RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.103783.25
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2003] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 maart 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2024 tot en met 30 juni 2024 juni te
Best, althans in Nederlad,
met [slachtoffer 1] , geboren op [2010] , die de leeftijd van twaalf
jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer 1] ,
te weten, het met een penis en/of vinger vaginaal penetreren van het lichaam van
die [slachtoffer 1]
( art 245 Wetboek van Strafrecht )
Ten aanzien van feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 juli 2024 te Bes, althans
in Nederland
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1]
, geboren op [2010]
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
het met een penis en/of vinger vaginaal penetreren van het lichaam van die Van
Dommelen
( art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
Ten aanzien van feit 3:
hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2022 tot en met 31 juli 2024 te Best,
althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking
van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 7 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten foto's, video's/films en/of een gegevensdrager bevattende visuele
weergaven, te weten een mobiele telefoon (merk Samsung, type A52, goednummer
2258184,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis
(P.70 [nummer] )
en/of
het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een
vinger/hand, door die persoon
(P.81 [nummer] )
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten
met een hand/vinger aanraakt
(P.81, [nummer] , [nummer] )
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
-die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een seksspeeltje en/of in
een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films
nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld
worden gebracht
(P.81 [nummer] , P.83 [nummer] )
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1
sub c Wetboek van Strafrecht).
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3, met aanpassing van de begindatum en inkorting van de pleegperiode van de feiten 1 en 3. Ten aanzien van feit 1 vangt de pleegperiode aan op het moment van de eerste keer seksueel contact in mei of juni 2024. Ten aanzien van feit 3, is de eerst aangetroffen video die als kinderpornografisch kan worden beoordeeld gedateerd op 10 oktober 2023.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat het ontuchtige karakter van de ten laste gelegde handelingen ontbreekt en dat ten aanzien van feit 2 de strafuitsluitingsgrond van toepassing is, zodat verdachte van feit 1 dient te worden vrijgesproken en ten aanzien van feit 2 dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman partiële vrijspraak bepleit omdat niet kan worden bewezen dat het meisje op het filmpje van 10 oktober 2023 [slachtoffer 2] betreft en omdat niet kan worden vastgesteld dat de daarop zichtbare persoon – volgens verklaring van verdachte: [naam 1] – minderjarig is. Bij gebrek aan verdere gegevens over de op de telefoon aangetroffen bestanden, kan de begindatum van de bewezen te verklaren periode niet eerder worden vastgesteld dan het moment van inbeslagname van de telefoon. Tevens kan zonder informatie over de exacte hoeveelheden en zonder informatie over een periode, de ondergrens van het ten laste gelegde “gewoonte maken” niet worden gehaald. Ook ten aanzien van dat onderdeel van de tenlastelegging dient vrijspraak te volgen.
Het oordeel van de rechtbank.
Bewijsmiddelen.
Ten aanzien van feit 1 en feit 2:
1. Het proces-verbaal ter terechtzitting, inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 april 2026, voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Ik heb twee of drie keer seks gehad met [slachtoffer 1] bij mij thuis, volgens mij was de eerste keer een maand eerder dan dat zij heeft verklaard. Ik wist dat zij toen 14 was. Het klopt dat ik haar vagina heb gepenetreerd met mijn penis.
2. Een proces-verbaal van verhoor getuige, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] van 19 augustus 2024, p. 20-27 van het
eindproces-verbaal, voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
We hebben seks gehad bij [verdachte] thuis op het adres [adres] in Best. Ik was nog maagd. De eerste keer was in juni 2024, ik dacht 24 juni. Hij heeft mij gevingerd. Hij deed zijn vinger in mijn vagina. Ik had het nooit bij mezelf gedaan. We hadden seks. Zijn pik ging in mijn vagina. De andere keer was 23 juli 2024. Een dag voor mijn verjaardag was de eerste kus.
Ten aanzien van feit 3:
1. Het proces-verbaal ter terechtzitting, inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 april 2026, voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Het klopt dat ik in heel veel Telegram-groepen zat waarin mensen werden geëxpoosd met onder andere naaktfoto’s. Het klopt dat er kinderpornografie op mijn Samsung A52 is aangetroffen. Het meisje op het seksfilmpje van 10 oktober 2023 is [naam 1] . Zij is twee of drie jaar jonger dan dat ik ben.
2. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek GSM waterschade, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 27 februari 2024, p. 70-80 van het eindproces-verbaal, voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Door mij, verbalisant [verbalisant 1] , werd ten behoeve dit onderzoek een gegevensdrager in beslag genomen bij de verdachte [verdachte] . Dit betrof een telefoon, merk Samsung A52, met waterschade. Door een medewerker van de afdeling digitale expertise werd van de genoemde telefoon middels het forensische programma UFED een file-extractie gemaakt. Deze data werd vervolgens aan het onderzoeksteam ter beschikking gesteld. Door mij, verbalisant, werd een onderzoek ingesteld naar de veiliggestelde data van de genoemde telefoon.
Op de telefoon werden tientallen kinderpornografische afbeeldingen en video’s aangetroffen. Dit zijn hoofdzakelijk meisjes in de leeftijdscategorie 12-18 jaar.In Telegram werden 312 groepen aangetroffen met 25.000 berichten. In één groep zaten 442 filmpjes en afbeeldingen. Deze groepen bevatten een groot aantal kinderpornografische filmpjes en afbeeldingen en exposed sites met minderjarigen.In Snapchat staat een zelfvervaardigd seksfilmpje. Het betreft een filmpje van een meisje en haar omgeving, een slaapkamer met een bed en een voetbaldekbed. (…) Op het filmpje is ook de naam “ [verdachte] ” te horen.Filmpje [nummer] is gemaakt of opnieuw opgeslagen op 10-10-2023Hierop is het eerder genoemde voetbaldekbed te zien en een seksfilmpje waar een jongen een meisje van achter penetreert in haar vagina.(…)
Er is een filmpje te zien van Snapchat. Het is een filmpje van een meisje dat een dildo gebruikt.Gestuurd door een “ [naam 2] ”. Deze naam is door mij opgezocht in het politiesysteem en dan komt er een melding naar voren waarin melding gemaakt wordt van het misbruik seksueel beeldmateriaal. PL1700-2023176924. In deze melding wordt gesproken over het feit dat het filmpje op Telegram staat en dat het meisje 13 jaar is.
Van een aantal kinderpornografische afbeeldingen en filmpjes wordt een apart
proces-verbaal van beschrijving kinderpornografische afbeeldingen gemaakt.
3. Een proces-verbaal van bevindingen beschrijving kinderpornografisch materiaal, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 5 maart 2025, p. 81-84 van het eindproces-verbaal, voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Beoordeling kinderpornografisch materiaal: Op woensdag 5 maart 2025 heb, ik verbalisant [verbalisant 2] , een nader onderzoek ingesteld in het aan mij ter beoordeling aangeboden materiaal.Vanuit de grote hoeveelheid afbeeldingen heb ik 3 afbeeldingen (video’s) omschreven, waarvan sprake bleek te zijn van kinderpornografisch materiaal.(…)Beschrijving van het aangetroffen kinderpornografisch materiaal:Afbeelding (video) 1:Bestandsnaam: [nummer]Duur video: 7 secondenIk, verbalisant [verbalisant 2] , trof een video aan met bestandsnaam [nummer] met een duur van 7 seconden waarop een blank jong meisje in de kennelijke leeftijd van 13 tot 15 jaar zichtbaar is. Bij aanvang van de video is de bestandsnaam [nummer] kort groot in beeld. Ik zie dat het meisje zich in een badkamer bevindt en dat een klein deel van haar gezicht bovenaan de video door middel van een paars driehoekvormige smiley wordt bedekt. Ik zie dat het meisje naakt is en voorovergebogen richting de camera kijkt. Ik zie het meisje een zwarte vlinder, vermoedelijk een tatoeage of plakplaatje, boven haar borsten, in het midden van haar lichaam heeft. Ik zie dat rechts hiervan een bruine ronde moedervlek, in de grote van een 1 euro munt zit. Ik zie dat de borsten van het meisje nog niet volgroeid zijn en dat de tepelhoven op de borsten zitten. Ik zie dat het meisje haar tong uitsteekt en met haar onderlichaam draaiende bewegingen maakt. Ik zie dat het meisje geen schaamhaarbegroeiing heeft. Ik zie dat het meisje weer voorover richting de camera buigt en van haar linkerhand, de middelvinger en ringvinger in haar mond stopt. Ik zie dat zij deze vervolgens uit haar mond haalt en dat ze vervolgens haar tong nog eens uitsteekt.
Afbeelding (video) 2:Bestandsnaam: [nummer] . mp4Duur video: 10 secondenIk, verbalisant [verbalisant 2] trof een video aan met bestandsnaam [nummer] .mp4 met een duur van 10 seconden waarop een blank jong meisje in de kennelijke leeftijd van 10 tot 15 jaar zichtbaar is. Bij aanvang van de video is de bestandsnaam [nummer] .mp4 kort groot in beeld. Ik zie dat het meisje voor een houten deur met een messing deurknop ligt. Ik zie dat het meisje blond haar heeft en een zwarte sport-bh met witte rand draagt en dat haar onderlichaam ontkleed is. Ik zie dat het meisje haar benen gespreid heeft en met de ring- en middelvinger van haar rechterhand over haar vagina beweegt. Ik zie dat het meisje draaiende bewegingen met deze vingers maakt tussen haar schaamlippen. Ik zie dat het meisje geen schaamhaarbegroeiing heeft. Ik zie de tekst “ [tekst] ” in het beeldscherm verschijnen. Ik zie dat naast deze tekst een tekening van een rechterhand die een pen vasthoudt zichtbaar is. Vervolgens zie ik dat het beeld verspringt en een video zichtbaar is waarop een blank jong meisje in de kennelijke leeftijd van 10 tot 15 jaar zichtbaar is. Ik zie dat het meisje bruin haar heeft en een rode trui draagt. Ik zie dat het meisje een kettinkje draagt met 2 hartjes eraan. Ik zie op de achtergrond een lichtkleurige muur, met daarbovenop groene begroeiing. Ik zie dat het meisje een penis in erectietoestand in haar mond neemt en zuigende bewegingen maakt. Ik dat de mannelijke persoon, waarbij zij dit doet een oranjekleurige trui met blauwe opdruk en een spijkerbroek draagt. Ik zie dat de tekst “ [tekst] ” met hand nog steeds zichtbaar is. Hierna zie ik dat het beeld weer verandert. Ik zie dat er een blank jong meisje in de kennelijke leeftijd van 10 tot 15 jaar zichtbaar is. Ik zie dat het meisje bruin haar heeft en geheel naakt is. Ik zie dat het meisje met haar rechterhand haar borsten bedekt en dat ze met haar linkerhand haar vagina bedekt. Ik zie dat het meisje een draaiende beweging met haar lichaam maakt. Ik zie dat de tekst “ [tekst] ” met hand nog steeds zichtbaar is. Ik zie dat het beeld verandert en nu een ander blank jong meisje in de kennelijke leeftijd van 10 tot 15 jaar zichtbaar is.Ik zie dat meisje blond haar heeft. Ik zie dat het meisje op een witte achtergrond zit en dat er naast haar een zwarte rol ligt. Ik zie dat het meisje in haar linkerhand een roze/wit voorwerp heeft, gelijkend op een “seksspeeltje”. Ik zie dat het meisje zwarte netkousen draagt tot haar bovenlichaam. Ik zie dat het meisje geen schaamhaar begroeiing heeft. Ik zie dat de tekst “ [tekst] ” met hand nog steeds zichtbaar is. (…)
Afbeelding (video) 3:Bestandsnaam: [nummer]Duur video: 26 secondenIk, verbalisant [verbalisant 2] , trof een video aan met bestandsnaam [nummer] met een duur van 26 seconden waarop diverse screenshots zichtbaar zijn. De eerste afbeelding betreft een screenshot waarop een aantal mapjes zichtbaar zijn. Onder deze mapjes zie ik een viertal kleine afbeeldingen, vermoedelijk van een video. Op een afbeelding is een meisje zichtbaar in de kennelijke leeftijd van 8 tot 13 jaar. Het meisje ligt naakt met haar benen gespreid. Ik zie dat het meisje geen borstvorming heeft. Ik zie dat de onderkant van haar lichaam niet geheel zichtbaar is. Ik zie de afbeelding voorzien is van de bestandsnaam [nummer] . (…)Ik zie een afbeelding voorzien van bestandsnaam [nummer] . Ik zie een meisje in de kennelijke leeftijd van 8 tot 13 jaar. Ik zie dat het meisje lang donkerkleurig haar heeft. Ik zie dat het meisje volledig naakt zit en haar benen uit elkaar heeft. Ik zie dat meisje geen borstvorming heeft. In de video veranderen constant de screenshots. Op iedere screenshot zijn 6 afbeeldingen zichtbaar met halfnaakte tot naakte personen. De laatste screenshot van de video is een afbeelding gelijkend op het beginscherm van een telefoon.
Representatieve doorsnede (toonmap)Van deze 3 afbeeldingen (video’s), voorzien van bestandsnamen, heb ik een toonmap samengesteld bestaande uit 4 afbeeldingen en deze toonmap als stuk van overtuiging aan de officier van justitie ter beschikking gesteld. Deze 4 afbeeldingen betreft 1 afbeelding van de video met bestandsnaam [nummer] (bijlage 1), 1 afbeelding van de video met bestandsnaam [nummer] .mp4 (bijlage 2) en 2 afbeeldingen van de video met bestandsnaam [nummer] (bijlage 3 & 4).
Deze afbeeldingen zijn afkomstig uit de bestanden die normaal en zonder speciale software door de gebruiker te benaderen en zichtbaar zijn.
Deze afbeeldingen zijn afkomstig uit de mobiele telefoon, zijnde een Samsung A52 5G (waterschade), goednummer 2258184.
4. Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 13 mei 2025 (los), voor zover relevant – zakelijk weergegeven – inhoudende:
Door mij is nader onderzoek gedaan in de telefoon naar de Telegram-activiteiten van verdachte [verdachte] . [verdachte] heeft 4 filmpjes doorgestuurd vanuit een Telegram-groep naar zichzelf, waarvan 1 filmpje is van seks door minderjarigen 12-16 jaar. Hij vraagt andere mannelijke gebruikers uit Telegram-groepen om meer materiaal (…). Hij vraagt jonge vrouwen/meisjes om materiaal, soms wordt daar geld voor gevraagd. (…)
Nadere bewijsoverwegingen.
Vingeren.
Verdachte heeft bekend dat hij en [slachtoffer 1] meerdere malen seksueel contact hebben gehad en hij haar vagina heeft gepenetreerd met zijn penis. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij haar vagina ook heeft gepenetreerd met zijn vinger. Dit laatste heeft verdachte ter terechtzitting ontkend. [slachtoffer 1] heeft uitgebreid, gedetailleerd en consistent verklaard over de aanloop naar de seksuele handelingen. Zij heeft verklaard dat verdachte de eerste keer dat zij bij hem thuis was met zijn hand in haar broek is gegaan en haar heeft gevingerd. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan haar verklaring op dit punt. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] haar vagina ook heeft gepenetreerd met zijn vinger.
Ontuchtig karakter.
Voor de beantwoording van de vraag of de handelingen van seksuele aard als ontuchtig kunnen worden bestempeld, is van belang of deze handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Of dit zo is, is volgens vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het ontuchtig karakter kan ontbreken bij seksueel contact met een minderjarige als het gaat om vrijwillig contact tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en een affectieve relatie hebben.
Op het moment van de gepleegde handelingen was [slachtoffer 1] 14 jaar en verdachte 20 jaar oud.
Het gaat dus om een leeftijdsverschil van zes jaar.
Anders dan de verdediging heeft betoogd, was er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een gelijkwaardige relatie tussen verdachte en [slachtoffer 1] . Het verschil in leeftijd is allereerst niet gering, omdat het destijds immers ging om een meerderjarige man van 20 jaar en een minderjarig meisje van 14 jaar. [slachtoffer 1] zat op dat moment in een andere levens- en ontwikkelingsfase dan verdachte.
Daarnaast was de relatie niet gelijkwaardig vanwege het verschil in kennis van en ervaring op het gebied van seks. [slachtoffer 1] was nog maagd en heeft verklaard zichzelf nog nooit gevingerd te hebben. Na een aantal maanden ‘vriendschappelijk’ contact hebben zij in maart 2024 voor het eerst gezoend. In mei of juni 2024 vond het eerste fysieke, intieme contact plaats. In de periode tot en met 23 juli 2024 heeft er slechts twee tot drie keer contact plaatsgevonden waarbij er seksuele handelingen zijn verricht. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte bleef aandringen waardoor zij heeft besloten met het seksueel contact in te stemmen. Deze omstandigheden tezamen maken dat de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is geweest van een gelijkwaardige (liefdes)relatie tussen verdachte en [slachtoffer 1] .
Het verweer dat er sprake is van gelijkwaardigheid en er aldus geen sprake was van strijd met de sociaal-ethische norm, verwerpt de rechtbank.
Op basis van wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de seksuele handelingen die tussen verdachte en [slachtoffer 1] hebben plaatsgevonden als ontuchtig moeten worden beschouwd. De wettelijke strafuitsluitingsgrond van artikel 248, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (feit 2) is daarmee ook niet van toepassing.
Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een minderjarige en het verrichten van seksuele handelingen met een kind tussen de twaalf en zestien jaren oud, waarbij hij het lichaam van [slachtoffer 1] seksueel is binnengedrongen.
Pleegperiode
In navolging van de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de pleegperiode ten aanzien van feit 1 en feit 3 moet worden ingekort en later aanvangt dan ten laste is gelegd. Ten aanzien van feit 1 stelt de rechtbank de aanvangsdatum vast op het moment van het eerste seksuele contact. Zij gaat hierbij uit van mei/juni 2024 en stelt de datum daarom (zekerheidshalve) vast op 1 mei 2024. Ten aanzien van feit 3 stelt de rechtbank op basis van de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting vast dat het meisje op het door verdachte op 10 oktober 2023 opgenomen (of opnieuw opgeslagen) filmpje minderjarig is. Verdachte was op 10 oktober 2023 19 jaar. Een maand later zou hij 20 worden. Als - het volgens de verklaring van verdachte op het filmpje zichtbare meisje [naam 1] – twee tot drie jaar jonger is dan hij, was zij op 10 oktober 2023 16 of 17 jaar en in ieder geval nog niet meerderjarig. De in de tenlastelegging bepaalde aanvangsdatum is gebaseerd op een filmpje van 30 oktober 2022 dat niet als kinderpornografisch kan worden aangemerkt. De rechtbank gaat voor de aanvang van de pleegperiode daarom uit van 10 oktober 2023.
Handelingen bestand [nummer]
De handelingen die op de beelden zijn te zien en door een gecertificeerd zedenrechercheur zijn beschreven in een proces-verbaal, komen niet overeen met de tenlastelegging. Op de beelden worden niet de eigen billen, borsten of het geslachtsdeel aangeraakt met een hand of met een vinger. Wel hebben de beelden een onmiskenbare seksuele strekking, waardoor de video naar het oordeel van de rechtbank wel als kinderpornografisch kan worden beoordeeld.
Gewoonte maken.
De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte zich in een periode van een jaar, namelijk van 10 oktober 2023 tot en met 7 oktober 2024, intensief heeft beziggehouden met het vervaardigen, verwerven en bezitten van kinderporno op grote schaal. Weliswaar zijn op de gegevensdrager van verdachte (Samsung A52) ‘tientallen’ kinderpornografische foto’s en filmpjes aangetroffen van meisjes in de leeftijdscategorie 12-18 jaar, maar het exacte aantal kinderpornografisch materiaal is niet inzichtelijk gemaakt. Hoewel er in één van de 312 groepen 442 filmpjes en afbeeldingen zaten, is onduidelijk hoeveel van die afbeeldingen en filmpjes als kinderpornografisch worden beoordeeld en hoe groot de gedeelde hoeveelheid van sites met daarop exposed minderjarigen daadwerkelijk is. Daarnaast leidt de rechtbank uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting af dat verdachte zelf geen materiaal heeft verspreid. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte van het maken en het in het bezit hebben van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt en spreekt verdachte daarvan vrij.
De bewezenverklaring.
(p. 82 [nummer] , p. 83 [nummer] ).
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
Ten aanzien van feit 1:
in de periode van 1 mei 2024 tot en met 30 juni 2024 te Best,
met [slachtoffer 1] , geboren op [2010] , die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer 1] , te weten, het met een penis en vinger vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 1] ;
Ten aanzien van feit 2:
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 juli 2024 te Best,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1]
, geboren op [2010] , seksuele handelingen die mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het met een penis vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 1] ;
Ten aanzien van feit 3:
in de periode van 10 oktober 2023 tot en met 31 juli 2024 te Best,
(in de periode van 10 oktober 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht)
een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 7 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht)
visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking,
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en
zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten een gegevensdrager bevattende visuele
weergaven, te weten een mobiele telefoon (merk Samsung, type A52, goednummer
2258184), waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis
(p. 70 [nummer] )
en
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon
(p. 82 [nummer] )
en
die persoon het eigen geslachtsdeel en de eigen borsten met een hand aanraakt
(p. 82, [nummer] )
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of met een seksspeeltje en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De strafbaarheid van het feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Namens verdachte is een beroep gedaan op de wettelijke strafuitsluitingsgrond van artikel 248, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Zoals hierboven al overwogen wordt dit verweer verworpen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft geëist verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling indien de reclassering dit aangewezen acht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de consequenties die de zaak voor verdachte heeft (gehad) voor zijn toekomst en vrijetijdsbesteding. Verzocht is te volstaan met een taakstraf en een gevangenisstraf waarvan één dag onvoorwaardelijk en voor het overige gedeelte geheel voorwaardelijk, met daaraan eventueel een contactverbod met [slachtoffer 1] verbonden.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De aard en ernst van de feiten.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ongeoorloofd seksueel contact met een 14-jarig meisje. Ook heeft hij een seksfilmpje gemaakt van een minderjarig meisje en heeft hij kinderporno verzameld en opgeslagen.
Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd. Tieners zijn over het algemeen op seksueel gebied nog niet volgroeid en zij kunnen de emotionele gevolgen van seksueel contact niet in voldoende mate zelfstandig overzien. Verdachte heeft onvoldoende rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Ondanks dat de seks vrijwillig heeft plaatsgevonden, kan een jong tienermeisje op een later moment spijt hebben van seks met een meerderjarige jongen die zich in een andere ontwikkelings- en levensstadium bevindt. Verdachte heeft geen oog gehad voor de mogelijke schadelijke gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer en zijn eigen seksuele verlangens vooropgesteld. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 4 maart 2026 van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.
Zorgen:
Ondanks het ontbreken van een strafblad, komen uit het onderzoek van de politie de nodige zorgen over verdachte naar voren. Verdachte lijkt veelvuldig contact te hebben gezocht met minderjarige meisjes. Er liggen diverse zorgelijke meldingen over het gedrag van verdachte naar jonge meisjes. Ondanks dat verdachte is gewaarschuwd dat deze meldingen er liggen en hem uitleg is gegeven over de (nieuwe) wetgeving, is hij wederom seksueel contact aangegaan met een minderjarige. Ook op dit moment is verdachte niet gestopt met het hebben van contact met minderjarige meisjes en ziet hij daarin geen problemen.
Verdachte lijkt het kwalijke van zijn handelen nog altijd niet in te zien en is vooral bezig met de gevolgen die hij zelf heeft ondervonden.
Rapportages
De reclassering van het Leger des Heils heeft op 31 maart 2026 gerapporteerd over verdachte. De reclassering lijkt een ‘onschuldiger’ en ‘geruststellender’ beeld voor de toekomst van verdachte te hebben dan de rechtbank op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting heeft gekregen. De reclassering ziet op het gebied van seksualiteit weinig risico’s. Ook ziet zij geen groot risico in het feit dat verdachte in de toekomst weer zou voetballen of trainen bij een sportvereniging. Zij ziet, vanwege het als laag ingeschatte recidiverisico, geen noodzaak voor de inzet van nadere reclasseringsinterventies.
De reclassering adviseert om het volwassenstrafrecht toe te passen en bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen omdat zij toezicht en ingrijpen niet nodig vindt. Om niet opnieuw met politie en justitie in aanraking te komen, wordt als stok achter de deur oplegging van een voorwaardelijk strafdeel (met enkel algemene voorwaarden) geadviseerd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vindt de reclassering onwenselijk vanwege de beïnvloedbaarheid van verdachte en het feit dat hij daardoor mogelijk nog meer gaat verliezen op het gebied van dagbesteding. Wel is verdachte in staat om een taakstraf uit te voeren en om een financiële sanctie te voldoen.
De op te leggen straf.
Taakstraf(verbod) en gevangenisstraf.
De rechtbank stelt vast dat het taakstrafverbod van toepassing is. Echter, op basis van het tijdsverloop en het reclasseringsrapport acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend.
De door de raadsman genoemde optie om één dag gevangenisstraf op te leggen om op deze wijze formeel te voldoen aan het taakstrafverbod is op zichzelf juist, maar het opleggen en executeren van deze ene dag gevangenisstraf leidt alleen maar tot administratieve rompslomp en onnodige kosten, terwijl een dergelijke straf, in het licht van de met de strafoplegging beoogde doelen, helemaal niets toevoegt. De rechtbank ziet daarom af van oplegging van de door de raadsman voorgestelde gevangenisstraf van één dag.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle omstandigheden in dit geval kan worden volstaan met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden in combinatie met de maximale taakstraf.
De bijzondere voorwaarden acht de rechtbank noodzakelijk om de kans op herhaling van soortgelijke delicten te verkleinen.
Verdachte heeft ter terechtzitting gezegd dat hij bereid is om zich aan deze voorwaarden te houden.
Conclusie.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandelverplichting – indien de reclassering dit nodig acht – passend en geboden. Daarnaast zal aan verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis worden opgelegd.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij goed onderbouwd. De hoogte van de vordering valt binnen het bereik van de Rotterdamse Schaal. Echter, gelet op de bandbreedte die is bepaald, is matiging op zijn plaats.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair is verzocht de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast te stellen en aansluiting te zoeken bij vergelijkbare zaken. Verzocht is het toe te wijzen bedrag vast te stellen op € 2.000,-.
Beoordeling.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde voldoende onderbouwd dat bij haar sprake is van geestelijk letsel als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte. Hierdoor is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze, zodat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Bij de bepaling van de hoogte van het bedrag heeft de rechtbank alle omstandigheden in aanmerking genomen, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank de hoogte van de schadevergoeding naar billijkheid vaststelt op een bedrag van € 2.500,-.
Het toegekende schadebedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het begin van de bewezen verklaarde periode tijdstip waarop de feiten zijn gepleegd, te weten 1 mei 2024, tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte
van de vordering.
De benadeelde partij kan de vordering voor dit gedeelte slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2024 tot de dag der algehele voldoening.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Beslag.
Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het een voorwerp betreft met betrekking tot welke het bewezen verklaarde feit 3 is begaan. Het voorwerp behoort aan verdachte toe en is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 245, 248 en 252 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Bewezenverklaring.
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Strafbaarheid.
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende misdrijven oplevert:
Ten aanzien van feit 1:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Ten aanzien van feit 2:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.
Ten aanzien van feit 3:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen of verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen
en
het verschaffen van de toegang middels een gegevensdrager bevattende gegevens die daartoe geschikt zijn, tot een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken en het verwerven en in bezit hebben daarvan.
- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Strafoplegging.
Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3:
- veroordeelt verdachte tot:
- stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
- stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van Leger des Heils Oost-Brabant op het adres Dr. Cuijperslaan 80, 5623 BB te Eindhoven;
- dat de veroordeelde meewerkt aan ambulante begeleiding en/of behandeling, wanneer en zo lang de reclassering dit nodig acht. De reclassering bepaalt welke hulpverleningsorganisatie het wordt. De begeleiding en behandeling kan zich onder andere richten op het regelen van praktische zaken, het oplossen van problemen, het bespreken van spanningen en seksualiteit. Huisbezoeken kunnen onderdeel zijn van het begeleidingstraject.
- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Ten aanzien van feit 1 en feit 2:
- legt aan verdachte op:
de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro.
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
- bepaalt dat de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
- bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Beslag.
- verklaart aan het verkeer onttrokken het in beslag genomen goed, te weten: een mobiel telefoontoestel van het merk Samsung, type Galaxy A52s 5G, kleur: zwart (in hoesje, kras voorzijde, met waterschade, goednummer: G2258184)
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.C.L. Pechaczek, voorzitter,
mr. S.J.W. Hermans en mr. A.J. den Besten, leden,
in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,
en is uitgesproken op 1 mei 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.