ECLI:NL:RBOBR:2026:515

ECLI:NL:RBOBR:2026:515

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 25/191T
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Tussenuitspraak. Toekenning WIA-uitkering. Eiser lijdt aan het post covid syndroom en vindt dat het UWV zijn klachten onderschat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV onvoldoende gemotiveerd waarom het van de betreffende beperkingen is uitgegaan.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/191T

(gemachtigde: mr. P.J.E. Fleurkens),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. B.H.C. de Bruijn).

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser, in het kader van zijn WIA-uitkering, juist heeft vastgesteld. Eiser heeft long covid klachten en meent dat het UWV zijn medische beperkingen niet juist heeft vastgesteld.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het UWV zijn medische standpunten onvoldoende heeft gemotiveerd. Het is aan het UWV om dit gebrek te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de conclusie van de rechtbank, de gevolgen daarvan en de beslissing.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 17 oktober 2023 een WIA-uitkering aangevraagd bij het UWV. Met het besluit van 29 januari 2024 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen.

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 9 december 2024 (het bestreden besluit I) heeft het UWV het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit I beroep ingesteld. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Het UWV heeft op 14 augustus 2025 aangekondigd dat het een gewijzigde beslissing op bezwaar zal gaan nemen, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) tot een ander medisch oordeel is gekomen.

Met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 november 2025 (het bestreden besluit II) heeft het UWV vastgesteld dat eiser met ingang van 17 januari 2024 alsnog in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Daarbij is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 73,76%.

Eiser heeft vervolgens aangegeven dat hij het ook met dit nieuwe besluit niet eens is. Eiser vindt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, en daarom in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Eiser heeft daartoe aanvullende beroepsgronden ingebracht.

Het UWV heeft daarop gereageerd met een nader verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.

Feiten

3. Eiser werkte als supervisor bij [naam] B.V. voor gemiddeld 40 uur per week. Op 19 januari 2022 meldde hij zich ziek voor dit werk. Na het doorlopen van de wachttijd heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd. Dat heeft geleid tot de besluitvorming die onder punt 2 is besproken.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep tegen het bestreden besluit I

4. Met het bestreden besluit II heeft het UWV het bestreden besluit I gewijzigd en de rechtbank verzocht het bestreden besluit II te betrekken bij de beoordeling van de beroepszaak. Eiser heeft gereageerd en toegelicht dat het bestreden besluit II niet aan zijn bezwaren tegemoet komt. De rechtbank merkt het bestreden besluit II daarom aan als een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het beroep ook betrekking heeft op het bestreden besluit II.

Er is niet gebleken dat eiser nog een procesbelang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit I. De rechtbank zal het beroep tegen het bestreden besluit I daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Het beroep tegen het bestreden besluit II

Standpunten van partijen

5. In eerste instantie had het UWV zich op het standpunt gesteld dat eiser, met zijn beperkingen, op de datum in geding (17 januari 2024) in staat moet worden geacht om zijn werk van supervisor uit te voeren. Dat baseert het UWV op de rapporten van de verzekeringsarts (B&B) en de arbeidsdeskundige B&B. Om die reden heeft eiser geen recht op een WIA-uitkering. Met het bestreden besluit II heeft het UWV dit standpunt gewijzigd. Eiser wordt niet langer in staat geacht om zijn eigen werk uit te voeren. Wel kan eiser, met zijn beperkingen, drie voorbeeldfuncties uitvoeren. Met deze functies kan hij een zodanig loon verdienen, dat hij 73,76% arbeidsongeschikt is. Eiser komt om deze reden in aanmerking voor een loongerelateerde WGA-uitkering.

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat het UWV de ernst van zijn klachten ook in dat besluit heeft onderschat. Hij lijdt aan long covid en kampt daardoor met extreme vermoeidheid, slaapproblemen en diverse cognitieve en fysieke klachten. Eiser vindt dat hij forser beperkt is dan het UWV heeft aangenomen. Hij bepleit een forsere urenbeperking en diverse aanvullende beperkingen in alle rubrieken van de functionele mogelijkhedenlijst (FML). Verder stelt eiser zich op het standpunt dat hij ook op basis van de nu vastgestelde FML niet in staat is om de geselecteerde voorbeeldfuncties te verrichten. Omdat er (nog) geen behandeling is voor long covid, bepleit eiser een IVA-uitkering.

De redenen voor de beslissing van de rechtbank

De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek

7. Eiser heeft in beroep niets aangevoerd over de zorgvuldigheid van het onderzoek. Gelet op de onderzoeksactiviteiten die door de (verzekerings)artsen zijn verricht vindt de rechtbank dat de medische rapporten voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De (verzekerings)artsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen. Ook vloeien hun conclusies voort uit de onderzoeksbevindingen.

De medisch inhoudelijke beoordeling

8. De rechtbank beoordeelt of eiser met wat hij heeft aangevoerd twijfel heeft doen ontstaan aan de juistheid van de besluitvorming door het UWV. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

9. Het UWV is ermee bekend dat eiser allergisch is voor huisstofmijt. De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapport van 25 november 2024 uitgelegd dat er geen reden is om eiser te beperken voor zijn allergie omdat hij er geen medicatie voor gebruikt en er ook geen huisarts of specialist voor heeft bezocht. Over de gestelde problemen met het zicht in de ochtend heeft de verzekeringsarts B&B opgemerkt dat uit de medische informatie van de KNO-arts niet blijkt dat dit op de datum in geding nog speelde. In het rapport van 14 augustus 2025 heeft de verzekeringsarts B&B aangegeven dat het een feit is dat eiser covid heeft doorgemaakt. Op grond van voortschrijdend inzicht is daarom een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week aangewezen. Verder geeft de verzekeringsarts B&B aan dat is vastgesteld dat geen sprake is van slaapapneu en dat een aantal klachten die naar voren komen in het patiëntendossier dateren van ná de datum in geding, te weten eczeem, diarree, slaapprobleem als samenhangend met depressie en een acute luchtweginfectie.

Eiser voert aan dat met de door het UWV aangenomen beperkingen onvoldoende recht wordt gedaan aan zijn long covid klachten. Hij acht een forsere urenbeperking en ook meer beperkingen op fysiek en cognitief vlak aangewezen.

Eiser heeft in zijn eerste beroepschrift nog gewezen op ‘overige medische klachten’: zijn allergie voor huisstofmijt, zichtproblemen in de ochtend en depressieve klachten. Dit leidt niet tot het oordeel dat het UWV onvoldoende beperkingen heeft aangenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het standpunt van de verzekeringsarts B&B daarover te twijfelen. Eiser heeft ook geen medische informatie ingediend die tot een ander oordeel zou kunnen leiden.

De kern van deze zaak is tot welke beperkingen de long covid klachten van eiser moeten leiden. De rechtbank acht hiervoor van belang dat vaststaat dat de (vermoeidheids)klachten van eiser zijn ontstaan door een doorgemaakte covid-infectie. Zoals ook volgt uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 november 2024 is zowel over de oorzaak van het post-covidsyndroom als over een eventuele adequate behandeling nog maar weinig bekend. Bij die stand van zaken komt naar het oordeel van de rechtbank extra gewicht toe aan een zorgvuldige weging van de klachten en belemmeringen op consistentie en plausibiliteit.

In het rapport van 14 augustus 2025 heeft de verzekeringsarts B&B aangegeven dat het een feit is dat eiser covid heeft doorgemaakt, dat het patroon van vermoeidheidsklachten sindsdien consistent is en dat om die reden een urenbeperking van 20 uur per week en 4 uur per dag aangewezen is. De rechtbank oordeelt dat deze zeer summiere toelichting onvoldoende overtuigend is. In de eerste plaats omdat het UWV in de eerdere besluitvorming en rapporten nauwelijks een woord gewijd heeft aan de door eiser genoemde long covid. In het rapport van 14 augustus 2025 wordt long covid vervolgens als vaststaand aangenomen, maar wordt zonder nadere toelichting enkel de urenbeperking als aanvullende beperking in de FML opgenomen. Een toelichting waarom de overige door eiser bepleite (cognitieve en vooral fysieke) beperkingen niet worden overgenomen ondanks het voortschrijdende inzicht van de long covid-diagnose ontbreekt. Ook toen eiser dit in zijn aanvullend beroepschrift van 24 november 2025 nogmaals heeft aangegeven, heeft het UWV daar niet meer inhoudelijk op gereageerd. Het UWV zal in de gelegenheid worden gesteld om dit gebrek te herstellen. De verzekeringsarts B&B verwijst in het rapport van 14 augustus 2025 naar het consistente vermoeidheidsverhaal van eiser als onderbouwing voor de urenbeperking. De rechtbank mist echter een onderbouwing waarop de verzekeringsarts B&B dan de beperking van 4 uur per dag en 20 uur per week baseert. Zo blijkt uit het dossier dat de bedrijfsarts een forsere urenbeperking heeft aangenomen en dat eiser diverse malen heeft aangegeven dat hij zeer moeilijk herstelt van inspanningen. Zo lukte het op zeer beperkte schaal hervatten van het eigen werk (2 dagen per week 1 uur per dag) in 2023 niet. Ook maakt de rechtbank uit het dagverhaal van eiser bij de primaire arts (zie het rapport van 23 januari 2024) op dat eiser zijn dagen voornamelijk thuis doorbrengt waarbij hij diverse malen per dag slaapt en de activiteiten zijn beperkt tot 10-20 minuten wandelen, tv kijken op de bank, op zijn telefoon scrollen en af en toe een boodschap doen. Zonder nadere toelichting kan de rechtbank niet volgen hoe het UWV mede op basis van dit dagverhaal tot een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week is gekomen. Ook voor dit gebrek geldt dat het UWV in de gelegenheid zal worden gesteld het te herstellen.

De arbeidskundige beoordeling

10. Eiser stelt dat de voorbeeldfuncties die door de arbeidsdeskundigen van het UWV zijn geselecteerd niet passend zijn omdat deze zijn belastbaarheid overschrijden. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat zijn belastbaarheid sowieso wordt overschreden als de FML wordt aangescherpt met de door eiser bepleite aanvullende beperkingen. Maar ook op basis van de FML zoals die door de verzekeringsarts B&B op 14 augustus 2025 is vastgelegd overschrijden de voorbeeldfuncties zijn belastbaarheid, aldus eiser.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de passendheid van de voorbeeldfuncties te twijfelen op basis van de FML zoals die door de verzekeringsarts B&B op 14 augustus 2025 is vastgelegd. De arbeidsdeskundige B&B heeft in het rapport van 17 september 2025 en het resultaat functiebeoordeling uitgelegd waarom de drie gekozen voorbeeldfuncties de belastbaarheid zoals die in de FML van 14 augustus 2025 is vastgelegd niet overschrijden. De zogeheten knelpunten zijn daarbij voorzien van een toelichting die de rechtbank kan volgen.

In het geval dat het herstellen van de gebreken die de rechtbank onder 9.4. heeft benoemd leidt tot een gewijzigde FML, zal het UWV moeten onderzoeken of de geselecteerde voorbeeldfuncties nog passend zijn bij die gewijzigde FML.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep tegen het bestreden besluit I is niet-ontvankelijk.

De rechtbank komt tot de conclusie dat het bestreden besluit II niet berust op een deugdelijke motivering. Er is daarom sprake van een gebrek in de besluitvorming van het UWV.

Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.

Dat herstellen kan door de in 9.4. geconstateerde motiveringsgebreken te helen. Als dit leidt tot een gewijzigde FML, zal het UWV op basis van de nieuwe FML vervolgens nader arbeidskundig onderzoek moeten doen. Mocht dit leiden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 of hoger, dan zal het UWV eveneens een uitspraak moeten doen over de duurzaamheid van de klachten in het kader van een IVA-uitkering. Zo nodig kan het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar nemen, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit II. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.

Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, mededelen aan de rechtbank of het gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Mocht de genoemde termijn van acht weken niet haalbaar blijken, dan zal het UWV binnen deze termijn een concreet verzoek voor verlenging daarvan moeten indienen.

Als het UWV gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. Ook ten aanzien van die termijn geldt dat als een reactie daarbinnen niet haalbaar blijkt, eiser binnen deze termijn een concreet verzoek voor verlenging daarvan moeten indienen. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt het UWV op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken in bestreden besluit II te herstellen;

- stelt het UWV in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in bestreden besluit II te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.L. Burg, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Woestenburg

Griffier

  • mr. S.L. Burg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?