ECLI:NL:RBOBR:2026:2701

ECLI:NL:RBOBR:2026:2701

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 12046213 \ CV EXPL 26-190
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Gedaagde partij is, om de parkeergarage zonder te betalen te verlaten, door de slagboom gereden. Omdat gedaagde partij aldus onrechtmatig jegens Q-Park heeft gehandeld, moet gedaagde partij het gederfde parkeergeld en de door Q-Park geleden schade vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 12046213 \ CV EXPL 26-190

Vonnis van 2 april 2026

in de zaak van

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2025 met producties 1 tot en met 5,- het mondelinge gegeven schriftelijk verweer gegeven tijdens het gesprek van 15 januari 2026,- de brief waarbij is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de akte van Q-Park met productie 6 en een USB-stick met beeldmateriaal,

- de productie van Q-Park overgelegd op de mondelinge behandeling,

- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is een datum voor uitspraak van het vonnis bepaald.

2. De feiten

Q-Park exploiteert en beheert parkeeraccommodaties, onder andere in Nederland, waaronder de parkeergarage Eindhoven-Heuvel.

Het parkeermanagementsysteem en de camera’s van Q-Park hebben geregistreerd dat een auto met kenteken [kenteken] gebruik heeft gemaakt van de parkeergarage Eindhoven-Heuvel en dat deze auto op 14 september 2025 om 02.52 uur de parkeergarage, zonder te betalen, heeft verlaten door door de slagboom bij de uitrijterminal heen te rijden.

De auto stond volgens de gegevens van de RDW geregistreerd op de naam [A] . De auto werd op voornoemd tijdstip door [gedaagde] bestuurd.

3. Het geschil

Q-Park vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 1.050,42, te vermeerderen met rente en kosten.

Q-Park legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

Primair heeft [gedaagde] door te handelen als hiervoor onder 2.2. vermeld in strijd gehandeld met de tussen partijen bestaande overeenkomst en de algemene voorwaarden en is hij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst. Subsidiair heeft [gedaagde] daarmee onrechtmatig jegens Q-Park gehandeld. Q-Park lijdt door dit handelen schade en deze kan aan [gedaagde] worden toegerekend. Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde] een bedrag van € 382,41 aan schadevergoeding en het verschuldigde parkeergeld van € 11,50 verschuldigd. De door [gedaagde] aan de slagboom toegebrachte schade bedraagt € 519,50. Ondanks aanmaningen is betaling door [gedaagde] uitgebleven, waardoor hij in verzuim is geraakt. Hierdoor is hij wettelijke rente verschuldigd. Daarnaast heeft Q-Park [gedaagde] aangemaand, waarbij buitengerechtelijke incassokosten zijn aangezegd. [gedaagde] is ook deze kosten ten bedrage van € 137,01 verschuldigd.

[gedaagde] voert, zakelijk weergegeven, het volgende verweer. Hij betwist de vordering. Hij was met een vriend naar Eindhoven meegereden naar zijn auto. Omdat hij de volgende dag moest werken, wilde hij naar huis. De batterij van zijn telefoon was leeg en hij had geen kaartje van de parkeergarage. Het kaartje had zijn vriend. Hij kon dus niet betalen. Bij de slagboom heeft hij aangebeld en geprobeerd om een oplossing te bereiken met Q-Park. Hij wilde contant betalen of zijn telefoon opladen om te betalen, of hij heeft gevraagd of Q-Park een rekening wilde sturen. De oplossing die Q-Park heeft aangeboden, was dat hij iemand maar om geld moest vragen. Om 02.00 uur ’s nachts was dat niet mogelijk. Bijna een uur stond hij daar. Vanwege het uitblijven van een oplossing is hij uiteindelijk door de slagboom de parkeergarage uitgereden. De bewuste avond was zijn vriendin bij hem. Ook de batterij van de telefoon van zijn vriendin was leeg, waardoor ook zij niet kon betalen. Zij kan verklaren dat hij meerdere malen heeft aangebeld om met Q-Park tot een oplossing te komen. Hij heeft contact met de advocaat van Q-Park opgenomen en aangegeven dat hij bereid is om de slagboom te betalen en een dagkaart, maar daar zijn zij niet mee akkoord gegaan.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Q-Park grondt de vordering primair op het bestaan van een parkeerovereenkomst met [gedaagde] . Volgens Q-Park is met [gedaagde] een overeenkomst tot stand gekomen doordat hij de parkeergarage is binnengereden.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat niet hij, maar een vriend van hem met de auto de parkeergarage is binnengereden. Q-Park heeft dat niet betwist. Dit betekent dat niet [gedaagde] , maar zijn vriend een overeenkomst met Q-Park heeft gesloten. De vordering jegens [gedaagde] kan dus niet worden gegrond op een overeenkomst.

Subsidiair heeft Q-Park de vordering gegrond op een onrechtmatige daad die [gedaagde] jegens haar heeft begaan.

Vast staat dat [gedaagde] met de auto de parkeergarage, zonder te betalen voor het parkeren, is uitgereden door door de slagboom te rijden. Vast staat ook dat Q-Park als gevolg daarvan schade heeft geleden. De schade bestaat in ieder geval uit het derven van inkomsten omdat niet voor het parkeren is betaald en uit schade aan (de installatie van) de slagboom.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij niet heeft betaald voor het parkeren omdat hij op dat moment niet beschikte over een cashless betaalmiddel, omdat de batterij van zijn telefoon leeg was. Tevens heeft hij aangevoerd dat hij vóór het uitrijden uit de parkeergarage meerdere malen via de belknop/intercom contact heeft gehad met een Q-Parkmedewerker en dat hij meerdere voorstellen aan die medewerkers heeft gedaan om tot een oplossing te komen, zoals contant betalen of een betalingsregeling treffen. De medewerkers van Q-Park zouden hem daarin niet ter wille zijn geweest. Omdat de auto achterlaten in de parkeergarage geen optie voor hem was, heeft hij uiteindelijk besloten om door de slagboom heen de parkeergarage uit te rijden, aldus [gedaagde] .

Q-Park heeft aangevoerd dat zij aan parkeerders in haar garage meerdere mogelijkheden biedt om de parkeergarage op een rechtmatige wijze te verlaten. Via de belknoppen kan een klant 24 uur per dag contact krijgen met een medewerker. Als een klant niet beschikt over een bankkaart of een ander betaalmiddel, dan zal de Q-Park-medewerker de klant assisteren om de parkeergarage op een rechtmatige wijze te verlaten. Hiervoor worden vaste protocollen gehanteerd. Volgens Q-Park is de nieuwe methode dat zij een betaalverzoek naar het e-mailadres van de klant stuurt, waarna de klant de parkeergarage op rechtmatige wijze kan verlaten. De klant kan dan achteraf alsnog betalen. Volgens Q-Park heeft er de desbetreffende avond geen contact met [gedaagde] plaatsgevonden. Ter onderbouwing heeft zij, op de mondelinge behandeling, een overzicht met loggegevens van contactmomenten van 14 september 2025 overgelegd. Q-Park heeft aangevoerd dat in dit overzicht alle meldingen zijn geregistreerd die op 14 september 2025 hebben plaatsgevonden en dat daarin geen registratie van een of meerdere contacten met [gedaagde] is opgenomen. En los van de vraag of assistentie aan hem is verleend, heeft [gedaagde] de parkeergarage onrechtmatig verlaten, aldus Q-Park.

Of [gedaagde] , voordat hij door de slagboom de parkeergarage uitreed, via een belknop contact heeft gehad met een medewerker van Q-Park, valt niet te achterhalen. Het door Q-Park ter zitting overgelegde overzicht van contacten met medewerkers in de parkeergarage op 14 september 2025 geeft daarover geen definitief uitsluitsel. Het kan dus niet worden uitgesloten dat [gedaagde] wel degelijk die nacht heeft gesproken met een medewerker voordat hij de parkeergarage uitreed door de slagboom. Als dat zo is geweest is niet begrijpelijk dat Q-Park aan hem geen werkbare oplossing heeft aangeboden conform de mogelijkheden die zij ter zitting heeft genoemd.

Wat daar ook van zij, vast staat dat [gedaagde] zonder voor het parkeren te betalen de parkeergarage is uitgereden waarbij hij schade heeft toegebracht aan de slagboom(installatie). Het was zijn verantwoordelijkheid dat hij over een betaalmiddel beschikte dat in de garage werd geaccepteerd als hij met de auto de parkeergarage wilde uitrijden. Daar beschikte hij niet over (althans dat heeft hij niet gebruikt om de parkeergarage te kunnen uitrijden). Door toch de parkeergarage uit te rijden (zonder te betalen) en daarbij schade voor Q-Park te veroorzaken heeft hij onrechtmatig jegens Q-Park gehandeld. Deze schade is aan hem toerekenbaar. Hij dient daarom die schade te vergoeden.

Q-Park vordert drie bedragen aan schadevergoeding. Zij vordert vergoeding van het gederfde parkeergeld ad € 11,50 en van de schade aan de slagboom ad € 519,50. Tevens vordert zij een bedrag van € 382,41 als schadevergoeding wegens (i) geleden omzetderving, (ii) gemaakte kosten, (iii) uitgevoerde werkzaamheden, (iv) reeds gedane en toekomstige investeringen, (v) ingeschakelde derden en (vi) ter preventie.

[gedaagde] heeft erkend dat hij de schade aan de slagboom en het gederfde parkeergeld aan Q-Park moet vergoeden. De bedragen van € 11,50 en € 519,50 zijn daarom toewijsbaar.

[gedaagde] voert verweer tegen de gevorderde schade van € 382,41. Hij voert aan dat hem die nacht geen redelijke mogelijkheid tot betalen is gegeven door de Q-Parkmedewerkers, hoewel hij daarom via de belknop/intercom had verzocht en ook meerdere voorstellen daarvoor had gedaan. Bovendien is hij van mening dat het bedrag te hoog is.

Zoals hiervoor overwogen kan niet worden vastgesteld of [gedaagde] vóór het uitrijden door de slagboom contact heeft gehad met een medewerker van Q-Park via de belknop/intercom. Maar ook als hij inderdaad contact heeft gehad met een medewerker en die medewerker hem geen redelijk alternatief om te betalen heeft aangeboden, moet worden geconcludeerd – zoals hiervoor onder 4.5. is gedaan – dat hij de parkeergarage niet had mogen uitrijden door door de slagboom te rijden en niet te betalen voor het parkeren, en dat hij daarom de schade die Q-Park als gevolg daarvan heeft geleden, moet vergoeden.

Q-Park heeft voldoende onderbouwd dat zij, naast het gederfde parkeergeld en de schade aan de slagboom, ook andere kosten heeft gehad in verband met het op onrechtmatige wijze uitrijden uit de parkeergarage door [gedaagde] , zoals administratieve kosten en de kosten van investeringen in verband met het voorkomen van het op onrechtmatige wijze uitrijden uit hun parkeergarages en het opsporen van degenen die op onrechtmatige wijze hebben uitgereden. Het bedrag van € 382,41 is voorts niet onredelijk hoog. Gelet op het feit dat degenen die wel een parkeerovereenkomst met Q-Park hebben en die op onrechtmatige wijze uit een parkeergarage van Q-Park zijn gereden, ook dit bedrag aan schadevergoeding moeten betalen op grond van een beding in de overeenkomst en dat beding in de rechtspraak niet oneerlijk wordt bevonden, is er onvoldoende grond om in de onderhavige zaak te oordelen dat het bedrag onredelijk hoog is. Ook dit bedrag is toewijsbaar.

Aan schadevergoeding zal daarom worden toegewezen een bedrag van € 913,41 (€ 11,50 + € 519,50 + € 382,41).

Q-Park vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat de verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Dit zijn de toetsingscriteria voor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten als een vordering op een onrechtmatige daad is gegrond.

Q-Park vordert daarnaast wettelijke rente vanaf de pleegdatum over een bedrag van € 1.050,42. Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toe te wijzen hoofdsom van € 913,41.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

350,00

- salaris gemachtigde

288,00

(2 punten × € 144,00)

- nakosten

72,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

830,78

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen het bedrag van € 913,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 14 september 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Q-Park vastgesteld op € 830,78, te vermeerderen met de eventuele kosten van betekening van het vonnis,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J.A. Donkersloot op 2 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand