RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.189929.22 (hoofdzaak)
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,
wonende te [adres] .
Deze zaak is, na nietigverklaring van de dagvaarding van 16 september 2025, niet (opnieuw) aanhangig gemaakt bij dagvaarding. Enkel is verdachte opgeroepen om ter terechtzitting van 27 mei 2026 te verschijnen.
De geldigheid van de oproeping.
De rechtbank verklaart de oproeping van verdachte nietig, aangezien niet is gebleken dat de zaak op de bij wet voorgeschreven wijze aanhangig is gemaakt en aan verdachte is betekend. Immers, uit de akte van uitreiking blijkt niet dat er is getracht een dagvaarding aan verdachte in persoon uit te reiken.
Daarnaast heeft er, voordat er op 13 mei 2026 en op 15 mei 2026 een poging is gedaan een oproeping in persoon uit reiken, reeds op 13 mei 2026 een OM-betekening van deze oproeping plaatsgevonden. Daar komt bij dat de OM-betekening heeft plaatsgevonden zonder dat het adres vijf dagen na de eerste dag van aanbieding is geverifieerd. Verdachte is vervolgens niet ter terechtzitting is verschenen.
De uitspraak.
De rechtbank verklaart de oproeping van verdachte nietig.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.H. Groen, voorzitter,
mr. M.L.W.M. Viering en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,
en is uitgesproken op 27 mei 2026.