ECLI:NL:RBOBR:2026:2699

ECLI:NL:RBOBR:2026:2699

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 01/015058-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen van goederen uit een auto en vier pogingen daartoe. Verdachte is in de afgelopen jaren (herhaaldelijk) veroordeeld voor onder andere diefstallen en pogingen daartoe. Daarbij zijn aan verdachte meerdere keren gevangenisstraffen opgelegd. Gelet op het strafrechtelijk verleden van verdachte, de instabiele leefsituatie en het door de reclassering ingeschatte hoge recidiverisico, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De rechtbank acht — alles afwegende — oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.015058.26

Datum uitspraak: 28 april 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1985] ,

correspondentieadres: [adres] .

thans gedetineerd te: [verblijfplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (aangifte p. 13/100)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (aangifte p. 16/100)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 maart 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 9 september 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een auto (BMW gekentekend [kenteken 1] ) een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bijrijdersportier te openen en in het voertuig te stappen,

- in het voertuig rond te kijken,

2.

hij op of omstreeks 9 september 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een auto (Ford Focus gekentekend [kenteken 2] ) een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bijrijdersportier te ontgrendelen en/of te openen,

- in het voertuig te stappen,

- (met zijn knie(ën)) op de passagiersstoel is gaan zitten en/of diverse vakjes heeft geopend,

3.

hij op of omstreeks 25 oktober 2025, in elk geval in of omstreeks de periode 25 oktober 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo in/uit een auto (Skoda Enyaq gekentekend [kenteken 3] ), een bankpas en/of creditkaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (aangifte p. 20/100)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 oktober 2025, in elk geval in of omstreeks de periode 25 oktober 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een auto (Skoda Enyaq gekentekend [kenteken 3] )een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet - naar die auto te lopen, - een portier van die auto te openen, - in die auto is gestapt en/of - in het voertuig rond te kijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 25 oktober 2025, in elk geval in of omstreeks de periode 25 oktober 2025 tot en met 27 oktober 2025, te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo uit een auto (Nissan X-Trail gekentekend [kenteken 4] ), geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (aangifte p. 24/100)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 oktober 2025, in elk geval in of omstreeks de periode 25 oktober 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een auto (Nissan X-Trail gekentekend [kenteken 4] ), een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bestuurdersportier te openen en in de auto te stappen,

- (met zijn knie(ën)) op de bestuurdersstoel is gaan zitten en/of en het middenconsole heeft geopend

- in het voertuig rond te kijken,

5.

hij op of omstreeks 8 november 2025 te Best in/uit een auto (Volvo XC90 gekentekend [kenteken 5] ), een kijker, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (aangifte p. 34/100)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 november 2025 te Best ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een auto (Volvo XC90 gekentekend [kenteken 5] ), een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bestuurdersportier te openen,

- in het voertuig rond te kijken,

6.

hij op of omstreeks 8 november 2025 te Best uit een auto (Fiat Fiorino gekentekend [kenteken 6] ), een toilettas, een pakje sigaretten, een zonnebril en/of een accuslijptol, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met een hulpmiddel het keyless-entry-signaal te gebruiken om het slot van het voertuig te ontgrendelen; (aangifte p. 28/100)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair en feit 6. Ten aanzien van feit 4 primair en feit 5 primair meent de officier van justitie dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat dat verdachte daadwerkelijk goederen heeft weggenomen. Ten aanzien van deze primair aan verdachte ten laste gelegde feiten heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de aan verdachte ten laste gelegde feiten 1 en 2 zegt verdachte weliswaar dat hij de persoon is die op de camerabeelden is te zien, maar uit deze beelden kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte de intentie had om goederen uit de auto’s weg te nemen.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 heeft verdachte aangegeven dat verdachte zichzelf niet op de camerabeelden herkent. Voorts heeft slechts één verbalisant verdachte als de persoon op de camerabeelden herkend, hetgeen twijfel oproept of dit voldoende is voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van feit 5 heeft in het geheel geen herkenning plaatsgevonden van de persoon die te zien is op de camerabeelden.

Voor wat betreft feit 6 is niet op de beelden te zien dat er daadwerkelijk goederen worden weggenomen uit de auto. Weliswaar is te zien dat de persoon op de camerabeelden een sigaret opsteekt, maar niet kan worden vastgesteld dat dit een sigaret betreft die afkomstig is uit het pakje sigaretten dat uit de auto zou zijn weggenomen. Ook is de wijze waarop de auto wordt geopend volgens de raadsvrouw niet duidelijk, zodat verdachte in ieder geval van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het gebruik van een valse sleutel, dient te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

Vrijspraak.

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsvrouw niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 4 primair en onder feit 5 primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van dit vonnis zijn de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen niet op deze plaats opgenomen, maar in een bijlage bij dit vonnis, welke bijlage als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Bewijsoverweging.

De onder feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair en feit 5 subsidiair ten laste gelegde pogingen tot diefstal en de onder feit 3 primair en feit 6 ten laste gelegde voltooide diefstal acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte erkent enkel ten aanzien van de beelden van feit 1 en 2 dat hij degene is die daarop zichtbaar is. De rechtbank gaat echter uit van de herkenningen van verdachte zoals die door verbalisanten zijn gedaan ten aanzien van alle feiten.

Op de aangeleverde camerabeelden heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte een rugzak draagt en op verschillende data en telkens in de nachtelijke uren naar een auto toeloopt en vervolgens een portier van een auto weet te openen zonder daarbij braakschade te veroorzaken.

Te zien is vervolgens dat verdachte het interieur van de auto’s met behulp van een zaklamp doorzoekt, kort daarna het voertuig weer verlaat en het autoportier weer sluit.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij in de onder feit 1 en feit 2 genoemde voertuigen is gaan zitten omdat hij het koud had.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte volstrekt onaannemelijk.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de hiervoor omschreven handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer te zijn gericht op het plegen van een diefstal van goederen uit een voertuig, dat het niet anders kan zijn dan dat bij de verdachte het oogmerk op die diefstallen aanwezig was. Verdachte was telkens voor een zeer korte periode in de auto en keek daarbij met een zaklamp zoekend rond in de betreffende auto.

Ten aanzien van de onder feit 6 ten laste gelegde diefstal acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een pakje sigaretten heeft weggenomen, nu deze wegnemingshandeling duidelijk waarneembaar is op de camerabeelden van dit incident en er bovendien volgens de aangifte een pakje sigaretten is ontvreemd.

De rechtbank kan echter niet buiten gerede twijfel vaststellen of verdachte daarnaast ook de in de aangifte genoemde accuslijptol, toilettas en/of zonnebril heeft weggenomen, nu deze wegnemingshandelingen niet zichtbaar zijn op de camerabeelden.

Verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Ook kan de rechtbank niet vaststellen op welke wijze verdachte de auto heeft weten te openen, zodat verdachte ook van het hem ten laste gelegde gebruik van een valse sleutel wordt vrijgesproken.

Hoewel op basis van de camerabeelden – die betrekking hebben op het onder feit 5 ten laste gelegde – geen 100% herkenning van verdachte heeft plaatsgevonden, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte de persoon is die op deze camerabeelden is te zien.

Immers heeft dit feit plaatsgevonden in dezelfde nacht en in dezelfde straat als het aan verdachte ten laste gelegde feit 6, waarbij verdachte wel op de camerabeelden is herkend.

Op de camerabeelden die betrekking hebben op feit 5 is een soortgelijke modus operandi te zien van een persoon met een overeenkomstig signalement als dat van verdachte bij feit 6.

De rechtbank acht het onder feit 5 subsidiair ten laste gelegde daarom wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4. (subsidiair)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5. (subsidiair)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 9 september 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een auto (BMW gekentekend [kenteken 1] ) een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die aan [slachtoffer 1] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bijrijdersportier te openen en in het voertuig te stappen,

- in het voertuig rond te kijken,

2.

op 9 september 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een auto (Ford Focus gekentekend [kenteken 2] ) een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die aan [slachtoffer 2] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bijrijdersportier te ontgrendelen en/of te openen,

- in het voertuig te stappen,

- (met zijn knie(ën)) op de passagiersstoel is gaan zitten en/of diverse vakjes heeft geopend,

3.(primair)

op 25 oktober 2025 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo uit een auto (Skoda Enyaq gekentekend [kenteken 3] ), een bankpas en creditkaart, die aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

op 27 oktober 2025 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een auto (Nissan X-Trail gekentekend [kenteken 4] ), een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die aan [slachtoffer 4] toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bestuurdersportier te openen en in de auto te stappen,

- (met zijn knie) op de bestuurdersstoel is gaan zitten en/of en het middenconsole heeft geopend

- in het voertuig rond te kijken,

op 8 november 2025 te Best ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

uit een auto (Volvo XC90 gekentekend [kenteken 5] ), een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen met dat opzet

- naar die auto te lopen,

- het bestuurdersportier te openen,

- in het voertuig rond te kijken,

6.

op 8 november 2025 te Best uit een auto (Fiat Fiorino gekentekend [kenteken 6] ) een pakje sigaretten, dat aan [slachtoffer 6] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaren. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte géén ISD-maatregel op te leggen. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een eerder aan verdachte opgelegde ISD-maatregel niet succesvol is gebleken. De raadsvrouw meent dat de rechtbank kan volstaan met oplegging van een gevangenisstraf conform de duur van het reeds door verdachte ondergane voorarrest. In dat kader heeft de raadsvrouw – gelet op het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering – verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen van goederen uit een auto en vier pogingen daartoe. Hij heeft zich telkens in de nacht in de auto’s van de slachtoffers begeven om te kijken of daar iets van zijn gading lag. In twee gevallen heeft hij ook spullen meegenomen. Dit zijn zes misdrijven waarbij verdachte geen enkel respect heeft getoond voor andermans eigendommen. Verdachte heeft geen verantwoording afgelegd voor zijn handelen en heeft de betrokkenen veel overlast en materiële schade bezorgd.

Persoon van verdachte

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van het meest recente uittreksel justitiële documentatie over verdachte. Hieruit volgt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten als de in deze zaak bewezenverklaarde feiten.

De reclassering heeft verder in een advies van 11 maart 2026 onder meer het volgende opgemerkt over verdachte:

(…)

Betrokkene kent een uitgebreid justitieel verleden waarin het plegen van vermogensdelicten de boventoon voert. Het ontbreekt ons aan (recente) informatie omtrent de leefomstandigheden van de heer [verdachte] , daar hij geen verklaring af wenste te leggen bij de politie en niet in gesprek wilde gaan met de reclassering.

(…)

Wij zien dat betrokkene ingeschreven staat op een postadres. Vanuit het regieteam van de gemeente Eindhoven werd verteld dat betrokkene zich zeer af en toe meldt bij het loket omdat hij een woning wil. Zodra ze hem een maatwerktraject aan willen bieden, wijst betrokkene dit af omdat hij niet open staat voor hulpverlening.

(…)

Gezien de zorgmijdende houding van betrokkene in de afgelopen jaren zien wij geen

mogelijkheden om middels reclasseringsinterventies risico’s in te perken.

(…)

Vanwege het ontbreken van actuele informatie over de leefgebieden kunnen wij op dit moment geen inschatting maken van het recidiverisico en het risico op letsel. Wij zien dat betrokkene een uitgebreid justitieel verleden kent, waarin hij veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Gezien deze veroordelingen kunnen wij spreken van een pro-criminele houding, wat in het algemeen een verhoogde risicofactor is.

(…)

Bij een veroordeling adviseren wij een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, omdat wij geen mogelijkheid zien om met voorwaarden en/of toezicht de risico's te beperken. Gezien de voortdurende overlastgevende criminaliteit in combinatie met het uitgebreide delictverleden, is de reclassering van mening dat de enige manier om deze overlast tegen te gaan het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is. Wij achten deze maatregel noodzakelijk om het recidiverisico terug te dringen en om hem de kans aan te bieden om gebruik te maken van de mogelijkheden die de ISD-maatregel kan bieden.

(…)

Zodra de maatregel onherroepelijk wordt, gaat de penitentiaire inrichting in multidisciplinair verband aan de slag om een plan van aanpak samen te stellen wat niet alleen betrekking heeft op de intramurale fase, maar ook op een extramuraal traject. Betrokkene zal in de verschillende fases voortdurend gemotiveerd worden om zich actief en coöperatief op te stellen. In afwachting van dit in te zetten traject zal er in deze fase van het proces geen specifiek plan van aanpak worden geformuleerd door de reclassering.

(…)

De ISD-maatregel.

De rechtbank kan, op vordering van de officier van justitie, een ISD-maatregel opleggen als aan de in artikel 38m, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht neergelegde vereisten is voldaan. In dit kader stelt de rechtbank het volgende vast.

De door verdachte begane feiten zijn strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan de nu begane feiten ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf en de huidige feiten zijn begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen. De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat is voldaan aan de vereisten van de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank stelt daarmee vast dat aan alle formele voorwaarden voor oplegging van een ISD-maatregel is voldaan.

Verdachte is in de afgelopen jaren (herhaaldelijk) veroordeeld voor onder andere diefstallen en pogingen daartoe. Daarbij zijn aan verdachte meerdere keren gevangenisstraffen opgelegd. Die gevangenisstraffen hebben hem er niet van weerhouden opnieuw en herhaaldelijk te recidiveren.

Gelet op het strafrechtelijk verleden van verdachte, de instabiele leefsituatie en het door de reclassering ingeschatte hoge recidiverisico, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen en goederen eist daarom naar het oordeel van de rechtbank het opleggen van de ISD-maatregel.

De maatregel strekt tot de beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. Daar komt bij dat de maatregel beoogt een bijdrage te leveren aan een oplossing van de zeer hardnekkige problematiek van verdachte.

De rechtbank acht – alles afwegende – oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren passend en geboden. De tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze maatregel in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel, nu dit niet in overeenstemming is met de aard van de maatregel.

Een tussentijds toetsingsmoment is tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor is overwogen naar het oordeel van de rechtbank niet noodzakelijk.

Gelet op de aan verdachte op te leggen maatregel zal de rechtbank het verzoek van de raadsvrouw tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijzen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu deze niet is onderbouwd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering in verband met de vrijspraak die zij heeft bepleit voor het feit waarop deze vordering betrekking heeft. Indien de rechtbank wel komt tot een bewezenverklaring dan dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering nu deze niet is onderbouwd.

Beoordeling.

De rechtbank stelt het volgende vast.

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade.

Door aangeefster [slachtoffer 1] is aangegeven dat zij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte angstgevoelens en nachtmerries heeft ondervonden. Deze toelichting bij de vordering tot schadevergoeding is niet nader onderbouwd met stukken van bijvoorbeeld de huisarts. Hoewel het voorstelbaar is dat aangeefster nadelige psychische gevolgen heeft ondervonden, brengt naar het oordeel van de rechtbank de aard en ernst van de normschending door verdachte niet mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank ook dat de poging tot diefstal heeft plaatsgevonden in de auto (en dus niet bijvoorbeeld in de woning) van aangeefster.

De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan daarmee alsnog bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 45, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 4 primair en onder feit 5 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal;

ten aanzien van feit 2:

poging tot diefstal;

ten aanzien van feit 3 primair:

diefstal;

ten aanzien van feit 4 subsidiair:

poging tot diefstal;

ten aanzien van feit 5 subsidiair:

poging tot diefstal;

ten aanzien van feit 6:

diefstal;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende maatregel:

ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6:

een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Bernsen, voorzitter,

mr. A.E. de Kryger en mr. I.C. Meuris, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 28 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bernsen
  • mr. A.E. de Kryger
  • mr. I.C. Meuris

Griffier

  • mr. A.J.H.L. Coppens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?