ECLI:NL:RBOBR:2026:4160

ECLI:NL:RBOBR:2026:4160

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 12-06-2026
Zaaknummer C/01/410711 / HA ZA 24-725
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Beoordeling tussenkomst als voeging op basis van precessuele houding, niet-ontvankelijkheid in vorderingen

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/410711 / HA ZA 24-725

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

[eiseres conventie, verweerster reconventie] B.V.,

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

verwerende partij in interventie in conventie,

eisende partij in interventie in conventie,

hierna te noemen: [eiseres conventie, verweerster reconventie] ,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

en na oproeping ex artikel 118 Rv in het geding verschenen:

[A] B.V.,

te [plaats] ,

verwerende partij in reconventie,

verwerende partij in interventie,

hierna te noemen: [A] ,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

[B] B.V.,

te [plaats] ,

verwerende partij in reconventie,

verwerende partij in interventie,

hierna te noemen: [B] ,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

[C] ,

te [plaats] ,

verwerende partij in reconventie,

verwerende partij in interventie,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

tegen

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] B.V.,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

advocaat: mr. R.A.J.C. Huijs,

in welke zaak is geïntervenieerd

de rechtspersoon naar Belgisch recht

[D] BVBA

gevestigd te [plaats] ( [land] ),

eisende partij in de interventie in conventie,

verwerende partij in de interventie in reconventie,

hierna te noemen: [D] ,

advocaat: mr. R.A.J.C. Huijs,

[eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] worden hierna tezamen in algemene zin aangeduid als “ [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] ”.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] worden hierna tezamen in algemene zin aangeduid als “ [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ”.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [eiseres conventie, verweerster reconventie] van 3 december 2024 met producties 1 tot en met 8;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] , tevens zijnde een incidentele vordering tot tussenkomst dan wel voeging van [D] , van 12 februari 2025 met producties 1 tot en met 19;

- de conclusie van antwoord in het incident van [eiseres conventie, verweerster reconventie] van 26 februari 2025 met productie 9;

- de akte uitlating over productie 9 tevens wijziging van eis in reconventie en aankondiging oproeping ex artikel 118 Rv van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] van 12 maart 2025 met producties 20 tot en met 25;

- de oproeping ex artikel 118 Rv door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van [A] , [B] en [C] van 18 maart 2025;

- het vonnis in het incident van 16 april 2025 waarbij het [D] is toegestaan om in de hoofdzaak tussen te komen;

- de conclusie van eis in de interventie van [D] tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] van 28 mei 2025 met producties 26 tot en met 30;

- de conclusie van antwoord in de interventie van [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] tevens conclusie van eis in reconventie in de interventie van [eiseres conventie, verweerster reconventie] van 9 juli 2025 met producties 10 tot en met 21;

- de conclusie van antwoord in reconventie in de interventie van [D] van 20 augustus 2025;

- de brief van de rechtbank waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de regiebrief van de rechtbank van 27 februari 2026;

- de akte overlegging aanvullende producties van [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] van 11 maart 2026 met producties 22 tot en met 26, waaronder als productie 26 de conclusie van antwoord in de interventie tevens eis in reconventie van 9 juli 2025;

- de mondelinge behandeling van 11 maart 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De rechtbank vermeldt hieronder een overzicht van vaststaande en voor de beoordeling van de zaak relevante feiten. Het overzicht is niet uitputtend. De rechtbank zal waar nodig onder het kopje “De beoordeling” meer feiten vermelden en bij de beoordeling betrekken.

[C] is enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] en [B] . [eiseres conventie, verweerster reconventie] ’s activiteiten bestaan uit het investeren in vastgoed en andere activa, alsmede het verstrekken van financieringen.

[D] is een houdstervennootschap van de [land] familie Boons , die, voor zover voor dit geding van belang, onder andere bestaat uit vader [F] en zonen [G] , [H] en [I] . De familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] exploiteert via (een groepsmaatschappij van) [D] onder de naam “ [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ” in [land] een installatiebedrijf. [G] , [H] en [I] zijn alle drie werkzaam in het [land] installatiebedrijf. Zij zijn alle drie bestuurder van [D] .

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] is op 24 september 2020 als joint venture opgericht door [C] (via [B] ) en de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] . [gedaagde conventie, eiseres reconventie] zou zich in Nederland gaan richten op de installatiemarkt, in het bijzonder W-installaties. Via [gedaagde conventie, eiseres reconventie] kon het [land] installatiebedrijf in Nederland grote en lucratieve opdrachten verwerven. Nederlandse opdrachtnemers stellen veelal als eis dat de opdrachtnemer een Nederlandse rechtspersoon is en via [gedaagde conventie, eiseres reconventie] kon het [land] installatiebedrijf de Nederlandse markt betreden.

[B] heeft bij de oprichting van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] 50% van de aandelen genomen en [H] en [I] hebben ieder in privé 25% van de aandelen genomen. De aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van [H] en [I] zijn eind 2021 overgedragen aan [D] . [gedaagde conventie, eiseres reconventie] had vanaf dat moment dus twee 50%-aandeelhouders, zijnde [B] en [D] . [B] en [H] en [I] zijn bij de oprichting benoemd tot bestuurder van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en zij zijn dat tot 21 december 2023 gebleven.

Zowel van de zijde van [C] als van de zijde van de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] zijn diverse leningen (hierna: de aandeelhoudersleningen) verstrekt aan [gedaagde conventie, eiseres reconventie] De aandeelhoudersleningen hadden een looptijd van 10 jaar. De van de zijde van [C] verstrekte aandeelhoudersleningen worden hierna in algemene zin aangeduid als de “ [naam leningen 1] ”. De van de zijde van de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] verstrekte aandeelhoudersleningen worden hierna in algemene zin aangeduid als de “ [naam leningen 2] ”.

Op bestuurs- en aandeelhoudersniveau was er frequent overleg tussen [C] , [H] en [I] en [G] . Deze laatste was financieel directeur van het [land] installatiebedrijf en tevens vaste vertegenwoordiger van [D] . [G] had een MBA-opleiding en had vroeger als business analist bij [J] gewerkt. Dat overleg vond gemiddeld een keer per één à twee maanden plaats. Tijdens het overleg kwamen onder andere het verwerven van nieuwe en de voortgang van lopende projecten aan de orde. [gedaagde conventie, eiseres reconventie] had zelf weinig vast personeel en was voor de praktische uitvoering van projecten in zeer aanzienlijke mate afhankelijk van het [land] installatiebedrijf, zowel qua knowhow als qua mankracht. [gedaagde conventie, eiseres reconventie] maakte voor de uitvoering van projecten veelvuldig gebruik van monteurs die worden uitgeleend door het [land] installatiebedrijf òf door relaties van het [land] installatiebedrijf. Een van de projectleiders van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] , [K] , was afkomstig van het [land] installatiebedrijf.

Vanwege de bij het [land] installatiebedrijf aanwezige kennis, werd er ook veelvuldig per e-mail overlegd over de technische, financiële en personele aspecten van allerlei projecten.

De administratie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] werd met name verzorgd door [L] , destijds assistent-controller bij E-quest, een ander bedrijf van [C] . Zij werd voor een paar dagen in de week uitgeleend aan [gedaagde conventie, eiseres reconventie] om de financiële administratie daarvan te verzorgen. Behalve door [L] werden voor de administratie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ook hand- en spandiensten verricht door [M] , de echtgenote van [C] . De administratie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] vertoonde veel doorbelastingen van de [land] [N] voor de kosten van het uitlenen van personeel of materieel en voor leveranties.

De accountant van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] was tot en met 2023 de heer [O] (hierna de “accountant”) van [naam bedrijf] te [plaats] .

In de loop van 2023 hebben [C] en de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] met elkaar gesproken over een ontvlechting, aanvankelijk via overname door [B] van de aandelen van [D] in [gedaagde conventie, eiseres reconventie] [C] heeft daartoe een conceptkoopovereenkomst opgesteld en deze op 3 mei 2023 met de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] gedeeld. De koopprijs voor de door [B] van [D] te kopen aandelen was gelijk aan de nominale waarde (€ 5.000). Het concept voorzag in aflossing van de [naam leningen 2] in een aantal termijnen. Wensen van de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] leidden tot een volgend concept van 6 juli 2023, volgens welk concept [eiseres conventie, verweerster reconventie] [gedaagde conventie, eiseres reconventie] zou voorzien van de voor die terugbetaling benodigde financiële middelen.

Tijdens een bespreking op 24 augustus 2023 heeft [C] echter gevraagd of [D] de aandelen van [B] wilde kopen (de besproken transactie maar dan omgekeerd). Ook hiervoor heeft hij een conceptkoopovereenkomst opgesteld en deze heeft hij op 4 september 2023 met de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] gedeeld. Dit concept was het spiegelbeeld van de in mei-juli 2023 besproken koopovereenkomst. De in het oude concept opgenomen bepaling dat [eiseres conventie, verweerster reconventie] [gedaagde conventie, eiseres reconventie] zou voorzien van de voor terugbetaling van de [naam leningen 2] benodigde financiële middelen, was vervangen door een garantstelling door [D] voor de in dit scenario door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] terug te betalen [naam leningen 1] .

Op 8 september 2023 heeft [D] een aankooponderzoek bij [gedaagde conventie, eiseres reconventie] laten uitvoeren. Het onderzoek bestond onder andere uit een controle op het [plaats] kantoor van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van de onderhandenwerkpositie van de op dat moment lopende projecten. Het onderzoek werd uitgevoerd door [G] en [P] . Deze laatste was een externe business controller die door [D] was ingeschakeld om haar bij de overname van de aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] te adviseren. Zij voerden in het kader van het aankooponderzoek ook diverse gesprekken met de projectleiders van de betreffende projecten. Ten behoeve van het onderzoek werd ook informatie aangeleverd door [L] .

Het aankooponderzoek leverde geen opmerkingen dan wel bezwaren op. Uit het onderzoek concludeerde de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] dat het verwachte resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over 2023 break-even of licht negatief (afgerond minus € 100.000 - 200.000) zou zijn en dat was voor hen acceptabel.

Vooruitlopend op een definitief akkoord over de ontvlechting heeft [C] bij e-mail van 23 september 2023 aan [F] en [G] een nieuw concept voor een koopovereenkomst verstuurd. Gelet op de naderende ontvlechting schreef hij onder meer:

“- [M] heeft aangegeven voor een aantal onderdelen van de jaarrekening (bijv, de lonen) te willen meehelpen. Met wat ondersteuning zou [L] de rest moeten kunnen doen. De jaarrekening dient (in concept) klaar te zijn voor de afspraak bij de notaris.

- Ik blijf de komende tijd betrokken bij een aantal projecten die richting oplevering gaan, bij het sturen op meer liquiditeit (zoals eerder ingezet) en bij projecten waar nog bijzonderheden spelen”.

De besprekingen tussen [C] en de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] hebben geleid tot de ondertekening op 26 september 2023 van een overeenkomst getiteld “Concept OVEREENKOMST Verkoop aandelen” (hierna: de koopovereenkomst). Partijen bij die overeenkomst zijn:

[D]

De heer [F] en mevrouw [Q] , wonende te [plaats] , in de overeenkomst aangeduid als “ [F] ”;

[H] ;

[I] ;

[B] ;

[eiseres conventie, verweerster reconventie] ;

[C] ;

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] , waarvan de statutaire naam destijds nog “ [Naam] B.V. ” was en die ook als in de overeenkomst als “ [Naam] ” wordt aangeduid.

Voor dit geding relevante bepalingen in de koopovereenkomst luiden als volgt:

In de considerans:

(…)

“Er zijn leningen aan [Naam] vertrekt. Er zijn leenovereenkomsten hiervoor opgesteld en er wordt door [Naam] rente betaald aan de geldverstrekkers. [F] heeft € 400.000,- aan [Naam] geleend en [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] heeft € 200.000,- aan [Naam] geleend, samen de helft van het geleende kapitaal van [Naam] . [eiseres conventie, verweerster reconventie] heeft de andere helft van het kapitaal aan [Naam] geleend. Later heeft [eiseres conventie, verweerster reconventie] meer kapitaal geleend aan [Naam] . De exacte bedragen zijn vastgelegd in bijlage 1 van deze overeenkomst en in de administratie van [Naam] .”

In de afspraken:

“AANDELEN. OVERDRACHT EN KOOPPRIJS

1. [B] verkoopt al haar aandelen in de onderneming [Naam] aan [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] en [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] koopt van [B] . De aandelen die het betreft zijn genummerd 1 tot en met 5.000.

2. De overdracht zal plaatsvinden bij OMD notarissen in Helmond en de kosten voor de notaris zijn voor rekening van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] als koper van de aandelen.

3. De koopsom van de aandelen is gelijk aan de nominale waarde van de aandelen, te weten in totaal vijfduizend euro (€ 5.000,-) en zal door [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] worden voldaan via de derdenrekening van OMD notarissen in Helmond .

4. De aandelen worden op basis van de concept 2022 jaarrekening en met terugwerkende kracht naar 1 januari 2023 overgedragen van [B] aan [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] .

5. [B] verstrekt de volgende garanties met betrekking tot de aandelen aan [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] : (volgen vijf basale garanties ten aanzien van de juridische status van de verkochte aandelen, Rb)

GRONDPOSITIE EN BEDRIJFSPAND

1. [Naam] heeft op 25 februari 2022 een bouwperceel gekocht van de gemeente [plaats] en heeft hiervoor 648.773 Euro excl. B.T.W. (784.994,33 Euro incl. B.T.W.) betaald. […]. [Naam] verkoopt dit bouwperceel aan [C] privé voor dezelfde prijs, de transactie vindt plaats direct na ondertekening van de overeenkomst. [Naam] stuurt een factuur aan [C] privé. [C] privé betaalt de factuur aan [Naam] . Bij het passeren van de aandelen via de notaris, wordt ook de grond formeel van eigenaar gewisseld (kadastraal).

2. Direct na ontvangst van de betaling van [C] privé voor de grond, lost [Naam] € 650.000,- af op een lening van [eiseres conventie, verweerster reconventie] aan [Naam] .

LENINGEN

1. De leningen die [eiseres conventie, verweerster reconventie] aan [Naam] verstrekt heeft, worden door [Naam] altijd terugbetaald. Het leningenoverzicht is toegevoegd als bijlage 1. De volgende werkwijze wordt door partijen gevolgd.

a. Bij ondertekening van deze overeenkomst wordt € 135.000,- door [Naam] aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] terugbetaald.

b. Tijdens de aandelentransactie wordt, via de derdenrekening, € 130.000,- door [Naam] aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] terugbetaald.

2. Na de aandelentransactie is daarmee € 915.000,- op de leningen van [Naam] aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] afgelost. Het restant van de lening aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] wordt daarmee € 400.000,-. [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] staat garant voor het terugbetalen van deze leningen door [Naam] aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] ; Rente wordt betaald conform de eerder afgesloten leenovereenkomsten en bedraagt 3%. Dit percentage geldt voor alle leningen. Aflossing van deze restant leningen wordt als volgt door [Naam] (danwel [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ) uitgevoerd:

a. Op uiterlijk 31 juli 2024 wordt door [Naam] € 200.000 overgemaakt op de bankrekening van [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

b. Op uiterlijk 30 december 2024 wordt door [Naam] € 200.000 overgemaakt op de bankrekening van [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

Na beide betalingen zijn er geen leningen van [eiseres conventie, verweerster reconventie] meer aan [Naam] . Eerder aflossen is voor [Naam] altijd mogelijk, zonder dat [eiseres conventie, verweerster reconventie] hiervoor extra kosten berekent.”

(alle onderstrepingen rechtbank).

Als bijlage 1 bij de koopovereenkomst is een overzicht van de aan [gedaagde conventie, eiseres reconventie] verstrekte aandeelhoudersleningen gevoegd.Volgens dit overzicht bestaan de [naam leningen 1] uit:

negen door [eiseres conventie, verweerster reconventie] tot een bedrag van € 815.000,00 verstrekte leningen; en

twee door [A] tot een bedrag van € 500.000,00 verstrekte leningen.

De hierboven in r.o. 2.15 onderstreept weergeven afspraken uit de koopovereenkomst over de terugbetaling van de [naam leningen 1] worden hierna aangeduid als de “vervroegde terugbetalingsregeling” Schematisch weergegeven komt de vervroegde terugbetalingsregeling op het volgende neer:

Op 29 september 2023 heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] € 135.000 betaald aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] . Op 5 oktober 2023 heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] € 650.000 aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] betaald.

Gelet op de naderende ontvlechting hebben [C] en [G] op 4 oktober 2023 een bespreking gehouden, gericht op overdracht van [C] ’ werkzaamheden en de bij hem aanwezige kennis. Tijdens die bespreking is aan de hand van een aantal overdrachtsdocumenten ook gesproken over diverse projecten. [C] heeft deze documenten op 5 oktober 2023 ook nog per e-mail aan [G] verzonden.

Tot die overdrachtsdocumenten behoort een tabeloverzicht dat bovenaan vermeldt:

“Overdrachtdocument [Naam] -> [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ( [C] -> [G] ). 4 oktober 2023

Per onderwerp is een uitgeprinte set documenten overgedragen met nadere informatie”.

Het tabeloverzicht zelf vermeldt, voor zover voor dit geding relevant:

# Onderwerp Meer info / advies

1

Wekelijks operationeel overleg

Iemand aan laten sluiten om voortgang en proces te bewaken. 12okt. 12u.

8

[R] 60app.

Aannemer die op de bouw vaak niks zegt en per mail klachten stuurt. Op een groot deel heb ik gereageerd. Verhaal klopt vaak niet ( [S] kent de details). Klant probeert zo meerkosten te claimen die achteraan het project volgen. Ik heb zeker correspondentie waarin ik aangeef dat kosten altijd vooraf gespecificeerd moeten worden.

12

[T]

Lekkages door diverse koppelingen niet of niet goed geperst (schuld [Naam] ). Wisselingen van mensen, maar m.i. grotendeels verantwoordelijkheid [U] . Bij andere projecten worden nu persrapporten gehanteerd, lx elektricien heeft leiding doorboord. Appartementen bgg achter; oorzaak lekkage vastgoedregisseur. [V] probeert die kosten ook te claimen (zie mails). Na het drogen (Trition lijkt betrouwbare partij) is de vraag wie voor herstel zorgt (misschien een paar Polen?). Onze eindfactuur aan [T] staat open / [T] blijft ver weg van het probleem¬ kent het issue met vastgoedregisseur niet. Juridisch mag hij de factuur niet tegenhouden? 1. contact Trition ( [W] / goeie vent). 2. Contract [X] (uitvoerend / status en kostenbeheersing). 3. [Y] (opletten) reageren op mail 27 september 4. eindklant ( [Z] / [AA] / [BB] ): prima relatie - zo houden. [T] : factuur laten betalen.

12b

Expertisebureau

Voor [T] misschien een expert inschakelen (2 bureau's / zie bijlage).

16

Leiderschap / aansturen [Naam]

Onderschat de werkzaamheden niet. Met veel aandacht loopt het goed en is er in Nederland veel omzet en rendement te halen. (…) Zonder of met beperkte aansturing zetten mensen na verloop van tijd geen stapje extra meer, raken spullen kwijt, ontstaat achterstand in facturatie en betaling, nemen aannemers een loopje met je”.

Vanaf 4 oktober 2023 heeft [C] zijn betrokkenheid bij de activiteiten van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] vergaand verminderd en is de dagelijkse leiding grotendeels bij de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] komen te rusten.

In november 2023 is de accountant aan de slag gegaan met het opstellen van de jaarrekening van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over het boekjaar 2022. [L] en [M] leverden daarvoor per e-mail input. Een onderwerp dat meerdere keren terugkomt, is de bepaling van het onderhanden werk van een aantal grotere projecten. De rechtbank verwijst in dit verband naar de als productie 10 door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] overgelegde e-mailreeks.

Hieronder volgt een chronologisch overzicht van enkele passages uit de e-mailreeks die voor dit geding relevant zijn.

Van: [O]

Verzonden: woensdag 22 november 2023 14:28

Aan: [M]

CC: [L]

Onderwerp: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

Hoi [M] ,

In verband met de jaarstukken en afwerking heb ik nog een aantal punten en vragen. (…)

Onderhanden projecten:

Het totaal overzicht projecten ziet er overzichtelijk uit per project en de verschillende posten van materiaal, uren, gefactureerde termijnen en resultaat opstelling.

In de jaarstukken heb ik de projecten gesplitst in de Debet projecten en Credit projecten. (…)

Verder voor wat betreft de winst / verlies bepaling bij de onderhanden projecten reken je de projecten door naar 2023 voor het totale saldo van de projecten.

Voor wat betreft b.v. project " [projectnaam 1] " wordt uiteindelijk verlies verwacht als ik de opstelling zo zie: € 445.213 kosten en gefactureerd aan klant € 422.952. Als er verlies verwacht wordt zou dit al meegenomen moeten worden in het OHP. Maar misschien nog een factuur meerwerk? Anders zou dus nog extra € 22.260 verlies meegenomen moeten worden.

Idem project " [projectnaam 2] 60 app. - [projectnaam 2] " . Daar lijkt het met deze opstelling of er een verlies van € 423.874 te verwachten is, maar dat lijkt me erg véél. Ook nog meerwerk? En anders ook nog rekening houden met het uurtarief (waarvan de meeste uren in 2023), daarin zit mogelijk ook al winst opslag in meegenomen.

Bij projecten waar winst verwacht wordt moet dit dan weer met het % voortgang meegenomen worden. (…)

- Voorlopig is er een groot verlies over boekjaar 2022

In verband met verliesverrekening voor de komende jaren zou een eventuele latente vpb daarvoor opgenomen moeten worden.

Maar ik weet niet wat de verwachtingen zijn voor de toekomst, wanneer de verliezen mogelijk verrekend kunnen gaan worden met winsten. Zijn er prognoses, of begrotingen gemaakt? Gecalculeerde projecten met winsten bekend?

Misschien om een keer met iemand van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] bespreken lijkt me goed.

Bij voorbaat dank voor de antwoorden,

Laat maar weten in hoeverre je kunt beantwoorden, anders neem ik wel contact op met de andere bestuurders, of hun administratie.”

[M] beantwoordde dit e-mailbericht en voegde haar antwoord toe aan de tekst van het e-mailbericht van de accountant:

From: [M]

Sent: Thursday, 23 November 2023 22:50

To: [C] ; [O]

Subject: RE: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

“Hoi [O] ,

Zie mijn antwoord hieronder in rood. (de door [M] rood gemarkeerde tekst is hieronder dubbelonderstreept weergegeven, rechtbank)

- Onderhanden projecten:

Het totaal overzicht projecten ziet er overzichtelijk uit per project en de verschillende posten van materiaal, uren, gefactureerde termijnen en resultaat opstelling. Er is geen standopname gedaan van de projecten ultimo 2022. Daardoor is lastig te zeggen hoeveel waarde als OHW meegenomen moet worden. Wat we daarom gedaan hebben (wat mogelijk niet correct is maar zoals gezegd niet beter bepaald kan worden) is het bepalen van de totale KOSTPRIJSwaarde aan uren+materialen van zowel 2022 als 2023 en dat we daarna bekeken hebben hoeveel procent van de totale aanneemsom ultimo 2022 is gefactureerd. Dit percentage hebben we vervolgens losgelaten op de werkelijk ingekochte materialen + gespendeerde uren in 2022. Hier komt een bedrag A uit wat we vervolgens van de werkelijke inkoop +materialen in 2022 afgehaald hebben. De uitkomst is het OHW wat we gehanteerd hebben. Hierbij gaan we er dus vanuit dat de inkoop evenredig is aan het percentage gefactureerd wat in de praktijk nooit zo

zal zijn maar voor nu leek mij dat de beste manier .

In de jaarstukken heb ik de projecten gesplitst in de Debet projecten en Credit projecten. (…) Lijkt me prima!

Idem project " [projectnaam 2] 60 app. - [projectnaam 2] " . Daar lijkt het met deze opstelling of er een verlies van € 423.874 te verwachten is, maar dat lijkt me erg véél. Ook nog meerwerk? En anders ook nog rekening houden met het uurtarief (waarvan de meeste uren in 2023), daarin zit mogelijk ook al winst opslag in meegenomen. Dat bedrag van € 423.874 moet je in dit geval niet als een verlies lezen (zie opmerking v.w.b. bepaling OHW hierboven).

Dit project is nog niet afgerond en ik weet de huidige stand van zaken niet om een verwachting t.a.v. verlies/winst uit te kunnen spreken. Inmiddels zou de projectleider dit wellicht kunnen inschatten o.b.v. wat er nog gefactureerd moet worden en hetgeen er nog ingekocht/gewerkt moet worden. Als je daar een uitspraak over wilt, dan laat maar weten, dan ga ik dit na.

- Voorlopig is er een groot verlies over boekjaar 2022

In verband met verliesverrekening voor de komende jaren zou een eventuele latente vpb daarvoor opgenomen moeten worden.

Maar ik weet niet wat de verwachtingen zijn voor de toekomst, wanneer de verliezen mogelijk verrekend kunnen gaan worden met winsten. Zijn er prognoses, of begrotingen gemaakt? Gecalculeerde projecten met winsten bekend?

Misschien om een keer met iemand van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] bespreken lijkt me goed. Zover ik weet zijn er geen prognoses of begrotingen. Ook vind ik het lastig om te zeggen in hoeverre huidige projecten een winst gaan opleveren aangezien ook daarvoor een standopname gemaakt zou moeten zijn om dit te bepalen.

[C] reageerde hierop als volgt:

Van: [C]

Verzonden: zaterdag 25 november 2023 14:04

Aan: [O] ; [M]

Onderwerp: FW: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

“Hoi,

Inmiddels heb ik de mailwisseling ook gelezen en heb daar een aanvulling op.

- Bij bijna alle projecten moeten we (zolang [Naam] een startup is en niet 1 van beide aandeelhouders met haar groep volledig garant wil staan) alle materialen vooruit betalen.

- Bij het project [projectnaam 2] heeft de klant het door [Naam] sturen van facturen erg lang gerekt. Het probleem is dat onze betalingsconditie vaak niet handig opgezet is (Factuur bij werkzaamheden volledig gereed, zie onderstaande voorbeeld). Inmiddels is dit eind 2023 flink verbeterd.

- Een voorbeeld is het tekenwerk voor project [projectnaam 2] voor aannemer [projectnaam 2] . De factuur voor tekenwerk hebben we recent (2023) naar de klant gestuurd maar de uren zijn hiervoor al tijdens het zetten van de handtekening (en zelfs daarvoor) gemaakt. Dit is bij meer posten het geval. Zo was er sanitair en factureren we dat pas nadat al het sanitair geleverd EN gemonteerd is. In de praktijk lopen we ook nog vertraging op voor de omschrijving 'werk gereed', bijv, omdat een tegelzetter een paar wandjes nog niet betegeld heeft. De factuur wordt veel later pas door [Naam] verstuurd. Zie onderstaand voorbeeld, tekenwerk voor alleen dit project is al 89K. We draaiden bij [projectnaam 2] 2 projecten.

Ik denk dat we dit veel beter onder controle hebben, sinds bekend is dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] de aandelen volledig overneemt. Er zijn ook direct of vrijwel direct, enorm veel facturen uitgestuurd.

- Dit geldt ook voor calculatie werk (verkoper en projectleider). Zij maken vroegtijdig veel uren, pas veel later staat daar omzet en resultaat tegenover.

In september 2022 zijn we zo'n beetje gestart met de uitvoering van het [projectnaam 2] werk. Ik zou zeggen dat we in 2022 voor lopende projecten minimaal 100K minder gefactureerd hebben, dan er aan werk besteed is.”

Waarop [M] weer als volgt reageerde:

Van: [M]

Verzonden: maandag 27 november 2023 12:21

Aan: [C] ; [O] ; [emailadres]

Onderwerp: RE: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

@ [O] ; jij geeft aan dat het redelijk makkelijk zou moeten zijn om het OHW te bepalen ultimo 2022 en dat de berekeningswijze die ik had gehanteerd niet volgens jouw verwachting is. Ik vind het lastig om zonder standopnames het OHW te bepalen ook vanwege de opmerkingen die [C] hieronder gemaild heef. Juiste gang van zaken was geweest als we van alle projecten een meetstaat hadden bijgehouden en waar we ultimo 2022 per projectonderdeel hadden aangegeven hoeveel materiaal er al ingekocht was en hoeveel uren er besteed waren zodat we een standopname hadden gehad maar helaas is dit niet gebeurd. Uiteraard weten we wat er ultimo 2022 gefactureerd is en wat er werkelijk ingekocht is maar dat zegt in mijn ogen niets over de waarde van het OHW zonder een standopname. Heb jij een voorstel voor wat we nu het beste kunnen hanteren?

Op 29 november 2023 heeft de accountant de conceptjaarrekening van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over 2022 nagenoeg gereed. Hij stuurde die toe aan [M] , [C] en [G] . Onder aanhechting van de hiervoor geciteerde e-mailreeks schreef de accountant:

From: [O]

Sent: Tuesday, 28 November 2023 14:04

To: [M] ; [C] ; [G] ;

Cc: [emailadres]

Subject: RE: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

Hoi [M] , [C] en [G] ,

Het onderhanden project [nummer] [projectnaam 2] 60 app. - [projectnaam 2] heb ik aangepast naar een positieve (Debet) stand van € 100.000.

Daardoor komt het resultaat 2022 net positief uit. Zie meegestuurde concept jaarrekening 2022.

In het bestand OHW definitief heb ik de opmerkingen uit de mailwisseling verwerkt, en in het tabblad [nummer] Bepaling OHW 2022 nog een benadering gezet vanuit % gereed en de bij benadering bestede materialen, uren en een opslag (vaste lasten en winst). Bij benadering uitkomende op de € 100.000.

Dan hebben jullie ook het definitieve bestand ter onderbouwing en kun je nagaan of dit nog klopt naar jullie verwachting.

Kijken jullie verder naar de concept jaarrekening 2022 of dit zo verder akkoord is? En communiceren jullie deze ook naar de andere bestuursleden?

Met name naar de brutomarge, werk derden en loonkosten.

Het voorlopige eigen vermogen per 31 december 2022 is in ieder geval ook positief, € 83.125.

Echter voor crediteuren, die de stukken bij de KvK opvragen, zal dit ten opzichte van het totale vermogen nog geen heel positief beeld scheppen.

Voor de aandeelhouders [I] en [H] is het, als ze dit willen eventueel te overwegen om (een deel van de leningen) in een agio reserve (informeel kapitaal) te storten.

Laat maar weten of één en ander zo akkoord is, of er nog iets aangepast zou moeten worden.

Misschien goed om bij de definitieve stukken te bespreken met allen bestuurders en aandeelhouders.”

Tenslotte reageerde [C] weer op dat bericht van de accountant:

Van: [C]

Verzonden: woensdag 29 november 2023 11:56

Aan: [CC] ; [M]

CC: [G] | [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

Onderwerp: FW: [Naam] B.V., vragen voor de jaarstukken 2022,

Hoi,

Zie bijlage. [Naam] komt nu op een positief resultaat van ongeveer 8K (na belasting) uit, over 2022. Het eigen vermogen is ongeveer 83K positief. (…)

© [G] , ik zie dat je de stukken ook ontvangen hebt en zet je in de CC vwb mijn vragen. Fijn dat het resultaat positief is. Dit was primair negatief (waarmee de verkoop tegen de nominale waarde van de aandelen beter te verantwoorden is). Ik heb bij [O] aangegeven dat bijv, bij [projectnaam 2] het tekenwerk in 2022 niet gefactureerd was (89K) terwijl dit wel in 2022 gereed was. De klant heeft deze factuur veel te lang tegengehouden. Anyway, het resultaat wat ik nu zie is beter dan ik dacht. Laten we kijken of er nog fouten in staan, bovenstaande kijken wij zelf na. Misschien dat [CC] meer aandachtspunten ziet en misschien dat jij ook nog vragen of opmerkingen hebt.”

Op 11 december 2023 is de jaarrekening over 2022 van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] definitief gemaakt en door [B] en [I] en [I] als bestuurders ondertekend. Het resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over 2022 bedraagt volgens de jaarrekening € 9.246,- (positief).

Bij de jaarrekening is een verklaring van de bestuurders gevoegd, die, voor zover voor dit geding van belang, luidt:

“SCHRIFTELIJKE BEVESTIGING BIJ DE JAARREKENING

[naam bedrijf] | Adviseurs

t.a.v. de heer [DD]

[straat]

[postcode] [plaats]

[plaats] , 11 december 2023

Betreft: Bevestiging bij de jaarrekening 2022

Geachte heer de [O] , beste [O] ,

In het kader van de aan u verleende opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening van [Naam] B.V. over 2022, bevestigen wij naar ons beste weten en overtuiging het volgende:

1. Wij erkennen onze verantwoordelijkheid voor het opmaken van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW voor kleine rechtspersonen.

2. Wij hebben u toegang verschaft tot de gehele financiële administratie en daarbij behorende bescheiden en wij hebben u alle notulen van algemene vergaderingen en directie ter inzage getoond.

3. Wij hebben u alle gegevens verschaft met betrekking tot:

(…)

gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na jaareinde en die de huidige financiële positie in belangrijke mate doen afwijken van hetgeen uit de balans van die datum blijkt of die een verandering of toelichting noodzakelijk maken in de jaarrekening;

verliezen die resulteren uit het al of niet nakomen van verkoopovereenkomsten;

8. Wij bevestigen dat de significante en belangrijke aangelegenheden zijn besproken en dat deze juist zijn verwerkt in de jaarrekening. Met name de waardering en afschrijvingen van de materiële vaste activa, waardering en verwerking mutaties voorraden en onderhanden projecten en de daarmee samenhangende brutomarge, mogelijke garantievoorziening, toelichting en verloop van leningen o/g. Eveneens de waarborging van de continuïteit van de onderneming middels de financiering door de participanten en verbonden partijen.

9. Wij bevestigen dat wij instemmen met de op 11 december 2023 door u aan ons overhandigde samengestelde jaarrekening over onderhavig boekjaar.”

De accountant stuurde de door [B] ondertekende jaarrekening op 11 december 2023 per e-mail aan de aandeelhouders [B] en [D] .

Per e-mail antwoordde [G] dat [H] en [I] als aandeelhouder zijn opgevolgd door [D] en hij verzocht correctie van een toegezonden aandeelhoudersbesluit tot vaststelling van de jaarrekening. Voor het overige had hij geen opmerkingen.

Op 15 december 2024 heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] € 30.000,00 betaald aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] en € 100.000 aan [A] .

Deze betalingen hebben tot gevolg gehad dat alle door de [eiseres conventie, verweerster reconventie] verstrekte geldleningen zijn terugbetaald en dat van de door [A] verstrekte geldleningen nog € 400.000 onbetaald is gebleven.

Op 21 december 2023 heeft de levering plaatsgevonden van de door [B] gehouden aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] aan [D] en is de statutaire naam van [Naam] B.V. veranderd in [gedaagde conventie, eiseres reconventie] B.V.

Medio 2024 heeft Deloitte in opdracht van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] de conceptjaarrekening 2023 samengesteld. Die conceptjaarrekening 2023 toonde een verlies over het boekjaar 2023 van € 861.114.

Op 21 augustus 2024 heeft [C] gesproken met onder andere [F] en [G] over het resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over 2022. Volgens de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] waren de cijfers van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over het boekjaar 2023 onverwacht slecht en lag de oorzaak daarvan in de jaarrekening 2022. Volgens de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] zijn er fouten gemaakt bij het opmaken van de (concept)jaarrekening 2022, op basis waarvan [B] ’s aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] zijn overgedragen aan [D] , en moet het onjuiste gedeelte van de jaarcijfers worden ‘rechtgezet’.

Bij brief van 4 september 2024 heeft [C] hierop gereageerd. Samengevat, heeft hij onder aanhaling van diverse omstandigheden, aangegeven geen reden te zien om terug te komen op de jaarrekening 2022. In dezelfde brief heeft [C] [gedaagde conventie, eiseres reconventie] verzocht om over te gaan tot betaling van het per 31 juli 2024 opeisbare bedrag van € 200.000,00.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] heeft het per 31 juli 2024 opeisbare bedrag van € 200.000,00 niet betaald. Daarom heeft [eiseres conventie, verweerster reconventie] ’s advocaat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] bij brief van 24 september 2024 gesommeerd om uiterlijk 3 oktober 2024 € 200.000,00 met rente aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] te betalen. Een kopie van deze brief is op gelijke datum aan [D] als garant verzonden.

Bij brief van 3 oktober 2023 heeft de advocaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] uiteengezet dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet gehouden is de twee resterende [naam leningen 1] terug te betalen vanwege bedrog/misleiding dan wel dwaling van de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] bij de ontvlechting en de daarmee samenhangende (betalings)afspraken ten aanzien van de [naam leningen 1] .

De advocaat van [eiseres conventie, verweerster reconventie] heeft dat standpunt bij brief van 23 oktober 2024 bestreden, waarbij hij namens [eiseres conventie, verweerster reconventie] nogmaals aanspraak heeft gemaakt op betaling van het per 31 juli 2024 opeisbare bedrag van € 200.000,00 en de eerdere sommatie heeft herhaald. Aan de sommatie heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] geen gevolg gegeven.

Op 22 november 2024 heeft [eiseres conventie, verweerster reconventie] derdenbeslag ten laste van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] gelegd onder de Coöperatieve Rabobank U.A. (het "beslag”).

3. Het geschil

De hoofdzaak in conventie

[eiseres conventie, verweerster reconventie] vordert - samengevat - betaling door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van € 400.000,00, plus rente en kosten.

[eiseres conventie, verweerster reconventie] legt hieraan het volgende ten grondslag. Op grond van de koopovereenkomst diende [gedaagde conventie, eiseres reconventie] uiterlijk op 31 juli 2024 en op 30 december 2024 telkens een bedrag van € 200.000 over te maken naar de bankrekening van [eiseres conventie, verweerster reconventie] . [gedaagde conventie, eiseres reconventie] is niet overgegaan tot de eerste betaling. Bij brief van 3 oktober 2024 is namens [gedaagde conventie, eiseres reconventie] aangegeven dat zij (ook) niet voornemens is om de tweede betaling van € 200.000,00 te voldoen. Door deze mededeling is duidelijk dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] met betrekking tot de laatste aflossing van € 200.000,- eveneens tekort zal schieten. Daardoor treedt het verzuim in. [eiseres conventie, verweerster reconventie] was genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar incassogemachtigde. Zij heeft hierdoor schade geleden en vordert aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 3.775,00, berekend conform het besluit BIK. Daarnaast maakt zij aanspraak op de proceskosten inclusief beslagkosten.

Voor zover [A] de formele schuldeiser van het aan hoofdsom openstaande bedrag van € 400,000 is, heeft de advocaat van [A] en [eiseres conventie, verweerster reconventie] tijdens de mondelinge behandeling verklaart dat [eiseres conventie, verweerster reconventie] de vordering van [A] met instemming van [A] op eigen naam incasseert. Dit is tijdens de mondelinge behandeling door [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] niet betwist en staat dus vast.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres conventie, verweerster reconventie] , met veroordeling van [eiseres conventie, verweerster reconventie] in de kosten van de procedure. Zij betoogt dat zij niet gehouden is tot terugbetaling van de [naam leningen 1] . Voor de onderbouwing van dat standpunt wordt verwezen naar hetgeen hieronder in r.o. 3.8 is vermeld.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

de hoofdzaak in reconventie

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] vordert, samengevat en na wijziging van eis, ten aanzien van [eiseres conventie, verweerster reconventie] :

1. vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling;

2. veroordeling van [eiseres conventie, verweerster reconventie] tot terugbetaling aan [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van € 815.000, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 135.000 vanaf 29 september 2023, over € 650.000 vanaf 5 oktober 2023 en over € 30.000 vanaf 15 december 2023.

3. wijziging van de overeenkomsten ten aanzien van de [naam leningen 1] en de afspraken over de terugbetaling daarvan in de koopovereenkomst, in die zin dat de [naam leningen 1] worden kwijtgescholden, althans zodanige wijziging dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] is ontheven van enige verplichting om de [naam leningen 1] terug te betalen;

4. voor recht te verklaren dat [eiseres conventie, verweerster reconventie] geen aanspraak kan maken op terugbetaling door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van enige lening;

5. de ten laste van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] door [eiseres conventie, verweerster reconventie] gelegde beslagen op te heffen, althans [eiseres conventie, verweerster reconventie] op straffe van een dwangsom te veroordelen die beslagen op te heffen;

6. [eiseres conventie, verweerster reconventie] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

vorderingen ex artikel 118 Rv in de hoofdzaak in reconventie

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] heeft [A] , [B] en [C] bij exploot van 18 maart 2025 in het geding in reconventie opgeroepen ex artikel 118 Rv Onder verwijzing naar dezelfde grondslag als die welke aan de basis ligt van de hiervoor in r.o. 3.5 vermelde reconventionele vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] , vordert [gedaagde conventie, eiseres reconventie] jegens [A] , [B] en [C] :

1. vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling;

2. veroordeling van [A] tot betaling van € 111.370,91;

3. veroordeling van [A] tot betaling van de wettelijke rente over een bedrag van € 100.000 vanaf 15 december 2023 en over 17 maal € 537,33 vanaf de successievelijke betaaldata;

4. wijziging van de overeenkomsten ten aanzien van de [naam leningen 1] en de afspraken over de terugbetaling daarvan in de koopovereenkomst, in die zin dat de [naam leningen 1] worden kwijtgescholden, althans zodanige wijziging dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] is ontheven van enige verplichting om de [naam leningen 1] terug te betalen;

5. voor recht te verklaren dat [A] , [B] en [C] geen aanspraak kunnen maken op terugbetaling door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van enige lening;

6. [A] , [B] en [C] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

De vorderingen zijn deels identiek aan en deels sterk gelijkend op hetgeen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] blijkens r.o. 3.5 van [eiseres conventie, verweerster reconventie] heeft gevorderd;

in de interventie in conventie

[D] vordert blijkens haar conclusie van eis als interveniënte jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] :

1. vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling;

2. wijziging van de afspraken over de terugbetaling van de [naam leningen 1] in de koopovereenkomst, in die zin dat de [naam leningen 1] worden kwijtgescholden, althans zodanige wijziging dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] zijn ontheven van enige verplichting om de [naam leningen 1] terug te betalen;

3. voor recht te verklaren dat [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] geen aanspraak kunnen maken op terugbetaling door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] of [D] van enige lening;

4. [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] te veroordelen in de kosten van deze procedure;

5. voorwaardelijk, onder de voorwaarde dat de hierboven in r.o. 3.5 onder 2 vermelde vordering jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie] en de in r.o. 3.6 sub 2 vermelde vordering jegens [A] (gedeeltelijk) wordt afgewezen, hoofdelijke veroordeling van [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] tot betaling van € 915.000,00 aan [D] , met wettelijke rente.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] leggen hetzelfde ten grondslag aan (i) [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ’s verweer in de hoofdzaak in conventie alsmede aan (ii) [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ’s vorderingen in de hoofdzaak in reconventie respectievelijk (iii) [D] ’s vorderingen in de interventie in conventie en (iv) [D] ’s verweer in de interventie in reconventie. De processuele stellingname van [D] is dus identiek aan die van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] betogen als volgt.

Bij de totstandkoming van de ontvlechting van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in 2023 en de daarmee samenhangende afspraken over de betaling van de [naam leningen 1] in de koopovereenkomst is sprake geweest bedrog door [C] c.q. de aan zijn zijde verbonden (rechts)personen.Het gestelde bedrog is gelegen in onjuiste door dan wel namens [C] verstrekte informatie over de financiële positie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] Deze onjuiste informatie had betrekking op:

de onderhandenwerkpositie van het [projectnaam 2] ; en

de hardheid van een vordering op [T] inzake project [T] .

Deze onjuiste informatie heeft geleid tot de (concept)jaarrekening 2022, die de basis was voor de overdracht van de aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] door [A] aan [D] en de vervroegde terugbetalingsregeling. Pas bij het opstellen van de conceptjaarrekening van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over het boekjaar 2023 bleek dat het resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] over 2022 € 445.485,00 lager had moeten zijn dan “ [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ” door “ [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] ” was voorgespiegeld. Indien de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] c.q. [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] in september 2023 op de hoogte waren geweest van de juiste stand van zaken, dan hadden deze partijen de koopovereenkomst niet gesloten, althans niet op de uiteindelijke voorwaarden, waaronder de vervroegde terugbetalingsregeling.

Als onderdeel van hun primaire standpunt betogen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] voorts dat terugbetaling van de [naam leningen 1] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is op grond van artikel 6:248 BW lid 2, omdat [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] dan beloond zou worden voor het gepleegde bedrog. Zij voeren aan dat de werkelijke financiële positie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] terugbetaling van de aandeelhoudersleningen niet toestond. Als beide aandeelhouders hun aandeelhoudersleningen zouden hebben opgeëist, zou dat volgens [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] onvermijdelijk tot het faillissement van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] hebben geleid. In dat geval zou [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] nooit de [naam leningen 1] hebben teruggekregen, althans zeker niet volledig. Door informatie achter te houden heeft [C] (lees: [eiseres conventie, verweerster reconventie] ) zich ten onrechte bevoordeeld boven [D] .

Als de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] had geweten van de werkelijke situatie, zou een uitkoop van [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] voor [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] alleen bespreekbaar zijn geweest als [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [A] de [naam leningen 1] zouden kwijtschelden voorafgaand aan de aandelenoverdracht, ofwel zouden omzetten in agio, ofwel anderszins zouden laten vervallen. Dit rechtvaardigt volgens [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] de gevorderde kwijtschelding van de [naam leningen 1] .

Op basis van hetzelfde feitencomplex stellen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] zich subsidiair op het standpunt dat zij hebben gedwaald bij de ontvlechting van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en de daarmee samenhangende afspraken over de betaling van de [naam leningen 1] in de koopovereenkomst. Dit is veroorzaakt door de genoemde onjuiste inlichtingen van of namens [C] . Indien ook [C] uitging van een licht positief resultaat over 2022, is sprake van wederzijdse dwaling. Kennelijk hebben beide partijen dan over het uiteindelijke resultaat gedwaald, nu het resultaat achteraf aanzienlijk slechter bleek te zijn (€ 445.485,00 negatief). Het was voor [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] kenbaar dat het resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] voor [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] van belang was en dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zouden hebben gesloten, althans niet op de uiteindelijke voorwaarden, waaronder de vervroegde terugbetalingsregeling.

Ook betogen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] dat de overeenkomsten ten aanzien van de [naam leningen 1] en de afspraken over de (terugbetaling van de) [naam leningen 1] in de koopovereenkomst, inclusief de vervroegde terugbetalingsregeling, dienen te worden gewijzigd op grond van onvoorziene omstandigheden ex art. 6:258 lid 1 BW. Het lagere resultaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] is een onvoorziene omstandigheid. Het verkrijgen van aandelen in een verlieslatende onderneming door [D] staat in geen verhouding tot het (terug)betaald krijgen van een koopsom van € 5.000 en Aandeelhoudersleningen van in totaal € 1.315.000 door [eiseres conventie, verweerster reconventie] / [A] . [eiseres conventie, verweerster reconventie] kan daarom geen ongewijzigde instandhouding van de afspraken ten aanzien van de (terugbetaling van) de [naam leningen 1] verlangen, althans een beroep op terugbetaling daarvan is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Als interveniënte voert [D] als enig zelfstandig standpunt nog aan dat [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] (ook) jegens haar een onrechtmatige daad hebben gepleegd. [D] mocht (gerechtvaardigd) van [C] in zijn verschillende hoedanigheden verwachten dat hij de juiste informatie zou verstrekken en geen relevante informatie zou verzwijgen. Het gaat hierbij om zorgvuldigheid die [C] jegens [D] als koper van de aandelen en als joint venture-partner in acht had moeten nemen.

[D] ’s schade is er in gelegen dat [D] aandelen in een vennootschap met flinke terugbetalingsverplichtingen aangaande de [naam leningen 1] heeft gekocht, en daarmee aandelen in een vennootschap met een lagere waarde. Dat zou zij niet, althans niet onder die voorwaarden, hebben gedaan zonder het onrechtmatig handelen.

Op dit punt betoogt [D] subsidiair dat de door [B] aan [D] geleverde aandelen in [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet beantwoorden aan de koopovereenkomst en overige afspraken in het kader van de ontvlechting, waardoor sprake is van non-conformiteit. [B] is daarom gehouden de schade die [D] hierdoor heeft geleden, te vergoeden. Die schade is in elk geval € 445.485. [D] hoefde dat verlies in [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet te verwachten op grond van de koopovereenkomst en de afspraken in het kader van de ontvlechting.

[eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] voeren in de hoofdzaak in reconventie verweer tegen de vorderingen van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en in de interventie tegen [D] ’s vorderingen. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] in de kosten van deze procedure. Kort samengevat, betwisten [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] dat onjuiste informatie is verstrekt, dat sprake is van bedrog, dwaling en onvoorziene omstandigheden. De gemaakte afspraken zijn niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Er is geen sprake van een onrechtmatige daad. Het is niet gebleken dat het resultaat over 2022 veel negatiever was dan [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] hadden mogen verwachten. Dit blijkt niet uit de overgelegde, op dit punt niet verder toegelichte, conceptjaarstukken over 2023.

Zij lichten hun betwisting c.q. verweer verder als volgt toe:

De bepaling van de onderhandenwerkposities en de totstandkoming van de jaarrekening 2022 vonden onder verantwoordelijkheid van de accountant plaats in november en december 2023, nà het sluiten van de koopovereenkomst van 26 september 2023, en kunnen daarop dus geen invloed hebben gehad;

De familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] en [D] waren voor 26 september 2023 van de financiële positie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] op de hoogte. Zij hadden volledige toegang tot de gehele financiële administratie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en hadden bovendien nog een aankooponderzoek laten doen door hun externe expert, [P] , en door [G] , [D] ’s financieel directeur.

[C] is gedurende de samenwerking steeds transparant geweest over financiële en operationele uitdagingen, waarbij probleemprojecten zoals [projectnaam 2] en ' [T] herhaaldelijk zijn besproken. Deze waren bij de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] en dus bij [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] bekend;

Beide partijen waren het op 12 december 2023 eens over de jaarrekening over het boekjaar 2022. Van een verkeerde voorstelling van zaken kan dan geen sprake zijn.

in de interventie in reconventie

[eiseres conventie, verweerster reconventie] vordert, samengevat:

1. te verklaren voor recht dat [D] jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie] gehouden is om de betalingsverplichting van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ad € 400.000,00 na te komen, indien [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet binnen 14 dagen na het eindvonnis tot algehele betaling aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] is overgegaan;

II. Veroordeling van [D] , voorwaardelijk - indien [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet tot algehele betaling van het door haar verschuldigde binnen 14 dagen na het eindvonnis is overgegaan - tot betaling aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] van € 400.000,00, vermeerderd met rente en kosten.

Aan deze vordering wordt ten grondslag gelegd dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] op grond van de koopovereenkomst gehouden is € 400.000 aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] te betalen. Dat heeft zij niet gedaan. Op grond van de koopovereenkomst staat [D] garant voor die betaling.

[D] voert hiertegen verweer en voert het volgende aan. Zij heeft vernietiging gevorderd van de vervroegde terugbetalingsregeling, inclusief de opgenomen vermeende garantstelling, alsmede wijziging van de afspraken over de (terugbetaling van de) [naam leningen 1] in de koopovereenkomst. Om die redenen dienen [eiseres conventie, verweerster reconventie] ’s reconventionele vorderingen in de interventie te worden afgewezen. Verder ziet de vermeende garantstelling in ieder geval niet op de door [eiseres conventie, verweerster reconventie] bij dagvaarding van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] gevorderde rente en kosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Te beoordelen thema’s in deze zaak zijn:

A. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter en het nationaal recht aan de hand waarvan de zaak moet worden beoordeeld;

B. De ontvankelijkheid van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] in de diverse door hen ingestelde vorderingen;

C. Is sprake geweest van de door [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] gestelde feiten en omstandigheden, zodanig dat de vorderingen van [eiseres conventie, verweerster reconventie] geheel of gedeeltelijk afgewezen moeten worden en een of meerdere van de vorderingen van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] geheel of gedeeltelijk toegewezen moeten worden.

Thema A. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter en het nationaal recht aan de hand waarvan de interventie van [D] moet worden beoordeeld;

[D] is gevestigd te [land] , terwijl de overige partijen in Nederland gevestigd zijn of wonen. De zaak heeft om die reden een internationaal aspect.

Hoewel partijen van mening verschillen over de feiten en de kwalificatie daarvan, is niet in debat dat [D] is geïntervenieerd in een hoofdzaak waarin wordt geprocedeerd tussen in Nederland gevestigde of wonende Nederlandse partijen, waarin de Nederlandse rechter bevoegd is en op welke procedure Nederlands recht van toepassing is.

Verder is voor wat betreft het op de interventie toepasselijk recht van belang dat:

- de koopovereenkomst aan het slot bepaalt dat op deze overeenkomst steeds het Nederlands recht van toepassing is;

- [D] haar vorderingen volledig heeft onderbouwd met verwijzingen naar het Nederlands Burgerlijk Wetboek en Nederlandse rechtspraak; en

- [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] hebben hierop gerespondeerd zonder over het toepasselijk recht opmerkingen te maken.

De rechtbank ziet in deze laatste twee omstandigheden ook een (impliciete) keuze van partijen voor Nederlands recht, zodat de rechtbank in de interventie zal oordelen naar Nederlands recht.

Thema B. De ontvankelijkheid van [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ten aanzien van de diverse ingestelde vorderingen;

Uit de weergave van het procedureverloop in r.o. 1.1 en de opsomming van de diverse door de verschillende partijen over en weer ingestelde vorderingen blijkt al dat dit geding vanuit procesrechtelijk perspectief beschouwd geen doorsnee procedure is. Het samenstel van onderstaande omstandigheden en processuele verwikkelingen doet procesrechtelijke vragen rijzen:

Bij de koopovereenkomst zijn andere partijen betrokken die niet in het geding betrokken zijn;

De gedwongen tussenkomst ex art. 118 Rv van [A] , [B] en [C] in de hoofdzaak in reconventie heeft plaatsgevonden op eigen initiatief van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] , zonder voorafgaande rechterlijke toetsing of het mogelijk, noodzakelijk of gerechtvaardigd was deze derden in het geding te betrekken;

De daarop volgende interventie van [D] , waarvan niet is vermeld of die de hoofdzaak in conventie betreft, de hoofdzaak in reconventie of beide;

De processuele stellingname van [D] en de invloed daarvan op de duiding van de aard van haar interventie;

De hiervoor genoemde omstandigheden en processuele verwikkelingen en de vragen die in dat verband rijzen, raken het aspect van de ontvankelijkheid van partijen, die de rechter ambtshalve dient te onderzoeken voor zover de goede procesorde in het geding is. En dat is bij alle vermelde processuele verwikkelingen het geval.

Hoewel in het Nederlands burgerlijk procesrecht de laatste decennia een tendens tot deformalisering waar valt te nemen, dient te worden gewaakt voor een al te vrije interpretatie van wettelijke bepalingen en procedurevoorschriften. De goede procesorde beoogt diverse kernwaarden te beschermen, zoals equality of arms, hoor en wederhoor, een behoorlijke procesvoering en een voortvarende procedure, en is op die punten van openbare orde. De vragen of en waarom een partij een eis kan instellen behoren daartoe. Daarbij wordt heden ten dage van de rechter ook steeds meer een regierol verwacht, zeker voor wat het procedureverloop. Art 19 lid 2 Rv bepaalt op dat punt dat de rechter ambtshalve of op verlangen van een van de partijen alle beslissingen neemt die nodig zijn voor een goed verloop van de procedure. Verder bepaalt art. 24 lid 2 Rv “De rechter kan binnen de grenzen van de rechtsstrijd ambtshalve met partijen de grondslag van hun vordering, verzoek of verweer bespreken.”

Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank voorafgaand aan de mondelinge behandeling in een regiebrief, na een gespecificeerde weergave van het procedureverloop, aan de advocaten van partijen enkele vraagpunten hierover voorgelegd, die tijdens de mondelinge behandeling aan de orde zouden komen. De advocaten zouden zich aldus op de dialoog hierover kunnen voorbereiden. Tijdens de mondelinge behandeling is ook zeer uitvoerig over de diverse vraagpunten gesproken.

Op basis van de stukken in het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen, oordeelt de rechtbank in dit vonnis alleen over diverse procesrechtelijke aspecten. De rechtbank komt nog niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van hetgeen partijen verdeeld houdt.

In het verlengde van de regiebrief en de dialoog tijdens de mondelinge behandeling, oordeelt de rechtbank hieronder over:

De in het geding betrokken partijen;

De gedwongen tussenkomst ex art. 118 Rv van [A] , [B] en [C] in de hoofdzaak in reconventie en de tegen hen ingestelde vorderingen;

De aard en reikwijdte van de interventie van [D] .

Ad 1 De in het geding betrokken partijen

Artikel 3:51 lid 2 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling moet worden ingesteld tegen hen die partij bij de rechtshandeling zijn.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] vordert in de hoofdzaak in reconventie vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling in de koopovereenkomst, wat moet worden aangemerkt als een rechtsvordering tot gedeeltelijke vernietiging van een rechtshandeling.

De rechter die naar aanleiding van een daarop gericht verweer dan wel ambtshalve vaststelt dat niet alle partijen bij de te vernietigen rechtshandeling in het geding zijn betrokken, dient gelegenheid te geven om de niet opgeroepen partij alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv binnen een daartoe door de rechter te stellen termijn.

Bij de koopovereenkomst zijn partijen betrokken die geen partij zijn in dit geding, Het gaat dan om:

• De heer [F] en mevrouw [Q] ;

• [H] ;

• [I] ;

Namens [gedaagde conventie, eiseres reconventie] is tijdens de mondelinge behandeling betoogd dat zij weliswaar als partij vermeld zijn op het eerste blad van de koopovereenkomst, maar dat dat niet betekent dat zij partij zijn bij de koopovereenkomst, nu die geen rechten of verplichtingen voor hen in het leven roept.

De rechtbank deelt dat standpunt niet. Partij bij een rechtshandeling is in beginsel degene die de rechtshandeling (mede) heeft verricht, hetgeen bij een schriftelijke overeenkomst veelal blijkt uit de vermelding onder de bij die overeenkomst betrokken partijen en ondertekening.De vier genoemde personen staan vermeld onder “De ondergetekenden” op pagina 1 van de koopovereenkomst, hebben alle bladzijden geparafeerd en de laatste pagina ondertekend. Daarmee hebben zij als partij bij de koopovereenkomst te gelden.

Gelet op de duidelijke tekst van het dwingendrechtelijke artikel 3:51 lid 2 BW, in aanmerking nemende het belang van rechtszekerheid en ter voorkoming van nog meer procesrechtelijke verwikkelingen in het verdere verloop van deze procedure, zullen deze personen dan ook opgeroepen dienen te worden.

Oproeping van deze personen kan op korte termijn plaatsvinden en hun verschijnen in het geding behoeft geen grote vertraging met zich te brengen, aangezien zij zich ongetwijfeld aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] zullen scharen en al hetgeen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] heeft aangevoerd tot het hunne zullen maken.

[Eventueel een soortgelijke overweging t.a.v. [D] indien tussenkomst verder toegestaan, wat vooralsnog niet het geval is.]

De rechtbank zal [gedaagde conventie, eiseres reconventie] op grond van het bepaalde in art. 3:51 lid 2 BW jo. art.118 Rv dan ook in de gelegenheid te stellen om naast de thans verschenen partijen ook de in r.o. 4.8 genoemde personen als partij in dit geding op te roepen.

Ad 2. De gedwongen tussenkomst ex art. 118 Rv van [A] , [B] en [C] in de hoofdzaak in reconventie en de tegen hen ingestelde vorderingen.

Bij de beoordeling van de oproeping ex artikel 118 Rv geldt het volgende kader. Uitgangspunt van het burgerlijk procesrecht is dat een gerechtelijke procedure alleen geldt tussen de partijen en dat de uitspraak alleen partijen bindt (artikel 236 Rv). In gevallen waarin na het instellen van de eis blijkt dat het noodzakelijk of wenselijk is dat de uitspraak ook tegen derden kan worden ingeroepen en jegens hen gezag van gewijsde heeft, kan de eiser na het instellen van de eis alsnog in de gelegenheid worden gesteld om eventueel derden op te roepen. Van deze mogelijkheid dient om meerdere redenen terughoudend gebruik gemaakt te worden, al gaat deze terughoudendheid niet zo ver dat art. 118 Rv alleen kan worden toegepast als de oproeping van derden strikt noodzakelijk is.

Redenen voor de oproeping ex art. 118 kunnen zijn: (i) een wettelijke grond, (ii) oproeping als herstelmogelijkheid en (iii) rechten van derden worden geraakt, waarbij het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen gelijk is.

De oproeping van de derde kan ten doel hebben dat bij het eindvonnis de vordering van de eiser (mede of alleen) tegen deze derde wordt toegewezen maar ook het beperktere doel dat beslissingen in het vonnis mede jegens deze derde gezag van gewijsde krijgen.Als alleen is beoogd dat de uitspraak ook werking tegen een derde heeft, is het niet altijd nodig dat ook een vordering jegens de derde wordt geformuleerd. Dat is afhankelijk van de rechtsverhouding die aanleiding geeft tot de oproeping van de derde.

Eventueel zou volledigheidshalve een vordering tot gehengen en gedogen tegen de derde kunnen worden ingesteld.

In de literatuur wordt ervan uitgegaan dat, en gebruikelijk is ook dat, aan de oproeping ex art. 118 Rv enige rechterlijke tussenkomst voorafgaat, maar noodzakelijk is dat niet. De partij die derden zonder rechterlijke tussenkomst oproept, loopt dan echter wel het risico dat de rechter, ambtshalve of naar aanleiding van verweer van de verschenen derde, oordeelt dat de oproeping ontoelaatbaar is.

In haar conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 12 februari 2025 heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] de hierboven in r.o. 3.5 vermelde reconventionele vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] ingesteld. Naar aanleiding van [eiseres conventie, verweerster reconventie] ’s verweer in reconventie heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in haar akte van 12 maart 2025 in kantnummer 3 aangekondigd [A] , [B] en [C] op de voet van artikel 118 op te roepen tegen de rolzitting van 26 maart 2025. In het oproepingsexploot van 18 maart 2025 heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] vervolgens, blijkens kantnummer 3 van het exploot als eisende partij in reconventie, [A] , [B] en [C] opgeroepen en als zelfstandige vorderingen de hierboven in r.o. 3.6 vermelde vorderingen tegen [A] , [B] en [C] ingesteld.

Hiervan is alleen de vordering tot vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling in de koopovereenkomst (de vordering sub 1) identiek aan de reconventionele vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

In die vordering sub 1 is [gedaagde conventie, eiseres reconventie] gelet op art. 3:51 lid 2 BW ontvankelijk jegens [B] en [C] , aangezien zij ook partij bij de koopovereenkomst zijn.

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] ’s overige vijf vorderingen in het petitum van het oproepingsexploot, de vorderingen sub 2 tot en met 6, zijn nieuwe, zelfstandige vorderingen, gericht tegen [A] , [B] en [C] , maar niet tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] . Daarvan betreft vordering sub 6 een vordering tot veroordeling in de proceskosten, welke kan worden aangemerkt als inherent aan deelname aan het geding en toelaatbaar.

Met de vorderingen sub 2 tot en met 5 in het petitum van het oproepingsexploot heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] echter de grenzen van het toepassingsbereik van art. 118 Rv overschreden. Zij heeft niet alleen [A] , [B] en [C] als derden in het geding betrokken om het vonnis ten aanzien van de gevorderde gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst (waarop vordering sub 1 ziet) gezag van gewijsde te laten hebben, maar heeft nieuwe vorderingen tegen hen ingesteld, die tot het moment van de oproeping geen onderdeel waren van het geding/de rechtsstrijd tussen [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

Voor zover [gedaagde conventie, eiseres reconventie] heeft beoogd de werkingssfeer van haar reeds tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] ingestelde reconventionele vorderingen uit te breiden jegens [A] , [B] en [C] , dan wel in de reconventie nieuwe vorderingen tegen [A] , [B] en [C] heeft willen instellen, heeft zij miskend dat zij alleen een reconventionele vordering kan instellen tegen de eisende partij (in conventie).

Een reconventionele vordering kan ook worden ingesteld tegen een tussengekomen derde, mits die derde eerst in conventie een vordering tegen de gedaagde heeft ingesteld en ten opzichte van de gedaagde dus ook als eiser kan worden aangemerkt.

Een eis in reconventie tegen een derde die zich aan de zijde van eiser in conventie heeft gevoegd, is niet mogelijk.

Evenzo is een reconventionele vordering tegen een derde die door de eiser in reconventie ex artikel 118 Rv is opgeroepen niet mogelijk.

Het voorgaande vindt ook bevestiging in art. 237 Rv, dat voorschrijft dat de eis in reconventie dadelijk bij het antwoord moet worden ingesteld.

Weliswaar heeft de Hoge Raad in een uitspraak van 20 maart 2020 gewezen op de mogelijkheid dat gedaagde de rechter verzoekt derden op de voet van art. 118 Rv op te roepen om vervolgens een eis in reconventie tegen hen te kunnen instellen, maar de onderhavige casus is om meerdere redenen daarmee niet vergelijkbaar.

Allereerst gaat die uitspraak ervan uit dat de betreffende partij de rechter verzoekt om derden op de voet van art.118 op te roepen en in het geding te betrekken. Zie in dat verband ook de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2024, waarin de gedaagde in conventie met dit doel speciaal een incident heeft geopend.

De tweede en voornaamste reden waarom dit geding niet met deze twee andere zaken vergelijkbaar is, is gelegen in de omstandigheid dat in die twee zaken de eisende partij in conventie een vennootschap onder firma was en dat de gedaagde in conventie als eiser in reconventie niet alleen vorderingen wilde instellen tegen de vennootschap onder firma maar ook tegen de hoofdelijk aansprakelijke vennoten van die vennootschap onder firma. In een dergelijke constellatie bestaat wellicht reden om toe te staan dat de hoofdelijk aansprakelijke vennoten van het contractuele samenwerkingsverband worden opgeroepen en dat tegen hen een eis in reconventie wordt ingesteld.

In dit geding gaat het echter om andere (rechts)personen, die op geen enkele wijze aansprakelijk zijn voor de verplichtingen van [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

Het betreft hier elementaire regels van burgerlijk procesrecht die de rechtbank ambtshalve dient toe te passen. Dit leidt ertoe dat de rechtbank [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen jegens [B] en [C] vermeld in het petitum van het oproepingsexploot onder 2 tot en met 5.

Dat deze vorderingen grote parallellen vertonen met [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ’s reconventionele vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] en gebaseerd zijn op hetzelfde feitencomplex brengt hierin geen verandering en ook de door de advocaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] bepleite proceseconomie kan er niet toe leiden dat elementaire regels van burgerlijk procesrecht opzij gezet worden.

Hoewel [A] geen partij is bij de koopovereenkomst, is de rechtbank van oordeel dat in de omstandigheden van dit geval [gedaagde conventie, eiseres reconventie] wel ontvankelijk is haar vorderingen jegens [A] .

Reden hiervoor is dat [A] de formele schuldeiser is van het aan hoofdsom nog openstaande bedrag van € 400,000, welke vordering [eiseres conventie, verweerster reconventie] met instemming van [A] op eigen naam incasseert. Vanuit dat perspectief zou het rechtens onaanvaardbaar zijn dat de positie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ten opzichte van de incasserende partij formeel of materieel anders zou zijn dan haar positie ten opzichte van de formele schuldeiser. Indien [A] haar vordering op eigen naam zou hebben geïncasseerd als eiser in conventie, dan zou [gedaagde conventie, eiseres reconventie] deze vorderingen als eiser in reconventie ook tegen [A] hebben kunnen instellen. In die zin kan [A] zich niet achter de incasso door [eiseres conventie, verweerster reconventie] verschuilen.

Ad 3. De aard/reikwijdte van de interventie van [D]

Bij de beoordeling van dit thema vallen drie deelvragen te onderscheiden, die deels in elkaars verlengde liggen. Deze deelvragen zijn:

Geldt [D] ’s interventie in de hoofdzaak in de conventie, in de reconventie of in beide?

Is zij gelet op haar materiële stellingname een tussenkomende partij of een zich voegende partij?

Welke consequenties vloeien hieruit voort?

Bij de beoordeling van de interventie van [D] geldt het volgende kader.Uit art. 217 Rv volgt dat de partij die in een aanhangig geding wil tussenkomen, bij haar tussenkomst belang moet hebben. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak heeft, benadeling of verlies van een recht dreigt dan wel de positie van de tussenkomende partij anderszins kan worden benadeeld. Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan. Een partij die verlangt te worden toegelaten tot tussenkomst, moet daarbij kenbaar maken wat zij wenst te vorderen en van wie, nu een oordeel over de gerechtvaardigdheid van de verlangde tussenkomst immers alleen mogelijk is indien duidelijk is wat de interveniënt wenst te bewerkstelligen.

Op de voet van art. 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Indien aan deze eis is voldaan en de incidentele vordering tot voeging volgens art. 218 Rv tijdig is ingesteld, is die vordering in beginsel toewijsbaar. Aan de toewijsbaarheid kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan.

Niet de kwalificatie die de interveniërende partij zelf aan haar processuele hoedanigheid heeft gegeven, maar de beoordeling van haar processuele positie door de rechter aan de hand van haar opstelling in het geding is beslissend is voor haar processuele hoedanigheid als voegende of tussenkomende partij. Denkbaar is dus dat een partij die met succes heeft gevorderd zich aan de zijde van een partij te mogen voegen, in werkelijkheid blijkt te moeten worden aangemerkt als een tussenkomende partij en omgekeerd.

Ad a. Geldt [D] ’s interventie in de hoofdzaak in de conventie, in de reconventie of in beide?

[D] heeft haar incidentele vordering tot tussenkomst onderbouwd met de volgende stellingen c.q. aankondigingen:

[D] staat garant voor de terugbetaling door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van de [naam leningen 1] ;

[D] wenst evenals [gedaagde conventie, eiseres reconventie] vorderingen tot vernietiging en wijziging in te stellen jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie] ; en

[D] wil (subsidiair) eveneens vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] instellen op grond van non-conformiteit van geleverde aandelen en tot vergoeding van de door haar ter zake geleden schade.

[eiseres conventie, verweerster reconventie] heeft in haar conclusie van antwoord in het incident alleen betwist dat [D] belang bij de interventie had.

Onder verwijzing naar de garantstelling heeft de rechtbank in het tussenvonnis geoordeeld dat [D] voldoende belang heeft bij de primair gevorderde tussenkomst. Op grond van de koopovereenkomst kan zij immers worden aangesproken tot betaling van € 400.000,-, “zodat zij belang heeft / kan hebben bij vernietiging / wijziging van de overeenkomst en in het bijzonder ook van de garantstelling.” Aldus heeft de rechtbank het primair gevorderde, tussenkomst, toegestaan.

In haar incidentele conclusie heeft [D] alleen primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] [D] heeft niet aangegeven of de interventie betrekking zou moeten hebben op de procedure in conventie dan wel de procedure in reconventie dan wel op beide. De procedure in reconventie is een zelfstandige procedure naast de procedure in conventie. Omdat [eiseres conventie, verweerster reconventie] in haar conclusie van antwoord deze vraag niet, althans niet duidelijk, heeft opgeworpen, is dit aspect in het tussenvonnis ook niet aan de orde gekomen.

In veel gevallen zal het antwoord op deze vraag waarschijnlijk niet relevant zijn, maar in deze zaak is dat antwoord wel relevant nu in de hoofdzaak in reconventie meer en andere partijen optreden dan in de conventie. [A] , [B] en [C] zijn immers geen partijen in de conventie, maar wel in de reconventie, samen met [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

Uit het feit dat [D] in haar conclusie van eis in interventie haar vorderingen niet alleen heeft ingesteld tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] maar ook tegen [A] , [B] en [C] , die geen partij zijn in de procedure in conventie en waarvan [A] ook geen partij is bij de koopovereenkomst, moet worden afgeleid dat [D] zelf beoogd heeft in ieder geval in de reconventie tussen te komen.

Echter, uitgaande van de voorwaarde dat de interveniënt belang moet hebben bij de interventie (namelijk het voorkomen van benadeling in zijn rechten of rechtspositie) moet worden geconcludeerd dat dat belang voor [D] in de reconventie ontbreekt. In reconventie heeft [gedaagde conventie, eiseres reconventie] immers niets gevorderd dat bij toewijzing zou kunnen leiden tot benadeling van [D] in haar rechten of rechtspositie. Bij gebrek aan belang aan tussenkomst in de reconventie, moet de consequentie dan zijn dat in de reconventie de tussenkomst:

Niet mogelijk is (waardoor de toegestane tussenkomst alleen geacht kan worden betrekking te hebben op de conventie, ter afweer van [eiseres conventie, verweerster reconventie] ’s vorderingen);

In strijd is met de goede procesorde en buiten beschouwing gelaten moet worden; of

Slechts kan worden aangemerkt als voeging.

In alle gevallen leidt dat er echter toe dat [D] niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] .

De rechtbank zal [D] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] , [A] , [B] en [C] , voor zover de tussenkomst betrekking zou hebben op de hoofdzaak in reconventie.

Ad b Wat is de processuele/materiële stellingname van [D] en is sprake van voeging of tussenkomst?

Voor zover de interventie betrekking zou hebben op de hoofdzaak in conventie, oordeelt de rechtbank dat [D] moet worden aangemerkt als zich voegend aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] De rechtbank legt hierna uit waarop dat oordeel is gebaseerd.

De mede namens [D] genomen processtukken bestaan uit:

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] , tevens zijnde een incidentele vordering tot tussenkomst dan wel voeging van [D] ;

- de akte (…) wijziging van eis in reconventie en aankondiging oproeping ex artikel 118 Rv van partijen [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ;

- de conclusie van eis in de interventie van [D] tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] ;

- de conclusie van antwoord in reconventie in de interventie;

De conclusie van eis in de interventie is volgens het voorblad alleen gericht tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] . Zij worden daar alle aangeduid als “gedaagde in reconventie en in tussenkomst”, terwijl de op dat voorblad net boven [D] vermelde [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet als “gedaagde in tussenkomst” wordt aangeduid, maar alleen als “gedaagde in conventie, eiser in reconventie.”

Los van dit relatief oppervlakkige aspect, blijkt aan het slot van deze conclusie van eis dat de geformuleerde vorderingen zich ook enkel richten jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] .

Bovendien is al vanaf het eerste door [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] samen genomen processtuk sprake van een gezamenlijk standpunt.

Dat sprake is van een gezamenlijk standpunt komt, afgezien van de in hun processtukken overvloedig gebruikte verzamelaanduiding “ [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ” voor [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] samen, ook inhoudelijk tot uitdrukking in de conclusie van eis in de interventie.

Daarin:

wordt in kantnummer 3 vermeld dat [D] zich aansluit bij hetgeen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in de namens haar genomen processtukken heeft gesteld, wat in de betreffende conclusie van eis als herhaald en ingelast moet worden beschouwd; en

worden vorderingen geformuleerd die zeer grote parallellen vertonen met de vorderingen van [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

Er is nergens sprake van enig eigen standpunt van [D] , dat leidt tot botsing of minst genomen frictie tussen de stellingen en standpunten van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en de stellingen en standpunten van [D] .

Ook tijdens de mondelinge behandeling is niet gebleken van enige afwijking in het standpunt van [D] ten opzichte van dat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] Hun advocaat heeft één gecombineerd standpunt vertolkt. Op geen enkel moment was een verschil waar te nemen in zijn rol als advocaat van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en zijn rol als advocaat van [D] .

[gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] hebben parallelle belangen. Dat volgt ook al uit het kernpunt in het tussenvonnis: de garantstelling van [D] voor de schuld van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] van € 400.000. Het belang van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [D] is hetzelfde: dat zij niet hoeven te betalen aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] . Die belangen lopen niet alleen parallel, maar in feite is het belang van [D] puur afgeleid van het belang van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] : als [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet hoeft te betalen, dan hoeft [D] als garant ook niet te betalen. Afgezien van die garantie heeft [D] immers geen eigen, zelfstandige verplichting jegens [eiseres conventie, verweerster reconventie] .

Het belang van [D] wordt er dus mee gediend dat wordt geoordeeld dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet hoeft te betalen.

Maar daarvoor is tussenkomst niet nodig en is voeging de aangewezen processuele route.

[D] ’s belang wordt niet geschaad, indien de rechtbank zou oordelen dat sprake is van voeging en tevens oordeelt dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] geen € 400.000 aan [eiseres conventie, verweerster reconventie] hoeft te betalen.Dat toont aan dat voeging voor [D] hetzelfde effect heeft als tussenkomst. Tussenkomst heeft geen meerwaarde en behoort dan ook niet te worden toegepast.

[D] ’s belang ligt ook alleen in het voorkomen van toekomstige uitwinning van de garantiestelling. Zij heeft tot op heden zelf immers als garant nog niets betaald en kan dus geen vordering instellen tot terugbetaling van enig door haar betaald bedrag. Ook in dat opzicht heeft [D] geen eigen belang.

Het voorgaande wordt niet anders door:

a. De in het petitum van [D] ’s conclusie van eis sub 5 voorwaardelijk ingestelde vordering tot hoofdelijke veroordeling van [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] tot betaling van € 915.000;

Anders dan zijdens [D] tijdens de mondelinge behandeling is betoogd, is het instrument van tussenkomst in een geding tussen andere partijen niet bedoeld om vorderingen in te stellen die qua feitelijke grondslag wellicht verwant zijn aan het geschil tussen de oorspronkelijke partijen maar die de begrenzing van het lopende geding/de rechtsstrijd te buiten gaan. [D] intervenieert in het geding tussen andere partijen en kan als ‘tussenkomende’ partij niet zelf de grenzen van de rechtsstrijd oprekken en aldus een forum creëren voor de vorderingen die zij wenst in te stellen tegen een van de partijen in het al lopende geding, maar die niet of onvoldoende verband houden met het belang dat de interventie moet dienen.

Het geding tussen [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [gedaagde conventie, eiseres reconventie] heeft als onderwerp de terugbetaling van leningen. De voorwaardelijk ingestelde vordering van [D] houdt geen enkel verband met [D] ’s garantstelling voor die leningen, met het oog waarop de interventie was toegestaan, maar is in essentie een vordering die [D] instelt als ‘teleurgesteld’ koper van de aandelen [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

Het gaat daarbij ook om een veel hoger bedrag dan het bedrag dat aan de orde is in het geding tussen [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [gedaagde conventie, eiseres reconventie]

Die vordering is bovendien voorwaardelijk ingesteld, namelijk voor het geval [gedaagde conventie, eiseres reconventie] ’s (reconventionele) vorderingen tot terugbetaling door [eiseres conventie, verweerster reconventie] en [A] van in totaal € 915.000 worden afgewezen. Afwijzing van die vorderingen zou inhouden dat de betwistingen en het verweer van [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] , zoals weergegeven in r.o. 3.13, slagen.

Zoals tijdens de mondelinge behandeling al aan de orde is gesteld, houdt dat dan echter tevens in dat geen grond bestaat om deze voorwaardelijk ingestelde vordering van [D] wèl toe te wijzen. Deze is immers gebaseerd op hetzelfde feitencomplex en dezelfde verwijten die [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] (lees: de familie [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ) [eiseres conventie, verweerster reconventie + A, B en C tezamen] (lees: [C] ) maken.

De door [D] zelfstandig ingestelde vordering tot vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling.

Deze vordering is immers ook al ingesteld door [gedaagde conventie, eiseres reconventie] , zelfs al eerder dan [D] formeel in het geding als partij verscheen.

De vordering van [D] tot vernietiging van de vervroegde terugbetalingsregeling dient daarmee geen afzonderlijk belang.

Tenslotte merkt de rechtbank op dit punt het volgende op.

Zoals hierboven al is vermeld, moet een partij die verlangt te worden toegelaten tot tussenkomst, daarbij kenbaar maken wat zij wenst te vorderen en van wie, nu een oordeel over de gerechtvaardigdheid van de verlangde tussenkomst immers alleen mogelijk is indien duidelijk is wat de interveniënt wenst te bewerkstelligen.

[D] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de akte zijdens [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] van 12 maart 2025. In die akte is de oproeping ex art. 118 Rv van [A] , [B] en [C] al aangekondigd door “ [gedaagde conv. + eiseres reconv. + D samen] ”, welke verzamelaanduiding mede [D] omvat.

Ondanks die aankondiging vordert [D] aan het slot van deze akte nog steeds primair te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] “in de hoofdzaak tussen [gedaagde conventie, eiseres reconventie] en [eiseres conventie, verweerster reconventie] .”

Hoewel [A] , [B] en [C] toen nog niet in het geding waren verschenen als partij, zou van [D] wel gevergd mogen worden dat zij al in dat stadium zou hebben gemeld dat zij als tussenkomende partij ook voornemens was vorderingen in te stellen tegen deze nog op te roepen personen.

Door dat niet te doen en alleen aan te kondigen dat [D] vorderingen tegen [eiseres conventie, verweerster reconventie] wilde instellen, heeft zij gehandeld in strijd met de goede procesorde door naderhand ook vorderingen in te stellen tegen [A] , [B] en [C] . Indien deze op voorhand zouden hebben geweten dat [D] dit van plan was, zouden zij wellicht een ander of uitgebreider verweer hebben gevoerd in het incident.

Ad c. Welke consequenties vloeien hieruit voort?

De consequentie van het oordeel dat [D] moet worden aangemerkt als een zich aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in de hoofdzaak in conventie voegende partij heeft eveneens tot gevolg dat [D] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen. Een zich voegende partij kan immers zelf geen vorderingen instellen tegen de wederpartij van de partij aan wier zijde zij zich voegt.

Eindconclusie is:

- dat [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen jegens [B] en [C] , vermeld in het petitum van het oproepingsexploot onder 2 tot en met 5; en

- dat [D] niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen.

Moeten de niet-ontvankelijkverklaring van [D] in haar vorderingen en het oordeel dat [D] moet worden aangemerkt als een zich aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in de hoofdzaak in conventie voegende partij gevolgen hebben voor de vorderingen die [eiseres conventie, verweerster reconventie] in de interventie in reconventie tegen [D] heeft ingesteld? De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is.

Allereerst betekent het feit dat [D] niet-ontvankelijk is verklaard in haar vorderingen niet dat zij die vorderingen niet heeft ingesteld. In die zin past toepassing van de regel dat een reconventionele vordering kan worden ingesteld tegen een tussengekomen derde, mits die derde eerst een vordering tegen de gedaagde heeft ingesteld en ten opzichte van de gedaagde dus ook als eiser kan worden aangemerkt.

Bovendien heeft [D] door zich in het geding als tussenkomende partij te presenteren, zelf het risico aanvaard dat zij in de door haar zelf als tussenkomst gestarte interventie geconfronteerd zou worden met een tegeneis.

[eiseres conventie, verweerster reconventie] is dan ook ontvankelijk in haar in de interventie tegen [D] ingestelde reconventionele vorderingen.

De rechtbank zal iedere verdere beoordeling en beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak in conventie

houdt iedere verdere beoordeling en beslissing aan,

in de hoofdzaak in reconventie

verklaart [gedaagde conventie, eiseres reconventie] niet ontvankelijk in haar vorderingen jegens [B] en [C] die zijn vermeld in het petitum van het oproepingsexploot onder 2 tot en met 5;

stelt [gedaagde conventie, eiseres reconventie] in de gelegenheid om de heer [F] en mevrouw [Q] , [H] en [I] op uiterlijk 15 juli 2026 alsnog als partij in het onderhavige geding te betrekken, door oproeping op de voet van artikel 118 Rv tegen de roldatum van woensdag 19 augustus 2026, zodat zij zich, niet in persoon maar vertegenwoordigd door een advocaat, over de vordering van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] kunnen uitlaten,

bepaalt dat bij deze oproeping afschriften van de tot nu toe ingediende processtukken en van dit vonnis moeten worden betekend,

verwijst de zaak naar de rol van 19 augustus 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van de op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen derden,

houdt iedere verdere beoordeling en beslissing aan,

in de interventie in conventie

bepaalt dat [D] moet worden aangemerkt als een zich aan de zijde van [gedaagde conventie, eiseres reconventie] voegende partij,

verklaart [D] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,

houdt iedere verdere beoordeling en beslissing aan.

in de interventie in reconventie

houdt iedere verdere beoordeling en beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand