zijn knieën te gaan zitten.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van drie jaren, met aftrek van het voorarrest.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van het ten laste gelegde feit. Gelet daarop heeft hij geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van het feit.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een tankstation. Uit Whatsapp-berichten valt op te maken dat verdachte degene was die de overval initieerde. Daarnaast was hij degene die het slachtoffer heeft bedreigd met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp). Hiermee heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

Een gewapende overval veroorzaakt veel maatschappelijk onrust en leidt tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers in het algemeen en pompmedewerkers in het bijzonder. Een overval, zeker wanneer daarbij (dreiging met) geweld wordt gebruikt, is voor slachtoffers een zeer traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben.

Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat de overval voor hem bijzonder ingrijpende gevolgen heeft gehad. Het slachtoffer had met veel moeite een baan gevonden die hij kon volhouden. Na de overval kampte het slachtoffer met toegenomen mentale klachten, waardoor hij niet kon terugkeren op zijn werk. Het slachtoffer is langdurig, zo niet blijvend, in zijn levensvreugde aangetast. Deze gevolgen zijn door verdachte op de koop toe genomen toen hij besloot op een gewelddadige manier snel aan geld te willen komen.

De persoon van verdachte.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten (diefstallen met braak), maar dit is wel ruim twintig jaar geleden geweest. Het strafblad van verdachte bevat geen recente veroordelingen.

De op te leggen straf.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor een overval op een benzinestation met licht geweld of bedreiging geldt een uitgangspunt van twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In dit geval is de overval in vereniging gepleegd en door verdachte geïnitieerd. Daarnaast was verdachte degene die het (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) hanteerde. Hierin ziet de rechtbank strafverzwarende omstandigheden.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een deel voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank zal hiermee een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

De voorlopige hechtenis.

Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst met ingang van 27 februari 2026 tot aan de einduitspraak in eerste aanleg in deze zaak, onder de voorwaarden zoals deze beschreven staan in de desbetreffende beschikking.

Verdachte heeft zich gedurende de schorsing aan de voorwaarden gehouden en hij heeft, voor zover bekend, geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het belang van verdachte om een eventueel hoger beroep in vrijheid af te wachten in deze zaak zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis daarom wijzigen in die zin dat de looptijd wordt aangepast naar onbepaalde tijd.

Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de voorwaarden die zijn verbonden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis blijven gelden. De rechtbank laat de schorsing van de voorlopige hechtenis namelijk voortduren.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] ..

De benadeelde partij [bedrijf 1] . heeft een materiële schadevergoeding gevorderd van 9.455,40 euro voor de gestolen shag en sigaretten. De benadeelde partij heeft verzocht dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering volledig toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsman van verdachte geen verweer gevoerd tegen de vordering van de benadeelde partij.

Het oordeel van de rechtbank.

De benadeelde partij heeft een overzicht overgelegd van de weggenomen rookwaren. Deze is bij het einddossier gevoegd. De rechtbank acht de vordering, gezien de onderbouwing en nu deze niet is betwist door de verdediging, in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Aangezien verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, omdat de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 tot de dag der algehele voldoening. Aangezien verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd, zijn zij elk hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen van de schadevergoedingsmaatregel.

Omdat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

- legt op de volgende straf:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Schadevergoedingsmaatregel:

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [bedrijf 1] ., van een bedrag van 9.455,40 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 72 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] .:

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [bedrijf 1] ., van een bedrag van 9.455,40 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding.

Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis:

De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis wijzigen in die zin dat de looptijd wordt aangepast naar onbepaalde tijd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.F.N. van Schaijk, voorzitter,

mr. M.E. Bartels en mr. W.M.T. Keukens, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N. Slingerland, griffier,

en is uitgesproken op 23 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.F.N. van Schaijk
  • mr. M.E. Bartels
  • mr. W.M.T. Keukens

Griffier

  • mr. N. Slingerland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?