ECLI:NL:RBOBR:2026:5928

ECLI:NL:RBOBR:2026:5928

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer C/01/425498 / HA ZA 26-233
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Incident bevoegdheid. Gedaagde woont in Duitsland. Verordening Brussel I bis. Door werkgever, eiseres, is aan werknemer, gedaagde, een geldlening verstrekt waarin een non-concurrentiebeding en een forumkeuzebeding voor de Nederlandse rechter zijn opgenomen. Ten aanzien van de vordering tot terugbetaling van de geldlening en tot betaling van de boete vanwege overtreding non-concurrentiebeding geldt het forumkeuzebeding en is de Nederlandse rechter bevoegd. Omdat er bij de geldleningsovereenkomst sprake is van een (consumenten-)kredietovereenkomst is de kantonrechter bevoegd. Partijen mogen zich over de verwijzing uitlaten. Het daarnaast gevorderde verbod van concurrentie is niet op geldleningsovereenkomst gebaseerd zodat het daarin opgenomen forumkeuzebeding niet geldt. Op grond van artikel 4 Verordening Brussel I – bis is Nederlandse rechter niet bevoegd.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/425498 / HA ZA 26-233

Vonnis in hoofdzaak en in incident van 19 augustus 2026

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ELECTUDE DEUTSCHLAND GMBH,

te Düsseldorf (Duitsland),

hierna te noemen: Electude Deutschland,

2. ELECTUDE INTERNATIONAL B.V.,

te Nuenen,

hierna te noemen: Electude International,

eisende partijen in de hoofdzaak,

verwerende partijen in het incident,

hierna samen te noemen: Electude,

advocaat: mr. Th.C.J.A. van Engelen,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ( [land] ),

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. A. Schulz.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de akte overlegging producties behorende bij dagvaarding

de conclusie van antwoord met een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring

de conclusie van antwoord in het incident

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling

Het geschil in de hoofdzaak

In de hoofdzaak is, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van het incident, het volgende aan de hand. [gedaagde] was vanaf 2019 tot 1 januari 2022 in dienst van Electude International. Vervolgens was [gedaagde] tot en met 30 september 2025 in dienst bij Electude Deutschland. [gedaagde] heeft daarnaast in 2019 een lening afgesloten bij Electude International en vervolgens een nieuwe lening bij Electude Deutschland. De afspraken van laatstgenoemde lening zijn vastgelegd in een Loan Agreement. Onderdeel van de Loan Agreement was onder andere een non-concurrentiebeding en een relatiebeding. Toen [gedaagde] uit dienst ging stond er nog een bedrag van € 20.333,68 op deze lening. Volgens Electude moet [gedaagde] dit bedrag nog aan hen terugbetalen. Ook zou [gedaagde] aan Electude boetes zijn verschuldigd, omdat hij volgens Electude in strijd heeft gehandeld met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding.

Electude vordert dat de rechtbank:

[gedaagde] veroordeelt om aan Electude te betalen voornoemd bedrag van € 20.333,68, vermeerderd met de contractuele rente van 6% per jaar, althans een zodanige veroordeling als de rechtbank in goede justitie zal bepalen;

[gedaagde] veroordeelt om aan Electude te betalen het bedrag van € 30.000,00, vermeerderd met de additionele boete van € 500,00 per dag, althans een zodanig bevel als de rechtbank in goede justitie zal bepalen;

[gedaagde] zal verbieden om met onmiddellijk ingang na betekening van het vonnis gedurende een periode van 12 kalendermaand direct of indirect betrokken te zijn in welke hoedanigheid dan ook bij met de onderneming van Electude concurrerende activiteiten in Nederland en/of Duitsland, op straffe van een dwangsom, althans een zodanig verbod op straffe van een zodanige dwangsom als de rechtbank in goede justitie zal bepalen;

[gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[gedaagde] voert verweer tegen deze vorderingen

Het geschil in het incident

[gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren ten aanzien van alle vorderingen van Electude. [gedaagde] legt hieraan ten grondslag dat Electude zich onterecht beroept op artikel 108 Rv en het forumkeuzebeding in de Loan Agreement. Volgens [gedaagde] is alleen de Duitse rechter bevoegd.

Electude heeft daartegen verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De inhoudelijke beoordeling

In deze procedure is van toepassing de Verordening Brussel I-Bis. Daarin is in artikel 4 als hoofdregel bepaald dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat. In artikel 25 Verordening Brussel I-Bis is bepaald dat indien partijen een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht of de gerechten van die lidstaten bevoegd is of zijn. Daarnaast staan in Verordening Brussel I-Bis verschillende bepalingen die een alternatieve of exclusieve bevoegdheid aanwijzen.

In de Loan Agreement staat in artikel 8.6 het volgende forumkeuzebeding:

“The competent court at Den Bosch, The Netherlands, will have exclusive jurisdiction over any claims and disputes arising out of or related to any use of the Products or in connection with any agreement governed by these Terms.”

In de dagvaarding beroept Electude zich op dit forumkeuzebeding. In het incident speelt de vraag of dat terecht is.

De rechtbank overweegt als volgt. Allereerst beroept [gedaagde] zich ten aanzien van de vorderingen onder 1 en 2 op de exclusieve bevoegdheidsregels van artikel 17 t/m 19 Verordening Brussel I-Bis. Daarin is bepaald dat als sprake is van een consumentenovereenkomst, de consument uitsluitend kan worden opgeroepen voor de gerechten van de lidstaat waar hij woonplaats heeft (artikel 18 lid 2 Verordening Brussel I-Bis). Er is sprake van een consumentenovereenkomst als het gaat om een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, wanneer a) het gaat om koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken, b) het gaat om leningen op afbetaling of andere krediettransacties ter financiering van de verkoop van zulke zaken, of c) in alle andere gevallen, de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt (artikel 17 lid 1 Verordening Brussel I-Bis).

Aan het bepaalde onder a, b of c is niet voldaan. De geldleningsovereenkomst heeft niet te maken met koop of verkoop van roerende lichamelijke zaken of met financiering die met de verkoop van dergelijke zaken samenhangt. Evenmin valt de geldleningsovereenkomst onder commerciële of beroepsactiviteiten die Electude ontplooit.

Er is hier dus geen sprake van een consumentenovereenkomst zoals bedoeld in artikel 17 t/m 19 Verordening Brussel I-Bis.

Daarnaast beroept [gedaagde] zich ten aanzien van de vordering onder 2 op de exclusieve bevoegdheidsregels van artikel 20 t/m 23 Verordening Brussel I-Bis. Daarin is bepaald dat als sprake is van verbintenissen uit arbeidsovereenkomst, de vordering van de werkgever alleen kan worden aangebracht voor de gerechten van de lidstaat waar de werknemer woonplaats heeft (artikel 22 lid 2 Verordening Brussel I-Bis). Volgens [gedaagde] is het non-concurrentiebeding materieel een postcontractuele arbeidsverplichting, omdat het uitsluitend wordt getriggerd door de beëindiging van het dienstverband, onlosmakelijk verbonden is met de arbeidsrelatie en geen zelfstandige niet-arbeidsrechtelijke grondslag kent. De rechtbank is echter van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van verbintenissen uit arbeidsovereenkomst. Er is inderdaad wel een samenhang met de arbeidsovereenkomst. Electude Deutschland was de werkgever van [gedaagde] en als er geen arbeidsverhouding tussen deze twee zou bestaan, zou er geen lening tot stand zijn gekomen. Daar staat tegenover Electude onder andere als verweer heeft aangevoerd dat het non-concurrentiebeding een voorwaarde is die geldt voor de duur van de lening en dat die voorwaarde is opgenomen omdat Electude geen lening wil verstrekken aan een toekomstige concurrent. Dit blijkt ook uit de bewoordingen van de Loan Agreement. In artikel 3.2 is namelijk bepaald dat [gedaagde] het recht heeft om de lening gedeeltelijk of in zijn geheel terug te betalen, eerder dan het moment waarop de lening eigenlijk zou moeten worden terugbetaald, en in artikel 5.1 is bepaald dat de Loan Agreement kan worden beëindigd als de lening geheel is terugbetaald conform artikel 3.2. Partijen, met name [gedaagde] , is dan niet meer gebonden aan het non-concurrentiebeding. De vraag of het non-concurrentiebeding geldt staat dus los van de arbeidsovereenkomst. Het non-concurrentiebeding is ook niet bij de start van de dienstbetrekking overeengekomen, maar pas jaren later in verband met de door Electude Deutschland verstrekte lening. Er is hier dus geen sprake van een verplichting uit een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 20 t/m 23 Verordening Brussel I-Bis.

Subsidiair voert [gedaagde] aan dat het forumkeuzebeding niet geldig is in de zin van artikel 25 Verordening Brussel I-Bis. In het forumkeuzebeding staat onder andere "in connection with any agreement governed by these Terms" en "any use of the Products". Volgens [gedaagde] zijn de begrippen ‘Products’ en ‘Terms’ niet in de Loan Agreement gedefinieerd en is er daarom geen wilsovereenstemming ten aanzien van het forumkeuzebeding. De rechtbank volgt dit niet. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van wilsovereenstemming dient onderzocht te worden of de forumkeuze daadwerkelijk het voorwerp is geweest van een wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 lid a t/m c Verordening Brussel I-Bis ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat. In dit geval voldoet het forumkeuzebeding onder het voorschrift onder c: het is een schriftelijke overeenkomst. Waarom het ontbreken van een definitie van de door [gedaagde] genoemde begrippen ervoor zorgt dat aan dit vormvereiste niet wordt voldoen, wordt door [gedaagde] niet toegelicht. Electude voert terecht als verweer aan dat van belang is dat partijen er wilsovereenstemming over hebben dat een gerecht van een lidstaat wordt aangewezen voor kennisneming van geschillen. Dat die wilsovereenstemming zou ontbreken, wordt ook (verder) niet door [gedaagde] toegelicht.

Het voorgaande betekent dat Electude ten aanzien van de vorderingen onder 1 en 2 een beroep kan doen op het forumkeuzebeding en de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vorderingen kennis te nemen.

Ten aanzien van de vordering onder 3 voert [gedaagde] aan dat deze vordering op geen enige contractuele grondslag is gebaseerd en ten aanzien van die vordering (ook) geen beroep kan worden gedaan op het forumkeuzebeding. De rechtbank volgt dit standpunt. Electude geeft als verweer aan dat zij in de dagvaarding ter onderbouwing van deze vordering zich beroept op schending van het non-concurrentiebeding in de Loan Agreement. Het gevorderde verbod gaat echter in vanaf de betekening van het vonnis. De in de Loan Agreement opgenomen non-concurrentiebeding gaat in vanaf de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Electude sluit bij haar vordering dus niet aan bij die bepaling in de Loan Agreement. Uit de dagvaarding blijkt ook helemaal niet dat die vordering zijn grondslag vindt in de Loan Agreement. Ten aanzien van deze vordering kan Electude dus geen beroep doen op het forumkeuzebeding. Dat betekent dat terug moet worden gevallen op de hoofdregel van artikel 4 Verordening Brussel I-Bis. Zoals hiervoor weergegeven is daarin bepaald dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat. Dat is in dit geval [land] en niet Nederland. De Nederlandse rechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de vordering onder 3.

Het vervolg van de procedure

De vorderingen onder 1 en 2 betreffen een onderwerp dat, ongeacht het beloop of de waarde van de vorderingen, op grond van artikel 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld. Er is namelijk sprake van een consumentenkrediet als bedoeld in artikel 7:57 BW. In artikel 7:57 lid 1 onder c BW staat dat een (consumenten-)kredietovereenkomst een overeenkomst is waarbij een kredietgever aan een consument een krediet verleent of toezegt in de vorm van uitstel van betaling, een lening of een andere, soortgelijke betalingsfaciliteit, met uitzondering van overeenkomsten voor doorlopende dienstverlening en doorlopende levering van dezelfde goederen, waarbij de consument, zolang de diensten respectievelijk goederen worden geleverd, de kosten daarvan in termijnen betaalt. De rechtbank is van oordeel dat de Loan Agreement onder deze definitie valt (vergelijk Gerechtshof Den Haag 23 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1974, JAR 2026/197). Artikel 7:58 lid 2 onder f BW maakt een uitzondering voor een kredietovereenkomst waarbij het krediet als nevenactiviteit door een werkgever rentevrij of tegen een jaarlijks kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk op de markt, aan zijn werknemers wordt toegekend, en die niet aan het publiek in het algemeen worden aangeboden. Er is echter niet gebleken dat hiervan sprake is.

De vorderingen onder 1 en 2 moeten daarom naar het voorlopig oordeel van de rechtbank verder worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Omdat Electude de vorderingen niet heeft ingediend bij de kantonrechter, is de rechtbank voornemens de zaak (voor wat betreft de vorderingen onder 1 en 2) op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kantonrechter van de locatie 's-Hertogenbosch te verwijzen. Voordat de rechtbank tot verwijzing overgaat, zal de rechtbank ieder van partijen in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident en in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 2 september 2026 voor het nemen van een akte door Electude over de mogelijke ambtshalve verwijzing van de zaak (voor wat betreft de vorderingen onder 1 en 2) naar de kantonrechter,

bepaalt dat de wederpartij twee weken na de genomen akte een antwoordakte kan nemen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand