ECLI:NL:RBOBR:2026:5978

ECLI:NL:RBOBR:2026:5978

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer 26/455
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

WHT. HZK-regeling. Het enkele feit dat eiseres toeslagen heeft moeten terugbetalen, is onvoldoende om twijfel te zaaien aan de stelling van Dienst Toeslagen dat eiseres geen onderwerp van een CAF-onderzoek is geweest.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 26/455

(gemachtigde: [naam] )

en

(gemachtigde: M. Achalhi).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een aanvraag van eiseres. Eiseres heeft op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) verzocht om tegemoetkoming als aanvrager van een kindgebonden budget, omdat zij denkt dat er fouten zijn gemaakt bij haar kindgebonden budget. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen recht heeft op een tegemoetkoming. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming als aanvrager van kindgebonden budget. Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met het besluit van 8 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 december 2025 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Bevoegdheid

3. De rechtbank overweegt allereerst dat eiseres beroep heeft ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant, omdat in de rechtsmiddelclausule in het bestreden besluit is vermeld dat zij bij deze rechtbank beroep kan instellen. De woonplaats van eiseres valt echter niet binnen het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant, zodat deze rechtbank niet bevoegd is. Omdat partijen ermee hebben ingestemd dat het beroep wordt behandeld door de rechtbank Oost-Brabant en op de zitting zijn verschenen, zal de rechtbank toch uitspraak doen op het beroep.

Omvang van het geding

4. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres gezegd dat geen sprake is van een kwalificatie O/GS. Daarom is alleen de vraag aan de orde of eiseres in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in verband met institutionele vooringenomenheid.

Toetsingskader

5. Op grond van artikel 2.16, eerste lid, van de Wht kent de Dienst Toeslagen een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een kindgebonden budget als:

De standpunten van partijen

6. Eiseres voert aan dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet goed is gemotiveerd. Zij wijst erop dat in de brief waarmee zij zich als gedupeerde heeft aangemeld door haar boekhouder een berekening is vermeld waaruit een sterk vermoeden blijkt dat grote fouten zijn gemaakt. Eiseres heeft het dossier opgevraagd, maar zij heeft slechts werkinstructies ontvangen. In het bestreden besluit is niet ingegaan op de financiële onderbouwing ervan. Eiseres stelt dat zij in de jaren 2010 tot en met 2023 minderjarige kinderen had, maar toch elk jaar het kindgebonden budget moest terugbetalen. Het is niet duidelijk van welke inkomensgegevens Dienst Toeslagen is uitgegaan. Zij heeft de financiële stukken nodig om een beroep op artikel 2.19 van de Wht te kunnen doen.

7. Dienst Toeslagen stelt dat artikel 2.16 van de Wht niet voorziet in een algemene herbeoordeling van eerder vastgestelde aanspraken op kindgebonden budget. Er bestaat alleen aanspraak op een tegemoetkoming op grond van artikel 2.16 van de Wht als sprake is van groepsgewijs vooringenomen handelen binnen een voor de HZK-regeling relevant CAF-onderzoek en daardoor schade is geleden. De beoordeling of een burger behoort tot de doelgroep van artikel 2.16 van de Wht vindt plaats aan de hand van de voor de HZK-regeling onderzochte CAF-zaken. Eiseres komt niet voor in deze onderzoeken. Daarom bestaat geen aanspraak op tegemoetkoming op grond van artikel 2.16 van de Wht. Aan een inhoudelijke beoordeling van de gestelde onjuistheden in de berekening van het kindgebonden budget komt Dienst Toeslagen niet toe. Aan eiseres zijn de documenten verstrekt waaruit blijkt op welke wijze de beoordeling binnen de HZK-regeling plaatsvindt. Omdat er nog geen algemene maatregel van bestuur is vastgesteld, kan een beroep op artikel 2.19 van de Wht niet slagen.

De redenen voor de beslissing van de rechtbank

8. Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in verband met institutionele vooringenomenheid is dat de aanvrager van een kindgebonden budget betrokken is geweest bij een CAF-onderzoek. Dienst Toeslagen heeft onderzocht of het BSN van eiseres voorkwam binnen de relevante CAF-zaken. Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat dat niet het geval is. Het enkele feit dat eiseres toeslagen heeft moeten terugbetalen, is onvoldoende om twijfel te zaaien aan de stelling van Dienst Toeslagen dat eiseres geen onderwerp van een CAF-onderzoek is geweest. Omdat eiseres niet betrokken is geweest bij een CAF-onderzoek, komt zij niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in verband met institutionele vooringenomenheid. Daarom is de financiële beoordeling niet relevant voor de beoordeling van de rechtbank en hoefde Dienst Toeslagen deze niet te verstrekken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen tegemoetkoming krijgt. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, krijgt ze het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Bijleveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. de Jong

Griffier

  • mr. A. Bijleveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand