ECLI:NL:RBOBR:2026:6328

ECLI:NL:RBOBR:2026:6328

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer 01/051923-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Conflict in woonwijk. De rechtbank spreekt verdachte vrij van openlijke geweldpleging omdat zij niet kan vaststellen dat verdachte heeft bijgedragen aan het geweld.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

[verdachte] ,

De tenlastelegging.

terwijl het door hem, verdachte, gepleegde geweld enig lichamelijk letsel bij die [medeverdachte 1] ten gevolge had.

De formele voorvragen.

De bewijsvraag.

vonnis

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.051923.24

Datum uitspraak: 2 september 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

geboren te [geboorteplaats] op [2003] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 juli 2026.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 19 augustus 2026 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 februari 2024 te 's-Hertogenbosch openlijk, te weten op/aan de openbare weg, de Vierde Rompert, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten de voordeur en/of een ruit naast de voordeur van de woning aan [adres 2] aldaar, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het meermalen met een koevoet, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, slaan tegen die (voor)deur en/of ruit en/of tegen een persoon, te weten [medeverdachte 1] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:

- het steken en/of snijden van die [medeverdachte 1] met een mes, in elk geval een hard en/of scherp voorwerp, in diens lichaam en/of

- het een of meermalen slaan en/of stompen en/of stoten en/of trappen tegen het hoofd en/of lichaam van die [medeverdachte 1] en/of

- het een of meermalen slaan met een koevoet, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, van die [medeverdachte 1] ,

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Voorts is ter terechtzitting door de raadsman aangevoerd dat het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het EVRM geschaad is. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering tot wijziging van de tenlastelegging andere geweldshandelingen behelst, waartegen de verdediging zich niet heeft kunnen weren. Voorts heeft de raadsman bepleit dat de vordering tardief is.

De rechtbank overweegt dat ter terechtzitting de vordering tot wijziging van de tenlastelegging is toegewezen. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen loopt namelijk niet zodanig uiteen dat geen sprake meer is van "hetzelfde feit" in de zin van art. 68 Sr. De geweldshandelingen zien op hetzelfde feitencomplex dat ook reeds bij de verdediging bekend was en niet gebleken is dat verdachte zich tegen de uiteindelijk geformuleerde aanklacht niet behoorlijk heeft kunnen verdedigen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat het recht op een eerlijk proces is geschaad. Te meer nu de verdediging dit niet nader heeft onderbouwd. Evenmin kan worden geoordeeld dat de vordering tardief is, nu het Openbaar Ministerie in iedere fase van de behandeling van een strafzaak een wijziging van de tenlastelegging kan vorderen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van jusitie heeft de rechtbank gevorderd om tot een bewezenverklaring te komen ten aanzien van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft ten aanzien van de openlijke geweldpleging tegen goederen partieel vrijspraak gevorderd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om verdachte vrij te spreken. Daartoe heeft de verdediging primair aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is voor een voldoende nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van openlijke geweldpleging van enig goed en evenmin dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld tegen [medeverdachte 1] . Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat er sprake is van noodweer dan wel putatief noodweer. De verdeging heeft bovendien een verweer gevoerd strekkende tot bewijsuitsluiting van de chatberichten die zijn aangetroffen in de telefoon van verdachte omdat daartoe geen machtiging is verleend door de rechter-commissaris en de privacy van verdachte is geschaad.

De beoordeling door de rechtbank.

Feitenvaststelling 11 februari 2024.

De rechtbank stelt op basis van het procesdossier eerst vast wat er op 11 februari 2024 is gebeurd. De rechtbank merkt daarbij op dat uit het dossier volgt dat er veel tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd, die elkaar over en weer uitsluiten. Daarbij gaat het ook om verklaringen waarbij verdachten zichzelf tegenspreken. De rechtbank zal hier behoedzaam mee omgaan. Naast de verklaringen van de verschillende verdachten bevat het dossier ook videobeelden, beschrijvingen daarvan en verklaringen van buurtbewoners.

Verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ) had een oplopend conflict met verdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). [verdachte] heeft vervolgens zijn broer [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) op de hoogte gesteld van het conflict, waarna zij elkaar hebben opgehitst om naar de woning van [medeverdachte 1] te gaan op 11 februari 2024. [verdachte] heeft op 11 februari 2024 ook contact gehad met verdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ), waarbij [verdachte] heeft gezegd [medeverdachte 3] op te halen. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben hierover verklaard dat zij voornemens waren om samen naar de coffeeshop te gaan. Op 11 februari 2024 zijn [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] samen naar de Hambaken in Den Bosch gegaan, waarbij het voor alle inzittenden in de auto op enig moment duidelijk was dat zij naar de Hambaken toe gingen vanwege het conflict tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] en dat zij niet naar een coffeeshop zouden gaan.

Op de camerabeelden van de Ringdeurbel van de woning aan [adres 2] , de woning van [medeverdachte 1] , is te zien dat om 22:37 uur [verdachte] aanbelt en aangeeft te willen praten. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op dat moment bij [verdachte] in de buurt zijn. Dan is te horen dat [medeverdachte 1] roept dat de drie mannen naar achteren moeten komen. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] rennen vervolgens naar de achterzijde van de woning. Naar het oordeel van de rechtbank zit daarin iets dreigends en lijken zij vooral momentum te willen pakken. Bovendien overweegt de rechtbank dat de situatie al behoorlijk gespannen was vanwege de berichten die eraan vooraf zijn gegaan.

Ten aanzien van de situatie aan de achterzijde van de woning overweegt de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben verklaard dat zij geklik hebben gehoord en een vuurwapen zagen. Bovendien heeft [medeverdachte 1] zelf bij de politie verklaard dat hij een op een vuurwapen lijkend voorwerp heeft gepakt om de mannen weg te jagen. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] hen heeft bedreigd met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

Vervolgens gaan [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] weer naar de voorzijde van de woning, waarbij [medeverdachte 2] om 22.38 uur met een koevoet in zijn handen naar de woning rent en met deze koevoet tegen de voordeur en de ruit naast de voordeur slaat. De drie mannen rennen vervolgens weer weg.

[medeverdachte 1] komt om 22:38 uur aan de voorzijde de woning weer uit en houdt wederom iets in zijn linkerhand vast. Hij rent een stuk achter de drie mannen aan. Vervolgens draait hij weer om en keert terug naar de woning. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] blijven in de nabije omgeving van de woning van [medeverdachte 1] waarbij er wordt geroepen en gescholden. Dit herhaalt zich een aantal keren, waarbij beide kanten de confrontatie met elkaar blijven opzoeken.

Omstreeks 22:40 uur rent [medeverdachte 1] wederom de woning uit, dit keer met een mes in handen en gaat richting [medeverdachte 2] die op dat moment de koevoet nog in handen heeft. De rechtbank stelt vast dat zij vervolgens in gevecht zijn geraakt en daarbij over en weer geweld hebben gebruikt. Op enig moment zijn ook [verdachte] en [medeverdachte 3] bij deze vechtpartij betrokken geraakt.

Het handelen van verdachte.

De rechtbank heeft hierboven reeds vastgesteld dat [verdachte] in conflict was met [medeverdachte 1] . [verdachte] heeft hierbij naar het oordeel van de rechtbank ook een aanjagende rol gehad door samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar de woning van [medeverdachte 1] te gaan. Dat [verdachte] slechts naar [medeverdachte 1] ging voor een goed gesprek acht de rechtbank ongeloofwaardig, gelet op de inhoud van de vooraf gestuurde chatberichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] en het dreigende karakter vanaf het begin van de ontmoeting bij de woning. Het conflict is bij de woning alleen maar verder geëscaleerd. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een vechtpartij tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op dat moment een mogelijke openlijk geweldsituatie ontstond.

[verdachte] heeft over dat gevecht verklaard dat hij heeft geprobeerd om tussen beiden te komen om het gevecht te beëindigen en dat hij het mes van [medeverdachte 1] heeft afgepakt. De rechtbank stelt vast dat het mes ook bij [verdachte] is aangetroffen toen de politie ter plaatse kwam.

De rechtbank kan echter niet vaststellen wat de bijdrage is geweest van [verdachte] aan het geweld. Evenmin kan de rechtbank vaststellen of [verdachte] opzettelijk geweld heeft gepleegd tegen [medeverdachte 1] . Geen van de getuigen geeft een gedetailleerde verklaring over wie welk geweld gebruikte. Ook zijn er van dit moment gek genoeg geen camerabeelden.

Hoewel [medeverdachte 1] meerdere snij- en steekverwondingen had, kan niet worden vastgesteld dat dit letsel opzettelijk door [verdachte] is toegebracht. Voor zover er aanwijzingen zijn dat [verdachte] zich wel daaraan schuldig heeft gemaakt, kunnen deze aanwijzingen ook passen bij het ontzetten en het afpakken van het mes. Er is bij [medeverdachte 1] geen gericht steekletsel vastgesteld.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit het chatbericht op pagina 357 van het dossier, waarin [verdachte] zegt dat hij hem heeft gestoken met zijn eigen mes, onvoldoende is om opzet te kunnen vaststellen. Verdachte heeft immers verklaard dat dat grootspraak is geweest. De rechtbank kan haar ogen niet sluiten voor het feit dat er, ook in chatberichten, na afloop van het incident door meerdere betrokkenen aantoonbaar onjuiste of overdreven uitlatingen zijn gedaan. Nu verdachte een andere uitleg geeft aan het chatbericht en het dossier onvoldoende ondersteuning biedt om tot de conclusie te komen dat die uitleg van verdachte niet klopt, dient de rechtbank met de inhoud van dat chatbericht behoedzaam om te springen.

De rechtbank stelt tevens vast dat het geweld dat tegen de voordeur van de woning van [medeverdachte 1] is gepleegd, niet in vereniging is gepleegd, maar enkel is begaan door [medeverdachte 2] .

Conclusie.

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken. Gelet hierop komt de rechtbank niet meer toe aan bespreking van de andere gevoerde verweren.

Voorlopige hechtenis.

Verdachte is voor dit feit in verzekering gesteld. Met ingang van 15 februari 2024 is het bevel voorlopige hechtenis onder voorwaarden geschorst. Gelet op de vrijspraak zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

Beslag.

De rechtbank stelt vast dat er beslag rust op het mes en op de koevoet. Nu verdachte wordt vrijgesproken zal de rechtbank beslissen dat de in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende dienen te worden geretourneerd.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis;

bepaalt dat de volgende in beslag genomen voorwerpen dienen te worden geretourneerd aan de rechthebbende:

1. STK Gereedschap;

1. STK Mes.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. C.W.H. Houg en mr. S.H. Schepers, leden,

in tegenwoordigheid van mr. L.A.P.H. Kirkels, griffier,

en is uitgesproken op 2 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.A. Mandemakers
  • mr. C.W.H. Houg
  • mr. S.H. Schepers

Griffier

  • mr. L.A.P.H. Kirkels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand