RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 11414613 \ CV EXPL 24-8360
Beschikking van 30 juli 2026
in de zaak van
1. [eiser 1] ,
procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,
2. [eiser 2],
procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,
allen wonend in [woonplaats] ,3. [eiser 3],
wonend in [woonplaats] ,4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
beiden wonend in [woonplaats] ,
verzoekers,
gemachtigde: ProBe-ASP B.V. handelend onder de naam Aviclaim B.V.,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TUI AIRLINES BELGIUM N.V.,
gevestigd te Zaventem, België,
verweerster,
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer en mr. D.H.A. Delger.
Verzoekers worden hierna gezamenlijk aangeduid als Passagiers en ieder voor zich als verzoeker sub 1 tot en met 5. Verweerster wordt hierna aangeduid als TUI.
1. De verdere procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 9 april 2026;
- het e-mailbericht van (de gemachtigde van) Passagiers van 7 mei 2026 met 2 bijlagen;
- de akte van (de gemachtigde van) Passagiers van 4 juni 2026;
- de antwoordakte van TUI van 2 juli 2026.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
In de beschikking van 9 april 2026 heeft de kantonrechter overwogen dat het onredelijk is om verzoeker sub 5 (hoofdelijk) in de proceskosten te veroordelen, tegen de achtergrond dat de gemachtigde zonder deugdelijke procesvolmacht en mogelijk zelfs buiten medeweten van verzoeker sub 5 heeft geprocedeerd. De kantonrechter heeft het voornemen geuit om niet verzoeker sub 5 in de proceskosten te veroordelen, maar Aviclaim die zich in deze procedure heeft gepresenteerd als gemachtigde van verzoeker sub 5. Aviclaim mocht zich bij akte uitlaten over dit voornemen.
Bij eerste e-mail van 7 mei 2026 heeft Aviclaim twee bijlagen overgelegd, te weten: een foto van het paspoort van verzoeker sub 5 en de ‘volmacht-akte van cessie’ van verzoeker sub 5. Bij tweede e-mail van 7 mei 2026 heeft Aviclaim gevraagd om uitstel van het nemen van een akte over het voornemen van de kantonrechter.
Het alsnog overleggen van een kopie van het identiteitsbewijs van verzoeker sub 5 kan de gemachtigde niet meer baten. Daarvoor is namelijk geen gelegenheid gegeven. Dit identiteitsbewijs had in een eerder stadium van de procedure, in elk geval bij conclusie van repliek, in het geding kunnen en moeten worden gebracht. De kantonrechter en TUI hebben bij de conclusie van repliek geen producties ontvangen. TUI heeft in haar conclusie van dupliek erop heeft gewezen dat de producties waarnaar Passagiers verwijzen in hun conclusie van repliek, ontbreken.
Het op tijd en volledig overleggen van eventuele producties is een verantwoordelijkheid van (de gemachtigde van) Passagiers. Het ontbreken van producties komt voor risico van (de gemachtigde van) van Passagiers. Er is geruime tijd verstreken tussen het indienen van de conclusie van dupliek en de datum waarop de tussenbeschikking is uitgesproken. Niet gebleken is dat Aviclaim in de tussentijd en naar aanleiding van de inhoud van de conclusie van dupliek actie heeft ondernomen door bijvoorbeeld de kantonrechter te verzoeken de aanvullende producties ten aanzien van verzoeker sub 5 alsnog in het geding te mogen brengen of (een deel van) deze stukken eenvoudigweg toe te zenden, zoals zij wel heeft gedaan bij e-mail van 7 mei 2026. De kantonrechter volgt dan ook niet dat Aviclaim geen mogelijkheid heeft gehad om het ontbreken van de producties te herstellen, zoals zij bij akte van 4 juni 2026 betoogt.
Het geheel in ogenschouw nemende ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen op het geuite voornemen en de overwegingen in de (tussen)beschikking van 9 april 2026.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter de gemachtigde van verzoeker sub 5 op de voet van artikel 245 Rv zal veroordelen tot betaling van 1/5 deel (20%) van de proceskosten van TUI, zoals is overwogen in de tussenbeschikking. Voor het overige wordt ook beslist zoals in deze tussenbeschikking is overwogen.
3. De beslissing
De kantonrechter
verklaart verzoeker sub 5 niet-ontvankelijk in zijn vordering;
wijst de vorderingen voor het overige af;
veroordeelt verzoekers sub 1, 2, 3 en 4 hoofdelijk in 4/5e deel (80%) van de kosten van de procedure aan de kant van TUI tot vandaag vastgesteld op € 576,00, te vermeerderen met de explootkosten in geval van betekening van deze beschikking;
veroordeelt ProBe-ASP B.V. handelend onder de naam Aviclaim in 1/5e deel (20%) van de kosten van de procedure aan de kant van TUI, tot vandaag vastgesteld op € 144,00, te vermeerderen met de explootkosten in geval van betekening van deze beschikking;
verklaart de beschikking wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.