ECLI:NL:RBOBR:2026:3083

ECLI:NL:RBOBR:2026:3083

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 25/2368
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De datum waarop de ZW-uitkering is beëindigd is juist vastgesteld. Het UWV heeft terecht rekening gehouden met een eerdere ziekteperiode.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/2368

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. E. Lipman).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar uitkering op grond van de Ziektewet (de ZW-uitkering) per 22 juli 2025. Eiseres is het daarmee niet eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beëindigingdatum van de uitkering.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de ZW-uitkering terecht per 22 juli 2025 heeft beëindigd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 26 juni 2025 heeft het UWV de ZW-uitkering van eiseres beëindigd met ingang van 22 juli 2025.

Eiseres heeft tegen het besluit van 26 juni 2025 bezwaar gemaakt. Met het besluit van 10 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Relevante feiten en omstandigheden

3. Eiseres werkte vanaf 1 juli 2023 bij [naam] . (hierna: ex-werkgever) als medewerker financiële administratie. Op 31 juli 2023 heeft zij zich ziekgemeld voor dit werk. Haar dienstverband is per 31 augustus 2023 beëindigd. Met het besluit van 21 augustus 2023 is aan eiseres een ZW-uitkering toegekend met ingang van 2 augustus 2023.

Het toetsingskader

4. Na 104 weken ziekteverzuim eindigt het recht op de ZW-uitkering. Als verschillende tijdvakken van ongeschiktheid elkaar opvolgen, dan worden die samengeteld als de onderbreking minder dan vier weken is.

De standpunten van partijen

5. Het UWV stelt zich op het standpunt dat de ZW-uitkering van eiseres terecht is beëindigd per 22 juli 2025 omdat de periode van 104 weken is verstreken. Tijdens het dienstverband bij haar ex-werkgever is eiseres namelijk ziek geweest van 5 juli tot en met 10 juli 2023. Vervolgens heeft eiseres zich per 31 juli 2023 ziekgemeld. Omdat 31 juli 2023 binnen vier weken valt na 10 juli 2023, telt de ziekteperiode 5 juli 2023 tot en met 10 juli 2023 mee voor het bepalen van de einddatum van de ZW-uitkering. Het UWV wijst op een schermafbeelding van de afdeling Ziektewet, waarop te zien is dat de ziekmelding van 5 tot en met 10 juli staat geregistreerd. Desgevraagd heeft het UWV op de zitting toegelicht dat een werkgever de ziekmelding indient. Daarnaast verwijst het UWV naar een e-mail van de ex-werkgever waarin een toelichting wordt gegeven op de ziekmelding van 31 juli 2023. In deze e-mail is een reactie van eiseres bijgevoegd waarin zij refereert aan een eerdere ziekmelding voor 31 juli 2023.

Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat de beëindigingsdatum van de ZW-uitkering onjuist is vastgesteld. Zij betwist de ziekmelding van 5 tot en met 10 juli 2023 en stelt dat er daarmee geen sprake is van een ziekmelding vóór 31 juli 2023. De wachttijd van 104 weken was op 22 juli 2023 daardoor nog niet volledig doorlopen. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiseres naar de loonstrook van juli 2023. Daarnaast verwijst eiseres naar het ‘Overzicht ziek en herstelmeldingen’ van het UWV, waarin de ziekmelding van 5 tot en met 10 juli 2023 niet staat opgenomen. Eiseres betwist ook dat haar ex-werkgever haar in die periode heeft ziekgemeld en zij verwijst naar een door haar leidinggevende ingevuld en ondertekend aanwezigheidsformulier.

Het oordeel van de rechtbank

6. In dat wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende reden om aan de juistheid van de ziekteperiode van 5 tot en met 10 juli 2023 te twijfelen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de ziekmelding door de ex-werkgever is doorgegeven aan het UWV. Deze ziekmelding staat, zoals te zien is op de door het UWV overgelegde schermafbeelding, geregistreerd in het systeem van de afdeling Ziektewet. Ook is er in de

e-mail van de ex-werkgever van 1 augustus 2023 een fragment van een e-mail van eiseres opgenomen waarin zij zelf refereert aan een eerdere ziekmelding voor 31 juli 2023. Verder heeft de ex-werkgever op 23 augustus 2023 een vervangende loonstrook opgesteld, waarin de ziektedagen zijn opgenomen. Uit deze loonstrook volgt dat eiseres 13 dagen heeft gewerkt en salaris uit uren ziek heeft ontvangen. De rechtbank heeft geen ondertekend aanwezigheidsformulier van de leidinggevende van eiseres in het dossier aangetroffen. Over de verwijzing van eiseres naar het ‘Overzicht ziek en herstelmelding’ overweegt de rechtbank dat eiseres op de zitting heeft toegelicht dat het overzicht op meerdere punten niet juist is, zodat de rechtbank daar geen conclusies uit kan trekken. Het UWV heeft daarom terecht de ZW-uitkering van eiseres beëindigd per 22 juli 2025.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep van eiseres is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. M.P. Kool, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. de Jong

Griffier

  • mr. M.P. Kool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand