ECLI:NL:RBOBR:2026:3987

ECLI:NL:RBOBR:2026:3987

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 11600220 \ CV EXPL 25-1520
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

consumentenrecht; ambtshalve toetsing; buy now pay later; verstek; Vanwege tegenstrijdigheden en discrepanties in de dagvaarding dient eisende partij na tussenvonnis een toelichting te geven over wie handelaar en daarmee rechthebbende van de oorspronkelijke vordering is én tussen welke partijen overdracht van de gestelde vordering heeft plaatsgevonden. Geoordeeld wordt dat eisende partij de waarheidsplicht heeft geschonden. Uit de nadere toelichting van eisende partij blijkt niet wie de handelaar is, waarmee de consument een overeenkomst heeft gesloten. Niet kan worden vastgesteld dat eisende partij rechthebbende van de vordering is. De vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer: 11600220 \ CV EXPL 25-1520

Vonnis van 4 juni 2026

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht ALEKTUM CAPITAL II AG,

gevestigd te Zug, Zwitserland,

eisende partij,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De verdere procedure

Op 12 maart 2026 heeft de kantonrechter een tussenvonnis (hierna verder: het tussenvonnis) gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt naar het tussenvonnis verwezen.

Bij akte van 7 mei 2026 heeft eisende partij haar vordering nader toegelicht.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat hij vanwege tegenstrijdigheden en discrepanties in de dagvaarding behoefte heeft aan een nadere toelichting wie handelaar en daarmee rechthebbende van de oorspronkelijke vordering is én tussen welke partijen overdracht van de gestelde vordering heeft plaatsgevonden. Ook heeft de kantonrechter eisende partij bevolen de onderliggende aktes van cessie voorzien van een toelichting in het geding te brengen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of eisende partij rechthebbende van de vordering is.

Eisende partij heeft in de akte gesteld dat gedaagde partij een bestelling heeft geplaatst op de website van Zara en dat deze website wordt geëxploiteerd door ITX Nederland B.V. Per 30 september 2021 is Zara Nederland B.V. opgegaan in ITX Nederland B.V. In de orderbevestiging staat de naam Fashion Retail S.A. Die vennootschap is verantwoordelijk voor de e-commerceactiviteiten van Zara in Nederland en andere landen in Europa. Fashion Retail S.A. verwerkt de verkoop, retouren en garantie van de Zara webshop. Volgens eisende partij is Fashion Retail S.A. in essentie de ‘online tak’ van Zara.

Uit de nadere toelichting van eisende partij blijkt nog steeds niet wie de handelaar is, waarmee gedaagde partij een overeenkomst heeft gesloten. Eisende partij neemt daarover ook geen eenduidig standpunt in. Dat gedaagde partij formeel zou hebben gecontracteerd met ITX Nederland B.V. is niet goed te rijmen met de eigen stelling van eisende partij dat Zara Nederland B.V. per 30 september 2021 is ‘opgegaan’ in ITX Nederland B.V. Gedaagde partij heeft de bestelling immers geplaatst op 10 augustus 2021. Los daarvan is onduidelijk wat eisende partij bedoelt met de stelling dat Fashion Retail S.A. ‘in essentie de online tak’ van Zara is. Kennelijk is het voor eisende partij zelf ook niet duidelijk met wie gedaagde partij een overeenkomst is aangegaan en hoe de genoemde vennootschappen binnen het Zara-concern zich tot elkaar verhouden.

Eisende partij dient grond van artikel 111 lid 2 onder d in de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in iedere individuele procedure in de dagvaarding voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en ter onderbouwing daarvan relevante producties bij de dagvaarding te voegen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en of de vordering toewijsbaar is. Als een eisende partij dat niet doet, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Dat volgt ook uit artikel 21 Rv en uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Hoge Raad in consumentenzaken.

Uit het bovenstaande blijkt dat dat eisende partij in strijd met artikel 21 Rv niet alle van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoert en dat zij, al dan niet (on)bewust, relevante informatie achterwege laat of anders presenteert. Eisende partij heeft niet onderbouwd wie handelaar is, zodat evenmin kan worden vastgesteld wie de rechthebbende van de vordering was, laat staan nu is.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis op de voet van artikel 22 lid 1 Rv bevolen om de akte van cessie tussen de handelaar en Klarna Bank AB in het geding te brengen. Eisende partij heeft daaraan niet voldaan. Eisende partij heeft slechts stukken in het geding gebracht met betrekking tot de gestelde cessie tussen Klarna Bank AB en eisende partij. Uit de toelichting van eisende partij blijkt niet van het bestaan van een akte van cessie tussen de handelaar en Klarna Bank AB. Volgens eisende partij wordt de vordering van de handelaar direct na het ‘voltooien’ van de koopovereenkomst aan Klarna Bank AB gecedeerd en is Klarna Bank AB dit zo met alle handelaren overeengekomen die haar als betaalmogelijkheid aanbieden op hun website. Daarmee is echter niet gezegd dat sprake is van een akte van cessie en ook niet dat is voldaan aan de eisen van cessie. Wat daar verder ook van zij, de kantonrechter verbindt aan het schenden van artikel 21 Rv de consequentie dat de vordering wordt afgewezen. Of eisende partij rechthebbende van de vordering is, kan in deze zaak in het midden blijven.

Omdat de vordering hoe dan ook wordt afgewezen, komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de naleving van de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen. De kantonrechter wijst erop dat daaruit niet kan worden geconcludeerd dat aan die bepalingen is voldaan.

Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten aan de kant van gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand