RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 12073855 \ EJ VERZ 26-61
Beschikking van 5 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. S.R. Baetens,
en
1. [belanghebbende 1] ,
te [plaats] ( [land] ),
2. [belanghebbende 2],
te [plaats] ( [land] ),
3. [belanghebbende 3],
te [plaats] ( [land] ),
belanghebbenden,
hierna (samen) te noemen: [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] .
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 13 maart 2026
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 25 maart 2026
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 2 april 2026
de e-mail van [belanghebbende 1] van 9 april 2026
de e-mail van [belanghebbende 3] van 10 april 2026
de e-mail van [belanghebbende 2] van 6 mei 2026.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op [overlijdensdatum] 2025 is in [plaats] overleden [erflaatster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats] .
Erflaatster had twee kinderen, namelijk [verzoeker] en [kind erflaatster] (hierna: [kind erflaatster] ). [kind erflaatster] is volgens [verzoeker] overleden op [overlijdensdatum] 2019. [kind erflaatster] heeft, voor zover bekend, drie kinderen: [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] .
In het testament van 2 december 1980 heeft erflaatster beschikt over haar nalatenschap. In haar testament heeft erflaatster bepaald dat haar nalatenschap zal vererven volgens de Nederlandse wet, zoals deze ten tijde van haar overlijden van kracht. Verder heeft zij bepalingen opgenomen voor het geval zij met of vóór haar echtgenoot overlijdt. Erflaatster is na haar echtgenoot overlijden. Dat betekent dat volgens het versterferfrecht erflaatster [verzoeker] en de afstammelingen van [kind erflaatster] als erfgenamen heeft achtergelaten.
De nalatenschap is door [verzoeker] beneficiair aanvaard.
3. Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om op grond van artikel 4:198 BW te bepalen dat [verzoeker] , met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.
[belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben bij de kantonrechter kenbaar gemaakt dat zij het eens zijn (“fully agree”) met het verzoek van [verzoeker] .
4. De beoordeling
De kantonrechter overweegt als volgt. Als een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard en moet worden vereffenend, dan zijn alle erfgenamen vereffenaar (artikel 4:195 lid 1 BW). Tenzij de kantonrechter anders bepaalt, oefenen deze erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars samen uit (artikel 4:198 lid 1 BW).
Gelet op de formulering van artikel 4:198 BW gaat het om een beperkte bevoegdheid om af te wijken van het uitgangspunt dat de vereffenaars gezamenlijk de nalatenschap vereffenen. Het moet gaan om voorzieningen te kunnen treffen ten behoeve van de nalatenschap als geheel, waarbij één of meer vereffenaars niet in staat of niet beschikbaar zijn om de bevoegdheden gezamenlijk met de andere vereffenaars uit te voeren.
[verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift toegelicht dat het nu niet mogelijk is om de nalatenschap te vereffenen en dus af te wikkelen. Hij geeft aan dat hij een notaris heeft gevraagd om een verklaring van erfrecht op te stellen. De notaris heeft echter aangegeven geen goed erfgenamenonderzoek te kunnen verrichten. [kind erflaatster] was in het verleden in diverse buitenlanden woonachtig en het is voor de notaris niet te verifiëren of [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] de enige kinderen van [kind erflaatster] zijn. Omdat er geen verklaring van erfrecht is, kunnen [verzoeker] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] zich niet als bevoegde partijen legitimeren en kunnen zij de nalatenschap niet vereffenen. Daarnaast is het volgens [verzoeker] makkelijker als hij de nalatenschap vereffend, omdat [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] in [land] wonen.
[belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek van [verzoeker] .
De kantonrechter zal gelet op het voorgaande het verzoek van [verzoeker] toewijzen. Dat betekent dat de kantonrechter zal bepalen dat [verzoeker] , met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.
5. De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat [verzoeker] op grond van artikel 4:198 BW, met uitsluiting van de overige erfgenamen, bevoegd is om alle bevoegdheden als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster uit te oefenen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.