RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/427851 / HA ZA 26-382
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
STICHTING DEBITROOM,
te Nieuwkijk,
eisende partij,
hierna te noemen: DebitRoom,
advocaat: mr. W. Meijs,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Debitroom heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Debitroom maakt gewag van een borgstelling. Opvallend is dat zowel de hoofdschuldenaar als de borg een en dezelfde persoon zijn, te weten [gedaagde] . Dit kan niet. Artikel 7:850 BW bepaalt immers dat de borg zich garant moet stellen voor nakoming van verbintenissen van een derde. Een eenmanszaak bezit geen rechtspersoonlijkheid en geen afgescheiden vermogen. Dit is dus geen derde in de zin van de wet. Voor zover Debitroom zou hebben bedoeld [gedaagde] uit hoofde van de borgstellingsovereenkomst aan te spreken, is de vordering niet toewijsbaar.
Debitroom vordert nakoming van de raamovereenkomst. Echter staat vast dat er tussen partijen een betalingsregeling tot stand is gekomen. Gesteld noch gebleken is dat de gestelde niet-nakoming van de betalingsregeling – waarvan de voorwaarden bij de rechtbank niet bekend zijn – leidt tot een opeisbare betalingsverplichting uit hoofde van de raamovereenkomst zoals gevorderd. Het enkele feit dat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen is onvoldoende om terug te vallen op de raamovereenkomst. De betalingsregeling moet bijvoorbeeld zijn ontbonden of een clausule bevatten die stipuleert dat wanbetaling de raamovereenkomst weer volledig doet herleven. Dat daarvan sprake is, is gesteld noch gebleken. Kortom, Debitroom heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zij aanspraak kan maken op nakoming van de raamovereenkomst. De rechtbank acht het gevorderde kennelijk ongegrond. Dit leidt tot afwijzing van de vorderingen van Debitroom.
Debitroom is in deze procedure in het ongelijk gesteld. Zij wordt dan ook in de proceskosten van [gedaagde] veroordeeld. Deze kosten worden begroot op: nihil.
3. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van Debitroom af,
veroordeelt Debitroom in de proceskosten zijdens [gedaagde] . Deze kosten worden begroot op: NIHIL.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.