ECLI:NL:RBOBR:2026:6370

ECLI:NL:RBOBR:2026:6370

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 01-358312-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Artikel 6 en 8 WVW. Rijden op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en niet meewerken aan bloedonderzoek

Uitspraak

[verdachte] ,

tegemoetkomende personenauto (Volvo) te rijden en vervolgens

geboren te [geboorteplaats] op [1982] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 5 maart 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1 hij op of omstreeks 3 november 2024 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (merk: Honda), daarmede rijdende over de weg, de Geldropseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, -niet, althans onvoldoende, zijn aandacht bij de weg en/of het verkeer te houden en/of -niet zoveel mogelijk rechts te houden en/of -(gedeeltelijk) over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer te gaan rijden, althans (gedeeltelijk) op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer terecht te komen en/of (vervolgens) -tegen een over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer tegemoetkomende/naderende personenauto (Volvo) te botsen en/of te rijden en/of (vervolgens) -naar rechts te rijden en/of te glijden en/of (gedeeltelijk) in een aldaar gelegen sloot terecht te komen, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere ribfracturen en/of een mediale malleolus fractuur, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 3 november 2024 te Eindhoven als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Geldropseweg, -niet, althans onvoldoende, zijn aandacht bij de weg en/of het verkeer te houden en/of -niet zoveel mogelijk rechts te houden en/of -(gedeeltelijk) over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer te gaan rijden, althans (gedeeltelijk) op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer terecht te komen en/of (vervolgens) -tegen een over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer tegemoetkomende/naderende personenauto (Volvo) te botsen en/of te rijden en/of (vervolgens) -naar rechts te rijden en/of te glijden en/of (gedeeltelijk) in een aldaar gelegen sloot terecht te komen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2 hij op of omstreeks 3 november 2024 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Inleiding.

Op 3 november 2024 heeft op de Geldropseweg te Eindhoven een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij twee elkaar tegemoetkomende personenauto’s met elkaar in aanrijding zijn gekomen. Verdachte wordt ervan verdacht dat hij op enig moment (gedeeltelijk) op de verkeerde rijbaan is gaan rijden waardoor de aanrijding is ontstaan. De bijrijder in het voertuig van verdachte, [slachtoffer 1] , heeft door het ongeval lichamelijk letsel opgelopen. Verdachte zou vervolgens na het verkeersongeval niet aan een bloedonderzoek hebben willen meewerken.

Het veroorzaken van het verkeersongeval is onder feit 1 primair als misdrijf ex artikel 6

van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) tenlastegelegd en subsidiair als overtreding van artikel 5 WVW.

De weigering om aan een bloedonderzoek mee te werken is in feit 1 primair als strafverzwarende omstandigheid en in feit 2 als zelfstandig delict tenlastegelegd.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaringen van feit 1 primair en feit 2 gerekwireerd. Volgens de officier van justitie heeft verdachte zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend gereden en kan het door het slachtoffer opgelopen letsel als zwaar lichamelijk letsel worden gekwalificeerd. De officier van justitie heeft volledigheidshalve aangevoerd

dat verdachte van de tenlastegelegde roekeloosheid zou moeten worden vrijgesproken

(feit 1 primair).

Het standpunt van verdachte.

Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij van beide feiten moet worden vrijgesproken. Niet hij, maar de bestuurder van de Volvo reed op de verkeerde weghelft.

De getuigen en de bij het onderzoek naar de toedracht van het verkeersongeval betrokken verbalisanten liegen. Verdachte heeft ook niet geweigerd om aan een bloedonderzoek mee te werken. Dit werd hem in het ziekenhuis door artsen ontraden, omdat hij kneuzingen in

het middenrif had opgelopen.

De bewijsbijlage.

De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in een bewijsbijlage die onderdeel uitmaakt van dit vonnis. De inhoud van die bijlage geldt als hier herhaald en ingelast.

Het oordeel van de rechtbank.

De feitelijke toedracht

Voor wat betreft de vaststelling van de feitelijke toedracht gaat de rechtbank uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden.

Bij het verkeersongeval waren een personenauto van het merk Honda (hierna: de Honda)

en een personenauto van het merk Volvo (hierna: de Volvo) betrokken. Verdachte was de bestuurder van de Honda en [slachtoffer 2] was de bestuurder van de Volvo.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij onderweg naar Geldrop was en dat op enig moment

een hem tegemoetkomend voertuig ineens op zijn weghelft kwam en zijn voertuig frontaal aanreed.

Getuige [betrokkene] reed achter de Volvo en zag dat een hen tegemoetkomend voertuig afboog naar hun rijbaan en daarop reed. [betrokkene] zag vervolgens dat de Volvo en de Honda over de weg tolden.

De rechtbank stelt vast dat de onafhankelijke getuige [betrokkene] de verklaring van [slachtoffer 2] bevestigt.

Verbalisanten hebben (forensisch) onderzoek verricht naar de toedracht van het ongeval. Zij concluderen op basis van de combinatie van het aangetroffen schadebeeld aan de betrokken voertuigen en de aangetroffen krassporen op het wegdek dat de Honda (verdachte) deels op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomend verkeer reed en dat de Honda op die rijstrook met de voorzijde links tegen de voorzijde links van de tegemoetkomende Volvo ( [slachtoffer 2]) aanreed. Volgens de verbalisanten hield de bestuurder van de Honda niet voldoende rechts.

De rechtbank stelt vast dat de conclusie uit het forensisch onderzoek, inhoudende dat verdachte degene is geweest die met zijn voertuig (deels) op de verkeerde weghelft

heeft gereden, overeenstemt met de door getuigen [slachtoffer 2] en [betrokkene] geschetste toedracht. De rechtbank heeft geen enkele aanleiding om aan de juistheid van de getuigenverklaringen en de, valide onderbouwde, onderzoeksbevindingen van de verbalisanten te twijfelen en neemt deze als uitgangspunt bij de vaststelling van de

feitelijke toedracht. De rechtbank concludeert dan ook dat het door verdachte bestuurde voertuig (deels) op de verkeerde weghelft heeft gereden. Dit betekent dat de rechtbank de andersluidende versie van verdachte terzijde schuift.

Beoordeling mate van schuld

De vraag die de rechtbank in deze zaak (feit 1) moet beantwoorden, is of de verdachte zich zodanig heeft gedragen dat door zijn schuld een ongeval heeft plaatsgevonden waardoor

een ander (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht.

Schuld in de betekenis van artikel 6 WVW kent verschillende gradaties: van aanmerkelijk onvoorzichtig tot roekeloos, waarbij roekeloos geldt als de zwaarste vorm van schuld.

Voor schuld in de zin van artikel 6 van de WVW is (minimaal) een min of meer grove of aanmerkelijke mate van schuld vereist. Deze vorm van schuld wordt wel aangeduid als (aanmerkelijke) onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of onoplettendheid. Deze onvoorzichtigheid moet bovendien verwijtbaar zijn. Het gaat bij ‘schuld’ in deze zin dus in de kern om een ‘aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid’. Niet elk tekortschieten, niet elke verkeersovertreding is voldoende voor het aannemen van schuld. Het gaat om de vraag of de verdachte objectief gezien een ernstige fout heeft gemaakt, dan wel of het rijgedrag aanmerkelijk onder de maat is gebleven van wat van een bestuurder van een motorvoertuig kan worden geëist in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Of sprake is van een dergelijke mate van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij is de weging en selectie van het beschikbare bewijsmateriaal voorbehouden aan de feitenrechter.

De rechtbank acht met de officier van justitie niet bewezen dat verdachte roekeloos heeft gereden zodat hij van dit onderdeel wordt vrijgesproken. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, evenmin bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend heeft gereden, zodat verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier hiervoor te weinig concrete informatie. Zo is niets bekend over de door verdachte gereden snelheid, dan wel zijn rijgedrag kort voor het ongeval.

De rechtbank komt wel tot het oordeel dat verdachte met een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid en onoplettendheid heeft gereden als gevolg waarvan het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De plaats van het ongeval betreft een rechte weg bestaande uit één rijbaan met twee rijstroken bestemd voor tegenliggers. De twee rijstroken worden van elkaar gescheiden door witte markeringsstrepen op het wegdek. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Op een dergelijke weg met tegemoetkomende verkeersdeelnemers zonder harde middenberm is reeds bij voorbaat extra voorzichtigheid en oplettendheid geboden. Dit geldt met name in het donker, zoals thans aan de orde. Het staat vast dat verdachte van de rechte lijn is afgeweken en deels op de weghelft van het hem tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen. Dit terwijl voor hem zichtbaar moet zijn geweest dat een tegenligger hem tegemoet kwam gereden. Immers, uit het forensisch onderzoek volgt dat de verlichtingsschakelaar van de Volvo was ingeschakeld. Door onder de hiervoor geschetste omstandigheden deels op de rijstrook van de tegenligger te gaan rijden is verdachte naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onder de maat gebleven van wat van een bestuurder in vergelijkbare omstandigheden mag worden verwacht. Aldus is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Zwaar lichamelijk letsel [slachtoffer 1]

Het slachtoffer zat ten tijde van het verkeersongeval op de bijrijdersstoel in de Honda. Uit de medische informatie volgt dat zij drie ribfracturen en een mediale malleolus (enkel) fractuur heeft opgelopen, dat zij is geopereerd en dat de duur van genezing op drie maanden is geschat. Uit openbare bronnen (Google) en het feit dat er een operatie heeft moeten plaatsvinden, blijkt dat genoemde enkelfractuur een gecompliceerde enkelbreuk betreft. Uit de verklaring die het slachtoffer op 25 februari 2025, en dus ruim drie maanden na het ongeval, heeft afgelegd blijkt dat zij nog niet lang kon lopen of staan, voor behandeling bij een neuroloog en huisarts is geweest en fysiotherapie volgt. Verder volgt uit deze verklaring dat zij enige tijd in een rolstoel heeft moeten zitten. Gelet op dit alles kwalificeert de rechtbank het door het slachtoffer opgelopen letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Weigering bloedonderzoek

De rechtbank kan hierover kort zijn. De weigerachtige houding van verdachte ten aanzien van een hem bevolen bloedonderzoek volgt ondubbelzinnig en rechtstreeks uit de inhoud van het in de bewijsbijlage opgenomen proces-verbaal rijden onder invloed dat door verbalisanten op ambtsbelofte en/of ambtseed is opgemaakt en (elektronisch) is ondertekend. De rechtbank heeft geen enkele aanleiding om aan de betrouwbaarheid en juistheid van de daarin opgenomen bevindingen te twijfelen en acht dit feit (2) cq. deze strafverzwarende omstandigheid (feit 1 primair) dan ook bewezen. De rechtbank schuift de andersluidende verklaring van verdachte bij gebreke van concrete aanknopingspunten terzijde.

Eindconclusie

De rechtbank acht feit 1 primair en feit 2 bewezen zoals hierna uitgeschreven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierna in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de

rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

t.a.v. feit 1 primair:

op 3 november 2024 te Eindhoven, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto van het merk: Honda, daarmede rijdende over de weg, de Geldropseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend

- onvoldoende zijn aandacht bij de weg en het verkeer te houden en

- niet zoveel mogelijk rechts te houden en

- gedeeltelijk over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer te gaan rijden,

- tegen een over de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer hem

- naar rechts te rijden en/of te glijden en gedeeltelijk in een aldaar gelegen sloot terecht

te komen,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere ribfracturen en een mediale malleolus fractuur werd toegebracht,

terwijl hij, verdachte, na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, zesde lid van genoemde wet;

t.a.v. feit 2:

op 3 november 2024 te Eindhoven als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen van feit 1 primair en feit 2 worden in onderling verband en samenhang beschouwd.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie. (bijlage)

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 7 maanden en een rijontzegging van

3 jaren gevorderd.

Het standpunt van verdachte.

Verdachte heeft om de oplegging van een geldboete met termijnbetalingen verzocht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Ernst feiten

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt. Hij is op een rechte weg met gescheiden rijstroken gedeeltelijk op de verkeerde weghelft gaan rijden terwijl een tegenligger hem tegemoet kwam gereden. Hierdoor is een aanrijding met een tegenligger ontstaan. De bijrijder in het voertuig van verdachte heeft door het ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen, als gevolg waarvan zij drie maanden later nog steeds fysiek ongemak ondervond. Dat de bestuurder van de Volvo geen lichamelijk letsel heeft opgelopen is een uiterst gelukkige omstandigheid die niet aan het handelen van verdachte te danken is geweest. Dit had door het onverantwoorde gevaarzettende rijgedrag van verdachte zomaar anders kunnen zijn. Daarnaast heeft hij na het ongeval geweigerd mee te werken aan een bloedonderzoek naar het onder invloed verkeren van alcohol dan wel verdovende middelen ten tijde van het ongeval. Hierdoor is niet vastgesteld kunnen worden of hij alcohol en/of drugs heeft gebruikt alvorens als bestuurder van een auto op te treden, dit terwijl hiervoor wel zeer sterke aanwijzingen waren. Kortom, verdachte heeft zich op meerdere aspecten een onverantwoorde verkeersdeelnemer betoond waardoor de verkeersveiligheid in algemene zin in gevaar werd gebracht. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

Proceshouding

De rechtbank tilt er ook zwaar aan dat verdachte ondanks een overtuigende hoeveelheid aan bewijs en tegen beter weten in geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn strafwaardige handelen heeft genomen. Hij heeft zichzelf geheel in een slachtofferrol geplaatst. De verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd komt er in de kern op neer dat iedereen liegt en hem geen enkele blaam treft. Uit het verhandelde ter terechtzitting is ook gebleken dat verdachte nooit naar het wel en wee van het slachtoffer heeft geïnformeerd. Ter terechtzitting heeft hij geen enkele vorm van empathie naar het slachtoffer getoond; immers het ongeval was niet zijn schuld. Die houding heeft hij ook aangenomen toen hem om een reactie werd gevraagd nadat de bestuurder van de Volvo van het spreekrecht gebruik heeft gemaakt; immers dat was degene die op de verkeerde weghelft had gereden. Zijn reactie op de door dezelfde bestuurder verzochte schadevergoeding was van eenzelfde orde: verdachte wenst zelf een schadevergoeding.

De rechtbank ziet in de algehele proceshouding van verdachte een zeer zorgelijke attitude die weinig goeds in zijn toekomstige verkeersgedrag voorspelt.

Strafblad en persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft gezien dat verdachte nooit eerder vanwege een strafbaar feit is veroordeeld. Verdachte kent naar eigen zeggen geen problemen op leefgebieden. Hij huurt woonruimte, werkt full time in een kaasfabriek en heeft een zoon van 21 jaar die op eigen benen staat.

Oriëntatiepunten

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Hieruit volgt dat voor het veroorzaken van een verkeersongeval met een aanmerkelijke mate van schuld en met het weigeren van een bloedproef wordt uitgegaan van een gevangenisstraf van 3 maanden en een rijontzegging van 2 jaren. Voor het weigeren van een bloedproef als zelfstandig delict wordt uitgegaan van een geldboete van € 1.300,= en een rijontzegging van 9 maanden.

De strafoplegging

De rechtbank ziet in het verhandelde ter terechtzitting geen enkele aanleiding om in matigende zin van de oriëntatiepunten af te wijken. Daarentegen ziet de rechtbank wel

het belang van een voorwaardelijk strafdeel als extra stok achter de deur.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. De rechtbank zal hiervan 3 maanden voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Daarnaast acht de rechtbank een rijontzegging voor de duur van 2 jaren passend en geboden.

Gezien de beperkte afstand (3-4 kilometer) tussen de woonruimte van verdachte en zijn werklocatie komt het behoud van zijn werk niet in gevaar door de rijontzegging.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank in feit 1 primair een lichtere schuldgradatie bewezen acht dan de officier van justitie. De rechtbank is verder van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in

de vordering gerekwireerd vanwege een ontbrekende onderbouwing van het gevorderde smartengeld.

Het standpunt van verdachte.

Verdachte heeft zich verzet tegen toewijzing van de vordering.

Het oordeel van de rechtbank.

De benadeelde partij heeft een bedrag aan immateriële schade gevorderd.

Op grond van artikel 6:106, onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is vergoeding van immateriële schade mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer of goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast.

Nu de benadeelde partij geen lichamelijk letsel heeft opgelopen en niet is aangetast in zijn eer of goede naam resteert de vraag of de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast.

Voor het aannemen van een aantasting in persoon ‘op andere wijze’ komen drie categorieën in aanmerking.

De eerste categorie betreft de gevallen waarin de benadeelde partij geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar

objectieve maatstaven zijn of kunnen worden vastgesteld.

De tweede categorie betreft gevallen waarin het geestelijk letsel niet naar objectieve maatstaven kan worden aangenomen, maar waarin de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeeld, meebrengen dat

sprake is van een aantasting in de persoon ‘op ander wijze’.

De derde categorie betreft de gevallen waarin de aard en de ernst van de normschending van zodanig groot gewicht zijn, en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen van de hiervoor genoemde categorieën van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank de vordering bij

gebrek aan een rechtsgrond zal afwijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de proceskosten die verdachte ter verdediging tegen de vordering heeft gemaakt, tot op heden begoot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 163, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde onder feit 1 primair en feit 2 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1 primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, zesde lid van deze wet

t.a.v. feit 2:

overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1 primair en feit 2:

- Een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met

een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de

proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

- Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] af.

Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.V. Vullings, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. I.C. Meuris, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 4 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.V. Vullings
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. I.C. Meuris

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand