beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap
op verzoek van:
[naam] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
en
[naam] ,
geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlage), ontvangen op 21 januari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 2 april 2026. Hierbij zijn verschenen: verzoeker, betrokkene en beide ouders van betrokkene.
beoordeling
Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind en mentorschap ten behoeve van betrokkene.
Verzoeker stelt dat het overbodig is om het bewind en mentorschap in stand te houden omdat hij een nauwe band met zijn broer (betrokkene) heeft en hij zal de werkzaamheden die hij verricht als bewindvoerder en mentor blijven doen. Verzoeker geeft aan dat dit de wens is van betrokkene en van zichzelf. Verzoeker geeft daarnaast aan dat er geen sprake van een afbouwtraject hoeft te zijn omdat zij op dezelfde manier doorgaan met elkaar. Er zijn geen problemen, de begeleiding wordt doorgezet. De boekhouder doet de belastingzaken en verzoeker begeleidt hierin. Er zal een machtiging worden opgesteld voor bankzaken.
Op zitting benadrukt verzoeker nogmaals dat het bewind en mentorschap overbodig zijn. Verzoeker zegt dat er sprake is van een stabiele situatie en hij zal zijn broer steunen zolang hij leeft. Verzoeker stelt dat er geen problemen zijn en dat hierover uitvoerig is nagedacht. Ook beide ouders stemmen op zitting in met het verzoek. Vader voegt hier nog aan toe dat betrokkene inmiddels bekwaam genoeg is om voor zichzelf op te komen. Beide broers doen alles samen en staan altijd voor elkaar klaar.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat het bewind over de goederen van betrokkene in de gegeven situatie niet langer noodzakelijk is. Verzoeker behartigt thans de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene als bewindvoerder, maar de kantonrechter vertrouwt er op dat verzoeker daarin ook adequaat voorziet als de maatregel van bewind daaraan niet langer ten grondslag ligt; in het al langdurig lopende bewind is geen sprake geweest van problemen, noch van tekortkomingen uit oogpunt van het door de rechtbank uitgeoefende toezicht. Het bewind vormt voor verzoeker en betrokkene dan ook louter een administratieve last. Het verzoek om opheffing van het bewind zal worden toegewezen.
Ten aanzien van het verzoek om opheffing van het mentorschap oordeelt de kantonrechter anders. Het mentorschap is ingesteld omdat betrokkene niet steeds in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. In de toestand van betrokkene zijn geen wezenlijke veranderingen opgetreden die zouden maken dat het mentorschap niet langer noodzakelijk is. Verzoeker heeft in de hoedanigheid van mentor de taak om onder meer de zorg voor betrokkene te organiseren en is in die hoedanigheid voor zorgverleners ook een duidelijk aanspreekpunt. Bij opheffing van het mentorschap zou daarin onduidelijkheid (kunnen) ontstaan en is verzoeker bovendien niet zonder meer ook bevoegd om de zorg van betrokkene te organiseren. Beide aspecten zijn niet in het belang van betrokkene en dat maakt dat de kantonrechter het verzoek om opheffing van het mentorschap zal afwijzen.
beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [naam] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking;
- wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.