ECLI:NL:RBOBR:2026:2879

ECLI:NL:RBOBR:2026:2879

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 82/060658/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De rechtbank verwerpt het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij ten aanzien van het gedachtestreepje ‘de schokken heeft toegediend op varkens die nog niet volwassen waren’. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het opzettelijk overtreden van de transportverordening (EG 1/2005) gepleegd in vereniging, en legt aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 60 uren waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 82.060658.25

Datum uitspraak: 7 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1992] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

waarbij voornoemde overtredingen plaatsvonden in de uitoefening van een bedrijf.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 februari 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2024 in de gemeente Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, als vervoerder van dieren, al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling houders van dieren, aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 1.9 van bijlage I, hoofdstuk III, van verordening (EG) nr. 1/2005 door bij het vervoer van varkens gebruik te maken van een apparaat waarmee elektrische schokken worden toegediend, terwijl verdachte:

- de schokken heeft toegediend op varkens die nog niet volwassen waren (p. 115);

- de schokken heeft toegediend op varkens die al in beweging waren en dus niet weigerden om zich te verplaatsen (p. 93, p. 97, p. 98, p. 100, p. 108);

- de schokken heeft toegediend op varkens die geen ruimte vóór zich hadden om zich voort te bewegen (p. 91, p. 93, p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 103, p. 105, p. 110);

- de aan de varkens toegediende schokken niet voldoende heeft gespreid (p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 102, p. 103, p. 105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110);

- de schokken niet uitsluitend op de spieren van de achterpoten van de varkens heeft toegediend maar ook op de rug/tussen de schouders/achter de schouder/achter de voorpoot/op de flanken/op de snuit/op de kop/op de nek/op de hals (op de rug: p. 93, p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 102, p. 103, p. 105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110, p. 111, tussen de schouders: p. 98, p. 106, achter de schouder/achter de voorpoot: p. 104, op de flank(en): p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 100, p. 103, p. 104, p. 108, p. 110, op de snuit/op de kop: p. 95, p. 97, p. 104, p. 110, op de nek/op de hals: p. 99, p. 107);

- de schokken herhaaldelijk heeft toegediend (p. 95, p. 96, p. 97, p. 98, p. 99, p. 101, p. 102, p. 103, p. 105, p. 106, p. 107, p. 108, p. 110);

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat in de richtlijn voor strafvordering dierenmishandeling, dierendoding, dierenverwaarlozing, bijtincidenten en overtreding houdverbod dieren staat dat strafvervolging kan worden ingesteld indien er sprake is van recidive en strafverzwarende omstandigheden. Verdachte is niet eerder door de NVWA gewaarschuwd en aan hem is niet eerder een (bestuurlijke) boete opgelegd, waardoor de dagvaarding in strijd is met het de strafvervolgingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie. Daarnaast zou strafvervolging in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel of willekeurig.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat strafvervolging niet in strijd is met het eigen vervolgingsbeleid, gelet op het Specifiek interventiebeleid NVWA Dierenwelzijn tijdens transport [nummer] , versie 05. Daaruit volgt dat de NVWA een overtreding van de Wet Dieren aan het Openbaar Ministerie voorlegt als de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven. In beginsel kan strafrechtelijke afdoening dus bij elke overtreding plaatsvinden.

De rechtbank overweegt dat de door de verdediging aangehaalde richtlijn niet van toepassing is omdat deze ziet op particulieren. De handelingen zoals ten laste gelegd zien op handelingen in de uitoefening van een bedrijf. Voorts overweegt de rechtbank dat gelet op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd, niet kan worden gesteld dat het Openbaar Ministerie in strijd met haar beleid tot vervolging is overgegaan.

Ten aanzien van het verweer dat strafvervolging in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel of het verbod op willekeur overweegt de rechtbank dat het Openbaar Ministerie op grond van artikel 167 Sv de bevoegdheid toekomt zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Het enkele gegeven dat anderen aan wie dezelfde gedragingen als verdachte verweten kunnen worden niet zijn vervolgd, heeft niet te gelden als een dergelijk uitzonderlijk geval. Verdachte mag dan ook worden vervolgd als uitvoerder van de ten laste gelegde handelingen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer, de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen en er zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om tot een bewezenverklaring te komen van het aan verdachte ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om verdachte partieel vrij te spreken omdat niet kan worden bewezen dat de veeprikker werd gebruikt op niet-volwassen varkens. Ook ten aanzien van het niet-spreiden van de schokken, het gebruik van de veeprikker terwijl de varkens al in beweging waren en het herhaaldelijk toedienen van schokken heeft de verdediging verzocht om verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank.

De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Partiële vrijspraak.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken ten aanzien van het toedienen van schokken op niet-volwassen varkens. Uit het dossier volgt dat de te vervoeren varkens ongeveer 6 maanden oud waren en in ieder geval voor zover zichtbaar van het vrouwelijk geslacht. Alleen ten aanzien van mannelijke varkens is wettelijk vastgelegd dat zij volwassen zijn als ze 18 maanden oud zijn. Voor vrouwelijke varkens is er niets vastgelegd, terwijl de verdediging heeft aangevoerd dat er ook argumenten bestaan op grond waarvan zij bij zes maanden (namelijk geslachtsrijp) al als volwassen kunnen worden gezien. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank verdachte vrijspreken ten aanzien van het ten laste gelegde toedienen van schokken op onvolwassen varkens.

Nadere bewijsoverwegingen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat twee mannen, waaronder verdachte, met een veeprikker schokken hebben toegediend aan varkens die al in beweging waren of die geen ruimte voor zich hadden. Bovendien heeft verdachte de schokken herhaaldelijk en daarmee onvoldoende gespreid toegediend en toegediend op andere plekken dan de spieren van de achterpoten. Daarmee staat vast dat verdachte de ten laste gelegde gedragingen zoals weergegeven onder het tweede tot en met het vijfde gedachtestreepje heeft begaan.

Verdachte heeft de gedragingen verricht en daarmee opzettelijk gehandeld.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af. Verdachte heeft de varkens samen met een onbekend gebleven ander persoon de varkens in de vrachtwagen geladen. De rechtbank stelt vast dat zij beiden tijdens het laden gebruik hebben gemaakt van de elektrische veeprikker.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de onbekend gebleven persoon die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bewijsmiddelenbijlage uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 24 mei 2024 in de gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een anderen, als vervoerder van dieren, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een bij de Regeling houders van dieren, aangewezen voorschrift van een EU-verordening, te weten artikel 1.9 van bijlage I, hoofdstuk III, van verordening (EG) nr. 1/2005 door bij het vervoer van varkens gebruik te maken van een apparaat waarmee elektrische schokken worden toegediend, terwijl verdachte:

- de schokken heeft toegediend op varkens die al in beweging waren en dus niet weigerden om zich te verplaatsen;

- de schokken heeft toegediend op varkens die geen ruimte vóór zich hadden om zich voort te bewegen;

- de aan de varkens toegediende schokken niet voldoende heeft gespreid;

- de schokken niet uitsluitend op de spieren van de achterpoten van de varkens heeft toegediend maar ook op de rug/tussen de schouders/achter de schouder/achter de voorpoot/op de flanken/op de snuit/op de kop/op de nek/op de hals;

- de schokken herhaaldelijk heeft toegediend.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 150 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van twee jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet houden aan de technische voorschriften die door de Europese Unie zijn opgesteld in bijlage I onder hoofdstuk 1 van Verordening 1/2005 ten aanzien van het transport van dieren. Verdachte heeft daarbij een elektrische veeprikker veelvuldig en onjuist gebruikt. Door het overtreden van voornoemde regels is aan deze varkens tijdens hun vervoer onnodig lijden toegebracht. Verdachte was bekend met de regels omtrent het gebruik van een elektrische veeprikker en wist dus dat het transporteren van varkens op een andere manier diende te gebeuren, maar heeft hier niet naar gehandeld.

Daar staat tegenover dat de rechtbank uit de verklaring van verdachte ter zitting begrijpt dat hij wel de intentie had om met oog voor het dierenwelzijn te handelen, maar dat de veeprikker voor hem ook een enorm nuttig hulpmiddel was, waarbij hij niet het idee had dat de varkens er erg veel last van hadden. Zonder veeprikker is het inladen van de varkens veel zwaarder. De rechtbank heeft begrip voor de uitdaging waar verdachte zich mee geconfronteerd zag. Tegelijk is de regelgeving ten aanzien van het gebruik van de veeprikker juist met het oog op het dierenwelzijn ingevoerd en heeft ook verdachte zich aan deze regelgeving te houden. Een taakstraf is daarom op zijn plaats. Dat heeft ook als doel ervoor te zorgen dat andere betrokkenen bij veevervoer zich aan de wet zullen houden. Een aanzienlijk deel van deze taakstraf zal echter voorwaardelijk worden opgelegd, met als doel herhaling van dit feit te voorkomen.

De rechtbank ziet aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie was gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat bij de eis onvoldoende rekening was gehouden met het feit dat verdachte niet op sadistische wijze, of voor eigen gewin heeft gehandeld, maar juist als werknemer, conform de normale werkwijze die op dat moment bij zijn werkgever gold. De rechtbank houdt hier in strafmatigende zin rekening mee.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 februari 2026 betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Alles overziend zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 23 en 57 van het Wetboek van Strafrecht

en 6.2 van de Wet dieren

van de Regeling houders van dieren

6 van de Verordening (EG) nr. 1/2005

1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk begaan van een overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd, gepleegd in vereniging;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf:

* een taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis;

bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 30 uren te vervangen door 15 dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat verdachte voor het einde van een proeftijd van 2 jaar de hierna te noemen voorwaarde niet heeft nageleefd;

voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C. Palmboom, voorzitter,

mr. F.H.E. Boerma en mr. J.C. Tijink, leden,

in tegenwoordigheid van mr. L.A.P.H. Kirkels, griffier,

en is uitgesproken op 7 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.C. Palmboom
  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. J.C. Tijink

Griffier

  • mr. L.A.P.H. Kirkels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand