ECLI:NL:RBOBR:2026:3078

ECLI:NL:RBOBR:2026:3078

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 25/2509
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Verzoek van eiseres is geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Ten onrechte beroep ingesteld tegen het niet beslissen op dat verzoek

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. E. Lipman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 13 augustus 2025 om een nabetaling van een deel van haar uitkering op grond van de Ziektewet (de ZW-uitkering).

Eiseres ontving sinds 2 augustus 2023 een ZW-uitkering (1496.89.160 / 004). Bij besluit van 26 juni 2025 heeft het UWV eiseres medegedeeld dat de ZW-uitkering wordt beëindigd met ingang van 22 juli 2025. Eiseres is het niet eens met de beëindigingsdatum en heeft op 23 juli 2025 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Na het ontvangen van een betaalspecificatie van het voorschot op haar WIA-uitkering heeft eiseres het UWV op 13 augustus 2025 in gebreke gesteld en verzocht om een nabetaling van een deel van de ZW-uitkering.

Het UWV heeft het bezwaar van eiseres tegen de beëindigingsdatum van de ZW-uitkering met het besluit van 10 september 2025 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft op 30 september 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek tot nabetaling.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

3. In haar brief van 13 augustus 2025 verzoekt eiseres om nabetaling van ZW-uitkering. Uit haar brief volgt dat zij van mening is dat zij tot 30 juli 2025 recht heeft op een ZW-uitkering. Om diezelfde reden heeft zij ook al bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 juni 2025 waarin staat dat haar ZW-uitkering wordt betaald tot en met 21 juli 2025. Met haar brief van 13 augustus 2025 wil zij dus hetzelfde bereiken als met haar bezwaar, namelijk dat haar ZW-uitkering langer wordt betaald.

4. Het komt er naar het oordeel van de rechtbank op neer dat eiseres met haar bezwaar van 23 juli 2025 en haar brief van 13 augustus 2025 op meerdere manier probeert hetzelfde resultaat te bereiken. Het systeem van de Awb staat daar echter aan in de weg. De rechtbank vat het verzoek van 13 augustus 2025 niet op als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat eiseres met dat verzoek feitelijk bezwaar maakt tegen het besluit van 26 juni 2025. De rechtbank vat het verzoek echter niet op als zelfstandig bezwaar, want de procedure in bezwaar liep nog op het moment waarop eiseres haar verzoek deed. Het UWV kon daarom volstaan met de beslissing op bezwaar van 10 september 2025. Op dat moment moest het eiseres ook duidelijk zijn dat het UWV niet aan haar verzoek tot nabetaling zou voldoen. Eiseres heeft dan ook ten onrechte beroep tegen het niet beslissen op haar verzoek van 13 augustus 2025 ingesteld.

5. Het gevolg hiervan is dat er geen sprake is van een situatie waarin het UWV een afzonderlijk besluit moet nemen op het verzoek van 13 augustus 2025. Toen eiseres beroep instelde, had het UWV al een beslissing op bezwaar genomen. Dat leidt ertoe dat haar beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. M.P. Kool, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. de Jong

Griffier

  • mr. M.P. Kool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand