ECLI:NL:RBOBR:2026:4045

ECLI:NL:RBOBR:2026:4045

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 01/133014/24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor oplichting en online handelsfraude, meermalen gepleegd. De rechtbank legt een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

vonnis

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.133014.24

Datum uitspraak: 10 juni 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,

wonende aan de [woonplaats] ,

1. Het onderzoek ter terechtzitting.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 april 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 6 juli 2023 tot en met 19 juli 2023 te Eindhoven, althans op diverse locaties in Nederland,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] 64 keer, althans meermalen, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

een geldbedrag (in totaal ongeveer €3326,46), door

- via Facebook dating en/of (vervolgens) via Whatsapp contact te hebben met die [slachtoffer 1] en/of

- zich (valselijk) uit te geven/voor te doen als iemand die seksueel geïnteresseerd in haar was en/of

- hij, verdachte, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot het sturen van een naaktfoto, althans een foto van haar borsten, althans een compromitterende afbeelding van haarzelf, waarbij door verdachte en/of zijn mededader dwingende en/of dreigende uitlatingen werden gedaan en/of op dwingende en/of dreigende toon eisen werden gesteld (onder meer) inhoudende dat, indien die [slachtoffer 1] zou weigeren om voornoemde betaling(en) te verrichten/voldoen, die [slachtoffer 1] via (sociale) media zouden worden beschadigd/benadeeld (exposed) door de naaktfoto en/of seksueel getinte chatgesprekken en/of ander compromitterend (beeld)materiaal van die voornoemde persoon openbaar te maken bij familie, vrienden, collega’s en/of anderen en/of

- zich (valselijk) voor te doen als hulpbehoevende (iemand in geldnood), althans iemand met (spoedeisende) geldproblemen, waaronder kosten voor boodschappen en/of voor dossierkosten voor het hernieuwd openen van een rekening en/of voor het betalen van vermogensbelasting over een geblokkeerde rekening en/of voor treinkosten en/of voor (hotel)kamer verhuur en/of

- die [slachtoffer 1] (telkens) mede te delen dat hij boetes, administratiekosten van de reclassering en/of politie moet betalen en/of hij bij het niet betalen zou worden aangehouden en/of de gevangenis in zou moeten en/of

- die [slachtoffer 1] mede te delen dat zijn oma recent is overleden en/of hij een bloemenkrans moest aanschaffen in verband met dit overlijden en/of

- die [slachtoffer 1] om financiële hulp te verzoeken en/of te verzoeken om (per omgaand) een of meer geldbedragen te betalen en/of

- hij, verdachte, [slachtoffer 1] meermalen verzekerde dat zij het geld terug zo krijgen inclusief rente en/of een kopie van zijn legitimatiebewijs zou sturen als garantiemiddel en/of

- hij (aldus) door zijn houding en wijze van communicatie bij die [slachtoffer 1] meermalen de indruk heeft gewekt dat de geldbedragen (steeds) terugbetaald zouden worden, en (aldus) zich jegens die [slachtoffer 1] voorgedaan als bonafide schuldenaar;

T.a.v. feit 2:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 27 februari 2023 tot en 1 juli 2023 te Eindhoven, althans in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren door

- op of omstreeks 27 februari 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 2] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 2] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling en/of benzinekosten van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te kopen/reserveren en/of

- op of omstreeks 5 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 3] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 3] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te kopen/reserveren en/of

- op of omstreeks 7 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 4] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 4] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling en/of benzinekosten van in totaal €50- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te kopen/reserveren en/of

- op of omstreeks 17 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 5] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 5] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te kopen/reserveren en/of

- op of omstreeks 10 mei 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 6] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 6] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te kopen/reserveren en/of

- op of omstreeks 27 februari 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een auto (van het merk BMW) te plaatsen waarop [slachtoffer 7] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 7] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €100- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die auto te kopen/reserveren;

T.a.v. feit 3:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 6 maart 2023 tot en met 24 juli 2023 te Eindhoven, althans in Nederland

meermalen althans eenmaal (telkens)

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van €250 en/of

- [slachtoffer 9] heeft bewogen tot afgifte van €12,50 en/of

- [slachtoffer 10] heeft bewogen tot afgifte van €350 en/of

- [slachtoffer 11] heeft bewogen tot afgifte van €25 en/of

- [slachtoffer 12] heeft bewogen tot afgifte van €25 en/of

- [slachtoffer 13] heeft bewogen tot afgifte van €25 en/of

- [slachtoffer 14] heeft bewogen tot afgifte van €50 en/of

- [slachtoffer 15] heeft bewogen tot afgifte van €50 en/of

- [slachtoffer 16] heeft bewogen tot afgifte van €45 en/of

- [slachtoffer 17] heeft bewogen tot afgifte van €75 en/of

- [slachtoffer 18] heeft bewogen tot afgifte van €250 en/of

- [slachtoffer 19] heeft bewogen tot afgifte van €12,50 en/of

- [slachtoffer 20] heeft bewogen tot afgifte van €50,

door:

- via de internetsites huurstunt.nl en/of facebook.com en/of marktplaats.nl en/of (vervolgens) via WhatsApp, althans via een ander communicatiemiddel, een bezichtiging van (niet aan hem toebehorende en/of niet bestaande) (huur)woningen aan te bieden en/of een voorkeurspositie aan te bieden tegen betaling van een borg en/of een aanbetaling en/of

- via de internetsites huurstunt.nl en/of facebook.com en/of marktplaats.nl en/of (vervolgens) via WhatsApp, althans via een ander communicatiemiddel, een (niet aan hem toebehorende en/of niet bestaande) (huur)woningen aan te bieden en/of meerdere (spoed)aanvragen te doen in het kader van die huurwoningen tegen betaling van meerdere bedragen en/of

- (hierbij) meerdere malen gebruik te maken van de/een valse identiteit en/of naam, te weten: [gebruikersnaam 1] en/of [gebruikersnaam 2] en/of [gebruikersnaam 3] en/of [gebruikersnaam 4] en/of [gebruikersnaam 5] en/of

- een (vals) adres en/of andere (identificerende) gegevens door te geven en/of zich (aldus) voor te doen als bonafide verhuurder en/of makelaar;

Door een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging staat in de elfde regel van het onder 3 ten laste gelegde ‘ [slachtoffer 12] ’ vermeld in plaats van ‘ [slachtoffer 12] ’. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Door een tweede kennelijke schrijffout in de tenlastelegging staat in de negende regel van het onder 3 ten laste gelegde ‘€ 350’ vermeld in plaats van ‘€ 305’. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

3. De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

4. Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft bekend.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank volstaat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte de bewezen verklaarde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en daarnaast geen vrijspraak is bepleit.

De bewijsmiddelen:

Feit 1:

de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2026;

de aangifte van [slachtoffer 1] op 27 juli 2023 (p. 36 – 39);

een opsomming van de door [slachtoffer 1] verrichte betalingen aan verdachte (p. 40 – 42);

een overzicht van WhatsApp-gesprekken tussen [slachtoffer 1] en verdachte (p. 43 – 115).

Feit 2:

de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2026;

de aangifte van [slachtoffer 2] op 15 maart 2023 (p. 141 – 143);

de aangifte van [slachtoffer 3] op 20 maart 2023 (p. 133 – 137);

de aangifte van [slachtoffer 4] op 24 maart 2023 (p. 138 – 140);

de aangifte van [slachtoffer 5] op 5 april 2023 (p. 144 – 146);

de aangifte van [slachtoffer 6] op 6 juni 2023 (p. 147 – 149);

de aangifte van [slachtoffer 7] op 21 juni 2023 (p. 150 – 152).

Feit 3:

de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 mei 2026;

de aangifte van [slachtoffer 8] op 8 maart 2023 (p. 161 – 164);

de aangifte van [slachtoffer 9] op 17 maart 2023 (p. 154 – 160);

de aangifte van [slachtoffer 10] op 21 juni 2023 (p. 172 – 174);

de aangifte van [slachtoffer 11] op 14 juni 2023 (p. 175 – 177);

de aangifte van [slachtoffer 12] op 23 januari 2024 (p. 216 – 226);

de aangifte van [slachtoffer 13] op 23 juni 2023 (p. 178 – 180);

de aangifte van [slachtoffer 14] op 26 juni 2023 (p. 169 – 171);

de aangifte van [slachtoffer 15] op 29 juni 2023 (p. 185 – 187);

de aangifte van [slachtoffer 16] op 9 juni 2023 (p. 188 – 191);

de aangifte van [slachtoffer 17] op 29 juni 2023 (p. 181 – 184);

de aangifte van [slachtoffer 18] op 28 juni 2023 (p. 196 – 205);

de aangifte van [slachtoffer 19] op 21 juni 2023 (p. 192 – 195);

de aangifte van [slachtoffer 20] op 11 augustus 2023 (p. 227 – 230).

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

5. De bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1:

in de periode 6 juli 2023 tot en met 19 juli 2023 te Eindhoven, althans op diverse locaties in Nederland,

telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] 64 keer heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

een geldbedrag (in totaal ongeveer €3326,46), door

- via Facebook dating en (vervolgens) via Whatsapp contact te hebben met die [slachtoffer 1] en

- zich voor te doen als iemand die seksueel geïnteresseerd in haar was en

- [slachtoffer 1] heeft bewogen tot het sturen van een foto van haar borsten, waarbij door verdachte dwingende en dreigende uitlatingen werden gedaan en op dwingende en dreigende toon eisen werden gesteld (onder meer) inhoudende dat, indien die [slachtoffer 1] zou weigeren om betalingen te verrichten, die [slachtoffer 1] zou worden beschadigd/benadeeld (exposed) door seksueel getint (beeld)materiaal van die voornoemde persoon openbaar te maken en

- zich (valselijk) voor te doen als hulpbehoevende (iemand in geldnood), althans iemand met (spoedeisende) geldproblemen, waaronder kosten voor boodschappen en voor dossierkosten voor het hernieuwd openen van een rekening en voor het betalen van vermogensbelasting over een geblokkeerde rekening en voor treinkosten en voor (hotel)kamer verhuur en

- die [slachtoffer 1] (telkens) mede te delen dat hij boetes, administratiekosten van de reclassering en/of politie moet betalen en hij bij het niet betalen zou worden aangehouden en/of de gevangenis in zou moeten en

- die [slachtoffer 1] mede te delen dat zijn oma recent is overleden en hij een bloemenkrans moest aanschaffen in verband met dit overlijden en

- die [slachtoffer 1] om financiële hulp te verzoeken en te verzoeken om per ommegaande een of meer geldbedragen te betalen en

- [slachtoffer 1] meermalen te verzekeren dat zij het geld terug zou krijgen inclusief rente en een kopie van zijn legitimatiebewijs zou sturen als garantiemiddel en

- met zijn houding en wijze van communicatie bij die [slachtoffer 1] meermalen de indruk te wekken dat de geldbedragen steeds terugbetaald zouden worden, en aldus zich jegens die [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als bonafide schuldenaar;

Feit 2:

in de periode 27 februari 2023 tot en met 1 juli 2023 te Eindhoven een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen, met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren door

- omstreeks 27 februari 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 2] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 2] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling en benzinekosten van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te reserveren en

- omstreeks 5 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 3] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 3] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te reserveren en

- omstreeks 7 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 4] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 4] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling en benzinekosten van in totaal €50- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te reserveren en

- omstreeks 17 maart 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 5] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 5] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te reserveren en

- omstreeks 10 mei 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een elektrische fiets te plaatsen waarop [slachtoffer 6] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 6] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €25- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die elektrische fiets te reserveren en

- omstreeks 27 februari 2023 op Facebook marketplace een advertentie voor een auto (van het merk BMW) te plaatsen waarop [slachtoffer 7] heeft gereageerd, waarna door die [slachtoffer 7] via tikkie en/of overboeking een aanbetaling van in totaal €100- werd overgemaakt op het door hem, verdachte, aangegeven rekeningnummer, teneinde die auto te reserveren;

Feit 3:

in de periode 6 maart 2023 tot en met 24 juli 2023 te Eindhoven, althans in Nederland

meermalen telkens

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van €250 en

- [slachtoffer 9] heeft bewogen tot afgifte van €12,50 en

- [slachtoffer 10] heeft bewogen tot afgifte van €305 en

- [slachtoffer 11] heeft bewogen tot afgifte van €25 en

- [slachtoffer 12] heeft bewogen tot afgifte van €25 en

- [slachtoffer 13] heeft bewogen tot afgifte van €25 en

- [slachtoffer 14] heeft bewogen tot afgifte van €50 en

- [slachtoffer 15] heeft bewogen tot afgifte van €50 en

- [slachtoffer 16] heeft bewogen tot afgifte van €45 en

- [slachtoffer 17] heeft bewogen tot afgifte van €75 en

- [slachtoffer 18] heeft bewogen tot afgifte van €250 en

- [slachtoffer 19] heeft bewogen tot afgifte van €12,50 en

- [slachtoffer 20] heeft bewogen tot afgifte van €50,

door:

- via de internetsites huurstunt.nl en facebook.com en marktplaats.nl en (vervolgens) via WhatsApp, een bezichtiging van (niet aan hem toebehorende en/of niet bestaande) (huur)woningen aan te bieden en/of een voorkeurspositie aan te bieden tegen betaling van een borg en/of een aanbetaling en

- via de internetsites huurstunt.nl en facebook.com en marktplaats.nl en (vervolgens) via WhatsApp, een (niet aan hem toebehorende en/of niet bestaande) (huur)woningen aan te bieden en/of meerdere (spoed)aanvragen te doen in het kader van die huurwoningen tegen betaling van meerdere bedragen en

- (hierbij) meerdere malen gebruik te maken van een valse identiteit en naam, te weten: [gebruikersnaam 1] en/of [gebruikersnaam 2] en/of [gebruikersnaam 3] en/of [gebruikersnaam 4] en/of [gebruikersnaam 5] en

- een (vals) adres en/of andere (identificerende) gegevens door te geven en zich (aldus) voor te doen als bonafide verhuurder en/of makelaar;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting, is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

7. De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

8. Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de strafbepaling rekening te houden met het verstrijken van de redelijke termijn, de bekennende houding van verdachte, het feit dat verdachte geen strafbare feiten meer heeft gepleegd na het begaan van de ten laste gelegde feiten en dat verdachte bereid en in staat is om een taakstraf uit te voeren. De raadsman heeft verwezen naar de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude. Gelet daarop is de eis van de officier van justitie volgens de verdediging te hoog. Volgens de verdediging dient te worden volstaan met een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf, waarbij het voorwaardelijke gedeelte kan dienen als stok achter de deur.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en online handelsfraude, meermalen gepleegd. Via Facebook en Whatsapp heeft verdachte het vertrouwen gewonnen van iemand die op zoek was naar een relatie. Door zijn uitlatingen heeft hij haar het idee gegeven dat hij gevoelens had voor haar en heeft hij haar bewogen tot het veelvuldig overmaken van geldbedragen naar zijn rekeningen. Verdachte bleef doorgaan toen het slachtoffer aangaf zelf geen geld meer over te houden. Daarnaast heeft verdachte meerdere mensen aanbetalingen laten doen en benzinekosten laten maken voor het leveren van een fiets, die hij nooit heeft geleverd. Ook heeft verdachte verschillende mensen betalingen laten verrichten die (dringend) op zoek waren naar een woning, zonder deze mensen daadwerkelijk van een woning te (kunnen) voorzien. Met deze handelswijze heeft verdachte het vertrouwen van deze mensen op een ernstige wijze beschaamd en is hen financiële schade toegebracht.

Persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 17 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

De rechtbank houdt verder rekening met de omstandigheid dat verdachte de door hem gepleegde strafbare feiten in een vroeg stadium van het onderzoek heeft toegegeven. Tot slot houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte aangeeft nog af en toe te gokken, wat hem er in eerste instantie (mede) toe heeft bewogen om de bewezenverklaarde feiten te begaan.

De op te leggen straf.

De ernst van de feiten rechtvaardigt het opleggen van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Echter, de rechtbank houdt rekening met de brief van Springplank Eindhoven waarin staat dat verdachte in oktober 2025 is gestart met een begeleidingstraject bij Springplank en sindsdien een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. En weegt voorts mee dat de ten laste gelegde feiten enkele jaren geleden hebben plaatsgevonden en dat verdachte zich sindsdien niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt. De positieve ontwikkeling van verdachte zou doorkruist kunnen worden als hij voor langere tijd naar de gevangenis zou moeten. Het is mede in het belang van de maatschappij dat de verdachte daadwerkelijk een bestendige positieve wending aan zijn leven weet te geven, omdat daarmee het gevaar op herhaling van het plegen van misdrijven wordt beperkt. De rechtbank acht daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen passende straf, maar ziet aanleiding om verdachte een maximale taakstraf en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens met drie maanden is overschreden. De redelijke termijn is naar het oordeel van de rechtbank aangevangen op 26 februari 2024. Dit is de dag waarop het eerste verhoor van verdachte heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht, alles afwegende, een maximale taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf, van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren, als stok achter de deur, passend en geboden. De rechtbank zal, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn, de taakstraf matigen tot 200 uur.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank rekening houdt met de overschrijding van de redelijke termijn.

9. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

10. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat [slachtoffer 8] een vordering heeft ingediend zonder nadere onderbouwing. Indien de rechtbank van oordeel is dat uit het politiedossier voldoende blijkt waar het gevorderde bedrag op gebaseerd is, dan refereert de verdediging zich aan het standpunt van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schadevergoeding ter hoogte van € 464,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2023, de laatste dag van de pleegperiode, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel, onder meer aangezien de vordering niet met stukken is onderbouwd en de schade niet kan worden afgeleid uit het politiedossier. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou (in zoverre) een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

11. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

12. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat [slachtoffer 15] een vordering heeft ingediend zonder nadere onderbouwing. Indien de rechtbank van oordeel is dat uit het politiedossier voldoende blijkt waarop het gevorderde bedrag gebaseerd is, dan refereert de verdediging zich aan het standpunt van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

13. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat [slachtoffer 16] een vordering heeft ingediend zonder nadere onderbouwing. Indien de rechtbank van oordeel is dat uit het politiedossier voldoende blijkt waar het gevorderde bedrag op gebaseerd is, dan refereert de verdediging zich aan het standpunt van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

14. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

15. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

16. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat [slachtoffer 19] een vordering heeft ingediend zonder nadere onderbouwing. Indien de rechtbank van oordeel is dat uit het politiedossier voldoende blijkt waar het gevorderde materiële bedrag op gebaseerd is, dan refereert de verdediging zich voor dat gedeelte aan het oordeel van de rechtbank. Voor het immateriële gedeelte is de verdediging van mening dat een nadere toelichting nodig is om tot toewijzing te kunnen overgaan, welke niet terug te vinden is in het politiedossier.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schadevergoeding ter hoogte van € 12,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding. Er is gelet op het bepaalde in artikel 6:106 BW en vaste jurisprudentie over gevallen waarin wel of niet kan worden gesproken van een aantasting in de persoon van de benadeelde partij ‘op andere wijze’ en bij gebreke van een onderbouwing dat daar sprake van zou zijn geen juridische grondslag op basis waarvan de benadeelde partij aanspraak kan maken op vergoeding van immateriële schade.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

17. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat [slachtoffer 12] een vordering heeft ingediend zonder nadere onderbouwing. Indien de rechtbank van oordeel is dat uit het politiedossier voldoende blijkt waar het gevorderde bedrag op gebaseerd is, dan refereert de verdediging zich aan het standpunt van de rechtbank.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schadevergoeding ter hoogte van € 25,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel, onder meer aangezien de vordering niet met stukken is onderbouwd en de schade niet kan worden afgeleid uit het politiedossier. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou (in zoverre) een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2023 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

18. Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 326, 326e Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven :

Feit 1: oplichting.

Feit 2: een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren, meermalen gepleegd.

Feit 3: oplichting, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

Oplegging straf

Benadeelde partijen

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] :

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19] :

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M. Rinzema, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. I.C. Meuris, leden,

in tegenwoordigheid van F.J.J. Weerts, griffier,

en is uitgesproken op 10 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.M. Rinzema
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. I.C. Meuris

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand