RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoekers]
de burgemeester van de gemeente Eindhoven (hierna: de burgemeester)
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummers: SHE 26/2096 (verzoek) en SHE 26/2097 (beroep) rectificatie
uitspraak van 25 augustus 2026 tot rectificatie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2026 – SHE 26/2096 en SHE 25/2097 – in de zaak tussen
[verzoekers] ,
beiden uit [woonplaats] ,
(hierna samen: verzoekers)
(gemachtigde: mr. M.J.G. Pennings)
en
(gemachtigden: mr. A.M. Huiswoud en I.M.A. de Brouwer).
Procesverloop
1. De burgemeester heeft de rechtbank op 21 augustus 2026 verzocht om de uitspraak van
20 augustus 2026, bekend onder de zaaknummers SHE 26/2096 en SHE 25/2097, te rectificeren.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat hij in zijn uitspraak van 20 augustus 2026 onder
het kopje “Beslissing” bij het vierde opsommingsstreepje een verschrijving heeft gemaakt. Waar “drie maanden” is vermeld had dat “vier maanden” moeten zijn.
3. Daarom wijzigt de voorzieningenrechter zijn uitspraak van 20 augustus 2026 als volgt:
Onder het kopje “Beslissing” bij het vierde opsommingsstreepje stond:
“ – bepaalt dat het pand voor drie maanden gesloten mocht worden;”
dit wordt vervangen door:
“ – bepaalt dat het pand voor vier maanden gesloten mocht worden;”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke einduitspraak gehecht.
4. De burgemeester heeft er ook op gewezen dat in de uitspraak zowel 1 punt wordt
toegekend voor het indienen van verzoekschrift als 1 punt voor het indienen van een beroepschrift, terwijl dit verzoekschrift en beroepschrift één en hetzelfde document is. Verder wordt volgens de burgemeester ook zowel 1 punt toegekend voor het verschijnen ter zitting inzake het verzoek om een voorlopige voorziening als 1 punt voor het verschijnen ter zitting in de beroepsprocedure, terwijl er één zitting was waarop de zaken werden behandeld.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit geen kennelijke misslag is en zal op dit
punt dan ook niet overgaan tot rectificatie van de uitspraak.
Beslissing
De voorzieningenrechter rectificeert zijn uitspraak van 20 augustus 2026, bekend onder de zaaknummers SHE 26/2096 en SHE 25/2097, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O.Y. Ifzaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De uitspraak is geschied in het openbaar op 25 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: