ECLI:NL:RBOBR:2026:6139

ECLI:NL:RBOBR:2026:6139

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 01/237655-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Vrijspraak artikel 6 WVW, veroordeling artikel 5 WVW. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van gevaar op de weg. Verdachte heeft bij het afslaan geen voorrang verleend aan een fietser, waardoor er een ongeval heeft plaatsgevonden. Het slachtoffer heeft hierbij aanzienlijk letsel opgelopen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte in aanmerkelijke mate onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam is geweest en acht dus niet bewezen dat hij schuld in de zin van artikel 6 WVW heeft gehad aan het verkeersongeval. De rechtbank acht overtreding van artikel 5 WVW wel bewezen en legt een geldboete van 500,00 euro op

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.237655.25

Datum uitspraak: 31 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

wonende te [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 augustus 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Veghel, gemeente Meierijstad als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een vrachtautocombinatie (een trekker (merk: Mercedes-Benz, type: Actros, kenteken: [kenteken 1]) met oplegger (merk: Krone, type Sd, met kenteken: [kenteken 2])), daarmede rijdende over de weg, de Kennedylaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- door met het door verdachte bestuurde motorrijtuig af te slaan naar rechts ten einde een bedrijventerrein op te rijden en/of

- door zich daarbij niet of onvoldoende ervan te vergewissen dat het rechts naast hem gelegen fietspad voor onder meer het doorgaande verkeer vrij was van enig verkeer en/of

- door (daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een op dezelfde weg rijdende bestuurder van een fiets die zich rechts naast de verdachte bevond, niet voor te laten gaan en/of

- (waardoor) de bestuurder van die fiets en/of de fiets is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen, met het door verdachte bestuurde motorrijtuig en/of enkele meters is meegesleurd door het motorrijtuig van verdachte,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

- meerdere wervelfracturen,

- een breuk van het borstbeen en/of

- een gebroken schouderblad,

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Veghel, gemeente Meierijstad als bestuurder van een vrachtautocombinatie (een trekker (merk: Mercedes-Benz, type: Actros, kenteken: [kenteken 1]) met oplegger (merk: Krone, type Sd, met kenteken: [kenteken 2])), daarmee rijdende op de weg, de Kennedylaan,

- met het door verdachte bestuurde motorrijtuig af is geslagen naar rechts ten einde een bedrijventerrein op te rijden en/of

- (daarbij) zich niet of onvoldoende ervan heeft vergewist of het rechts naast hem gelegen fietspad voor onder meer het doorgaande verkeer vrij was van enig verkeer en/of

- (daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een op dezelfde weg rijdende bestuurder van een fiets die zich rechts naast de verdachte bevond, niet voor heeft laten gaan en/of

- (waardoor) de bestuurder van die fiets en/of de fiets is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen, met het door verdachte bestuurde motorrijtuig en/of enkele meters is meegesleurd door het motorrijtuig van verdachte,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag

Inleiding

Op 27 mei 2025 vond op de Kennedylaan te Veghel een verkeersongeval plaats tussen de door verdachte bestuurde vrachtautocombinatie (trekker met oplegger) en een fatbike. Verdachte sloeg met zijn vrachtautocombinatie rechtsaf en reed een bedrijventerrein op. De bestuurder van de fatbike, die op datzelfde moment over het naast de rijbaan gelegen fietspad rechtdoor reed, botste frontaal tegen de afslaande vrachtautocombinatie. De bestuurder van de fatbike liep ten gevolge van het verkeersongeval meerdere botbreuken op.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Volgens de officier is verdachte als professioneel bestuurder, tijdens een moment van druk verkeer, rechtsaf geslagen zonder snelheid te minderen of te stoppen om zich ervan te vergewissen dat er niemand op het fietspad reed. Hiermee is verdachte tekort geschoten in vergelijking met een gemiddeld ander persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Het ongeval is daarom aan de schuld van verdachte te wijten. De officier stelt daarbij dat het rijgedrag als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend moet worden aangemerkt.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde. Verdachte moet ergens in de seconden voor het ongeval in zijn spiegels hebben gekeken, maar heeft de fietser gemist. Gelet op de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden is volgens de raadsman geen sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Daarmee is geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 WVW kan volgens de raadsman wel bewezen worden.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Voor de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bewijsbijlage bij dit vonnis.

Feitenvaststelling

Verdachte reed, als bestuurder van een vrachtautocombinatie, op 27 mei 2025 op de rechterweghelft van de Kennedylaan te Veghel. Na enkele seconden te hebben stilgestaan op de rijbaan wegens filevorming, stuurde verdachte eerst naar de linkerweghelft om vervolgens met een ruime bocht rechtsaf te slaan en een bedrijventerrein op te rijden. Hierbij kruiste hij het fietspad. Verdachte reed op dat moment met een snelheid tussen de 25 en 27 kilometer per uur. De bestuurder van de fatbike die op het fietspad reed, met een gemiddelde snelheid van 33 km/h, botste met de voorzijde tegen de vrachtautocombinatie van verdachte. De vrachtautocombinatie sleurde de bestuurder van de fatbike na de botsing mee. De vrachtautocombinatie kwam na circa 68,5 meter tot stilstand. Als gevolg van de aanrijding heeft de bestuurder van de fatbike letsel opgelopen, waaronder meerdere wervelfracturen, een breuk van het borstbeen en een gebroken schouderblad.

Juridisch kader artikel 6 WVW

Voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 WVW moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het verkeersongeval aan zijn schuld te wijten is. Daarvan is sprake bij een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of onoplettendheid. Daarbij moet de rechtbank volgens vaste jurisprudentie kijken naar het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Dit brengt mee dat niet in het algemeen valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld. Daarnaast geldt dat niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat uit de enkele omstandigheid dat verdachte een andere verkeersdeelnemer aan wie hij voorrang had moeten verlenen niet heeft gezien, hoewel deze voor hem wel waarneembaar moet zijn geweest en de verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen, nog niet kan volgen dat de verdachte zich ‘aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig’ heeft gedragen. De achtergrond hiervan is dat van iedere verkeersdeelnemer verwacht mag worden dat hij zijn gedrag afstemt op (onder meer) andere, voor hem waarneembare of te verwachten verkeersdeelnemers aan wie hij voorrang moet verlenen of met wie hij anderszins in zijn rijgedrag rekening moet houden. Als bijvoorbeeld in een voorrangssituatie aannemelijk is geworden dat verdachte daadwerkelijk heeft gekeken of sprake was van zo’n andere verkeersdeelnemer maar hij desondanks een andere verkeersdeelnemer niet heeft opgemerkt, kan niet zonder meer worden gezegd dat hij in vergelijking met de verkeersdeelnemer in het algemeen aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag heeft vertoond. Dat betekent echter niet dat bij een enkel moment van onoplettendheid, als gevolg waarvan een verkeersongeval ontstaat, nooit sprake zal kunnen zijn van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Er kunnen omstandigheden bestaan – zoals de aard van de verkeerssituatie – die maken dat zodanige aandacht van de verkeersdeelnemers wordt gevergd, dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.

Vrijspraak overtreding artikel 6 WVW

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte in aanmerkelijke mate onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam is geweest en acht dus niet bewezen dat hij schuld in de zin van artikel 6 WVW heeft gehad aan het verkeersongeval.

Verdachte heeft verklaard dat hij op het scherm van zijn (spiegel)camera heeft gekeken, maar dat hij het slachtoffer niet heeft gezien. De politie heeft onderzoek gedaan naar het zicht vanaf de bestuurderszitplaats van de vrachtwagen. Daaruit is gebleken dat het slachtoffer voor verdachte zichtbaar moet zijn geweest op het scherm van de camera toen verdachte stilstond en de fatbike zich op ongeveer 25 meter van de vrachtautocombinatie bevond. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte onvoldoende heeft gekeken voordat hij de bocht naar rechts inzette.

De rechtbank acht het aannemelijk dat sprake is geweest van een enkel moment van onoplettendheid, waarbij verdachte weliswaar heeft gekeken maar desondanks de fatbike niet heeft opgemerkt. Van omstandigheden die maken dat van verdachte meer of bijzondere aandacht mocht worden gevergd, zodanig dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig of onoplettend geldt, is in dit geval naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet volgt dat verdachte opvallend of gevaarlijk verkeersgedrag heeft vertoond. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat hij geen handelingen op zijn telefoon heeft verricht kort voor en tijdens het ongeval. Verder had verdachte geen alcohol gedronken of drugs gebruikt. Er zijn ook geen andere onderzoeksbevindingen waaruit blijkt dat verdachte zou zijn afgeleid of dat hij andere verkeersregels heeft overtreden, bijvoorbeeld door te hard te rijden. Dat verdachte geen richting zou hebben aangegeven, zoals het slachtoffer stelt, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen.

Dat alles maakt dat de rechtbank het aannemelijk vindt dat sprake is geweest van een enkel moment van onoplettendheid, waarbij verdachte de op het fietspad rijdende fatbike niet heeft opgemerkt. Van omstandigheden die maken dat van verdachte meer of bijzondere aandacht mocht worden gevergd, zodanig dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig geldt, is zoals hiervoor overwogen, geen sprake, terwijl evenmin sprake is van andere omstandigheden die de conclusie kunnen dragen dat verdachte roekeloos is geweest dan wel zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag heeft vertoond.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

Schuldig aan overtreding artikel 5 WVW

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt zoals bedoeld in artikel 5 WVW, zoals subsidiair aan verdachte ten laste is gelegd. Verdachte heeft een verkeersfout gemaakt door de fatbike niet op te merken en geen voorrang te verlenen aan de bestuurder daarvan. Uit het ongeval dat als gevolg daarvan heeft plaatsgevonden blijkt dat sprake is van het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg.

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van het subsidiaire feit:

op 27 mei 2025 te Veghel, gemeente Meierijstad als bestuurder van een vrachtautocombinatie (een trekker (merk: Mercedes-Benz, type: Actros, kenteken: [kenteken 1]) met oplegger (merk: Krone, type Sd, met kenteken: [kenteken 2])), daarmee rijdende op de weg, de Kennedylaan,

- met het door verdachte bestuurde motorrijtuig af is geslagen naar rechts teneinde een bedrijventerrein op te rijden en

- daarbij zich niet of onvoldoende ervan heeft vergewist of het rechts naast hem gelegen fietspad voor onder meer het doorgaande verkeer vrij was van enig verkeer en

- daarbij in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een op dezelfde weg rijdende bestuurder van een fiets die zich rechts naast de verdachte bevond, niet voor heeft laten gaan

- waardoor de bestuurder van die fiets in aanrijding is gekomen, met het door verdachte bestuurde motorrijtuig en enkele meters is meegesleurd door het motorrijtuig van verdachte,

De strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf

De eis van de officier van justitie

De officier heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 80 uren en een rijontzegging van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft erop gewezen dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat hij ten tijde van het ongeval een van de beste chauffeurs van het bedrijf was. De raadsman heeft verzocht om, in het geval van een veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde, een geldboete van maximaal € 500,00 op te leggen. Daarnaast heeft de raadsman verzocht geen onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen, omdat verdachte, als vrachtwagenchauffeur, zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn draagkracht. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van gevaar op de weg. Hij is met zijn vrachtauto rechtsaf geslagen zonder voldoende na te gaan of het rechtsgelegen fietspad vrij was van verkeer. Doordat verdachte geen voorrang heeft verleend aan de fietser die rechts naast hem op het fietspad reed, heeft er een ongeval plaatsgevonden, als gevolg waarvan de fietser een stuk is meegesleurd en aanzienlijk letsel heeft opgelopen. Voor het slachtoffer is dit een traumatische ervaring geweest, hij dacht dat hij de aanrijding niet zou overleven. Het korte moment van onoplettendheid van verdachte heeft dan ook grote gevolgen gehad.

De persoon van verdachte en de persoonlijke omstandigheden

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Voor zover de rechtbank heeft kunnen nagaan, is verdachte ook na dit incident niet meer met politie of justitie in aanraking gekomen.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank een schuldbewuste verdachte gezien die er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem aan het slachtoffer aangedane leed inziet. Verdachte heeft onder meer een brief naar het slachtoffer gestuurd om zijn hulp aan te bieden. Daarnaast heeft verdachte vrijwillig een aanvullende cursus over veilig rijden voor vrachtwagenchauffeurs afgerond. De rechtbank weegt ook mee dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur.

De op te leggen straf.

De officier is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, overtreding van artikel 6 WVW, een misdrijf. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij. De rechtbank houdt verdachte wel verantwoordelijk voor het maken van een verkeersfout in de vorm van een overtreding. De strafbedreiging van artikel 5 WVW wijkt substantieel af van de strafbedreiging van artikel 6 WVW. De rechtbank zal daarom een aanzienlijk lagere straf opleggen dan is geëist.

Voor de overtreding van artikel 5 WVW wordt doorgaans een geldboete en/of een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd. Alles afwegende ziet de rechtbank geen aanleiding om aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen en zal zij volstaan met de oplegging van een geldboete van € 500,00.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Bewezenverklaring:

- verklaart het primair ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Kwalificatie en strafbaarheid: Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Strafoplegging:

- legt op de volgende straf:

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde:

een geldboete ter hoogte van 500,00 euro subsidiair 5 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M. Rinzema, voorzitter,

mr. H.M. Hettinga en mr. A. van der Hilst, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N. Slingerland, griffier,

en is uitgesproken op 31 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.M. Rinzema
  • mr. H.M. Hettinga
  • mr. A. van der Hilst

Griffier

  • mr. N. Slingerland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand