ECLI:NL:RBOBR:2026:2845

ECLI:NL:RBOBR:2026:2845

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 01/316976-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling wegens overtreding artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, zeer onvoorzichtig en onoplettend. Zwaar lichamelijk letsel. Inhaalmanoeuvre met een snelheid van tenminste 50 km/h te hard, overschrijding doorgetrokken streep, kop-staartbotsing. Taakstraf 240 uur en rijontzegging van 2 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.316976.24

Datum uitspraak: 04 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2002] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 maart 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 september 2024 te Boxmeer, gemeente Land van Cuijk, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, te weten een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ) daarmede rijdende over de weg, de N272 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl verdachte beginnend bestuurder was,

- met een hogere snelheid dan de aldaar voor motorrijtuigen toegestane maximum snelheid van 80 kilometer per uur te rijden (te weten ongeveer 130 kilometer per uur), in elk geval te rijden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was en/of

- daarbij met zeer hoge snelheid, althans met een snelheid veel hoger dan ter plaatse verantwoord was, een voertuig in te halen over een dubbele doorgetrokken streep en daardoor te rijden op de weghelft van genoemde weg, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of

- zijn motorrijtuig met zeer hoge snelheid, althans met een snelheid veel hoger dan ter plaatse verantwoord was, naar rechts te sturen en/of (daarbij) de snelheid van zijn motorrijtuig niet, althans in onvoldoende mate, aan te passen aan een snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en/of (vervolgens),

- met een snelheid van 130 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de toegestane maximum snelheid van 80 kilometer per uur, op/tegen de achterzijde van de personenauto van een medeweggebruiker, te weten [slachtoffer 1] , te botsen en/of te rijden,

waardoor een of meer anderen (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten

- ernstig traumatisch schedel-hersenletsel en/of een hersenkneuzing en/of bloed tussen de hersenen en/of een bloeduitstorting tussen de hersenhelften en/of (blijvende) visuele problemen en/of geheugenverlies ( [slachtoffer 1] ) en/of

- een gebroken been ( [slachtoffer 2] ),

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Op 18 september 2024 heeft er op de N272 bij Boxmeer een ernstig verkeersongeval plaatsgevonden. Een Volkswagen Golf die werd bestuurd door [verdachte] (hierna: verdachte) is daarbij achterop een Ford Focus, bestuurd door [slachtoffer 1] , gereden. Zowel [slachtoffer 1] als de andere twee inzittenden van de Ford Focus zijn bij dit ongeval (ernstig) gewond geraakt.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Verdachte heeft zeer onvoorzichtig en oplettend gereden waardoor hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen.

Het standpunt van de verdediging.

Door de verdediging is betoogd dat het rijgedrag van verdachte moet worden gekwalificeerd als aanmerkelijk onvoorzichtig in de zin van artikel 6 WVW. In de visie van de verdediging kan niet bewezenverklaard worden dat verdachte over de dubbele doorgetrokken streep is gereden zodat in zoverre vrijspraak moet volgen. Het dossier bevat daarnaast aanwijzingen dat het voertuig van de slachtoffers kort voor het ongeval de weg opgedraaid is en dus langzaam reed. Ook kan niet worden uitgesloten dat de verlichting van het voertuig van de slachtoffers niet heeft gebrand.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van de bewijsmiddelen die zijn vervat in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage en waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. Daarbij overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 18 september 2024 uur rond half tien ’s avonds in zijn Volkswagen Golf GTI vanuit Boxmeer over de N272 in de richting van Sint Anthonis reed. Omstreeks 21.35 uur heeft er een ongeval plaatsgevonden waarbij het voertuig van verdachte met grote snelheid achterop de Ford Focus bestuurd door [slachtoffer 1] is gebotst.

Op de N272 geldt ter plaatse een maximum snelheid van 80 kilometer per uur (hierna: km/u). Ter hoogte van de aansluiting van de N272 met de A73, ongeveer 400 meter vóór ongevalslocatie, bevinden zich meerdere verkeerslichten met twee rijstroken voor verkeer rechtdoor. Na het kruispunt van het tweede verkeerslicht wordt de linkerrijstrook een ritsstrook die overgaat in een verdrijvingsvlak en een dubbele doorgetrokken streep (bron: Google Maps). Hierna bestaat de N272 uit 2 rijstroken die onderling gescheiden worden door een dubbele ononderbroken wegmarkering, er geldt aldus een inhaalverbod.

Verdachte heeft bij de eerste verkeerslichten bij de aansluiting met de A73 het voertuig van getuige [getuige 1] ingehaald. Getuige [getuige 1] reed op het moment dat hij werd ingehaald ongeveer 80 km/u. Getuige [getuige 1] omschrijft de inhaalactie als absurd, onverantwoord hard en absoluut niet veilig. Hierna reed verdachte met onverminderde snelheid verder, onder het viaduct van de A73 door. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat het tweede verkeerslicht rood licht uitstraalde en dat hij het voertuig van getuige [getuige 2] voor dit rode licht stil zag staan. Op het moment dat verdachte het viaduct met de A73 onderdoor reed zag hij dat het verkeerslicht op groen sprong en heeft hij besloten het voertuig van getuige [getuige 2] in te halen. Verdachte is ter plaatse bekend en wist dat de twee rijstroken voor rechtdoor na het verkeerslicht overgaan in één rijstrook en dat er vanaf daar een inhaalverbod geldt. Verdachte heeft verklaard dat hij dacht “dat wordt krap, maar het lukt wel”. Verdachte erkent dat hij de ter plaatse toegestane 80 km/u heeft overschreden maar weet niet hoe hard hij precies reed. Hij was gefocust op het inhalen van het voertuig van getuige [getuige 2] en niet zozeer bezig met zijn snelheid.

Getuige [getuige 2] verklaart over de inhaalmanoeuvre dat hij op het kruispunt reed en het gedeelte naderde waar beide banen samenkomen toen hij het voertuig van verdachte met snelheid zag naderen in zijn buitenspiegel. Ter hoogte van het verdrijvingsvlak, waar het volgens getuige niet meer mogelijk was veilig in te halen, haalde verdachte het voertuig van getuige [getuige 2] in. De getuige hoorde hierbij een hard blazend geluid, hij schrok hiervan. Getuige [getuige 2] omschreef de inhaalmanoeuvre tegenover de politie als “een gevaarlijke inhaalactie van een mafkees in het verkeer”,. Getuige [getuige 2] zag dat het voertuig van verdachte gedeeltelijk over de doorgetrokken streep reed. Vervolgens kwam het voertuig van verdachte naar rechts, de rechterrijstrook op, en reed vervolgens hard door, waarbij de afstand tussen het voertuig van getuige [getuige 2] en het voertuig van verdachte in toenemende snelheid groter werd. Kort hierna vond de botsing met het voertuig van het slachtoffer [slachtoffer 1] plaats. Uit het forensisch onderzoek plaats delict en het forensisch voertuigonderzoek van de Volkswagen Golf blijkt dat verdachte op het moment van de botsing ruim 130 km/u reed. De rechtbank sluit niet uit dat de werkelijke snelheid direct voor de botsing nog hoger lag, aangezien verdachte kort hiervoor nog heeft geremd.

Verder stelt de rechtbank vast dat de bestuurder van de Ford Focus, [slachtoffer 1] , zijn echtgenote en hun tweejarige zoon [slachtoffer 2] door de botsing gewond zijn geraakt. [slachtoffer 1] bleek ernstig traumatisch schedel-hersenletsel en een hersenkneuzing te hebben opgelopen. Hij heeft enige tijd in coma gelegen en kampt met blijvende visuele problemen en geheugenproblemen. [slachtoffer 2] heeft een ernstige dijbeenbreuk opgelopen waaraan hij tweemaal is geopereerd, waarvoor hij nog steeds behandelingen ondergaat en waarvan onduidelijk is of hij hier de rest van zijn leven beperkingen van zal ondervinden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte schuld heeft gehad aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Verdachte heeft in het donker met een extreem hoge snelheid van tenminste 50 km/u te hard een gevaarlijke en onnodige inhaalactie uitgevoerd waarbij hij gedeeltelijk over de doorgetrokken middenstreep is gereden. Hierdoor heeft hij de voor hem rijdende Ford Focus over het hoofd gezien en is hij met een snelheid van ruim 130 km/u achterop de Ford Focus gebotst. Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan, en de overige omstandigheden van het geval – zoals hiervoor overwogen – beschouwt de rechtbank het verkeersgedrag van verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Verder is de rechtbank van oordeel dat het letsel van de beide slachtoffers moet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 18 september 2024 te Boxmeer, gemeente Land van Cuijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, te weten een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] daarmede rijdende over de weg, de N272 zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

terwijl verdachte beginnend bestuurder was,

- met een hogere snelheid dan de aldaar voor motorrijtuigen toegestane maximum snelheid van 80 kilometer per uur te rijden (te weten ongeveer 130 kilometer per uur), en

- daarbij met zeer hoge snelheid een voertuig in te halen over een dubbele doorgetrokken streep en daardoor te rijden op de weghelft van genoemde weg, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en

- zijn motorrijtuig met zeer hoge snelheid naar rechts te sturen en daarbij de snelheid van zijn motorrijtuig niet aan te passen aan een snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en vervolgens,

- met een snelheid van 130 kilometer per uur op de achterzijde van de personenauto van een medeweggebruiker, te weten [slachtoffer 1] , te botsen,

waardoor anderen (genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten

- ernstig traumatisch schedel-hersenletsel en een hersenkneuzing en bloed tussen de hersenen en een bloeduitstorting tussen de hersenhelften en blijvende visuele problemen en geheugenverlies ( [slachtoffer 1] ) en/of

- een gebroken been ( [slachtoffer 2] ),

werd toegebracht.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Door de officier van justitie is gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd:

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met een (grotendeels) voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, waarvan het onvoorwaardelijk deel niet langer is dan de reeds ondergane periode van invordering van het rijbewijs. Hierbij heeft de raadsvrouw gewezen op de houding van verdachte, het getoonde zelfinzicht en spijt, het belang van het rijbewijs voor verdachte en impact die het ongeval ook op verdachte heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door ’s avonds, in het donker, op een 80-kilometer weg met een snelheid ruim hoger dan toegestaan twee inhaalmanoeuvres uit te voeren en vervolgens met een zeer hoge snelheid van tenminste 130 km/u op een voor hem rijdend voertuig, dat door verdachte te laat werd opgemerkt, te botsen. De bestuurders van de ingehaalde voertuigen verklaren over het rijgedrag van verdachte “ik kan dit omschrijven als een gevaarlijke inhaalactie van een mafkees in het verkeer”, “het leek alsof het voertuig mij voorbij vloog” en “een absurde actie. Ik vond dit onverantwoord hard en absoluut niet veilig. Dit was zó onbeschoft hard”. Bij het inhalen van het tweede voertuig is verdachte over de dubbele doorgetrokken streep en een deel van het verdrijvingsvlak gereden, alvorens zich weer naar de rechterrijbaan te begeven. Verdachte heeft het aldaar rijdende voertuig, bestuurd door slachtoffer [slachtoffer 1] , vervolgens niet -of in ieder geval niet tijdig- opgemerkt en is vol achterop dat voertuig gereden. De impact van de botsing was dusdanig groot dat het kenteken van de Ford van het slachtoffer na de botsing af te lezen was in het metaal van de motorkap van de Volkswagen van verdachte. Slachtoffer [slachtoffer 1] en zijn destijds tweejarige zoontje [slachtoffer 2] hebben aan het ongeval zwaar lichamelijk letsel overgehouden. Uit de medische stukken in het dossier en de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt hoe groot de gevolgen hiervan zijn. Bij [slachtoffer 1] is sprake van blijvend hersenletsel en visuele problemen. Hij raakt hierdoor onder andere snel overprikkeld, kan informatie slecht verwerken en raakt dan in de war, ziet wazig/dubbel en heeft weinig energie. [slachtoffer 1] stelt ten gevolge van de aanrijding te zijn veranderd en hij kan zijn leven in Nederland niet meer opbouwen zoals hij voor het ongeval voor ogen had. De tweejarige [slachtoffer 2] heeft een ernstige beenbreuk opgelopen waarvoor hij tweemaal een operatie heeft ondergaan en nog steeds behandelingen ondergaat en waarvan hij mogelijk de rest van zijn leven beperkingen zal ondervinden. Dit is ruim anderhalf jaar na het ongeval nog onzeker. Daarnaast ondervinden beiden nog dagelijks de psychische gevolgen van het ongeval. Dit alles heeft het hele gezin van het slachtoffer [slachtoffer 1] , zijn vrouw en hun kinderen ontwricht.

Kijkend naar de persoon van verdachte, stelt de rechtbank vast dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Ter zitting heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed inziet en heeft hij oprecht berouw getoond.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Het uitgangspunt bij een zeer hoge mate van schuld, waarbij de gevolgen voor het slachtoffer bestaan uit zwaar lichamelijk letsel, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar.

Net als de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een (al dan niet voorwaardelijke) gevangenisstraf niet op zijn plaats is. Dit gelet op de blanco documentatie van verdachte, het tijdsverloop en zijn schuldbewuste houding. De rechtbank zal in plaats daarvan een taakstraf opleggen in combinatie met een ontzegging van de rijbevoegdheid. Door de verdediging is bepleit te volstaan met een ontzegging van de rijbevoegdheid waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de reeds ondergane invorderingsperiode. De rechtbank ziet het persoonlijk belang dat verdachte heeft bij het behouden van zijn rijbewijs, hij is vrachtwagenchauffeur en kan zijn werkzaamheden zonder rijbewijs niet uitvoeren. Gelet echter op de ernst van het feit en de ernst van de gevolgen voor de slachtoffers kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met de korte onvoorwaardelijke ontzegging die verdachte reeds heeft ondergaan (namelijk de periode dat zijn rijbewijs in beslag is genomen).

Dit alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar passend en geboden. Van de ontzegging van de rijbevoegdheid zal de helft voorwaardelijk worden opgelegd om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan een strafbaar feit schuldig te maken.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

Een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 179 Wegenverkeerswet 1994 waarvan 1 jaar voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. F.H.E. Boerma en mr. M.J.C. van der Vegte, leden,

in tegenwoordigheid van S.A. Nuyens, griffier,

en is uitgesproken op 04 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.M. Hettinga
  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. M.J.C. van der Vegte

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand