RECHTBANK OOST-BRABANT
[82.276330.22]
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Team Strafrecht
Parketnummer: 82.276330.22
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
gevestigd te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 december 2025 en 7 januari 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 augustus 2025. Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij
1. op een of meer tijdstippen in of omstreeks 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Someren, in elk geval in Nederland, (telkens) als degene(n) die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, deze (telkens) opzettelijk in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld door een overzicht van transacties voor de USD-rekening van de bankrekening van [verdachte] bij de HSBC Bank te Hong Kong (DOC-008, p. 2-10) ter beschikking te stellen aan (een ambtenaar van) de Belastingdienst, bestaande de valsheid/valsheden erin dat in dat overzicht transacties en/of dividend(uitkeringen) aan [medeverdachte] en/of aan [persoon] niet zijn opgenomen en/of zijn verwijderd, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven;
2. op een of meer tijdstippen in of omstreeks 15 januari 2019 tot en met 21 oktober 2019 in Someren, in elk geval in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het verstrekken van inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen, deze inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen (telkens) opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig heeft verstrekt en/of doen/laten verstrekken door — zakelijk weergegeven — op (het) schriftelijke verzoek van de Belastingdienst (telkens) geen en/of onjuiste en/of onvolledige inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen te verstrekken en/of doen/laten verstrekken aan (een ambtenaar van) de Belastingdienst, bestaande die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin dat op het overzicht van transacties voor de USD-rekening van de bankrekening van [verdachte] bij de HSBC Bank te Hong Kong (DOC-008, p. 2-10) transacties en/of dividend (uitkeringen) aan [medeverdachte] en/of aan [persoon] en/of omzetboekingen niet staan opgenomen en/of zijn verwijderd, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven.
De formele voorvragen.
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Ter terechtzitting van 19 december 2025 heeft de verdediging een tweetal stukken overgelegd waaruit blijkt dat [verdachte] per 16 augustus 2024 is ontbonden en dat deze ontbinding op 10 januari 2025 via de Gazette Notice, het officiële medium waarop de mededelingen van het Bestuur van Hong Kong worden gepubliceerd, bekend is gemaakt.
Een ontbonden rechtspersoon kan worden vervolgd als de vervolging is aangevangen vóór de datum waarop bekend is geworden dat de rechtspersoon is ontbonden. De vervolging neemt een aanvang door het betrekken van een strafrechter bij de zaak. Uit de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting van 19 december 2025 blijkt dat de vervolging van verdachte is aangevangen op 22 augustus 2025, de dag dat de dagvaarding van verdachte aan haar bestuurder [medeverdachte] in persoon is betekend. Deze datum ligt na 10 januari 2025, de datum waarop de ontbinding van [verdachte] via de officiële kanalen van het Bestuur van Hong Kong bekend is gemaakt.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in de vervolging van verdachte.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.M. Blanken, voorzitter,
mr. A.C. Palmboom en mr. I. el Mourabit, leden,
in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,
en is uitgesproken op 20 januari 2026.