PUBLICEREN: op rechtspraak.nl.
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/423048 / HA ZA 26-80
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
FM INSURANCE EUROPE S.A.,
te Luxemburg,
eisende partij,
hierna te noemen: FM,
advocaat: mr. L.K. de Haan en mr. R. Hinsen,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. C.M. van der Corput.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 januari 2026
- de akte overlegging producties van FM met negen producties
- de conclusie van antwoord met één productie- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de aanvullende producties 10, 11 en 12 van FM
- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de spreekaantekeningen van de advocaat van FM
- de spreekaantekeningen van de advocaat van [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
FM is de opstalverzekeraar van Tisa Eindoven Participaties B.V. (hierna te noemen: Tisa) en haar dochtermaatschappij Edco Eindhoven B.V. (hierna te noemen: Edco).
Edco is een handelsonderneming in non-food producten.
Tisa is eigenaar van een terrein met daarop verschillende gebouwen aan de [straatnaam] [nummers] in [plaats] . Onderdeel hiervan is het zogenaamde pand ‘ [naam 1] ’, Dit [naam 1] werd door Edco gebruikt als showroom en kantoor.
Tisa heeft op 5 juni 2019 een aannemingsovereenkomst gesloten met [A] B.V. (hierna te noemen: [A] ). [A] diende op het terrein van Tisa een nieuw hoofdkantoor te realiseren en werkzaamheden aan de buitenzijde van het [naam 1] te verrichten. [A] heeft een deel van deze werkzaamheden uitbesteed aan [gedaagde] . [gedaagde] diende onder meer werk te verrichten aan het rioleringsstelsel door nieuwe aansluitingen voor het nieuwe hoofdkantoor op de afwateringsput te realiseren.
De hemelwaterafvoer van [naam 1] is aangesloten op de afwateringsput. Om de werkzaamheden aan de afwateringsput uit te kunnen voeren, heeft [gedaagde] op 8 oktober 2020 een ballon aangebracht in de afvoerbuis waarop de hemelwaterafvoer van [naam 1] is aangesloten. Hierdoor kon hemelwater niet langer de afwateringsput instromen en kon [gedaagde] aan de afwateringsput werken.
In de avond van 8 oktober 2020 heeft het geregend en is waterschade ontstaan in [naam 1] .
Op 13 oktober 2020 heeft expertisebureau [B] in opdracht van FM een toedrachtsrapport opgesteld, waarin (onder meer) het volgende is opgenomen:
[…]
Voorlopig rapport
[…]
“Verzekerde betreft een handelsonderneming in non-food producten. Verzekerde beschikt aan de [straatnaam] in [plaats] over een aantal gebouwen, waaronder een loods op het adres [straatnaam] [nummer] . De onderhavige waterschade heeft betrekking op deze loods. De betreffende loods is uit beton en een staalconstructie opgetrokken en voorzien van aluminium gevelbeplating en dakbeplating. Het geheel omvat circa 4.500 m2. In de loods zijn sinds december 2019 een showroom en een kantoorgedeelte ondergebracht, in verband met de bouw van een nieuwe aangrenzende loods van circa 14.000 m2 vloeroppervlak. Deze nieuwe loods zal naar verwachting eind 2021 worden opgeleverd.”
[…]
“Gesteld voorval/oorzaak
Op de schadedatum ontving de centrale meldkamer van het inbraakbeveiligingssysteem om omstreeks 20.30 uur een melding. Een beveiliger van een extern beveiligingsbedrijf werd gewaarschuwd en ontdekte bij aankomst dat het linkergedeelte van de loods op het schadeadres onder water stond. Het water lekte uit de afvoerleidingen van het inpandige hemelwaterafvoersysteem. Diverse goederen in rekken en in dozen op de grond waren nat geworden. Voorts waren wanden en plafonds nat geworden.
Een nader onderzoek door de heer [C] , die inmiddels ook was gewaarschuwd, leerde dat de rioleringsbuis waarop de hemelwaterafvoerleidingen zijn aangesloten was afgesloten met een hiertoe bestemde ballon. Het installatiebedrijf [naam 2] B.V. uit [plaats] , de installateur van het waterafvoersysteem van de in aanbouw zijnde naastgelegen loods, had eerder die dag de ballon in het afvoersysteem aangebracht, zodat men aan de riolering van de nieuwe loods kon werken. Men had aan het einde van de werkdag echter verzuimd de ballon weer uit het systeem te halen. Toen het later begon te regenen is het dak deels volgelopen en hebben de inpandige hemelwaterafvoeren zich gevuld met water, waarna deze door het gewicht zijn gaan doorhangen en bij diverse schuifmoffen zijn gaan lekken. Een medewerker van het bedrijf [naam 2] B.V. uit [plaats] heeft ook vastgesteld dat men had vergeten de ballon te verwijderen.
Bevindingen expert
Op basis van onze inspectie ter plaatse en alle verkregen informatie menen wij dat de hiervoor weergegeven beschrijving van het voorval/de oorzaak juist is.”
[…]
3. Het geschil
FM vordert - samengevat -, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om:
voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Tisa en Edco, daarom aansprakelijk is jegens Tisa en Edco en FM nu een vordering heeft op [gedaagde] uit hoofde van subrogatie;
[gedaagde] te veroordelen om een bedrag van € 90.000,00 te betalen aan FM.
Daarnaast vordert FM wettelijke rente en een veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De rechtbank wijst de vorderingen van FM af. Hieronder wordt nader toegelicht waarom.
Volgens FM was er in de avond van 8 oktober 2020 regen voorspeld. [gedaagde] heeft de ballon die dag niet verwijderd, dat was zij vergeten. Doordat de ballon nog in de afvoerbuis zat, kon het regenwater niet worden afgevoerd. Het water stond daardoor stil in de afvoerleiding en bleef daarom ook op het dak liggen. Door het gewicht van water dat stilstond in de afvoerleiding, is de leiding onder druk komen te staan, gaan doorhangen en bij diverse schuifmoffen gaan lekken. Door de lekkage is het linker gedeelte van de loods onder water komen te staan. Verschillende goederen die Edco in rekken en dozen had opgeslagen, zijn daardoor nat geworden en beschadigd geraakt. De wanden en het plafond van [naam 1] zijn nat geworden. FM stelt dat [gedaagde] door het niet weghalen van de ballon en geen tijdelijke voorzieningen te treffen om wateroverlast te voorkomen een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd en daarmee heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het was volgens FM voorzienbaar dat het regenwater zich zou ophopen met een verhoging van de druk in de leiding tot gevolg. Dat er onder zulke omstandigheden lekkages kunnen ontstaan die tot grote schade kunnen leiden, is een feit van algemene bekendheid. Voor [gedaagde] , een professionele partij met specialistische kennis en kunde, was dit al helemaal voorzienbaar. Het was voor [gedaagde] niet bezwaarlijk om maatregelen te nemen. [gedaagde] had de ballon kunnen verwijderen of andere (tijdelijke) voorzorgsmaatregelen kunnen treffen waardoor de druk op de leiding niet zou ophogen. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst FM naar het toedrachtsrapport van [B] (zie randnummer 2.7).
Daarnaast diende [gedaagde] , ondanks dat hij heeft gecontracteerd met [A] , in de uitoefening van haar werkzaamheden ook rekening te houden met de belangen van Tisa en Edco. Als eigenaar van het pand en de daarin opgeslagen goederen waren de belangen van Tisa en Edco immers nauw betrokken bij een behoorlijke uitvoering van die overeenkomst.
FM stelt [gedaagde] aansprakelijk voor de door haar geleden schade op grond van onrechtmatige daad . De schade bedraagt volgens FM € 90.000,00. Dit is het bedrag dat FM aan Tisa en Edco heeft uitgekeerd in verband met de ontstane waterschade. Door de verzekeringsuitkering is FM gesubrogeerd in de rechten van Tisa en Edco als bedoeld in artikel 7:962 BW.
De schade is volgens [gedaagde] ontstaan doordat de leidingen niet goed functioneerden / niet goed zijn aangelegd. [gedaagde] heeft niets fout gedaan en dat is ook niet vast komen te staan. In het onderzoek van [B] is geen uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade. Er is simpelweg gesteld dat het hemelwater niet weg kon, de oorzaak is van de schade, maar dat is niet zo. Onderzocht had moeten worden hoe inpanding het leidingensysteem om regenwater af te voeren van [naam 1] was gelegd, met welke kwaliteit leidingen, hoe verbindingsstukken zijn verbonden etc. en dat is niet gebeurd. [D] van [A] heeft tegen [gedaagde] gezegd dat de afvoerleidingen samenkomen op één punt en dat bovenaan dus onder het dak, een lekkage is ontstaan. Er was dus sprake van een inpandige lekkage; het water heeft niet weg gekund. Als de leidingen vollopen dan dient het water op het dak terecht te komen richting de spuwers. Dat is niet gebeurd, omdat de schuifmoffen lekkages vertoonden.
Het afsluiten van de afvoerbuis is op verzoek van [E] , opzichter van de opdrachtgever, gebeurd. [E] heeft geen opdracht gegeven om de ballon te verwijderen. Mocht er al sprake zijn van aansprakelijkheid dan is tevens sprake van eigen schuld van de opdrachtgever ex artikel 6:101 lid 1 BW.
Op grond van artikel 6:162 lid 1 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht om de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden. Op grond van artikel 6:162 lid 2 BW wordt onder meer een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt als onrechtmatige daad aangemerkt. Gevaarzetting valt hieronder.
De rechtbank is van oordeel dat er door het niet weghalen van de ballon en niet treffen van voorzorgsmaatregelen geen sprake is van een door [gedaagde] gecreëerde gevaarzettende situatie, waardoor [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat door of namens Edco (de verzekerde van FM) opdracht is gegeven om werkzaamheden aan de put uit te voeren en dat ten behoeve van deze werkzaamheden een ballon is geplaatst om de afvoerleiding aan de onderzijde af te sluiten waarvan ook mededeling is gedaan aan [A] . FM verwijt [gedaagde] niet dat zij de ballon heeft geplaatst maar dat zij deze, ondanks dat regen voorspeld werd, niet heeft weggehaald dan wel niet op andere wijze voorzorgsmaatregelen heeft getroffen.
Uit de stellingen van partijen volgt dat bij door [gedaagde] uit te voeren werkzaamheden aan de afwateringsput een ballon geplaatst wordt om te voorkomen dat regenwater via de afvoerleiding naar die afwateringsput wordt afgevoerd. Het door de afvoerleiding stromende water wordt door de ballon tegengehouden en heeft dus tot voorzienbaar gevolg dat er water stil komt te staan in de afvoerleiding. Dat is juist de functie van de ballon. Het plaatsen van de ballon is door FM niet als gevaarzettend beschouwd. In het verlengde daarvan valt niet in te zien dat het niet verwijderen van de ballon wel gevaarzettend zou zijn. FM heeft de voorspelde regen als relevante omstandigheid genoemd, maar nog afgezien van het feit dat is gesteld noch gebleken dat [gedaagde] met die voorspelling bekend was, brengt voorspelde regen, gelet op het doel waarvoor de ballon was geplaatst, op zichzelf niet mee dat het niet weghalen van een rechtmatig geplaatste ballon, gevaarzettend en onrechtmatig zou zijn. Uit het – voorlopige - rapport van [B] , dat gebaseerd is op beperkt onderzoek, blijkt niet dat het aanwezig houden van een ballon of het niet treffen van bepaalde maatregelen op zichzelf in een situatie waarin regen is voorspeld, ondeugdelijk of in strijd met eisen van goed vakmanschap is vanwege het risico op lekkages. Evenmin blijkt uit dit rapport dat het handhaven van de afsluiting van de afvoerleiding op de manier waarop [gedaagde] dat heeft gedaan bij regen een risico op lekkage meebrengt waarvan [gedaagde] zich bewust had moeten zijn en wat voor haar aanleiding had moeten zijn om de ballon weg te halen dan wel bepaalde tijdelijke maatregelen of andere voorzieningen te treffen. Dat het een feit van algemene bekendheid is dat er door de ophoping van water in afvoerleidingen lekkages kunnen ontstaan, heeft FM weliswaar gesteld maar is door haar niet onderbouwd. [gedaagde] heeft dat ook weersproken door te stellen dat het water op het dak terecht dient te komen richting de spuwers als de leidingen vollopen en dat dit niet is gebeurd, omdat de schuifmoffen lekkages vertoonden. Nu het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagde] niet is komen vast te staan zal de rechtbank de vorderingen van FM afwijzen.
FM moet de proceskosten betalen
FM is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
€
3.083,00
- salaris advocaat
€
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.852,00
5. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van FM af,
veroordeelt FM in de proceskosten van € 5.852,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als FM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.