RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.322870.25
Datum uitspraak: 01 juni 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1962] ,
adres: [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 mei 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 april 2026.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 18 mei 2026 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
t.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] een of meer seksuele handelingen te verrichten
- op zijn knieën voor die [slachtoffer] heeft plaatsgenomen
- de benen/het been van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of aangeraakt
- zijn hoofd in de richting van de benen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] heeft bewogen en/of
- (daarbij) zijn tong heeft uitgestoken en/of probeerde haar bovenbenen/dijen te kussen en/of - (daarbij) heeft gezegd/gevraagd “zal ik je eens verwennen” en/of “weet je wat ik echt lekker vind, om te likken”
terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind en/of
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, te weten een kind met een psychische, danwel verstandelijke handicap en/of
terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
t.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck, althans in Nederland een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren onder de in artikel 245,
eerste lid, omschreven omstandigheden en/of een persoon die zich als zodanig voordeed, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door die [slachtoffer] mondeling, te vertellen dat
- hij haar geil vindt,
- hij haar zou doen,
- dat hij haar eens zou verwennen
- dat ze maar lekker moest gaan liggen en hij haar zou verwennen
- dat ze ook een kutpiercing moest nemen
- dat hij haar zou masseren tussen haar benen.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouwe heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
De bewijsmiddelen.
Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte
t.a.v. feit 1:
op of omstreeks 23 juli 2024 te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] seksuele handelingen te verrichten
- op zijn knieën voor die [slachtoffer] heeft plaatsgenomen
- de benen van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of aangeraakt
- zijn hoofd in de richting van de benen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] heeft bewogen en
- daarbij zijn tong heeft uitgestoken en probeerde haar bovenbenen/dijen te kussen en
- daarbij heeft gezegd “zal ik je eens verwennen” en “weet je wat ik echt lekker vind, om te likken”
terwijl dit feit werd begaan jegens een anderszins aan de zorg van verdachte toevertrouwd kind en
terwijl dit feit werd begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, te weten een kind met een verstandelijke handicap en
terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
t.a.v. feit 2:
op of omstreeks 23 juli 2024 te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck, een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren onder de in artikel 245, eerste lid, omschreven omstandigheden, te weten [slachtoffer] , geboren op [2008] , indringend mondeling seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door die [slachtoffer] mondeling, te vertellen dat
- hij haar geil vindt,
- hij haar zou doen,
- dat hij haar eens zou verwennen
- dat ze maar lekker moest gaan liggen en hij haar zou verwennen
- dat ze ook een kutpiercing moest nemen
- dat hij haar zou masseren tussen haar benen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straffen.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie eist oplegging van een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis indien deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Aan deze proeftijd dienen de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering zijn geadviseerd, te worden verbonden.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft – kort gezegd – de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de strafeis van de officier van justitie, nu deze eis in onderhavige kwestie een passende straf is welke eveneens aansluit bij de wens van de familie.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot aanranding van zijn 16-jarige verstandelijk beperkte (stief)kleindochter. Daarbij heeft hij zich jegens haar expliciet seksueel uitgelaten. Door op deze wijze te handelen, heeft de verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke, psychische en seksuele integriteit van het kwetsbare slachtoffer. De strafbare feiten hebben plaatsgevonden in de woning van de verdachte, een plek waar het slachtoffer regelmatig verbleef en met veel plezier bleef logeren. De verdachte vervulde een belangrijke rol in het leven van het slachtoffer en haar moeder. Het slachtoffer was erg gesteld op haar opa. De verdachte heeft met zijn handelen het vertrouwen van het slachtoffer – evenals dat van de andere familieleden – ernstig geschaad. De rechtbank rekent de verdachte de gepleegde handelingen zwaar aan.
Dergelijke handelingen kunnen grote lichamelijke en psychische gevolgen hebben voor slachtoffers.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Ten voordele van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor de hem ten laste gelegde feiten, ook al kan hij het zich niet meer herinneren omdat hij onder invloed van alcohol was ten tijde van het plegen van de feiten. Ook heeft hij zijn volledige medewerking aan het onderzoek verleend. Daarnaast heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij de ernst van de door hem gepleegde strafbare feiten inziet en heeft hij oprecht berouw getoond.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapportage d.d. 1 mei 2026. Hieruit blijkt onder andere, zoals ter zitting eveneens uitgebreid is besproken, dat de verdachte al jaren kampt met depressieklachten en een alcoholverslaving. De verdachte heeft moeite met het omgaan met zijn emoties en vlucht in alcoholgebruik. Dit was ook ten tijde van het plegen van de strafbare feiten het geval.
De verdachte is zelf ook getroffen door de gevolgen van de door hem gepleegde strafbare feiten. De verdachte heeft namelijk geen contact meer met zijn kinderen en het slachtoffer en zijn toenmalige partner heeft na het plegen van de feiten beslist van hem te willen scheiden. De verdachte heeft naderhand geen nieuwe woonruimte meer kunnen vinden en heeft een zwervend bestaan door bij mensen te overnachten.
Verder is verdachte voor soortgelijke feiten niet eerder met politie of justitie in aanraking gekomen.
De op te leggen straffen.
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis indien deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht, en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden in onderhavige kwestie passend en geboden is.
De rechtbank zal de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen nu een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelet op de eerder genoemde omstandigheden naar haar oordeel niet passend is. Wel acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf nodig om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Ook acht de rechtbank een proeftijd voor de duur van 3 jaren noodzakelijk gelet op de duur en ernst van de depressieklachten en alcoholverslaving. Verdachte heeft te kennen gegeven zich te zullen houden aan de te stellen voorwaarden en is akkoord met een proeftijd van langere duur.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 245, 251 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
t.a.v. feit 1:
poging tot aanranding in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, begaan jegens een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van diegene toevertrouwd kind en begaan jegens een kind in een bijzondere kwetsbare positie, terwijl het feit wordt begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht
t.a.v. feit 2:
een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren indringend mondeling seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren
verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straffen.
T.a.v. feit 1, feit 2:
een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis
en
een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden, dat de veroordeelde:
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, genoemd onder 1 tot en met 4, en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.M. Hettinga, voorzitter,
mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. F.H.R.M. Robbers, griffier,
en is uitgesproken op 01 juni 2026.