RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Rekestnummer : C/01/420940 / FT RK 25/665
Uitspraakdatum: 29 januari 2026
Niet-ontvankelijkverklaring in verzoek toepassing schuldsaneringsregeling
in de zaak van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,
woonadres: [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster,
1. Het procesverloop
Verzoekster heeft op 17 november 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (hierna: Fw).
Bij brief van 24 november 2025 heeft de griffier van de rechtbank verzoekster bericht dat het verzoek niet compleet is ingediend. Hierbij is verzoekster verzocht ervoor te zorgen dat de ontbrekende stukken uiterlijk één maand na verzending van deze brief door de rechtbank zijn ontvangen.
Verzoekster heeft niet op het bericht om nadere informatie gereageerd.
2. De beoordeling
In artikel 285 lid 1 Fw en in artikel 3.1.2.6 van het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken (hierna: het Procesreglement) is voorgeschreven waaraan een verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling dient te voldoen.
In het verzoekschrift is door Dienst WZI [woonplaats] het volgende aangegeven:
“Mevrouw [verzoekster] heeft een aanvraag schulddienstverlening gedaan samen met haar begeleider van [stichting] . Er is een grote en overzichtelijk schuldensituatie ontstaan en het aantal en omvang van de schulden zijn niet duidelijk. De aanvraag is gedaan medio juni 2025. 14 augustus is een afspraak gemaakt voor een intakegesprek dat op 28/8/2025 plaats vond. Tijdens dit gesprek kwam naar voren dat mevrouw enorm lang dakloos/thuisloos is geweest en dat zij al veel heeft meegemaakt in haar leven. Ze wilt graag vooruitkijken en schuldenvrij zijn. Om deze situatie te realiseren is het direct inzetten van een wsnp verzoek het beste. “
Verder is in het Plan van aanpak schulddienstverlening van de gemeente [woonplaats] van
7 oktober 2025 aangegeven:
“De schulden zijn ontstaan doordat u o.a. 12 tot 15 jaar dakloos bent geweest. Er is geen overzicht van de schulden die u heeft. U heeft circa tien tassen met administratie en is er onduidelijkheid over waar de schulden liggen en de hoogte ervan.
U bent er niet gerust op dat deze tassen met administratie alle schulden zullen onthullen. We hebben in dit gesprek besloten dat er zo lang geen administratie gevoerd is dat we direct een WSNP verzoek inzetten.
Op deze manier bent u verzekerd dat schuldeisers zich niet meer kunnen melden na de toelating WSNP.”
De rechtbank begrijpt uit de stukken dat het lastig is voor verzoekster en haar hulpverleners om haar totale schuldenlast compleet in beeld te krijgen. Dit komt omdat verzoekster lange tijd dakloos is geweest en er geen administratie is bijgehouden. Verzoekster heeft wel tien tassen met administratie, aldus het verzoekschrift. Uit het verzoekschrift blijkt niet dat geprobeerd is om een begin te maken om de schulden inzichtelijk te maken. Het verzoekschrift bevat namelijk geen schuldenlijst, enkel een fictieve schuldenlijst met twee schuldeisers (het CJIB en de Belastingdienst, met ieder een vordering van 0,01 euro en met de ontstaansdatum 1 januari 2010). De rechtbank stelt daarom vast dat bij het verzoekschrift ontbreekt:
een zo duidelijk en volledige mogelijke schuldenlijst, waaruit in ieder geval per schuld afzonderlijk blijkt;
- de naam en het adres van de (oorspronkelijke) schuldeiser;
- de laatst bekende hoogte en de ontstaansdatum (tenminste het jaartal als de datum niet kan worden achterhaald).
Bovendien ontbreken bij het verzoekschrift in ieder geval ook de volgende stukken:
een (UWV) overzicht van het arbeidsverleden in de afgelopen drie jaar. Duidelijk moet zijn hoeveel uur betaalde arbeid verzoekster per jaar heeft verricht; in geval van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid: een bewijs van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid;
een specificatie van de schuld(en) aan de Belastingdienst en, een op deze schuld(en) betrekking hebbend terug- c.q. invorderingsbesluit;
een recente (niet ouder dan één maand) specificatie van de schuld(en) aan het CJIB.
Door het ontbreken van de hiervoor genoemde schuldenlijst en stukken voldoet het verzoek niet aan het Procesreglement. Daarin ziet de rechtbank aanleiding om verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat bij een inhoudelijke behandeling de afwezigheid van een schuldenlijst de vraag zou oproepen of voldoende aannemelijk is of sprake is van een uitzichtloze financiële situatie. Dat is een van de vereisten om tot de Wsnp toe te kunnen worden gelaten.
3. De beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.