beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[naam] ,
geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Terwindt Beschermingsbewind B.V., Kvkno. 88317293, Postbus 602, 5460 AP Veghel.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 24 februari 2026;
- de schriftelijke reactie met bijlagen van de bewindvoerder, ontvangen op 10 maart
2026;
- het e-mailbericht van betrokkene, ontvangen op 28 april 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 30 april 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene en de bewindvoerder verschenen.
beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Zij acht zich in staat, met hulp van budgethulp, haar financiën te beheren. Daarnaast beschouwt zij de bewindvoerderskosten als een financiële last. Betrokkene is voornemens meer te gaan werken als het bewind is opgeheven.
De bewindvoerder twijfelt of opheffing van het bewind verstandig is, gezien het gokgedrag van betrokkene. Betrokkene heeft in 2026, in nog geen tweeënhalve maand, ruim 1.500 euro besteed aan gokken en bijna 1.300 euro verloren. De gemeente heeft op basis van de gokinkomsten van betrokkene geconcludeerd dat zij voldoende draagkracht heeft om zelf de bewindvoerderskosten te voldoen. Tot voor kort werden de bewindvoerderskosten via de bijzondere bijstand vergoed.
In aanvulling op haar verzoek heeft betrokkene op de zitting bericht dat zij stappen heeft gezet richting haar financiële zelfstandigheid. Dit heeft ervoor gezorgd dat zij overzicht en controle heeft op haar financiën. Daarnaast heeft zij afstand genomen van negatieve invloeden en risicovol gedrag, zoals kansspelen. Zij heeft zich omstreeks februari van dit jaar ingeschreven bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) en actief gewerkt aan het vermijden van verleidingen, waaronder buitenlandse goksites en ongezonde sociale contacten. Betrokkene geeft aan dat zij niet extra gaat werken als het bewind wordt voortgezet, omdat het extra inkomen niet bijdraagt aan haar eigen stabiliteit maar aan de kosten van de bewindvoering.
Op de zitting heeft de bewindvoerder aangevoerd dat betrokkene zeer recent nog gegokt heeft op buitenlandse goksites. Ook het geld dat ze heeft aangevraagd voor het ontvlooien van haar hond, heeft ze vergokt.
Betrokkene heeft hierop geantwoord dat de gokactiviteiten in de afgelopen maand haar even waren ontschoten, maar dat ze nu, na een gokverslaving van 13-15 jaar, alles heeft geblokkeerd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter ziet dat betrokkene financieel zelfstandig(er) wil worden en stappen heeft gezet met betrekking tot het stoppen met gokken. Betrokkene geeft aan geen behandeling te volgen voor haar gokverslaving, maar door de blokkades op goksites en casino’s de verslaving nu onder controle te hebben. Het is op de zitting echter duidelijk geworden dat betrokkene nog zeer recent heeft gegokt via buitenlandse websites en de gokverslaving van betrokkene al ruim dertien jaar duurt. Vanwege het gokken is ook nooit een financieel zelfstandigheidstraject begonnen. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat de gokverslaving eerst onder controle moet zijn, voordat een dergelijk traject gestart kan worden en opheffing van het bewind aan de orde kan zijn. Voor het zelfstandig kunnen beheren van de geldzaken is het essentieel dat betrokkene gedurende zes maanden laat zien dat zij weerstand kan bieden aan de verleiding van het gokken. Anders zouden immers naar alle waarschijnlijkheid nieuwe schulden ontstaan door het gokken. Pas wanneer betrokkene hieraan heeft voldaan, volgt het gebruikelijke financiële zelfstandigheidstraject van – in beginsel – zes maanden. Op de zitting is afgesproken dat na de stabiele periode van zes maanden, de bewindvoerder het zelfstandigheidstraject met betrokkene gaat bespreken en afspraken hierover schriftelijk vastlegt voor betrokkene. Wanneer het zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid is verlopen, kunnen de bewindvoerder en betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.