Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
Leijssen Bewindvoeringen B.V.,Postbus 304, 5600 AH Eindhoven,Kamer van Koophandel-nummer 17212922,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 7 juli 2026,
- de nadere informatie, ontvangen op 13 juli 2026,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Verzoeker vraagt om toekenning van 7 extra uren vast te stellen conform artikel 3 lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling).
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:“Betrokkene is erfgenaam in een complexe nalatenschap. De afwikkeling brengt aanzienlijk meer werkzaamheden met zich dan waarop de forfaitaire beloning ziet. De werkzaamheden bestaan onder meer uit:
Contact met voormalig bewindvoerder: 2
Onderzoek naar schuldenpositie: 2
Aanschrijven schuldeisers: 1
Diverse communicatie met client: 2
Mevrouw is enige erfgenaam, haar ouders stonden onder bewind bij de gemeente [naam gemeente] , eerst is haar vader overleden en later haar moeder. Er is een moeizame samenwerking met de gemeente. De informatie is in kleine stukjes losgelaten. We hebben gezorgd voor een beneficiaire aanvaarding. We weten welk bedrag er nog over is na aftrek van kosten. Alle schuldeisers zijn aangeschreven, na ontvangst van alle opgaves kan het overgebleven bedrag uitbetaald worden naar gelang het percentage van de totaalschuld. Hierna moeten weer alle schuldeisers aangeschreven worden om het af te sluiten.”
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op grond van artikel 3 lid 6 van de Regeling kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning op een andere wijze vaststellen. Het verzoek om extra gewerkte uren in rekening te mogen brengen moet hieraan getoetst worden.
Met ‘uitzonderlijke omstandigheden’ wordt benadrukt dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de Regeling kan worden afgeweken. Wat volgens de toelichting bij Regeling in geen geval onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden verstaan zijn de werkzaamheden die blijkens de toelichting vallen onder de verschillende voor professionele vertegenwoordigers onderscheiden categorieën werkzaamheden. Met andere woorden, werkzaamheden die beschouwd dienen te worden als de gewone werkzaamheden van een bewindvoerder vormen geen uitzonderlijke omstandigheid. De regeling bouwt voort op de systematiek van de aanbevelingen, waarbij het systeem van de beloning uitgaat van de solidariteitsgedachte dat de eenvoudige bewinden mede de lasten van ingewikkelder bewinden dragen. Inherent hieraan is dat niet voor alle extra werkzaamheden een extra beloning kan worden gevraagd.
Als betrokkene enig erfgenaam is, is het de taak van de bewindvoerder om de nalatenschap af te wikkelen, tenzij de erflater een executeur heeft benoemd, die de nalatenschap afwikkelt. De uren die zijn gemoeid met de afwikkeling van een nalatenschap vallen in beginsel binnen de reguliere, forfaitaire bewindvoerdersvergoeding. De door verzoeker genoemde werkzaamheden behoren naar het oordeel van de kantonrechter tot de standaard werkzaamheden van een bewindvoerder, behorend bij de afwikkeling van een nalatenschap. Dat er een moeizame samenwerking met de gemeente [naam gemeente] heeft voorgedaan rondom de afwikkeling van de negatieve nalatenschap van erflaters, zoals door verzoeker toegelicht, maakt niet dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Dat er schuldeisers zijn aangeschreven levert ook geen uitzonderlijke omstandigheid op. Er is niet toegelicht hoeveel schuldeisers er zijn, maar uit de beperkte urenbesteding (2 uren onderzoek, 1 uur aanschrijven) leidt de kantonrechter af dat de schuldenpositie niet zodanig was dat achteraf bezien een vereffenaar benoemd had moeten worden (aanbeveling B.K2).
Kort en goed komt het erop neer dat de bewindvoerder wellicht meer uren aan de nalatenschap heeft besteed dan verwacht, maar dat wordt niet verklaard door werkzaamheden die van uitzonderlijke aard of omvang zijn. Gelet op het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Op grond van het voorstaande zal worden beslist als volgt.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.