ECLI:NL:RBOBR:2026:2770

ECLI:NL:RBOBR:2026:2770

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer C/01/419116 FA RK 25-3709
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Rechter geeft gemeente tik op de vingers, nu die de man opdraagt bij de rechter om nihilstelling van kinder- en partneralimentatie te vragen, terwijl de rechtbank die daarvoor al op nihil had bepaald voor de duur van het minnelijk schuldhulpverleningstraject van de gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familierecht

Zaaknummer: C/01/419116 FA RK 25-3709

Kinder- en partneralimentatie

Beschikking van 8 april 2026

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de man,

in rechte vertegenwoordigd door:

[bewindvoerder],

kantoorhoudende in [plaats],

advocaat mr. L.G.P.A. van Putten-van den Heuvel,

e n

[verweerster],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. E.A.M. Brugman.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de man met bijlagen 2 tot en met 8, ingediend op 12 september 2025;

het verweerschrift van de vrouw;

het bericht van de man van 7 november 2025 met bijlage 2;

het bericht van de man van 20 maart 2026 met bijlagen.

De advocaat van de vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het bericht van de man van 20 maart 2026. Dit bericht valt binnen de tiendagentermijn en had eerder kunnen worden ingediend. De rechtbank zal dit bericht wel toelaten nu het gaat om stukken die eenvoudig zijn te doorgronden.

Het verzoek en verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 23 maart 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:

de man, bijgestaan door zijn advocaat en bewindvoerder, en

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

2. Waar gaat het over?

Wat staat vast?

De man en de vrouw zijn met elkaar getrouwd geweest van 22 januari 2008 tot 1 juli 2015.

Zij zijn de ouders van: [minderjarige], geboren op [datum].

minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de vrouw.

Op 3 september 2021 heeft de rechtbank beslist dat de man een bedrag van € 477 per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen en dat hij daarnaast een bedrag van € 628 bruto per maand aan partneralimentatie moet betalen. Hierbij heeft de rechtbank beslist dat voor de duur van de looptijd van de minnelijke schuldhulpregeling via de gemeente zowel de kinderalimentatie als de partneralimentatie nihil bedraagt.

De behoefte van [minderjarige] is € 548 per maand in 2018. Geïndexeerd naar 2026 is dat € 721 per maand.

Wat ligt voor?

De man verzoekt de rechtbank bij beschikking, indien mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de beschikking van 3 september 2021 door de rechtbank gewezen, zal worden gewijzigd en zal worden bepaald dat de alimentatie zal worden gesteld op nihil, zonder voorwaarden.

De vrouw verzoekt de rechtbank de man niet-ontvankelijk te verklaren danwel zijn verzoek af te wijzen als zijnde onvoldoende onderbouwd en ongegrond.

3. De beoordeling

Vooraf en ontvankelijkheid

In de beschikking van 3 september 2021 van deze rechtbank is ten aanzien van de kinder- en partneralimentatie voor zover hier van belang het volgende bepaald:

“stelt met ingang van 7 augustus 2020 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] vast op € 477,- per maand, voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

stelt met ingang van de datum dat het minnelijke schuldhulpverleningstraject via de gemeente aanvangt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] vast op nihil, voor de duur van de looptijd van de minnelijke schuldhulpregeling via de gemeente;

stelt met ingang van 9 april 2021 de bijdrage door de man aan de vrouw voor levensonderhoud te voldoen, vast op € 628,- per maand, voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

stelt met ingang van de datum dat het minnelijke schuldhulpverleningstraject via de gemeente aanvangt de door de man aan de vrouw voor levensonderhoud te voldoen, vast op nihil, voor de duur van de looptijd van de minnelijke schuldhulpregeling via de gemeente;”

Bij brief van 5 september 2024 heeft de Gemeente Oss de man als volgt bericht:

Waarom stopt de schuldhulpverlening?

Vanaf 05-09-2024 krijgt u geen schuldhulpverlening meer. Wij hebben dit samen besloten, omdat schuldhulpverlening niet meer bij uw situatie past. Voordat u een nieuwe aanvraag kunt doen, moet het volgende geregeld zijn:

o Nihilstelling partner- en kinderalimentatie. Een overeenkomst met uw ex-partner is niet voldoende. U dient dit via de rechtbank aan te vragen.”

Namens de vrouw heeft haar advocaat gesteld dat het verzoek van de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat in het verzoekschrift geen rechtsingang is gesteld en onderbouwd, met name dat niet is gesteld dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Desgevraagd heeft de advocaat van de man dat ter zitting erkend en verklaard dat zij het verzoek heeft ingediend omdat de man door de brief van de gemeente Oss over het stoppen van de schuldhulpverlening in een onmogelijke positie was gekomen.

Hoewel de advocaat van de vrouw terecht heeft gesteld dat in het verzoekschrift van de man geen rechtsingang is vermeld, zal de rechtbank de man ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende, daargelaten dat het stoppen van de schuldhulpverlening als een rechtens relevante wijziging kan worden aangemerkt..

De man heeft een forse schuldenlast, waarvan een aanzienlijk deel bestaat uit een schuld aan het LBIO. Kennelijk was de man eerder toegelaten tot schuldhulpverlening, maar de gemeente Oss heeft deze beëindigd en de man verplicht om eerst aan de rechter nihilstelling van de kinder- en partneralimentatie te vragen teneinde opnieuw toegelaten te worden tot de schuldhulpverlening. De rechtbank vindt deze opstelling van de gemeente onbegrijpelijk, omdat in de beschikking van deze rechtbank van 3 september 2021 de kinder- en partneralimentatie reeds op nihil waren gesteld voor de duur van het minnelijk schuldhulpverleningstraject van de gemeente. De rechtbank gaat ervan uit dat de gemeente met deze beschikking bekend is.

De gemeente mag zich er rekenschap van geven dat met deze handelwijze aanzienlijke maatschappelijke kosten zijn gemoeid, waaronder in ieder geval de (onnodige) procedure bij de rechtbank met twee keer een toevoeging, maar ook dat hierdoor het schuldhulpverleningstraject geruime tijd onnodig heeft stilgelegen en daarmee zowel de man als de vrouw in hun belangen zijn geschaad. Tot slot overweegt de rechtbank dat ook de vrouw er uiteindelijk bij gebaat is dat de schuldenproblematiek van de man zo snel mogelijk wordt opgelost. Om deze reden heeft de rechtbank beide partijen ook in de gelegenheid gesteld om nog de meest actuele inkomensgegevens te overleggen.

Na de mondelinge behandeling op 23 maart 2026 hebben partijen de rechtbank de meest recente inkomensgegevens toegestuurd.

Ingangsdatum

De wet laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting. Nu partijen zich niet hebben uitgelaten over de ingangsdatum, hanteert de rechtbank als ingangsdatum de datum van deze beschikking.

Kinderalimentatie

Kinderalimentatie gaat voor op partneralimentatie. De rechtbank bepaalt daarom eerst de hoogte van de kinderalimentatie, om daarna te beoordelen of en in hoeverre er in de draagkracht van de man ruimte is voor partneralimentatie.

Draagkracht ouders

Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt ook wel de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van de kinderen voorzien.

Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Bij die methode kijkt de rechtbank naar wat er van het inkomen van een ouder overblijft nadat de noodzakelijke lasten zijn betaald. Aan de inkomstenkant rekent de rechtbank met het netto besteedbaar maandinkomen (NBI) van een ouder. Aan de uitgavenkant rekent zij met een woonbudget van 30% van het NBI en een forfaitair bedrag voor vaste lasten. Dat forfaitaire bedrag is gebaseerd op de bijstandsnorm. Daarnaast kan de rechtbank ook rekening houden met eventuele overige lasten. Die lasten moeten dan niet verwijtbaar en niet vermijdbaar zijn. Alle uitgaven vormen met elkaar het ‘draagkrachtloos inkomen’. Het NBI verminderd met het draagkrachtloos inkomen leidt tot de ‘draagkrachtruimte’. Van de draagkrachtruimte is 70% beschikbaar voor de kinderen. Van de draagkrachtruimte is (in beginsel) 70% beschikbaar voor de kinderen. In dit geval ziet die berekening er als volgt uit:

70% [NBI – (NBI X 0,3 + 1365)].

Draagkracht man

Voor het bepalen van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van de overlegde uitkeringsspecificatie van het UWV van februari 2026. Hieruit blijkt een inkomen uit WIA van € 3.505 per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Het NBI van de man is dan € 2.598.

Voor schuldhulpverlening door de gemeente

Bij het berekenen van de draagkracht van de man in de periode voordat de schuldhulpverlening ingaat, houdt de rechtbank rekening met het beslag dat het LBIO in verband met achterstallige kinder- en partneralimentatie op het inkomen van de man heeft gelegd. Dit loonbeslag bedraagt € 362 per maand. Volgens de hiervoor vermelde methode en rekening houdend met het loonbeslag heeft de man een draagkracht van € 64 per maand. Omdat de man naast de schuld aan het LBIO nog aanzienlijke andere schulden heeft, is de rechtbank van oordeel dat de man op dit moment geen draagkracht heeft om een bijdrage aan de vrouw te voldoen.

Na schuldhulpverlening door de gemeente

Wanneer de man schuldenvrij is, zal er door het LBIO geen beslag meer worden gelegd op zijn inkomen. Hierdoor heeft de man meer draagkracht om kinderalimentatie betalen. Met een NBI van € 2.598 en overigens ongewijzigde omstandigheden, heeft de man op basis van voornoemde formule een draagkracht voor kinderalimentatie van € 318 per maand.

Draagkracht vrouw

Voor het bepalen van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van de overlegde uitkeringsspecificatie van het UWV van februari 2026. Hieruit volgt een inkomen uit WIA van € 304 en uit de Toeslagenwet van € 711, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Ook rekent de rechtbank met een jaarlijks kindgebonden budget van € 5.996. Het NBI is dan € 1.411. Hiermee heeft de vrouw een minimale draagkracht van € 25 per maand.

Verdeling kosten en zorgkorting

Gezien het grote tekort aan draagkracht om in de kosten van Ecrin te voorzien, is een verdeling van de kosten niet aan de orde en past de rechtbank geen zorgkorting toe.

Te betalen kinderalimentatie

Nu vaststaat dat de man vanwege zijn schulden geen draagkracht heeft, zal de rechtbank de door de man te betalen kinderalimentatie op nihil stellen.

Wanneer de man het schuldhulpverleningstraject bij de gemeente heeft afgerond, herleeft de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie weer. De rechtbank zal bepalen dat de man na het schuldhulpverleningstraject bij de gemeente een kinderalimentatie moet betalen van € 318 per maand. Indien de man wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering, dan herleeft de kinderalimentatie weer nadat de man het schuldsaneringstraject heeft afgerond.

De rechtbank gaat ervan uit dat de bewindvoerder en de man er alles aan zullen doen wat in hun vermogen ligt om het schuldhulpverleningstraject bij de gemeente of de wettelijke schuldsanering zo snel als mogelijk te laten starten en dat zij de vrouw actief op de hoogte houden van de voortgang hiervan.

Wanneer de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie herleeft, moet de man de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand vooraf betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand gemaakt worden en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.

Partneralimentatie

Nu de man zijn volledige draagkracht moet aanwenden voor het betalen van kinderalimentatie, heeft hij geen draagkracht om partneralimentatie te kunnen betalen. Om deze reden zal de rechtbank de partneralimentatie op nihil stellen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank verklaart de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de partneralimentatie betaald moet worden, ook al wordt er hoger beroep ingesteld.

Proceskosten

Partijen moeten ieder de eigen proceskosten betalen, omdat zij elkaars ex-partners zijn.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie, zoals die was vastgelegd in de beschikking van de rechtbank van 3 september 2021, en bepaalt dat deze kinderalimentatie:

 vanaf de datum van deze beschikking en gedurende het schuldhulpverleningstraject bij de gemeente of de wettelijke schuldsanering € 0 per maand bedraagt;

 vanaf de datum dat de man het schuldhulpverleningstraject of de wettelijke schuldsanering met goed gevolg heeft afgerond € 318 per maand bedraagt, welk bedrag jaarlijks van rechtswege wordt geïndexeerd;

wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie, zoals die was vastgelegd in de beschikking van de rechtbank van 3 september 2021, en stelt deze partneralimentatie vanaf de datum van deze beschikking op nihil;

bepaalt dat de man de kinderalimentatie wat de toekomstige termijnen betreft steeds vóór de eerste van de maand vooraf moet betalen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat partijen allebei hun eigen proceskosten moeten betalen;

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.

Dit is de beslissing van rechter mr. K.M. Braun, tot stand gekomen in samenwerking met A.R. Beeren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Bijlagen:

Bijlage 1: berekening NBI en draagkracht van de man voor schuldhulpverlening.

Bijlage 2: berekening NBI en draagkracht van de man na schuldhulpverlening.

Bijlage 3: berekening NBI en draagkracht van de vrouw.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand