ECLI:NL:RBOBR:2026:3506

ECLI:NL:RBOBR:2026:3506

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer 01/176652-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander oplichten van negen personen en een poging daartoe. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het niet geven van de nodige verzorging aan puppy’s en het bezit van wapens. Verdachte heeft via Marktplaats hondenpuppy’s te koop aangeboden. Verdachte en medeverdachte deden daarin voorkomen dat de puppy’s, die zij verkochten in goede gezondheid verkeerden, ontwormd, gechipt en ingeënt waren en in het bezit waren van een dierenpaspoort. Dit bleek echter niet het geval, waardoor de kopers vrijwel direct na de koop dierenartskosten moesten maken. Daarnaast waren de pups in de meeste gevallen ook niet van het ras of de kruising, die in de advertentie was aangegeven en waren de puppy’s te jong gescheiden van de moederhond. De rechtbank legt een taakstraf op van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast moet verdachte de dierenartskosten van de benadeelde partijen vergoeden. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.176652.23

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1994] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 april 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 31 januari 2023 te Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €400,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €550,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €550,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €450,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €600,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €450,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €350,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €750,00 althans enig geldbedrag en/of - [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van €500,00 althans enig geldbedrag door - zich (telkens) voor te doen als bonafide verkoper van puppy’s, - (telkens) onder een of meerdere valse namen advertenties te plaatsen en/of te laten plaatsen op Marktplaats waarin een of meerdere zogenaamde chihuahua puppy’s en/of een kruising tussen een jackrussell en chihuahua te koop werden aangeboden, - (telkens) in voornoemde advertenties (valselijk) op te (laten) nemen dat voornoemde puppy’s waren ingeënt en/of ontwormd waren en/of waren voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en/of een paspoort hadden en/of oud genoeg waren om van de moederhond gescheiden te zijn en/of een bepaald ras hadden en/of gezond waren, - (telkens) een afspraak te (laten) maken met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] om de puppy’s op te halen en/of tijdens voornoemde afspra(a)k(en) eveneens (valselijk) te (doen) vermelden dat voornoemde puppy’s waren ingeënt en/of ontwormd waren en/of waren voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en/of een paspoort hadden en/of oud genoeg waren om van de moederhond gescheiden te zijn en/of een bepaald ras hadden en/of gezond waren;

2 zij op of omstreeks 16 januari 2023 te Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van €650,00 althans enig geldbedrag, - zich voor heeft gedaan als bonafide verkoper van puppy’s, - onder een valse naam een advertentie heeft geplaatst en/of heeft laten plaatsen op Marktplaats waarin een chihuahua teefje te koop werd aangeboden, - in voornoemde advertentie (valselijk) op heeft genomen en/of heeft laten nemen dat voornoemde puppy was ingeënt en/of ontwormd was en/of was voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en/of een paspoort had en/of oud genoeg was om van de moederhond gescheiden te zijn en/of een bepaald ras had en/of gezond was, - een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 10] om de puppy op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 zij in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 31 januari 2023, te Veldhoven, althans in Nederland, als houder van een of meer dieren, te weten een of meerdere chihuahua puppy’s en/of kruising tussen een jackrussel en chihuahua de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, door deze honden en/of puppy’s niet te laten enten en/of te ontwormen;

4 zij in of omstreeks de periode van 1 april 2021 tot en met 31 januari 2023, te Veldhoven, althans in Nederland, als houder van een of meerdere honden, te weten een of meerdere chihuahua puppy’s en/of een of meerdere kruisingen tussen een jackrussel en chihuahua die elk nog geen zeven weken oud waren, van de moederhond heeft gescheiden, terwijl dit in strijd is met het bepaalde in artikel 3.12 derde lid, van het Besluit houders van dieren, en aldus handelingen heeft verricht waardoor het welzijn van het dier onnodig is benadeeld, en daarmee heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, sub 7, van de Wet dieren;

5 zij op of omstreeks 4 april 2023 te Veldhoven een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;

6 zij op of omstreeks 4 april 2023 te Veldhoven, een wapen(s), van categorie I, onder 1° of 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere boksbeugels, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Inleiding.

De rechtbank zal verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] , in verband met de leesbaarheid van het vonnis, hierna onder de standpunten ten aanzien van het bewijs en onder het kopje ‘bewijsoverweging’ telkens met hun voornaam – respectievelijk ‘ [verdachte] ’ en ‘ [medeverdachte] ’ – aanduiden.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht, op de in zijn schriftelijk requisitoir genoemde gronden, de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte van feit 4 vrij te spreken. Er is onvoldoende bewijs dat het verdachte is geweest, die de puppy’s heeft gescheiden van hun moeder. Verder berust de constatering dat de niet de vereiste leeftijd hadden telkens slechts op één bewijsmiddel, namelijk de aangifte. Dat is, aldus de officier van justitie, onvoldoende.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman verweer gevoerd op het tenlastegelegde medeplegen. Er dient een keuze te worden gemaakt of er onder feit 1 in alle zaken sprake is van medeplegen of niet. Gelet op de wijze van ten laste leggen, kan geen onderscheid worden gemaakt per aangever. Verder heeft hij onder meer aangevoerd dat weliswaar een aantal advertenties zijn betaald via de bankrekening van [medeverdachte] , maar dat de koppeling niet met alle kopers kan worden gelegd. Het is ook niet vast te stellen dat de persoon achter de Marktplaats-advertentie of degene die de chatgesprekken met de kopers heeft gevoerd [medeverdachte] is. Nu dit alles niet kan worden vastgesteld, is er onvoldoende bewijs voor medeplegen.

Ten aanzien van de aangifte van [slachtoffer 1] is er niet alleen onvoldoende bewijs voor medeplegen, maar ook voor het plegen door [verdachte] .

Ten aanzien van de aangiften van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] betreft het telkens een vrouw die de verkoop ter plaatse heeft gedaan. Niet blijkt dat er een ander bij is betrokken, laat staan [medeverdachte] . Ten aanzien van deze zaken kan men niet tot bewijs van medeplegen komen.

Ten aanzien van de aangiften van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] zijn er aanwijzingen voor medeplegen. Ten aanzien van deze drie zaken refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

Er kan niet met 100% zekerheid worden vastgesteld dat het hondje dat door [slachtoffer 10] zou worden aangekocht ook hetzelfde hondje is als de volgende dag door de politie is aangetroffen. Het kan zijn dat de informatie in de advertentie op Marktplaats betrekking heeft op een andere hond en dus ook klopt.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, het van belang is vast te stellen in welke gevallen de puppy’s de nodige zorg is onthouden. Voor een eventueel op te leggen straf is het relevant op hoeveel puppy’s dit van toepassing was.

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] of het verslag van de dierenarts blijkt niet dat de betreffende pup de nodige zorg is onthouden. De dierenarts heeft naar de pup van [slachtoffer 3] gekeken. Er waren daarbij geen aanwijzingen voor het onthouden van zorg.

Ten aanzien van de puppy’s van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] is er onvoldoende bewijs dat sprake is van het onthouden van zorg. Er zijn geen objectieve bewijsmiddelen, die de aangifte op dat punt ondersteunen.

Ten aanzien van de puppy’s van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman verzocht het standpunt van de officier van justitie te volgen en verdachte vrij te spreken van dit feit.

Ten aanzien van de feiten 5 en 6 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. Niet kan worden bewezen dat verdachte de wetenschap had van de aanwezigheid van deze wapens.

Het oordeel van de rechtbank.

Vrijspraak van feit 4.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

Voor de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Bewijsoverweging.

Ten aanzien van feit 1 en feit 3.

Vaststelling van de feiten.

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

In de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2023 zijn onder verschillende namen via advertenties op Marktplaats chihuahua puppy’s of kruisingen tussen een jack russell en chihuahua puppy’s te koop aangeboden. De in de tenlastelegging genoemde aangevers hebben op zo’n advertentie gereageerd via de chatfunctie van Marktplaats. In de advertentie werd telkens aangegeven dat de aangeboden puppy was ingeënt en/of ontwormd, en/of was voorzien van een chip en/of een paspoort. Tevens werd aangegeven dat ze een leeftijd hadden, waaruit zou moeten blijken dat ze oud genoeg waren om van de moederhond te worden gescheiden.

De aangevers hebben een afspraak gemaakt via de chatfunctie van Marktplaats en/of via de telefoon om de puppy’s te komen bekijken en op te halen, waarna het ophaaladres door de verkoper is doorgegeven. De puppy’s zijn in alle gevallen opgehaald op het adres [adres 1] te Veldhoven. Ter plaatse was een vrouw aanwezig. Het signalement van deze vrouw komt overeen met het signalement van [verdachte] , zijnde de bewoonster van [adres 1] .

Ook hebben aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] foto’s verstrekt van de vrouw die de puppy aan hen heeft verkocht, op die foto’s is [verdachte] herkend.

De rechtbank stelt dan ook op basis van de bewijsmiddelen vast dat het [verdachte] is geweest die in de woning [adres 1] de puppy’s heeft verkocht en overgedragen.

Zij heeft zich steeds voorgesteld met een andere naam. Tijdens deze ontmoetingen heeft zij steeds tegen de koper verteld dat de puppy is gechipt, ingeënt en ontwormd en dat de puppy een dierenpaspoort heeft. Daarbij heeft zij ook een aantal malen aangegeven dat het paspoort is verwisseld met het paspoort van een andere pup. Als door de kopers werd doorgevraagd, werd soms ook een paspoort met een chipnummer getoond, dat niet bij de hond hoort die werd verkocht. Uit de aangiftes en/of de bezoeken van de aangevers na de verkoop met de puppy’s bij de dierenarts, blijkt dat de puppy’s niet waren ontwormd, ingeënt en gechipt. Tevens hebben de aangevers nooit een geldig dierenpaspoort ontvangen.

Ook is gezegd dat de puppy’s van een bepaald ras zouden zijn, terwijl dit in een aantal gevallen niet zo is. Meer in het bijzonder is dit gebleken in het geval van aangevers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] .

De puppy’s blijken ook veel jonger te zijn dan is aangegeven in de advertenties en zoals verklaard door [verdachte] ten tijde van de daadwerkelijke verkoop.

De betrokkenheid van [medeverdachte] .

Door de raadsman is betwist dat [medeverdachte] is betrokken bij deze feiten. De rechtbank gaat echter uit van betrokkenheid van [medeverdachte] bij alle tenlastegelegde voltooide verkopen van de puppy’s.

In de zaak van aangever [slachtoffer 8] is de adverteerder op Marktplaats genaamd ‘ [alias 1 medeverdachte] ’. Bij de aankoop van de pup op het adres [adres 1] te Veldhoven was een vrouw aanwezig, waarvan de rechtbank hiervoor al heeft vastgesteld dat dit [verdachte] is. Verder was een man ter plaatse, die stotterde.

Omdat aangever geen contant geld bij zich had zijn [verdachte] en de man in een grijze Mercedes bus vóór aangever [slachtoffer 8] naar een pinautomaat gereden.

De wijkagent, die regelmatig gesprekken heeft met bewoners van het roma-kamp te Veldhoven, herkent [medeverdachte] in het door aangever [slachtoffer 8] opgegeven signalement en geeft ook aan dat [medeverdachte] stottert tijdens het praten en regelmatig op het adres [adres 1] te Veldhoven verblijft. Verder is uit onderzoek gebleken dat [medeverdachte] in die periode een grijze Mercedes-bus op zijn naam had staan.

Op basis van deze feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] bij de verkoop van deze pup betrokken is geweest.

In de zaak van aangever [slachtoffer 2] was de gebruikersnaam van de adverteerder eveneens ‘ [alias 1 medeverdachte] ’. Op een door aangever [slachtoffer 2] overgelegde foto van het facebookprofiel van een persoon genaamd ‘ [alias 1 medeverdachte] ’, is [medeverdachte] herkend door verbalisant.

Uit onderzoek is gebleken dat enkele advertenties op Marktplaats, betreffende de puppyhandel van ‘ [alias 1 medeverdachte] ’ zijn betaald met twee bankrekeningnummers op naam van [medeverdachte] , geboren op [1992] , zijnde [medeverdachte] .

In de zaak van aangever [slachtoffer 1] is geadverteerd onder de naam ‘ [alias 1 verdachte] ’ en is door de verkoper een telefoonnummer [telefoonnummer 1] vermeld.

In de zaak van [slachtoffer 3] , met adverteerder [alias 2 medeverdachte] , is eveneens het telefoonnummer [telefoonnummer 1] aangegeven. Aangever [slachtoffer 3] zag de dag nadat zij de pup heeft opgehaald precies dezelfde advertentie staan met dezelfde hond, die aangever had gekocht, met de naam van de verkoper ‘ [alias 1 medeverdachte] ’.

In de zaak van de aangevers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] is de advertentie op Marktplaats telkens op naam van ‘ [alias 4 medeverdachte] ’. Uit de aangifte van [slachtoffer 4] blijkt dat het eerste contact over de verkoop van de pup met de man was. Hij zei dat zijn vrouw thuis zou zijn en ervan afwist. Hij vroeg of aangever contant wilde betalen omdat zijn vrouw een uitkering heeft. Op de locatie in Veldhoven is er contact met de vrouw. Tijdens de verkoop moest de vrouw, aldus aangever, nog overleggen met haar man over de prijs.

In de zaak [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] is de advertentie geplaatst onder de naam ’ [alias 2 verdachte] ’. In beide zaken is er door de adverteerder het nummer [telefoonnummer 1] opgegeven. Dit betreft hetzelfde telefoonnummer als is opgegeven in de zaken van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]

In de zaak van aangever [slachtoffer 9] is de advertentie op Marktplaats geplaatst onder de naam van ‘ [alias 3 medeverdachte] ’.

Uit onderzoek is gebleken dat de advertenties met de gebruikersnaam ‘ [alias 3 medeverdachte] ’, waaronder de advertentie waarop aangever [slachtoffer 9] heeft gereageerd, zijn betaald door een bankrekeningnummer op naam van [medeverdachte] , geboren op [1992] , zijnde [medeverdachte] . In totaal zijn er door de gebruikersnaam [alias 3 medeverdachte] acht advertenties geplaatst op Marktplaats onder ‘dieren en toebehoren’.

Via WhatsApp is er contact geweest tussen [slachtoffer 9] en de adverteerder via telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

Tijdens de doorzoeking in de woning [adres 1] is op 4 april 2023 een verpakking van een simkaart aangetroffen. Op deze verpakking stond het telefoonnummer van de simkaart, te weten nummer [telefoonnummer 2] .

Tot slot is er onderzoek gedaan naar twee in beslag genomen telefoons uit de woning aan [adres 1] te Veldhoven. Op een van de telefoons, waarvan het vermoeden is dat deze in gebruik is bij [medeverdachte] , zijn onder meer gesprekken aangetroffen van ‘ [alias 1 medeverdachte] ’ tussen een persoon die bij de politie bekend is in verband met de handel in honden, waarbij wordt gesproken over de aan- en verkoop van honden. Hierin werd onder andere door ‘ [alias 1 medeverdachte] ’ het bericht gestuurd: ‘ja snap ik maatje ik ben een broodfokker’.

De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden wijzen zodanig op de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] bij de delicten, dat van hen een redelijke verklaring mag worden verlangd om die betrokkenheid te weerleggen. De rechtbank schrijft de advertenties op naam van [alias 3 medeverdachte] , [alias 1 medeverdachte] , [alias 4 medeverdachte] en [alias 2 medeverdachte] allemaal toe aan [medeverdachte] . Bij deze advertenties is telefonisch contact geweest met de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] . Op grond van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte] de gebruiker was van dit telefoonnummer. Geconfronteerd met alle bevindingen uit het dossier, hebben verdachten zich op hun zwijgrecht beroepen en geen verklaring willen geven, hoewel zij daartoe wel in de positie verkeerden en ook op de zitting herhaaldelijk zijn uitgenodigd om vragen te beantwoorden en uitleg te geven.

Dat betrekt de rechtbank in het nadeel van verdachte bij haar selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.

De rechtbank stelt verder vast dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er grote overeenkomsten bestaan in de modus operandi ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde oplichtingen.

Medeplegen.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] , tezamen en in vereniging, betrokken zijn geweest bij de onder 1 ten laste gelegde oplichtingen. Daarbij hebben zij nauw en bewust samengewerkt, met een taakverdeling met ieder een eigen rol van voldoende omvang, zodat sprake is van medeplegen.

[verdachte] is de persoon die – kort gezegd – de puppy’s feitelijk heeft verkocht in haar woning, valse informatie heeft gegeven tijdens de verkoop en het geld heeft ontvangen. [medeverdachte] heeft de advertenties met valse informatie betaald, is betrokken bij de communicatie met de potentiële kopers en is soms aanwezig bij de verkoop van de puppy’s op locatie.

Verdachten hebben gebruik gemaakt van valse namen en van een valse hoedanigheid, door zich uit te geven als bonafide verkopers van puppy’s. Verder hebben zij gebruik gemaakt van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, door in strijd met de waarheid te verklaren dat de puppy’s waren ingeënt, ontwormd, gechipt en in het bezit waren van een paspoort en (onder meer) te doen voorkomen dat het paspoort ergens anders zou zijn en later nog zou komen.

Door voornoemde middelen zijn de kopers telkens bewogen tot de afgifte van een geldbedrag.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna bewezen is verklaard.

Onthouden van de nodige zorg.

Gelet op de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de verkochte puppy’s de nodige verzorging heeft onthouden, door deze puppy’s niet tijdig te laten inenten en ontwormen. De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna bewezen is verklaard.

Ten aanzien van feit 2.

Op grond van de aangifte van [slachtoffer 10] en de bevindingen van (onder meer) verbalisant [verbalisant] op 17 januari 2023 acht de rechtbank de onder feit 2 ten laste gelegde poging tot oplichting, tezamen en in vereniging met een ander gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.

Op 17 januari 2023 is in de woning aan [adres 2] te Veldhoven, verborgen in de jas van een meisje, een puppy aangetroffen. Een dierenarts heeft geconstateerd dat deze puppy ongeveer 4 weken oud was en niet was gechipt.

De rechtbank acht bewezen dat de aangetroffen puppy dezelfde puppy is, die de dag daarvoor door [verdachte] in dezelfde woning te koop is aangeboden aan aangever [slachtoffer 10] .

Naast het feit dat de puppy, kort na de poging tot oplichting (namelijk één dag later) in dezelfde woning is aangetroffen waarbij de puppy verborgen werd gehouden voor verbalisanten, heeft verbalisant [verbalisant] deze puppy voor 100% herkend van de foto, die [slachtoffer 10] heeft gemaild naar verbalisant. Ook komt dit overeen met hetgeen aangever [slachtoffer 10] bij de politie heeft verklaard, namelijk dat tegen haar was gezegd dat de pup 10 weken oud zou zijn, terwijl die volgens haar veel jonger leek. In zijn verweer ten aanzien van de bewijswaarde van de herkenning, miskent de raadsman dat er nog meer aanwijzingen zijn dat het om dezelfde puppy gaat en dat het juist de combinatie van bewijsmiddelen is die maakt dat kan worden geconcludeerd dat het om dezelfde puppy gaat.

Ten aanzien van de feiten 5 en 6.

De rechtbank stelt als regel voorop dat verdachte als bewoner van het pand aan [adres 1] te Veldhoven, geacht wordt weet te hebben van en verantwoordelijk te zijn voor de aanwezigheid van de aldaar aangetroffen voorwerpen.

Voormelde regel lijdt uitzondering indien er aanwijzingen zijn dat verdachte van de in haar woning aangetroffen voorwerpen geen enkele weet heeft gehad. Dergelijke aanwijzingen ontbreken echter. De boksbeugels en het stroomstootwapen zijn op 4 april 2023 in een keukenkastje van de woning van verdachte aangetroffen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat bij een normaal gebruik van de keuken bewoners daarin met enige regelmaat plegen te kijken. Geconfronteerd met het aantreffen van deze wapens, heeft verdachte daar bij de politie geen verklaring over willen afleggen en heeft zij ter terechtzitting slechts ontkend dat zij wist dat die wapens daar lagen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de wapens en daarmee ook de beschikkingsmacht daarover had.

De rechtbank acht de onder feit 5 en 6 ten laste gelegde feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1 op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2023 te Veldhoven, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, - [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 400,00 en - [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 550,00 en - [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 550,00 en - [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 450,00 en - [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 600,00 en - [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 450,00 en - [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 350,00 en - [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 750,00 en - [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten een geldbedrag van € 500,00 door - zich voor te doen als bonafide verkoper van puppy’s, - onder een of meerdere valse namen advertenties te plaatsen en/of te laten plaatsen op Marktplaats waarin een of meerdere zogenaamde chihuahua puppy’s en/of een kruising tussen een jackrussell en chihuahua te koop werden aangeboden, - in voornoemde advertenties valselijk op te (laten) nemen dat voornoemde puppy’s waren ingeënt en/of ontwormd waren en/of waren voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en/of een paspoort hadden en/of oud genoeg waren om van de moederhond gescheiden te zijn en/of een bepaald ras hadden en/of gezond waren, - een afspraak te (laten) maken met voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] om de puppy’s op te halen en/of tijdens voornoemde afspraken eveneens valselijk te (doen) vermelden dat voornoemde puppy’s waren ingeënt en/of ontwormd waren en/of waren voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en/of een paspoort hadden en/of oud genoeg waren om van de moederhond gescheiden te zijn en/of een bepaald ras hadden en/of gezond waren.

2 op 16 januari 2023 te Veldhoven, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van € 650,00, - zich voor heeft gedaan als bonafide verkoper van puppy’s, - onder een valse naam een advertentie heeft geplaatst en/of heeft laten plaatsen op Marktplaats waarin een chihuahua teefje te koop werd aangeboden, - in voornoemde advertentie (valselijk) op heeft genomen en/of heeft laten nemen dat voornoemde puppy was ingeënt en ontwormd was en was voorzien van een chip en de daarbij behorende registratie in de databank en een paspoort had en oud genoeg was om van de moederhond gescheiden te zijn en een bepaald ras had en gezond was, - een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 10] om de puppy op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2023, te Veldhoven, als houder van dieren, te weten een of meerdere chihuahua puppy’s en/of kruising tussen een jackrussell en chihuahua de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, door deze puppy’s niet te laten enten en te ontwormen.

5 op 4 april 2023 te Veldhoven een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad. 6 op 4 april 2023 te Veldhoven, wapens, van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten boksbeugels, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 een taakstraf gevorderd van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een verbod op het houden van dieren voor de duur van 5 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van 13 maanden.

Verder moet rekening worden gehouden bij een eventuele strafoplegging met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft de zorg voor haar kinderen en er is sprake van schulden.

Mocht de rechtbank komen tot een strafoplegging, dan is een taakstraf passend.

De raadsman heeft verzocht geen verbod tot het houden van dieren op te leggen, gelet op het tijdsverloop en het ontbreken van een noodzaak daartoe. Verdachte heeft twee honden. Er zijn nog nooit aanwijzingen geweest dat deze niet goed worden verzorgd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarbij wordt voor de feiten 5 en 6 ook aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde, oriëntatiepunten voor overtredingen in het kader van de Wet wapens en munitie van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De aard en de ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander oplichten van negen personen en een poging daartoe. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het niet geven van de nodige verzorging aan puppy’s en het bezit van wapens.

Verdachte heeft via Marktplaats hondenpuppy’s te koop aangeboden. Verdachte en medeverdachte deden daarin voorkomen dat de puppy’s die zij verkochten in goede gezondheid verkeerden, ontwormd, gechipt en ingeënt waren en in het bezit waren van een dierenpaspoort. Dit bleek echter niet het geval, waardoor de kopers vrijwel direct na de koop dierenartskosten moesten maken. Daarnaast waren de pups in de meeste gevallen ook niet van het ras of de kruising, die in de advertentie was aangegeven en waren de puppy’s te jong gescheiden van de moederhond.

Door de handelwijze van verdachte liepen de zeer jonge hondjes een verhoogd risico op ziekten. Uit een van de aangiftes blijkt ook dat één van de puppy’s zodanig ziek was, dat de dierenarts heeft aangegeven dat deze pup het niet zou redden.

Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de gezondheid en het welzijn van de jonge hondjes en de belangen van de benadeelden.

Persoon van de verdachte.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar daden. Verdachte toont geen inzicht in de ernst en laakbaarheid van haar handelen. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Overschrijding van de redelijke termijn.

De rechtbank constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. Als uitgangspunt geldt dat een verdachte recht heeft op berechting binnen een termijn van twee jaar.

Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank stelt vast dat de termijn in dit geval is aangevangen op 4 april 2023 en dat de termijn van twee jaar met ruim dertien maanden is overschreden.

Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn door een strafkorting toe te passen.

De straf.

Alles afwegend acht de rechtbank in beginsel een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, passend en geboden. In verband met de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de taakstraf beperken tot 100 uur subsidiair 50 dagen hechtenis.

Daarnaast vindt de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten en om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen waarbij dieren de nodige verzorging wordt onthouden, een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

De rechtbank ziet, gelet op het tijdsverloop en de omstandigheid dat niet is gebleken dat verdachte in de periode na het ten laste gelegde opnieuw een soortgelijk feit heeft gepleegd, geen noodzaak om in aanvulling op de voorwaardelijke gevangenisstraf ook nog een verbod op het houden van dieren op te leggen, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag.

Omdat verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de onder haar in beslag genomen goederen, zoals vermeld op de beslaglijst, hoeft de rechtbank geen beslissing meer te nemen op dit beslag.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . De benadeelde partij heeft in totaal € 609,25 materiële schade gevorderd, bestaande uit aanschafkosten puppy € 400,00 en dierenartskosten € 119,78 en € 91,00, met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering bepleit, met de wettelijke rente. Tevens heeft de officier van justitie het opleggen van de maatregel van 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleitte vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de post ten aanzien van de aanschaf van de puppy af te wijzen, dan wel benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Dit betreft een post die vragen oproept en een onevenredige belasting is ten aanzien van het strafgeding. Ten aanzien van de overige materiële posten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. De opgevoerde dierenartskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten bedrage

van € 210,78 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de post ‘aanschafkosten puppy’. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij de hond nog heeft. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat er schade is ontstaan en/of dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de oplichting. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van dit deel van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De benadeelde partij heeft in totaal € 1003,70 materiële schade gevorderd, bestaande uit aanschaf hond € 550,00, dierenartskosten (11-1-22 € 102,03, 13-1-22 € 10,02, 1-2-22 € 57,84, 22-2-22 € 101,42 en 20-6-22 € 163,39) en UBN Fokker registratie € 19,00, met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van een bedrag van € 453,70 bepleit, met de wettelijke rente. Tevens heeft de officier van justitie het opleggen van de maatregel van 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Ten aanzien van het resterende deel van de vordering (aanschaf hond) is de officier van justitie van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de post ten aanzien van de aanschaf van de puppy af te wijzen, dan wel benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Dit betreft een post die vragen oproept en een onevenredige belasting is ten aanzien van het strafgeding. Ten aanzien van de overige materiële posten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. De opgevoerde dierenartskosten en registratiekosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten bedrage

van € 453,70 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de post ‘aanschafkosten hond’. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij de hond nog heeft. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat er schade is ontstaan en/of dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de oplichting. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van dit deel van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] . De benadeelde partij heeft in totaal € 600,87 materiële schade gevorderd, bestaande uit aanschaf hond € 450,00, dierenartskosten € 150,87, met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering bepleit, met de wettelijke rente. Tevens heeft de officier van justitie het opleggen van de maatregel van 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de post ten aanzien van de aanschaf van de puppy af te wijzen, dan wel benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Dit betreft een post die vragen oproept en een onevenredige belasting is ten aanzien van het strafgeding. Ten aanzien van de overige materiële posten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. De opgevoerde dierenartskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten bedrage

van € 150,87 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de post ‘aanschaf hond’. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij de hond nog heeft. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat er schade is ontstaan en/of dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de oplichting. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van dit deel van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] . De benadeelde partij heeft in totaal € 741,00 materiële schade gevorderd, bestaande uit dierenartskosten, met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering bepleit, met de wettelijke rente. Verder heeft de officier van justitie het opleggen van de maatregel van 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 7] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. De opgevoerde dierenartskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten bedrage

van € 741,00 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] . De benadeelde partij heeft in totaal € 82,15 materiële schade gevorderd, bestaande uit dierenartskosten, met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering bepleit, met de wettelijke rente. Tevens heeft de officier van justitie het opleggen van de maatregel van 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 9] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. De opgevoerde dierenartskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten bedrage

van € 82,15 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte feit 1 samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en haar mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelden telkens hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens telkens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte en/of medeverdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de betreffende benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte en/of medeverdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de betreffende benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 57, 60a, 63, 326 van het Wetboek van Strafrecht;

13, 26, 55 van de Wet wapens en munitie en

2.2, 8.12 van de Wet dieren.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1.

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

Feit 2.

medeplegen van poging tot oplichting

Feit 3.

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren

Feit 5.

overtreding van artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie

Feit 6.

overtreding van artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straffen en maatregelen

Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3, feit 5, feit 6:

 Een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

 Een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Ten aanzien van feit 1:

 Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 210,78 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 210,78 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige (aanschaf hond) niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Ten aanzien van feit 1:

 Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van 453,70 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 4 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van 453,70 euro, bestaande uit materiële schade (dierenartskosten).

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige (aanschaf hond) niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Ten aanzien van feit 1:

 Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van 150,87 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van 150,87 euro, bestaande uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige (aanschaf hond) niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Ten aanzien van feit 1:

 Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 7] , van een bedrag van 741,00 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade (dierenartskosten).

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , van een bedrag van 741,00 euro, bestaande uit materiële schade (dierenartskosten).

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente

vanaf 28 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Ten aanzien van feit 1:

 Legt aan verdachte op hoofdelijk de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 9] , van een bedrag van 82,15 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade (dierenartskosten).

.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 9] , van een bedrag van 82,15 euro, bestaande uit materiële schade (dierenartskosten)..

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door haar mededader is betaald.

Bepaalt dat indien en voor zover verdachte en/of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. van der Hilst, voorzitter,

mr. J.H.L.M. Snijders en mr. A.J. den Besten, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 22 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. van der Hilst
  • mr. J.H.L.M. Snijders
  • mr. A.J. den Besten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand