ECLI:NL:RBOBR:2026:3923

ECLI:NL:RBOBR:2026:3923

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 01.046280.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Belaging ex-vriendin. Meermalen gepleegd. Begindatum ten laste gelegde periode en laatste twee maanden ten laste gelegde periode. Vrijspraak tussenliggende periode. Ten aanzien van begindatum: geringe duur van de gedragingen hoeft het bestaan van de vereiste stelselmatigheid van de inbreuk niet uit te sluiten. Aard van de gedragingen in combinatie met veelvuldig bellen. Gevaarzetting op de weg (artikel 5 WVW). Tegen auto van ex-vriendin aanrijden waardoor zij pijn en letsel heeft bekomen. Zeer intensief stalken. Bellen, berichten sturen, volgen, tegen auto aanrijden. Impact op slachtoffer. Eerdere veroordeling voor stalking van een ex-vriendin. Gevangenisstraf 271 dagen waarvan 240 dagen voorwaardelijk proeftijd 3 jaren en bijzondere voorwaarden waaronder contactverbod, ambulante behandeling en locatieverbod met elektronisch toezicht. Taakstraf 80 uren. Contactverbod in kader maatregel ex 38v Sr. Ten aanzien van 5 WVW: schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (9a Sr) gelet op samenhang met stalking.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

op te houden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

vonnis

Parketnummer: [01.046280.26]

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.046280.26

Datum uitspraak: 04 juni 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1987]

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 mei 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks 17 december 2025 tot en met 14 februari 2026 te 's-Hertogenbosch,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,

door

- die [slachtoffer] veelvuldig te bellen,

- berichten naar die [slachtoffer] te sturen,

- berichtverzoeken op Instagram naar die [slachtoffer] te sturen,

- die [slachtoffer] te volgen en/of zich in de omgeving van die [slachtoffer]

- zich bij de woning/verblijfplaats van die [slachtoffer] op te houden, en/of

- tegen de auto van die [slachtoffer] aan te rijden;

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2025 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Maastrichtseweg,

- [slachtoffer] heeft ingehaald heeft en/of afgesneden,

- voor het voertuig van die [slachtoffer] heeft geremd en/of

- (vervolgens) achteruit is gereden, waardoor hij met die [slachtoffer] in botsing is gekomen,

Er staat een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging onder 2. Het jaartal 2025 is vermeld in plaats van 2026. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde onder 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde onder 1 voor zover dit betreft de periode van 17 december 2025 tot en met 9 januari 2026. De raadsman heeft aangevoerd dat in deze periode nog geen sprake was van belaging. De raadsman heeft aangevoerd dat voor de periode vanaf 10 januari 2026 wel een bewezenverklaring kan volgen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een bewezenverklaring van het ten laste gelegde onder 2.

Het oordeel van de rechtbank.

T.a.v. feit 1:

De rechtbank is het in zoverre eens met de raadsman dat in de periode van 18 december 2025 tot en met 9 januari 2026 geen sprake is geweest van belaging, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Uit het dossier volgt dat aangeefster en verdachte geen contact met elkaar hadden in de periode van 18 december 2025 tot en met 24 december 2025. Vanaf 25 december 2025 tot en met 9 januari 2026 heeft wel contact plaatsgevonden, maar dit was met instemming van aangeefster. Aangeefster heeft daarover verklaard dat zij gingen lunchen of wandelen en dat er in die periode niets is voorgevallen.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wel komen vast te staan dat sprake was van belaging op 17 december 2025. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat op die dag een incident heeft plaatsgevonden bij sportschool Basic Fit, waarbij verdachte aangeefster op agressieve toon heeft gebeld dat zij naar buiten moest komen. Verdachte wilde dat aangeefster mee ging naar zijn woning, maar dat wilde zij niet. Verdachte heeft aangeefster vervolgens bedreigd en hij heeft haar autosleutels afgepakt. Nadat aangeefster de autosleutels heeft teruggekregen, is aangeefster naar het huis van getuige [getuige] gereden. Deze getuige heeft verklaard dat verdachte aangeefster bedreigde via de telefoon. Op de betreffende dag heeft verdachte aangeefster 58 keer gebeld.

De kern van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht wordt gevormd door de stelselmatige inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Stelselmatigheid veronderstelt een herhaling van gedragingen. Dit kan door een en dezelfde activiteit, maar ook door een variëteit aan gedragingen. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat een geringe duur van de gedragingen het bestaan van de vereiste stelselmatigheid van de inbreuk niet hoeft uit te sluiten. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard van de gedragingen van verdachte in combinatie met het veelvuldig bellen sprake is van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster op 17 december 2025.

Gelet op de bewijsmiddelen acht de rechtbank ook komen vast te staan dat sprake was van belaging in de periode van 10 januari 2026 tot en met 12 februari 2026.

Conclusie

De rechtbank acht het ten laste gelegde onder 1 wettig en overtuigend bewezen in die zin dat sprake is van belaging op 17 december 2025 en in de periode van 10 januari 2026 tot en met 12 februari 2026.

T.a.v. feit 2:

De rechtbank acht het ten laste gelegde onder 2 gelet op de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

T.a.v. feit 1:

op 17 december 2025 en in de periode van 10 januari 2026 tot en met 12 februari 2026 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , door

- die [slachtoffer] veelvuldig te bellen,

- berichten naar die [slachtoffer] te sturen,

- berichtverzoeken op Instagram naar die [slachtoffer] te sturen,

- die [slachtoffer] te volgen en/of zich in de omgeving van die [slachtoffer] op te houden,

- zich bij de woning/verblijfplaats van die [slachtoffer] op te houden en

- tegen de auto van die [slachtoffer] aan te rijden;

T.a.v. feit 2:

op 12 februari 2026 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Maastrichtseweg,

- [slachtoffer] heeft ingehaald en afgesneden,

- voor het voertuig van die [slachtoffer] heeft geremd en

- vervolgens achteruit is gereden, waardoor hij met die [slachtoffer] in botsing is gekomen,

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden op te leggen waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod met aangeefster, een locatieverbod met elektronisch toezicht, dagbesteding, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding.

De officier van justitie heeft verder gevorderd een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op te leggen inhoudende een contactverbod met aangeefster en 14 dagen hechtenis bij overtreding van dit verbod.

Ook heeft de officier van justitie gevorderd een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft tot slot gevorderd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, te weten aangeefster, volledig toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft verzocht geen elektronisch toezicht te verbinden aan het locatieverbod.

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering benadeelde partij. Verdachte heeft verklaard dat hij zich kan vinden in een toewijzing van de vordering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin en gevaarzetting op de openbare weg. Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer door haar gedurende een periode van ruim twee maanden zeer intensief te stalken. Verdachte heeft aangeefster honderden keren gebeld en berichten gestuurd. Hij is haar meerdere keren gevolgd en is zelfs twee keer tegen haar auto aangereden, waarbij aangeefster de laatste keer naast materiële schade ook pijn en letsel heeft opgelopen. Daarnaast heeft verdachte geen navolgbare verklaring gegeven voor hoe het kon dat hij telkens wist waar aangeefster zich bevond. Zijn verklaring dat het steeds toeval betrof acht de echtbank volstrekt ongeloofwaardig. In dit opzicht geeft verdachte geen openheid van zaken. De feiten hebben een enorme impact op aangeefster gehad en zij ondervindt daarvan nog steeds last. Aangeefster heeft een en ander invoelend verwoord in haar ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor belaging van een ex-vriendin. Die veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen, terwijl hij wist dat dergelijke feiten een enorme impact hebben op slachtoffers. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich niets heeft aangetrokken van de belangen van aangeefster en zijn eigen belang - het naar eigen zeggen terugwinnen van haar liefde - voorop heeft gesteld.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van Verslavingsreclassering GGZ en Novadic-Kentron d.d. 7 mei 2026. Het rapport houdt onder meer het volgende in:

‘Als we kijken naar het delictverleden dan vinden wij het zorgelijk dat betrokkene reeds eerder (2024) werd veroordeeld voor belaging binnen de relationele sfeer, waarbij hij soortgelijk gedrag liet zien. Zorgen hebben wij met name op het gebied van partnerrelaties en zijn psychosociaal functioneren. Betrokkene kon gedurende de tenlastelegging, maar ook gedurende de eerdere veroordeling inzake belaging, zijn emoties niet onder controle houden. Er is bij betrokkene sprake van LVB problematiek, aanwijzingen voor ADHD problematiek en traumagerelateerde klachten (mogelijk PTSS). Hoewel betrokkene de afgelopen periode behandeling heeft gevolgd bij Reinier van Arkel, lijkt hij repeterend vast te blijven zitten in zijn eigen denkpatronen en is gedurende de behandeling gebleken dat er weinig sprake is van inzichtgevende patronen. Ondanks dat hij aangeeft dat hij de situatie achter zich wil laten en geen behoefte meer heeft aan contact met aangeefster, achten wij beschermingsmaatregelen als noodzakelijk. Wij hebben onze zorgen op het gebied van zijn probleeminzicht en probleembesef. Wij zien interventies gericht op de tenlastelegging en op het gebied van partnerrelaties, met een forensische insteek, als noodzakelijk om recidive in de toekomst te kunnen voorkomen.’

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

De rechtbank zoekt bij haar beslissing over de hoogte van de straf doorgaans aansluiting bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen dan als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Ten aanzien van stalking zijn er geen landelijke oriëntatiepunten. De rechtbank betrekt bij haar beoordeling de duur, de intensiteit en de aard van de stalking De bewezenverklaarde periode is betrekkelijk kort maar de intensiteit en de aard van de stalking zijn strafverzwarend. Aangeefster is zeer vaak gebeld en verdachte is er daarnaast zelfs niet voor teruggeschrokken om twee keer tegen de auto van aangeefster te rijden waardoor zij pijn en letsel heeft bekomen. De rechtbank heeft daarnaast gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 271 dagen. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 31 dagen, zal daarop in mindering worden gebracht.

De rechtbank zal het overige gedeelte van de gevangenisstraf, te weten 240 dagen, voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod met aangeefster, een locatieverbod met elektronisch toezicht, dagbesteding, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding. De rechtbank zal, om het recidivegevaar te verkleinen en om de motivatie van verdachte gedurende een langere periode vast te houden en hem optimaal te laten profiteren van de hulp en begeleiding van de reclassering, een proeftijd van 3 jaren opleggen. Anders dan de raadsman heeft verzocht zal de rechtbank wel elektronisch toezicht verbinden aan het locatieverbod, zodat controle op de naleving van dit verbod kan plaatsvinden.

De rechtbank zal aldus een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank komt tot een kortere onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht het in het belang van aangeefster en van de samenleving, maar ook in het belang van verdachte, dat de hulp en begeleiding die verdachte nu heeft in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt voortgezet en niet wordt onderbroken door een verblijf in detentie.

De rechtbank zal daarnaast aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, indien verdachte deze taakstraf niet (naar behoren) verricht.

De rechtbank zal, om het recidivegevaar verder te verkleinen, ook een contactverbod opleggen in het kader van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 3 jaren. De rechtbank zal bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis zal 14 dagen bedragen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, tot een maximum van 6 maanden. De rechtbank zal bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte, gelet op de aard van het delict in combinatie met zijn eerdere veroordeling, opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaald persoon of bepaalde personen.

De rechtbank zal geen ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Zij acht dit niet opportuun nu het bewezenverklaarde gevaarlijke rijgedrag vooral bezien moet worden in het licht van de door verdachte begane stalking.

Gelet op de samenhang tussen feit 1 en feit 2 zal de rechtbank ten aanzien van feit 2 geen aparte straf opleggen en volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel ex artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 57, 62, 285b Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde onder 1 en 2 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1:

belaging, meermalen gepleegd

Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:

T.a.v. feit 2:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. feit 2:

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

T.a.v. feit 1:

Een gevangenisstraf voor de duur van 271 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 240 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij reclassering

Dat de veroordeelde zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de Verslavingsreclassering van Novadic-Kentron op het adres Rompertsebaan 12 te 's-Hertogenbosch.

2. Ambulante behandeling

Dat de veroordeelde zich laat behandelen door Reinier van Arkel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

3. Contactverbod

Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect- contact zoekt of heeft met de volgende persoon: [slachtoffer] (geboren op [1998] ).

4. Locatieverbod (met elektronisch toezicht)

Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in [gebied] (zie bijgevoegde afbeelding ter verduidelijking), zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan de veroordeelde toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden. De veroordeelde werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatieverbod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt.

Beperking recht Nederland te verlaten wegens elektronisch toezicht

Dat de veroordeelde voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering.

5. Dagbesteding

Betrokkene spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

6. Beheersing middelengebruik

Dat de veroordeelde meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst II (softdrugs). Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

7. Ambulante begeleiding

De veroordeelde werkt mee aan ambulante begeleiding door Humanitas of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

T.a.v. feit 1:

Een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.

T.a.v. feit 1:

Maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod voor de duur van 3 jaren. Dit verbod houdt in dat de veroordeelde gedurende 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [1998] ).

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. De totale duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste zes maanden.

Beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Opheffing van het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van

[slachtoffer] , van een bedrag van 3.648,65 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 36 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit 1.148,65 euro materiële schade en 2.500,00 euro immateriële schade.

De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van 3.648,65 euro, bestaande uit 1.148,65 euro materiële schade en 2.500,00 euro immateriële schade.

De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. E.H. Groen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Wildeman, griffier,

en is uitgesproken op 04 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A. Waals
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. E.H. Groen

Griffier

  • mr. H. Wildeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand