ECLI:NL:RBOBR:2026:6364

ECLI:NL:RBOBR:2026:6364

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 01-045864-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Oplegging van een ISD-maatregel voor twee vernielingen. Rechtbank ziet geen mogelijkheid tot oplegging (deels) voorwaardelijke straf gelet op de problematiek van verdachte en het gevaar voor herhaling. De noodzaak van bescherming van de maatschappij in haar geheel en het slachtoffer in het bijzonder krijgt voorrang. Toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Oost-Brabant

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 01.045864.26 en 01.202230.26

Datum uitspraak: 8 september 2026

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [1982] in [geboorteplaats] ,

gedetineerd in [verblijf plaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R.J.M. Oerlemans

Officier van justitie: mr. J.N. van Veen

Benadeelde partij: [slachtoffer]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 mei 2026 en 25 augustus 2026.

Kern van het vonnis

De rechtbank veroordeelt verdachte tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor twee vernielingen, gepleegd aan en in de woning van zijn ex-partner, de benadeelde partij [slachtoffer] , Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen mogelijkheid tot het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden gelet op de problematiek van de verdachte en het grote gevaar voor herhaling. De noodzaak tot bescherming van de maatschappij in haar geheel en het slachtoffer in het bijzonder krijgt voorrang op de wens van de verdachte zijn straf in een voorwaardelijk kader te ondergaan. Daarnaast wijst de rechtbank de vordering van de benadeelde partij in haar geheel toe.

Het verloop van de zaak

Op 28 mei 2026 is de zaak met parketnummer 01.045864.26 op de zitting behandeld. Onder andere is het advies van de reclassering van 14 april 2026 tot oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel besproken. Het onderzoek is vervolgens op de zitting geschorst om de reclassering aanvullend te laten rapporteren over de vraag of een voorwaardelijk behandeltraject voor de verdachte mogelijk zou zijn. In haar advies van 8 juli 2026 heeft de reclassering bijzondere voorwaarden geformuleerd waaronder een (deels) voorwaardelijke straf ten uitvoer zou kunnen worden gelegd. Een naar aanleiding van dit reclasseringsadvies ingediend verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is toegewezen, waarna de verdachte op 14 juli 2026 (onder voorwaarden) op vrije voeten is gekomen. Diezelfde dag is de verdachte opnieuw aangehouden omdat hij ervan werd verdacht de schorsingsvoorwaarden te hebben overtreden en een nieuw feit (parketnummer 01.202230.26) te hebben gepleegd. De schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is hierop opgeheven zodat de verdachte wederom vast is komen te zitten. Op 11 augustus 2026 heeft de reclassering nogmaals een aanvullend rapport uitgebracht waarin zij haar advies tot oplegging van een ISD-maatregel heeft herhaald en, voor het geval dat de rechtbank toch een (deels) voorwaardelijke straf zou overwegen, opnieuw (strengere) bijzondere voorwaarden heeft geformuleerd. Op de zitting van 8 september 2026 is de behandeling van de zaak met parketnummer 01.045864.26 hervat en is de nieuwe zaak met parketnummer 01.202230.26 hierbij gevoegd en behandeld (dat betreft de verdenking naar aanleiding van wat op 14 juli 2026 is gebeurd).

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 13 februari 2026 en 14 juli 2026 vernielingen heeft gepleegd aan en in de woning van [slachtoffer] te ’s-Hertogenbosch.

De volledige beschuldiging (tenlastelegging) houdt in dat

t.a.v. 01.45864.26:

hij op of omstreeks 13 februari 2026 te 's-Hertogenbosch

opzettelijk en wederrechtelijk

een raamkozijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

t.a.v. 01.202230.26:

hij op of omstreeks 14 juli 2026 te 's-Hertogenbosch

opzettelijk en wederrechtelijk

- een of meerdere ruiten/ramen,

- een deur,

- een televisie,

- een of meerdere (keuken)kasten,

- een keukenplaat en/of

- een magnetron,

in elk geval een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide feiten.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het oordeel aan de rechtbank overgelaten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat bewezen is dat de verdachte beide vernielingen heeft gepleegd.

De bewezenverklaring is gebaseerd op onderstaande bewijsmiddelen. De bewezenverklaring staat in paragraaf 2.3.2.

Bewijsmiddelen

De verdachte heeft de feiten bekend en de advocaat heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank noemt daarom de bewijsmiddelen hieronder wel, maar schrijft deze niet uit.

De rechtbank baseert de bewezenverklaring op de volgende bewijsmiddelen.

T.a.v. 01.045864.26 feit 1:

1. Proces-verbaal van de politie, aangifte door [slachtoffer]

2. Verklaring van de verdachte

T.a.v. 01.202230.26 feit 1:

3. Proces-verbaal van de politie, aangifte door [slachtoffer]

4. Verklaring van de verdachte

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

T.a.v. 01-045864-26:

hij op 13 februari 2026 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en wederrechtelijk

een raamkozijn, dat geheel toebehorende aan een ander heeft vernield.

T.a.v. 01-202230-26:

hij op 14 juli 2026 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en wederrechtelijk

- meerdere ruiten,

- een deur,

- een televisie,

- meerdere keukenkasten,

- een keukenplaat en

- een magnetron,

geheel toebehorende aan een ander, heeft vernield.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar gesteld als:

T.a.v. 01.045864.26 en 01.202230.26:

telkens vernieling

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Maatregel

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte voor beide vernielingen wordt veroordeeld tot een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit dat aan de verdachte, in plaats van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zou moeten worden opgelegd. Het onvoorwaardelijk strafdeel zou daarbij gelijk gesteld moeten worden aan de duur van het voorarrest van de verdachte. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding van de zaak en schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdachte krijgt zo de kans in de komende tijd te laten zien dat hij zich aan de bijzondere voorwaarden verbonden aan die schorsing kan houden. Meer subsidiair heeft de raadsman oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel bepleit.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt de verdachte een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaar op. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze maatregel komt.

De bewezenverklaarde feiten

De verdachte heeft op 13 februari 2026 en 14 juli 2026 vernielingen gepleegd aan en in de woning van zijn ex-partner. Tijdens deze incidenten heeft hij een raamkozijn, meerdere ruiten, een televisie, een magnetron, een kookplaat en meerdere kastdeurtjes vernield. Uit de schade die door de verdachte is veroorzaakt blijkt dat hij zeker ten tijde van het tweede incident behoorlijk tekeer moet zijn gegaan. Beide feiten zijn onder invloed van alcohol gepleegd.

De verdachte

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van verdachte van 13 augustus 2026 blijkt dat hij in 2025 en 2023 ook onherroepelijk is veroordeeld voor vernieling.

Rapporten van de reclassering

Zoals in het begin van het vonnis naar voren is gebracht onder ‘Het verloop van de zaak’ heeft de reclassering meermaals gerapporteerd in deze zaak. Het aanvankelijke advies voor een ISD-maatregel is, nadat de verdachte in de schorsing van zijn voorlopige hechtenis opnieuw in de fout is gegaan, in het rapport van 11 augustus 2026 herhaald. Het recidiverisico en het risico tot onttrekking aan de voorwaarden wordt door de reclassering als onverminderd hoog in geschat.

Oplegging ISD-maatregel

De rechtbank legt de verdachte een ISD-maatregel op. Er is voldaan aan alle hierna genoemde wettelijke vereisten:

De strafbare feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

De verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan deze feiten ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf.

De feiten waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld zijn gepleegd na tenuitvoerlegging van de hiervoor genoemde straffen.

Ook voldoet de vordering van de officier van justitie aan de voorwaarden zoals neergelegd in de richtlijn van het Openbaar Ministerie. De verdachte is een zeer actieve veelpleger, want over een periode van vijf jaar zijn processen-verbaal voor meer dan tien misdrijven tegen de verdachte opgemaakt, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden.

Verder moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Dit blijkt uit de adviezen van de reclassering en uit het feit dat verdachte op de dag van zijn vrijlating op 14 juli 2026 daadwerkelijk opnieuw de fout is ingegaan. Hoewel voor hem een locatieverbod gold, is hij weer bij zijn ex-partner aan de deur gegaan en heeft daar opnieuw vernielingen aangericht. Daarnaast blijkt uit het strafblad van de verdachte en het reclasseringsadvies dat hij zich in de afgelopen jaren in toenemende ernst schuldig heeft gemaakt aan strafbaar en overlastgevend gedrag. De reclassering acht de relatieproblematiek met het slachtoffer, het psychosociaal functioneren van de verdachte, zijn middelengebruik en zijn houding delictgerelateerd. Ook blijkt uit het reclasseringsadvies dat eerdere contacten met de reclassering (in het kader van opgelegde en deels uitgevoerde werkstraffen) niet tot gedragsverandering bij de verdachte hebben geleid. De rechtbank vindt het van groot belang dat de maatschappij in haar geheel en het slachtoffer in het bijzonder worden beschermd tegen het gedrag van de verdachte. En hoewel de verdachte ook nu weer zegt zich aan bijzondere voorwaarden te willen en kunnen houden heeft de rechtbank hier geen vertrouwen meer in. Naar het oordeel van de rechtbank eist de veiligheid van personen of goederen dan ook het opleggen van de ISD-maatregel.

De rechtbank legt de ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt hiervan niet afgetrokken. Door de maatregel voor twee jaar op te leggen, wordt de maatschappij langdurig tegen de verdachte beveiligd. Daarnaast kan tijdens deze twee jaar een bijdrage worden geleverd aan het oplossen van de problematiek van de verdachte.

Gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen behoeft hetgeen door de verdediging (meer) subsidiair is bepleit geen bespreking meer.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [slachtoffer] .

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft gevorderd dat de verdachte de materiële schade moet vergoeden die de verdachte met het strafbare feit gepleegd op 14 juli 2026 (01.202230.26 ) bij haar heeft veroorzaakt. De materiële schade bedraagt € 1.731,21. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd dat de rechtbank de schadevergoeding vermeerdert met de wettelijke rente en de verdachte de schadevergoedingsmaatregel oplegt.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan in zijn geheel worden toegewezen, met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarbij moet de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het oordeel aan de rechtbank overgelaten.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het onder parketnummer 01.202230.26 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De rechtbank wijst de vordering daarom toe. Dit betekent dat de verdachte € 1.731,21 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd dat de verdachte wettelijke rente moet betalen over de schadevergoeding. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 14 juli 2026.

De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Daarom moet de verdachte haar proceskosten betalen. Hetzelfde geldt voor de kosten die de benadeelde partij nog moet maken om de schadevergoeding door de verdachte betaald te krijgen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. De schadevergoedingsmaatregel ziet op het toegewezen schadebedrag met de wettelijke rente.

Als de verdachte niet betaalt, kan de staat hem in totaal maximaal17 dagen gijzelen. Hij moet dan nog steeds de schadevergoeding betalen.

6. Wettelijke voorschriften

De rechtbank baseert de maatregel op de artikelen 36f, 38m, 38n, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 omschreven, heeft gepleegd.

Kwalificatie en strafbaarheid

De rechtbank stelt vast dat de feiten strafbaar zijn gesteld zoals vermeld in hoofdstuk 3.

De rechtbank verklaart de verdachte strafbaar.

Maatregel

ISD-maatregel

De rechtbank beveelt dat de verdachte voor de feiten wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar.

Vordering benadeelde partij

De rechtbank veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer] (parketnummer 01.202230.26), te betalen een bedrag van € 1.731,21 als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 14 juli 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten om dit vonnis ten uitvoer te leggen.

De rechtbank legt de verdachte voor het feit begaan onder parketnummer 01.202230.26 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat € 1.731,21 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 juli 2026 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt, de verdachte kan worden gegijzeld voor de duur van maximaal 17 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Als de verdachte (een deel van) de schade aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de staat te betalen. Dit geldt omgekeerd ook als de verdachte (een deel) van de schade aan de staat heeft betaald.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. T. Kraniotis, voorzitter,

en mr. A. Maas en mr. I.C. Meuris, rechters,

in tegenwoordigheid van S.A. Nuyens, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 september 2026

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T. Kraniotis
  • mr. A. Maas
  • mr. I.C. Meuris

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand