ECLI:NL:RBOBR:2026:4061

ECLI:NL:RBOBR:2026:4061

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 01.190899.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging. Verdachte heeft verder met hoge snelheid meerdere verkeersregels geschonden. De rechtbank legt een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek op, waarvan 103 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden. Daarnaast een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis. Verder een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.190899.25Parketnummer vordering: 96.346754.24 (TUL)

Datum uitspraak: 10 juni 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,

wonende te [adres] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
in elk geval gedragingen van gelijke bedreigdende aard en/of strekking;
terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;
genegeerd, en/of

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 april 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1 primair:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, gemeente Heusden

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer 1]

van het leven te beroven

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met ongeveer 40/50 km/uur, althans een hoge snelheid slingerend in de richting van die [slachtoffer 1] is gereden, en/of

- niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd, waardoor die [slachtoffer 1] moest wegspringen om een aanrijding te voorkomen,

T.a.v. feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, gemeente Heusden

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer 1]

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met ongeveer 40/50 km/uur, althans een hoge snelheid slingerend in de richting van die [slachtoffer 1] is gereden, en/of

- niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd, waardoor die [slachtoffer 1] moest wegspringen om een aanrijding te voorkomen,

T.a.v. feit 1 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, gemeente Heusden

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met ongeveer 40/50 km/uur, althans een hoge snelheid slingerend in de richting van die [slachtoffer 1] te rijden, en/of

- niet te remmen en/of geen snelheid te minderen, waardoor die [slachtoffer 1] moest wegspringen om een aanrijding te voorkomen,

T.a.v. feit 2:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk en/of Elshout, gemeente Heusden terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de d'Oultremontweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

T.a.v. feit 3 primair:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk en/of Elshout, gemeente Heusden

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de d'Oultremontweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- op de Wolput in Vlijmen meermaals een stopteken van verbalisant [slachtoffer 1] te negeren, en/of

- op de Wolput met ongeveer 40/50 km/uur, althans een hoge snelheid slingerend in de richting van voornoemde verbalisant te rijden, waarop verbalisant moest wegspringen om een aanrijding te voorkomen, en/of

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de d'Oultremontweg de optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig te negeren, en/of

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de d'Oultremontweg met ongeveer 100 km/uur, althans een hoge snelheid te rijden en/of weggebruikers in te halen, en/of

- op de d'Oultremontweg in Elshout met hoge snelheid tegen een hek/poort toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] tot stilstand te komen en/of de plaats van het ongeval te verlaten,

T.a.v. feit 3 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk en/of Elshout,

gemeente Heusden als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee

rijdende op de weg, de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de

d'Oultremontweg,

- op de Wolput in Vlijmen meermaals een stopteken van verbalisant [slachtoffer 1] heeft

- op de Wolput met ongeveer 40/50 km/uur, althans een hoge snelheid slingerend

in de richting van voornoemde verbalisant is gereden, waarop verbalisant moest

wegspringen om een aanrijding te voorkomen, en/of

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de

d'Oultremontweg de optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig heeft

genegeerd, en/of

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en/of de

d'Oultremontweg met ongeveer 100 km/uur, althans een hoge snelheid heeft

gereden en/of weggebruikers heeft ingehaald, en/of

- op de d'Oultremontweg in Elshout met hoge snelheid tegen een hek/poort

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] tot stilstand is

gekomen en/of de plaats van het ongeval heeft verlaten, en/of

- op de A59 de autosnelweg over is gestoken, terwijl vanuit beide kanten

weggebruikers kwamen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 96.346754.24 is aangebracht bij vordering van 3 oktober 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 10 maart 2025.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Inleiding.

Op 22 juni 2025 heeft verdachte zich, als bestuurder van een personenauto, op de Wolput te Vlijmen onttrokken aan een controle door verbalisant [slachtoffer 1] (hierna: verbalisant 1) en verbalisant [verbalisant] (hierna: verbalisant 2). Verdachte heeft het door verbalisant 1 gegeven stopteken genegeerd en is doorgereden. Hierop is een achtervolging gevolgd door de straten van gemeente Heusden. Verdachte is tot stilstand gekomen tegen een hekwerk, waarna hij te voet verder is gevlucht. Verdachte heeft bekend te hebben gereden zonder geldig rijbewijs, een stopteken van de politie te hebben genegeerd en te zijn doorgereden.

Over deze feiten, waarvan onderdelen in de tenlastelegging zijn terug te vinden, bestaat geen discussie.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging doodslag, omdat het dossier te weinig informatie bevat op basis waarvan kan worden vastgesteld of er een aanmerkelijke kans was dat verbalisant 1 door het handelen van verdachte zou komen te overlijden. Wel acht de officier van justitie de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat uit de verklaringen van de twee verbalisanten kan worden afgeleid dat verdachte slingerend op verbalisant 1 is afgereden, waarbij verbalisant 1 opzij heeft moeten springen om een aanrijding te voorkomen. Verdachte heeft hiermee willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij verbalisant 1 zou raken en zwaar zou verwonden. Of verdachte daarbij heeft gereden met een vermoedelijke snelheid van 40 tot 50 km/uur – zoals de verbalisanten hebben verklaard – of met de door hem zelf verklaarde 30 km/uur, is daarvoor niet van belang.

Feit 2 kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden, nu uit het dossier blijkt dat het rijbewijs van verdachte vanaf 16 februari 2018 ongeldig is verklaard.

Ook feit 3 primair acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Uit het dossier volgt dat verdachte koste wat kost heeft willen wegkomen van de politie. Ondanks optische- en geluidssignalen van de politieauto om zijn voertuig te doen stoppen, heeft hij volhard in zijn rijgedrag. Verdachte heeft daarbij snelheden gehaald van 100 km/uur en ook een andere verkeersdeelnemer ingehaald.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft geen opzet gehad op de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel van verbalisant 1. Verdachte is niet op verbalisant 1 ingereden, maar heeft een stuurbeweging naar links gemaakt, om verbalisant 1 te ontwijken. Voor zover verdachte eerder al stuurbewegingen heeft gemaakt, zijn deze te kwalificeren als uitwijkmanoeuvres. De verdediging refereert zich ten aanzien van de meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging aan het oordeel van de rechtbank.

Ook ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het primair onder feit 3 ten laste gelegde feit heeft de verdediging partiële vrijspraak gevorderd voor zover het de gedragingen betreffen die zijn begaan op de Wolput te Vlijmen. Met betrekking tot deze gedragingen refereert de verdediging zich ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde aan het oordeel van de rechtbank.

Bewijsbijlage.

Omwille van de leesbaarheid van de overwegingen, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking en opsomming daarvan in de bijlage. De bewijsmiddelen worden gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Het oordeel van de rechtbank.

Overwegingen ten aanzien van feit 1.

De rechtbank dient onder feit 1 tenlastegelegde de vraag te beantwoorden of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag (primair), een poging tot zware mishandeling (subsidiair), dan wel de bedreiging (meer subsidiair) van verbalisant 1.

Poging doodslag en poging zware mishandeling.

Met de officier en de verdediging ziet de rechtbank in de eerste plaats geen aanknopingspunten om te oordelen dat verdachte vol opzet had om verbalisant 1 te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of er sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Daarvan is sprake wanneer willens en wetens de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat door een bepaald handelen een bepaald gevolg intreedt.

Aanmerkelijke kans.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het moet gaan om een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid dat het gevolg intreedt. De rechtbank overweegt in dit verband dat, naar algemene ervaringsregels, de te verwachten gevolgen van een aanrijding van een voetganger door een auto in belangrijke mate worden bepaald door de snelheid van de auto. Ten aanzien van de snelheid van de auto van verdachte op het moment van passeren van verbalisant 1, zijn in dit geval geen objectieve meetgegevens beschikbaar. De verbalisanten schatten de snelheid van verdachte op ongeveer 40/50 km per uur maar volgens verdachte reed hij niet harder dan 30 km. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de globale waarneming van de verbalisanten, maar zelfs als de rechtbank uitgaat van 30 km per uur is er naar haar oordeel nog steeds sprake van een aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel gelet op de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam.

Aanvaarding.

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of verdachte de aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel van verbalisant 1 heeft aanvaard. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het rijgedrag van verdachte er veeleer op was gericht om verbalisant 1 te ontwijken om te voorkomen dat hij zou worden aangehouden. In dit verband merkt de rechtbank op dat uit de verklaring van beide verbalisanten volgt dat verdachte zich in tegenovergestelde richting van verbalisant 1 bleef verplaatsen (de zogenoemde zigzaggende bewegingen) en bovendien in de laatste meters voordat verdachte verbalisant 1 passeerde een stuurbeweging naar links – van verbalisant 1 af – heeft gemaakt. Verbalisant 1 heeft daarover verklaard: “Hij was naar links aan het bewegen, hij ging links aan mij voorbij. Als hij naar rechts had gestuurd had ik er zeker op gelegen.” De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet gesproken kan worden van de aanvaarding door verdachte van de aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel.

Van voorwaardelijke opzet in de hiervoor genoemde zin is naar het oordeel van de rechtbank dus geen sprake. Daarom zal verdachte van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bedreiging.

Uit de verklaring van verbalisant 1 blijkt dat hij verdachte op zich af zag rijden, dat hij geen snelheid verminderde en dat hij opzij moest springen om niet geraakt te worden. Voor verbalisant 1 is deze situatie van dien aard geweest dat er bij hem een redelijke vrees heeft kunnen ontstaan dat hij het leven zou laten of zwaar gewond zou raken. Uit het rijgedrag van verdachte leidt de rechtbank af dat hij ook het opzet had op die bedreiging van verbalisant 1 en die bedreigende handelingen passen ook bij zijn voornemen om niet te stoppen maar om weg te komen. Dat de precieze snelheid niet kan worden vastgesteld doet daar niet aan af.

De rechtbank zal de tenlastegelegde bedreiging dan ook wettig en overtuigend bewezen verklaren.

Overwegingen ten aanzien van feit 2.

Gelet op de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft begaan en zich dus schuldig heeft gemaakt aan het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

Overwegingen ten aanzien van feit 3.

De rechtbank dient te beoordelen of de verkeersgedragingen van verdachte dienen te worden aangemerkt als gedragingen als bedoeld in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). De rechtbank moet daarbij beoordelen of verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of dat hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel en of het leven van anderen.

(a) De geschonden verkeersregels

De rechtbank stelt, gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden en op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte heeft op 22 juni 2025 met een snelheid van minimaal 30 km per uur op verbalisant 1 afgereden, en heeft na verbalisant 1 te hebben gepasseerd zijn snelheid verhoogd. Ondanks optische- en geluidsignalen van de politieauto om zijn voertuig te doen stoppen, heeft verdachte – op de in de tenlastelegging genoemde wegen – snelheden gehaald van 100 km/uur. Daarmee heeft hij de maximumsnelheid (50 km/uur en 60 km/uur) ruimschoots overschreden. Gedurende zijn 2 km durende vlucht heeft verdachte een andere weggebruiker met hoge snelheid ingehaald en is hij uiteindelijk tot stilstand gekomen tegen een hekwerk.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat alle gedragingen zoals ten laste gelegd, dus ook de gedragingen die specifiek op de Wolput hebben plaatsgevonden, gedragingen zijn als bedoeld in artikel 5a van de WVW. Dat verdachte geen opzet heeft gehad op de dood dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maakt niet dat de gedragingen niet zijn aan te merken als het schenden van verkeersregels als bedoeld in voornoemd artikel.

(b) In ernstige mate Artikel 5a WVW heeft betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Volgens de wetgever gaat het bij ernstig verkeersgevaarlijk gedrag bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. Daarvan is in dit geval sprake.

(c) Opzettelijk

Het opzet van verdachte moet zowel gericht zijn op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden daarvan.. Bij het antwoord op de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. In deze zaak bestond het samenstel van gedragingen van verdachte eruit dat hij meermaals een stopteken heeft genegeerd, over lange afstand (veel) te hard heeft gereden, met hoge snelheid een andere weggebruiker heeft ingehaald en uiteindelijk tegen een hekwerk tot stilstand is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn die gedragingen, in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op een opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels. Verdachte wilde koste wat kost ontkomen aan de politie en heeft met dat doel opzettelijk in ernstige mate meerdere verkeersregels geschonden.

(d) Gevaar te duchten

Om vast te kunnen stellen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. In zijn algemeenheid acht de rechtbank het voorzienbaar dat een zeer gevaarlijke situatie ontstaat met kans op overlijden of zwaar lichamelijk letsel van andere weggebruikers wanneer een bestuurder van een personenauto met hoge snelheid tracht te ontkomen aan de politie en daartoe meerdere gevaarlijke verkeersregels schendt zoals verdachte dat heeft gedaan. Verdachte heeft uiteindelijk ook een verkeersongeval veroorzaakt door tegen een hekwerk aan te rijden. De rechtbank acht bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.

Conclusie

De rechtbank acht het tenlastegelegde feit, te weten overtreding van artikel 5a van de WVW, wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bewijsbijlage uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

T.a.v. feit 1 (meer subsidiair):

op 22 juni 2025 te Vlijmen, gemeente Heusden

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling door

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met ongeveer 40/50 km/uur, slingerend in de richting van die [slachtoffer 1] te rijden, en

- niet te remmen en/of geen snelheid te minderen;

T.a.v. feit 2:

op 22 juni 2025 te Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk en Elshout, gemeente Heusden terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en de d'Oultremontweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

T.a.v. feit 3 (primair)

op 22 juni 2025 te Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk en Elshout, gemeente Heusden

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en de d'Oultremontweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- op de Wolput in Vlijmen meermaals een stopteken van verbalisant [slachtoffer 1] te negeren, en

- op de Wolput met ongeveer 40/50 km/uur, slingerend in de richting van voornoemde verbalisant te rijden, waarop verbalisant moest wegspringen om een aanrijding te voorkomen, en

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en de d'Oultremontweg de optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig te negeren, en

- op de Wolput, de Abt van Engelenweg, de Tuinbouwweg en de d'Oultremontweg met ongeveer 100 km/uur, althans een hoge snelheid te rijden en weggebruikers in te halen, en

- op de d'Oultremontweg in Elshout met hoge snelheid tegen een hek/poort toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] tot stilstand te komen en de plaats van het ongeval te verlaten,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 103 dagen voorwaardelijk, onder de algemene en bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de officier van justitie een taakstraf van 200 uren gevorderd, te vervangen door 100 dagen hechtenis. Ook heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte op te leggen een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, zodat de positieve ontwikkelingen die verdachte momenteel doormaakt niet worden doorbroken. Verdachte is bereid tot het verrichten van een (deels voorwaardelijke) taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van verbalisant 1. Voor verbalisant 1 moet de vrees groot zijn geweest toen verdachte geen gehoor gaf aan zijn stoptekens en hem rakelings passeerde. Het feit dat de verbalisant bezig was met het uitoefenen van zijn publieke taak, het handhaven van de orde en de veiligheid, maakt het gedrag van verdachte des te kwalijker. Verdachte heeft vervolgens, in een poging om de politie te ontvluchten, met hoge snelheid meerdere verkeersregels geschonden en daarna, in plaats van verantwoordelijkheid af te leggen, de plaats van het door hem veroorzaakte ongeval verlaten. Verdachte reed daarbij in een auto terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft aldus daarbij zijn eigen belang, om niet aangehouden te worden, telkens voorop gesteld. Dit alles valt verdachte bijzonder kwalijk te nemen.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte. Hieruit volgt dat verdachte vaker in aanraking is gekomen met politie en justitie voor verschillende delicten, waaronder meermaals voor overtredingen van de WVW. De onderhavige strafbare feiten heeft verdachte gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 12 mei 2026. Hieruit blijkt dat na het schorsen van de voorlopige hechtenis van verdachte, hij zijn afspraken slechts in wisselende mate nakomt. Ook het middelengebruik van verdachte wordt als zorgelijk beschouwd. Verdachte is binnen het toezicht aangemeld voor ambulante behandeling bij de Forensische Verslavingszorg van Novadic-Kentron, waar het vermoeden bestaat dat bij verdachte sprake is van onmacht en niet van onwil. Hoewel het huidige reclasseringstoezicht vooralsnog niet vlekkeloos is verlopen, heeft de reclassering toch geadviseerd het voort te zetten. De voornaamste reden hiervoor is het lopende diagnostisch onderzoek, waaruit mogelijk meer duidelijkheid komt met betrekking tot het psychosociaal functioneren van verdachte. De reclassering hoopt hierna passendere ondersteuning in te kunnen zetten.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van de door hem gepleegde strafbare feiten inziet. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft verdachte te kennen gegeven dat hij inmiddels hard bezig is om zijn leven te beteren. Hij is dankzij de inzet van een afbouwschema abstinent van alcohol en drugs. Het niet nakomen van behandelafspraken was veelal gelegen in de uitloop van zijn zzp-werkzaamheden. Dit heeft verdachte doen besluiten te stoppen met zijn werkzaamheden als zzp-er en vanaf eind juni terug in loondienst te treden, om behandelafspraken beter na te kunnen komen.

De op te leggen straffen.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Gelet op de aard en ernst van de feiten zou aan verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden opgelegd. De rechtbank ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze ter zitting zijn gebleken, aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.

De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van de onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Nu de rechtbank de onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde bedreiging bewezen acht, legt zij een lagere straf op dan door de officier van justitie is gevorderd.

Gelet op de ernst van de strafbare feiten zullen een gevangenisstraf en een taakstraf worden opgelegd. Het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest. Dat betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Omdat de reclassering bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht en verdachte gemotiveerd is om hieraan mee te werken, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. De voorwaardelijke straf dient er ook toe om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen.

Alles afwegende wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 120 dagen, waarvan 103 dagen voorwaardelijk en met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden, om verdachte te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De door de reclassering geadviseerde en hierna genoemde voorwaarden, zullen als bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke deel van de op te leggen straf worden verbonden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis wanneer hier niet aan wordt voldaan. De rechtbank zal voorts aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De voorlopige hechtenis.

De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 96.346754.24.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van veroordeelde, ziet de rechtbank aanleiding om in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten een taakstraf van na te melden duur.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 60 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen

5a, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 (meer subsidiair):

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

T.a.v. feit 2:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

T.a.v. feit 3 (primair):

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair, feit 2, feit 3 primair:

Een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 103 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kan urineonderzoek of blaasonderzoek zijn. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

T.a.v. feit 1 meer subsidiair, feit 2, feit 3 primair:

Een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair, feit 2, feit 3 primair:

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 10 maart 2025 onder parketnummer 96-346754-24 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf:

de tenuitvoerlegging van een taakstraf voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen hechtenis, indien de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht.

Opheffing van het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.C. Meuris, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. E.H. Groen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,

en is uitgesproken op 10 juni 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.C. Meuris
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. E.H. Groen

Griffier

  • mr. N.J.S. Doornbosch

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand