ECLI:NL:RBOBR:2026:4124

ECLI:NL:RBOBR:2026:4124

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 12-06-2026
Zaaknummer C-01-397413 - HA ZA 23-646
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Contractenrecht. Ontbinding koopovereenkomst gietstukken vanwege gestelde tekortkomingen?

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/397413 / HA ZA 23-646

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[eiser] N.V.,

te [plaats] ( [land] ),

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. C.M. van der Corput,

tegen

de besloten vennootschap

BMC Formaco B.V.,

te Haps ( gemeente Land van Cuijk ),

gedaagde partij,

hierna te noemen: Formaco ,

advocaat: mr. G.I. Niesert.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 56;- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 76;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de aan de zijde van [eiser] ingezonden producties 57 en 58;

- de akte van [eiser] van 6 maart 2026 houdende vermeerdering van eis,

- de aan de zijde van [eiser] ingezonden producties 59 en 60;

- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over gietstukken die door Formaco zijn verkocht en geleverd aan [eiser] . Volgens [eiser] voldoen de gietstukken niet. In deze procedure vraagt [eiser] aan de rechtbank om de koopovereenkomst te ontbinden. Daarnaast spreekt [eiser] Formaco aan tot het betalen van een schadevergoeding van grofweg 1,5 miljoen euro. Formaco voert uitgebreid verweer en werpt eerst een aantal formele punten op. Formaco verweert zich met een beroep op haar algemene voorwaarden en het hierin opgenomen verval van reclamatie en de klachttermijn. De rechtbank gaat daar niet in mee. De rechtbank beoordeelt de zaak vervolgens inhoudelijk en komt tot de volgende conclusie. Gelet op de uitvoerige betwisting van Formaco heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat de gietstukken niet voldoen aan hetgeen is afgesproken. Daarmee is niet komen vast te staan dat sprake is van een tekortkoming die tot ontbinding en schadevergoeding kan leiden. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] dan ook af. In dit vonnis legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

2. De feiten

[eiser] NV (hierna: [eiser] ) is een staalbouwbedrijf. Zij levert staalbouw voor civiele werken en gebouwen. Zij legt zich onder meer toe op het construeren van bruggen, spoorbruggen, sluizen en fabrieksgebouwen.

BMC Formaco BV (hierna: Formaco ) is leverancier van voorbewerkte en volledig bewerkte smeed- en gietstukken.

In 2020 heeft [eiser] , ten behoeve van de aanbestedingsprocedure van de herbouw van de [projectnaam] te [plaats] ( [land] ), bij Formaco geïnformeerd naar de levering van gietstukken. Formaco heeft hiervoor in augustus 2020 en in september 2020 offertes opgesteld. Partijen bereiken nog geen overeenstemming.

In september 2021 verzoekt [eiser] aan Formaco om een offerte op te stellen voor het leveren van 20 gietstukken, 4 proefstukken (hierna tezamen aangeduid als de 24 gietstukken) en 4 oplegtoestellen, ten behoeve van de [projectnaam] . Bij deze aanvraag benoemt [eiser] de eisen waaraan de gietstukken moeten voldoen.

In diezelfde maand stuurt Formaco aan [eiser] een nieuwe offerte toe, voor een orderbedrag van € 95.852,00, tezamen met haar algemene voorwaarden.

In september 2021 corresponderen partijen per e-mail over een aantal kwesties met betrekking tot de te leveren gietstukken.

Op 1 oktober 2021 geeft [eiser] per e-mail akkoord op de offerte. Partijen corresponderen over de opdracht en Formaco stuurt in oktober 2021 zowel de bestelbon voor het produceren van de gietstukken als een bestelbevestiging toe.

Partijen spreken af dat op de te leveren gietstukken ultrasonische onderzoeken worden uitgevoerd voor controle van de kwaliteit. Partijen spreken bovendien af dat er bij de gietstukken zogenoemde ‘3.2-materiaalcertificaten’ zullen worden afgegeven. Dit houdt in dat de producten worden geïnspecteerd door een vertegenwoordiger van de fabrikant, onder toezicht van een deskundige onafhankelijke derde partij, te weten TUV.

In december 2021 levert Formaco de 4 proefstukken aan [eiser] . Daarna gaat zij verder met het produceren van de gietstukken en oplegtoestellen.

In februari 2022 levert Formaco het eerste gedeelte van de bestelling (zijnde 10 gietstukken) en in mei 2022 volgt de levering van het tweede en laatste gedeelte van de bestelling (de 10 gietstukken en de 4 oplegtoestellen) aan [eiser] .

Op 27 september 2022 bericht [eiser] Formaco met een schriftelijke klacht. [eiser] schrijft dat zij de gietstukken die dag in (onderdelen van) de brug verwerkt heeft, en dat zij aan de hand van door haar verrichte ultrasonische controles heeft geconstateerd dat één van de gietstukken (gietstuk `HL5-AS2') een luchtbel zou bevatten. [eiser] benadrukt dat Formaco zorg moet dragen voor herstel of vervanging.

Partijen corresponderen over het opnieuw controleren van alle gietstukken en over het vervangen van het genoemde gietstuk.

Op 7 oktober 2022 schrijft [eiser] dat zij Formaco aansprakelijk houdt voor schade door het leveren van een non-conform gietstuk. In oktober 2022 hebben partijen nader overleg over herstel, vervanging en het uitvoeren van nadere controles.

In november 2022 vindt, in overleg tussen partijen, het eerste gedeelte van hernieuwde ultrasonische controles van de gietstukken plaats. Dit onderzoek wijst uit dat drie gietstukken indicaties bevatten: (i) het eerste, eerder genoemde, gietstuk bevat één holte en enkele indicaties van holtes dan wel scheuren; (ii) het tweede gietstuk bevat enkele indicaties; en (iii) het derde gietstuk bevat één kleinere indicatie. De term “indicatie” betekent in deze context een aanwijzing voor een gebrek, in die zin dat het gietstuk in zoverre niet beantwoordt aan de overeenkomst.

Formaco stelt daarop voor het eerstgenoemde gietstuk te vervangen en de twee andere gietstukken lokaal te herstellen, en hernieuwde controles uit te voeren.

Op 25 november 2022 bericht [eiser] aan Formaco dat haar opdrachtgever (de 3.2-certificaten van) alle gietstukken niet meer accepteert. Dus niet alleen de drie onder 2.14 genoemde gietstukken, maar óók de overige 21 stukken die Formaco had geleverd. De voorgestelde wijze van herstel wordt dan ook niet geaccordeerd.

Vervolgens geeft [eiser] te kennen dat zij chemische en mechanische proeven zal uitvoeren op het eerder genoemde gietstuk (‘HL5-AS2’). Formaco formuleert bezwaren tegen dit voorstel, nu de voorgestelde wijze van onderzoek niet representatief is, aldus Formaco , omdat de eigenschappen van het gietstuk kunnen zijn gewijzigd door de verwerking in (onderdelen van) de brug.

In december 2022 vinden meer hernieuwde ultrasonische controles plaats. Het resultaat hiervan is dat er in de overige 21 gietstukken geen indicaties zijn aangetroffen.

Op 24 december 2022 stuurt [eiser] aan Formaco een ingebrekestelling toe. Formaco geeft daarop te kennen dat zij zich heeft gehouden aan de overeenkomst en dat zij gietstukken heeft geleverd conform de eisen, behoudens de drie gietstukken. Zij herhaalt dat zij de drie gietstukken wil vervangen en herstellen. Partijen worden het niet eens over de omvang van het probleem en de wijze van herstel.

[eiser] stuurt op 21 februari 2023 een bericht aan Formaco . Hierin schrijft zij dat zij de overeenkomst met betrekking tot alle gietstukken buitengerechtelijk ontbindt en vraagt zij om terugbetaling van het aankoopbedrag en zij spreekt Formaco aan tot schadevergoeding.

Bij e-mail van haar advocaat van 23 februari 2023 heeft Formaco de ontbinding betwist en heeft zij aansprakelijkheid gemotiveerd van de hand gewezen.

Verdere correspondentie tussen partijen heeft niet tot een wijziging van de over en weer ingenomen standpunten geleid.

3. Het geschil

[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, kort weergegeven:

I. een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en Formaco is ontbonden;

II. veroordeling van Formaco tot betaling van het bedrag van € 95.852,-vermeerderd met de wettelijke handelsrente;

III. veroordeling van Formaco tot betaling van het bedrag € 1.683.452,20, vermeerderd met de wettelijke handelsrente;

IV. veroordeling van Formaco in de proceskosten.

[eiser] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [eiser] heeft de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst ingeroepen omdat Formaco is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de verbintenis. Zij heeft volgens [eiser] niet voldaan aan het leveren van gietstukken met de overeengekomen eigenschappen en geen betrouwbare certificaten afgeleverd. Gelet op de ontbinding moet de koopprijs van € 95.852,- aan [eiser] worden terugbetaald. Bovendien dient Formaco vanwege de tekortkoming schadevergoeding te betalen aan [eiser] ten bedrage van in totaal € 1.683.452,20, aldus [eiser] .

Formaco voert verweer. Formaco concludeert tot integrale afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

De gebreken aan de drie gietstukken (2.14 en 2.15) staan als onweersproken vast en zijn verder geen onderdeel van deze procedure. [eiser] heeft geen vordering daarop toegespitst en zij heeft niet gevorderd ter zake van deze gebreken een veroordeling uit te spreken voor het geval dat de vorderingen voor het overige zouden worden afgewezen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De rechtsmacht

Omdat deze zaak een internationaal karakter heeft (nu [eiser] is gevestigd in [land] en Formaco in Nederland ) moet de rechtbank eerst onderzoeken of haar rechtsmacht toekomt. Dat moet worden bepaald aan de hand van de Herschikte EEX-Verordening.

De Nederlandse rechter is bevoegd om van deze vordering kennis te nemen, omdat in artikel 4 lid 1 van de Herschikte EEX-Verordening staat dat een gedaagde partij kan worden opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat waar zij woont of is gevestigd.

Omdat Formaco is gevestigd in Haps ( gemeente Land van Cuijk ), is de rechtbank Oost-Brabant bevoegd.

Het toepasselijk recht en de toepasselijke algemene voorwaarden

Vervolgens moet worden beoordeeld welk recht van toepassing is. In beginsel is op de onderhavige koopovereenkomst het Weens Koopverdrag van toepassing omdat het gaat om de internationale koop van roerende zaken, en beide partijen zijn gevestigd in een verdragsstaat (artikel 1 lid 1 onder a Weens Koopverdrag). Dit is anders als partijen de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag contractueel hebben uitgesloten (artikel 6 Weens Koopverdrag).

Formaco stelt dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn, dat zij in artikel 19.2 daarvan de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag heeft uitgesloten en in artikel 19.1 een rechtskeuze gedaan heeft gedaan voor het Nederlandse recht.

[eiser] heeft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Formaco ten tijde van de mondelinge behandeling betwist. [eiser] heeft bij die gelegenheid primair aangevoerd dat haar eigen algemene voorwaarden, en subsidiair dat algemene voorwaarden van geen van de partijen van toepassing zijn.

De vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn, wordt volgens vaste jurisprudentie beantwoord aan de hand van het Weens Koopverdrag. Dit geldt ook wanneer in de betreffende algemene voorwaarden de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag wordt uitgesloten. Op grond van artikel 8 Weens Koopverdrag maken algemene voorwaarden alleen deel uit van een koopovereenkomst, wanneer partijen dit tijdens of voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn overeengekomen én de wederpartij ten tijde van het aangaan van de overeenkomst een redelijke mogelijkheid had om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Een dergelijke mogelijkheid kan onder meer worden geboden door de algemene voorwaarden voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst aan deze partij via e-mail toe te sturen.

Formaco stelt dat zij op 2 september 2021 haar offerte heeft toegezonden aan [eiser] , onder gelijktijdige toezending van de algemene voorwaarden. Volgens Formaco moet deze offerte worden opgevat als aanbod in de zin van artikel 14 Weens Koopverdrag. Per e-mail van 1 oktober 2021 heeft [eiser] dit aanbod van Formaco aanvaard als bedoeld in artikel 18 lid 1 Weens Koopverdrag, zodat de overeenkomst op dat moment tot stand gekomen is. Formaco heeft overigens reeds bij het corresponderen over de eerdere offertes in 2020, en ook na september 2021, haar algemene voorwaarden telkens aan [eiser] toegezonden. In totaal heeft zij de voorwaarden wel vijf keer aan [eiser] verstrekt. Zij heeft derhalve meermaals aan [eiser] een redelijke mogelijkheid geboden om van de voorwaarden kennis te nemen, aldus steeds Formaco .

[eiser] heeft deze feitelijke gang van zaken niet betwist. [eiser] heeft ter terechtzitting slechts opgemerkt dat zij in een e-mail van 1 september 2021, waarin zij een prijs aanvraagt, heeft verwezen naar de voorwaarden van [eiser] met een hyperlink. Daarmee heeft [eiser] naar eigen zeggen als eerste gewezen op haar algemene voorwaarden.

De rechtbank overweegt dat onder het Weens Koopverdrag een ‘first shot rule’ (waarmee [eiser] vermoedelijk doelt op artikel 6:225 lid 3 Burgerlijk Wetboek), echter niet geldt, maar artikel 19 van het Weens Koopverdrag. De prijsaanvraag van [eiser] waarin zij haar algemene voorwaarden van toepassing verklaarde, heeft Formaco verworpen door toepasselijk verklaring in de daarop volgende offerte van haar eigen, sterk afwijkende voorwaarden. Dat heeft in zoverre te gelden als een verwerping van het aanbod en als een tegenaanbod door Formaco (en niet als een tweede verwijzing waaraan geen werking toekomt omdat toepasselijkheid van de eerste verwijzing niet uitdrukkelijk van de hand is gewezen).

Al met al heeft Formaco voldoende onderbouwd dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. Evenzo heeft zij voldoende toegelicht dat zij [eiser] een redelijke mogelijkheid heeft geboden tot kennisneming van de algemene voorwaarden. [eiser] heeft bij deze stand van zaken haar betwisting onvoldoende gemotiveerd.

Op grond van het voorgaande kan worden uitgegaan van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Formaco . In het verlengde daarvan stelt de rechtbank vast dat toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag is uitgesloten. Op de koopovereenkomst is immers, door de rechtskeuze in de algemene voorwaarden, het Nederlandse recht (met uitsluiting van het Weens Koopverdrag) van toepassing (artikel 3 lid 1 Rome I-Verordening), omdat het Weens Koopverdrag in artikel 19 lid 2 van de algemene voorwaarden is uitgesloten. De rechtbank zal de vordering dan ook beoordelen naar Nederlands recht met uitsluiting van het Weens Koopverdrag.

Klachttermijn en verval van rechten?

Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering, bespreekt zij eerst de formele verweren van Formaco . Formaco doet een beroep op haar algemene voorwaarden. Volgens Formaco is op grond daarvan het recht van [eiser] op reclame vervallen en bovendien heeft [eiser] niet tijdig geklaagd.

Formaco stelt dat het recht van [eiser] om te reclameren is vervallen. Dit komt omdat de gietstukken op het moment van klagen, te weten 27 september 2022, al zijn verwerkt in de brug dan wel in brugdelen. In artikel 11.4 van Formaco ’s algemene voorwaarden is bepaald: “Na verwerking en/of doorlevering van de producten door of vanwege opdrachtgever zijn reclamaties niet meer mogelijk.” De reden voor het opnemen van dit beding is volgens Formaco dat verwerking en bewerking van gietstukken kan leiden tot wijzigingen in de structuur, zodat de producent niet meer kan vaststellen op welk moment en door wiens toedoen een eventueel gebrek is ontstaan. [eiser] heeft erkend dat zij de gietstukken heeft verwerkt in de brug. Alleen al daarom is het recht op reclamatie op grond van de algemene voorwaarden geheel vervallen, aldus Formaco .

[eiser] verweert zich tegen het beroep van Formaco op deze bepaling. Alleen wanneer verwerking zou plaatsvinden van gietstukken met zichtbare gebreken kan deze bepaling redelijk zijn. Een andere, strengere, lezing is onbegrijpelijk. Dat zou inhouden dat, ook als er geen aanleiding voor is, alle gietstukken bij ontvangst nogmaals getest moeten worden, terwijl dat praktisch gezien niet mogelijk is. De 3.2-certificaten garanderen nu juist dat de gietstukken voldoen, aldus [eiser] . De 3.2-certificaten bleken onjuist en daar zag de klacht op. De verwerking kan dan ook niet aan [eiser] worden tegengeworpen.

Subsidiair heeft Formaco zich op het standpunt gesteld dat [eiser] te laat heeft geklaagd. Op grond van artikel 11.2 van de algemene voorwaarden van Formaco had [eiser] “binnen 8 werkdagen na ontvangst van de gietstukken schriftelijk moeten klagen over onzichtbare gebreken”. [eiser] heeft voor het eerst schriftelijk geklaagd op 27 september 2022, en dat is meer dan vier maanden na het leveren van de tweede partij gietstukken op 1 mei 2022. Meer subsidiair heeft [eiser] volgens Formaco niet voldaan aan de klachtplicht van art. 6:89 BW. Daardoor kan [eiser] geen beroep meer doen op schade door eventuele gebreken aan de gietstukken, aldus Formaco .

[eiser] voert hierover kort samengevat aan dat de door Formaco gehanteerde klachttermijn onredelijk kort is. [eiser] meent dat zij als koper af mocht gaan op de mededelingen die de verkoper deed met betrekking tot de eigenschappen die de gietstukken zouden hebben, in het bijzonder gelet op de ultrasonische onderzoeken en de 3.2-certificaten. Het stelsel van het contract is nu juist gebaseerd op de 3.2-certificaten, welke certificaten garanderen dat de gietstukken voldoen. Daarbij is het praktisch onmogelijk om binnen die korte termijn te klagen over verborgen gebreken nu die niet zichtbaar zijn. Tot slot moet een beding over de klachttermijn restrictief worden uitgelegd en is het beroep van Formaco hierop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Er is tijdig geklaagd, aldus [eiser] .

De rechtbank beoordeelt eerst artikel 11.2 van de algemene voorwaarden en de termijn van 8 werkdagen. De rechtbank stelt voorop dat artikel 11.2 geldt in geval van “onzichtbare” gebreken, aldus de onweersproken tekst, waarover partijen verder geen informatie hebben gepresenteerd. De rechtbank moet vaststellen welke betekenis de term “onzichtbare” gebreken heeft, in de zin die partijen daaraan redelijkerwijs hebben mogen geven bij het aangaan van de overeenkomst. De rechtbank is – met [eiser] – van oordeel dat de klachttermijn van 8 werkdagen, naar [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst redelijkerwijs heeft mogen begrijpen, niet geldt voor gebreken als hier aan de orde. Het gaat immers om de verkoop en levering van staal, om beweerde gebreken die bij “ontvangst” van de producten niet kenbaar zijn en om producten die vóór de ontvangst via een overeengekomen procedure al uitgebreid zijn onderzocht en getest (dit zijn de ultrasonische controles), waarbij ten behoeve van [eiser] certificaten van conformiteit met de specificaties zijn opgemaakt en aan [eiser] verstrekt. Het zou op grote praktische bezwaren stuiten indien [eiser] als ontvanger, ondanks de certificaten van conformiteit en op straffe van verlies van rechten, binnen 8 werkdagen na ontvangst de eigenschappen van alle gietstukken zelf zou moeten onderzoeken om eventuele verborgen gebreken vast te stellen. Immers, de gebreken worden doorgaans in de praktijk pas ontdekt, en zijn ook hier pas ontdekt, bij de verwerking van de onderdelen, die vaak geruime tijd plaatsvindt na verloop van de termijn van 8 werkdagen, zo heeft [eiser] onweersproken uitgelegd. [eiser] heeft voldoende en onweersproken toegelicht dat daar nu juist het ultrasonische onderzoek door de staalproducent én de bijbehorende verstrekking van het certificaat voor bedoeld is en dat de ontvanger in de praktijk van staalleveranties steeds uitgaat en mag uitgaan van de juistheid van de certificaten (en onderzoek naar onzichtbare gebreken binnen 8 werkdagen na ontvangst dus achterwege laat). De rechtbank komt al met al tot de conclusie dat de termijn van 8 werkdagen, naar [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst redelijkerwijs heeft mogen begrijpen, geldt voor gebreken die weliswaar onzichtbaar ook maar wel kenbaar zijn bij ontvangst van de producten, bijvoorbeeld doordat informatie op het certificaat is vermeld, waaruit het gebrek eenvoudig kan worden afgeleid. Dergelijke gebreken zijn hier niet aan de orde; het gaat hier om beweerde gebreken die niet kenbaar zijn (onweersproken). Het beroep van Formaco op artikel 11.2 wordt daarom verworpen.

De rechtbank beoordeelt vervolgens het beroep op art. 6:89 BW. Art. 6:89 BW bepaalt dat de schuldeiser geen beroep meer kan doen op een gebrek, als hij niet protesteert ‘binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken’. Volgens vaste rechtspraak moet bij beantwoording van de vraag of is voldaan aan deze onderzoeks- en klachtplicht acht worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Daaronder valt onder meer de waarneembaarheid van de tekortkoming, de deskundigheid van partijen en de onderlinge verhouding van partijen. De rechtbank komt op basis van de omstandigheden van deze zaak tot de conclusie dat de klachtplicht niet is geschonden. Zoals hierboven is overwogen, vergt het uitvoerig onderzoek om eventuele tekortkomingen aan gietstukken te kunnen vaststellen, waardoor eventuele tekortkomingen niet eenvoudig waarneembaar zijn. Daar komt bij dat [eiser] erop mocht vertrouwen dat de bijbehorende certificaten in orde waren. Tegen die achtergrond kan niet worden aangenomen dat [eiser] de beweerde gebreken eerder heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken dan het door haar aangevoerde tijdstip (verwerking in brugdelen) en heeft [eiser] met haar schriftelijke klacht van 27 september 2022 binnen bekwame tijd daarna geklaagd.

De rechtbank beoordeelt tot slot in dit onderdeel artikel 11.4 van de algemene voorwaarden. In dit artikel staat dat reclamaties niet mogelijk zijn na “verwerking” van de producten. De rechtbank moet de betekenis van dit artikel vaststellen, in de zin die partijen daaraan redelijkerwijs hebben mogen geven bij het aangaan van de overeenkomst. Partijen hebben over artikel 11.4 verder geen informatie gepresenteerd. Zij gaan ervan uit dat “verwerking” bijvoorbeeld betekent dat het geleverde staal wordt verwerkt in delen van een brug, zoals hier is gebeurd. Om de hiervoor onder 4.18 en 4.19 genoemde redenen oordeelt de rechtbank dat het beroep van Formaco op bepaling 11.4 uit haar algemene voorwaarden niet opgaat. [eiser] heeft voldoende toegelicht dat zij is uitgegaan van de juistheid van de certificaten bij de gietstukken, conform de praktijk in de branche, en heeft de gietstukken in die gedachtegang verwerkt. De certificaten behoren tot een overeengekomen werkwijze om de risico’s van gebreken te beheersen en om [eiser] als ontvanger te ontheffen van verplichtingen tot onderzoek vóór verwerking. Zo heeft [eiser] enerzijds de afspraken over certificaten en anderzijds artikel 11.4 van de algemene voorwaarden, bezien in samenhang en in het licht van het stelsel en de strekking van de overeenkomst, redelijkerwijs mogen opvatten bij het aangaan van de overeenkomst. Formaco heeft bovendien toegegeven dat zij niet weet hoe het heeft kunnen gebeuren dat het gietstuk HL5-AS2 met bijbehorend certificaat (dat onjuist is omdat het gebrek niet is vermeld) de fabriek heeft kunnen verlaten; bij gebrekkige producten moet ook volgens Formaco het certificaat worden geweigerd. Dit bevestigt de uitleg die de rechtbank geeft aan de overeenkomst. De rechtbank is al met al van oordeel dat artikel 11.4 uit de algemene voorwaarden dan ook niet geldt voor de situatie waarin het certificaat onjuist blijkt te zijn, zoals hier. Het beroep van Formaco op artikel 11.4 wordt daarom verworpen.

Tussenconclusie van de rechtbank

Gelet op het voorgaande komt aan Formaco geen beroep toe op het verstrijken van de klachttermijn. Het standpunt van Formaco dat het recht om te reclameren is vervallen door de verwerking van de gietstukken slaagt evenmin.

Daarmee komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering.

De kernvraag is of Formaco tekort is geschoten

In deze zaak staat de vraag centraal of Formaco tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst met betrekking tot de 24 gietstukken, of de koopovereenkomst daardoor moet worden ontbonden en of Formaco aansprakelijk is voor de door [eiser] gestelde schade.

Daarbij geldt dat het op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan [eiser] is, als degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van de ontbinding en van de wanprestatie, om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen, die de conclusie kunnen dragen dat de koopovereenkomst moet worden ontbonden en dat Formaco schadeplichtig is.

Volgens [eiser] is Formaco tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenis omdat: (i) drie gietstukken indicaties bevatten en ze daardoor niet de overeengekomen eigenschappen bezitten; (ii) er geen 100% ultrasonisch onderzoek heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de levering van de gietstukken en er onjuiste 3.2-certificaten zijn aangeleverd; en (iii) de mechanische en chemische waardes van alle gietstukken niet zijn zoals overeengekomen. Formaco betwist uitvoerig dat van deze tekortkomingen sprake is.

De indicaties in de drie gietstukken, de ultrasonische testen en de certificaten

Volgens [eiser] zijn er, op basis van het nadere ultrasonische onderzoek, in drie gietstukken indicaties aangetroffen. [eiser] stelt bovendien dat er geen 100% ultrasonisch onderzoek zou hebben plaatsgevonden van alle gietstukken. Het heeft namelijk kunnen gebeuren dat het eerdergenoemde gietstuk HL5-AS2 met indicaties is afgeleverd, terwijl deze indicaties op ultrasonisch gebied geconstateerd hadden moeten worden. Voor alle afgeleverde gietstukken geldt dat die zijn vergezeld van onjuiste en onbetrouwbare certificaten, aldus [eiser] .

Formaco erkent dat er in de drie gietstukken indicaties zijn aangetroffen. In één gietstuk gaat het om een onacceptabele indicatie, maar in de overige twee gietstukken betreft het slechts reparabele fouten. In alle andere stukken is geen indicatie aangetroffen. Formaco voert aan dat de aangetroffen indicaties niet maken dat de overige 21 gietstukken niet de overeengekomen eigenschappen bevatten (wel de drie gietstukken). Alle 24 stukken zijn door haar, zoals overeengekomen, gecontroleerd conform de standaard ‘level 3’, welke standaard zekere acceptatiecriteria van defecten in gietstukken omvat. De stukken zijn daarna door [eiser] gecontroleerd op een strenger niveau van acceptatie, te weten ‘level 2’. Dat de overige 21 gietstukken dus niet de overeengekomen eigenschappen bevatten, is volgens Formaco dan ook niet gebleken. Formaco verwijst op dit punt naar het rapport van de door haar ingeschakelde deskundige genaamd MCI. In het onderzoeksrapport wordt op dit punt de conclusie getrokken dat de indicatie in het gietstuk HL5-AS2 een incidentele en geen structurele fout betrof.

Formaco betwist dan ook dat van een tekortkoming sprake is voor wat betreft de overige 21 gietstukken. Ten aanzien van het verwijt met betrekking tot de ultrasonische onderzoeken voert Formaco aan dat partijen waren overeengekomen dat er 100% ultrasonisch getest zou worden (dus controle van alle gietstukken) (conform het eerdergenoemde ‘level 3’). Dat heeft Formaco ook daadwerkelijk gedaan. De omstandigheid dat er imperfecties zaten in een gietstuk, maakt niet dat er niet goed is getest. Ook de MCI-rapportage onderstreept dat er geen reden is te twijfelen aan de controles die zijn uitgevoerd. Met betrekking tot de 3.2-certificaten voert Formaco aan dat de juiste certificaten volgens de afgesproken norm zijn afgegeven voor de overige 21 gietstukken en dat de onafhankelijke keuringsinstantie TUV deze heeft geaccordeerd. Al met al kan niet worden gezegd dat de certificaten van de overige 21 stukken niet juist of niet betrouwbaar waren, aldus steeds Formaco .

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat partijen aanvullend ultrasonisch onderzoek hebben verricht van alle 24 geleverde gietstukken. Daaruit is gebleken dat in drie gietstukken indicaties zijn aangetroffen en dat de overige 21 gietstukken in orde zijn (onvoldoende weersproken). De rechtbank overweegt als volgt. Van belang is of de aangetroffen indicaties de conclusie rechtvaardigen dat Formaco is tekortgeschoten in hetgeen is afgesproken, niet alleen voor wat betreft de drie gietstukken (2.14 hiervoor), maar ook voor wat betreft de overige 21 gietstukken. Formaco heeft voldoende toegelicht dat de drie gietstukken zijn afgewezen op basis van het nadere ultrasonische onderzoek dat een strengere acceptatiegraad kent en waarin dus minder imperfecties worden toegestaan. Belangrijker nog, er is in het dossier geen enkele informatie met betrekking tot de kwaliteit en conformiteit van de overige 21 gietstukken, ofschoon [eiser] mogelijkheden had om daarnaar onderzoek te doen, bijvoorbeeld door een controle van de proefstukken die nog beschikbaar zijn in de fabriek (onweersproken). [eiser] heeft haar vermoeden, dat er iets aan de hand is met de overige 21 gietstukken, geen handen en voeten gegeven en niet voorzien van een concrete toelichting. Tegen die achtergrond heeft [eiser] , gelet op de uitvoerige betwisting door Formaco , onvoldoende onderbouwd dat de aangetroffen indicaties in drie gietstukken betekenen dat Formaco óók tekort is geschoten voor wat betreft de overige 21 gietstukken.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het verwijt met betrekking tot de ultrasonische onderzoeken en certificaten. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door Formaco overgelegde producties voldoende dat zij ultrasonische testen heeft uitgevoerd op de overeengekomen wijze. Dat niet alleen de voor de drie gietstukken (2.14 hiervoor) afgegeven certificaten maar daarnaast alle afgeleverde certificaten voor de 21 overige gietstukken onbetrouwbaar zijn, zoals door [eiser] wordt aangenomen, blijkt nergens uit. De juistheid van die stelling volgt niet uit het enkele feit dat in de drie gietstukken indicaties zijn aangetroffen tijdens het nadere onderzoek. Bovendien heeft Formaco toegelicht dat de overige 21 gietstukken zelfs volgens het nadere onderzoek in orde zijn bevonden. [eiser] is hier niet voldoende op ingegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] ook deze gestelde tekortkoming onvoldoende onderbouwd.

De chemische en mechanische waardes

[eiser] heeft door laboratorium Labo te Antwerpen aanvullende materiaaltesten laten verrichten. Deze testen werden uitgevoerd op proefstalen gehaald uit gietstuk HL5-AS2, om inzicht te krijgen in de chemische samenstelling en mechanische eigenschappen, aldus [eiser] . Uit het door Labo verrichte onderzoek blijkt – kort gezegd – dat de proefstalen niet voldoen aan bepaalde normwaardes. Er worden afwijkingen geconstateerd betreffende (de minimale en maximale toegestane waardes van) mangaan en koolstof, aldus [eiser] .

Formaco betwist ook deze gestelde tekortkoming en voert het volgende aan. Het onderzoek naar de chemische en mechanische waardes is niet representatief. Eiser heeft namelijk, ondanks uitvoerige bezwaren van Formaco , de stalen genomen uit het eerder genoemde gietstuk en heeft daarop getest. De reguliere - en voorgeschreven - gang van zaken in de branche zou echter zijn geweest om materiaaltesten uit te voeren op de daarvoor bedoelde proefstalen, die zich in de Turkse gieterij bevinden. Dat is, ondanks uitnodigingen van Formaco , niet gebeurd. Bovendien is er geen sprake van tekortschieten op het gebied van chemische waardes. De met de koper afgesproken norm staat afwijkingen toe. Om de door de koper gewenste maximale koolstofequivalent van 0,5 te halen, moet de producent in kleine mate afwijken van de norm. Ook de mangaanafwijking is zeer klein en deze betekent niet dat het product niet veilig is, concludeert Formaco op basis van het MCI-rapport.

De rechtbank stelt vast dat de stelling van [eiser] dat de chemische en mechanische waardes van alle gietstukken niet zijn zoals overeengekomen, is gebaseerd op een onderzoek op basis van proefstalen uit het gietstuk HL5-AS2. De resultaten van dit onderzoek worden door [eiser] geëxtrapoleerd naar alle andere gietstukken. Formaco heeft uitgebreid toegelicht dat dit niet representatief, betrouwbaar of verantwoord is, nu dit gietstuk simpelweg niet maatgevend is voor de materiaaleisen van alle geleverde gietstukken, zeker niet nadat het materiaal kan zijn gewijzigd door de verwerking. Daarnaast heeft Formaco voldoende toegelicht dat volgens de overeengekomen en voorgeschreven wijze getest moet worden op de teststukken, die nog beschikbaar zijn in de fabriek. [eiser] heeft niet voldoende weersproken dat dat de geëigende weg was, maar heeft slechts aangevoerd dat zij daar geen vertrouwen meer in had en mede gelet op de kosten vooralsnog geen actie heeft genomen in die richting. Gelet op die omstandigheden heeft [eiser] onvoldoende toegelicht dat de mechanische en chemische waardes van óók de overige 21 gietstukken niet zijn zoals overeengekomen en dus dat óók de overige 21 gietstukken niet voldoen. [eiser] heeft haar stellingen op dit gebied niet voldoende onderbouwd. Deze gestelde tekortkoming is dan ook niet voldoende toegelicht.

[eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat Formaco tekort is geschoten

De rechtbank concludeert dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een tekortkoming die tot ontbinding en schadevergoeding kan leiden. Daarom zal de rechtbank de vorderingen, die daar alle op zijn gebaseerd, afwijzen.

Ten tijde van de mondelinge behandeling heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat nader onderzoek mogelijk is op de overige 21 gietstukken (bijvoorbeeld aan de hand van de proefstukken in de fabriek), maar dat zij dit onderzoek nog niet heeft laten verrichten gelet op de kosten. [eiser] heeft de rechtbank in overweging gegeven hiertoe een deskundige te benoemen. De rechtbank gaat daaraan voorbij. Het benoemen van een gerechtelijke deskundige is niet bedoeld voor het leveren van een onderbouwing van de stellingen van de eisende partij die in de procedure ontbreekt. De rechtbank merkt hierbij op dat er in het dossier geen enkele informatie beschikbaar is over de kwaliteit en conformiteit van de overige 21 gietstukken. Uit niets blijkt dat de onderzoeken naar de drie gietstukken iets zeggen over de overige 21 gietstukken. De mogelijkheid van onderzoek naar de proefstukken in de fabriek is niet benut en voor deze keuze is geen goede verklaring aangereikt; [eiser] heeft niet uitgelegd dat daarmee kosten, die onder de omstandigheden als hoog zouden moeten worden gekwalificeerd, zouden zijn gemoeid. Ongewis blijft waarom [eiser] vermoedt dat er met de overige 21 gietstukken iets aan de hand is. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen ruimte voor een onderzoek in deze procedure.

De vorderingen van [eiser] worden afgewezen

Gelet op het voorgaande worden vorderingen van [eiser] afgewezen. De nevenvorderingen tot vergoeding van wettelijke handelsrente volgen het lot van de hoofdvorderingen: deze worden eveneens afgewezen. De rechtbank wijst er voor de volledigheid op dat de gebreken aan de drie gietstukken (3.4 hiervoor) vast staan. De rechtbank gaat ervan uit dat Formaco nog altijd bereid is tot een passende oplossing voor deze gebreken.

[eiser] dient de proceskosten te betalen

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Formaco worden begroot op:

- griffierecht

8.519,00

- salaris advocaat

9.262,00

(2 punten × € 4.631,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

17.970,00

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 17.970,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.N. van Haren, mr. H.T.J.F. Verhappen en mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand