RECHTBANK OOST-BRABANT
beschikking
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/427339 / FA RK 26-2714
Uitspraak : 13 augustus 2026
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoeker] ,
geboren te [plaats] op [datum] ,hierna mede te noemen: [verzoeker] ,wonende te [plaats] ,advocaat mr. K.S.M. Smienk.
Inzake de geslachtsaanduiding merkt de rechtbank als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen: de ambtenaar.
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op
4 juni 2026
- de brief van de ambtenaar van 9 juli 2026.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2026. Verschenen zijn [verzoeker] en diens advocaat. Na het sluiten van de behandeling ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.
2. De feiten
[verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit. Op diens geboorteakte staan als voornamen [voornamen] vermeld en als geslachtsaanduiding ‘M (mannelijk)’.
3. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt:
- de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente 's-Hertogenbosch van het jaar
[jaar] ( [aktenummer] ) een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht X zal zijn;
- te bepalen dat diens voornamen gewijzigd worden in de voornamen [voornamen] en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Hertogenbosch te gelasten om deze wijziging in de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente ‘s-Hertogenbosch Rotterdam van het jaar [jaar] ( [aktenummer] ) toe te voegen.
4. De beoordeling
Algemeen
De rechtbank begrijpt dat onder het tweede liggende streepje van 3.1. abusievelijk de gemeente Rotterdam staat genoemd, terwijl alleen de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt bedoeld.
Wijziging geslachtsaanduiding in geboorteakte
De rechtbank moet beoordelen of het verzoek om de geslachtsaanduiding te wijzigen naar ‘X’ mogelijk is. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen en daarbij een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte in de vorm van een ‘X’.
De rechtbank overweegt dat het in beginsel aan de wetgever is om een voorziening te treffen die het mogelijk maakt om een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte. Hoewel er wel initiatief toe is genomen, is er op dit moment nog geen zicht op voortgang van dit wetgevingsproces. Het is nog onduidelijk of en zo ja, op welke termijn inwerkingtreding van wetgeving over een neutrale geslachtsregistratie kan worden verwacht. De rechtbank overweegt dat zolang er geen wetgeving is, elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in de uitspraak van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336).
In dat kader acht de rechtbank van belang dat de artikelen 1:28 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot en met 1:28c BW voorzien in de mogelijkheid om de geslachtsaanduiding in de geboorteakte te wijzigen van vrouwelijk naar mannelijk en van mannelijk naar vrouwelijk. In diverse rechterlijke uitspraken zijn deze artikelen naar analogie toegepast, waarna de verzoeken tot het aanduiden van het geslacht in de geboorteakte met een 'X' zijn toegewezen.
De rechtbank ziet aanleiding om de hiervoor genoemde artikelen naar analogie toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een wettelijke regeling om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen naar een non-binaire variant, betekent dat het voor non-binaire personen onmogelijk is om hun zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen in de vorm van een non-binaire geslachtsregistratie (gelijk aan de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266, r.o. 5.16). Dit is anders dan bij personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren. Voor hen geldt namelijk dat er wel een wettelijke regeling bestaat om het geslacht te wijzigen van man naar vrouw of van vrouw naar man. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een onderscheid op naar geslacht, zoals bedoeld in artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat niet objectief en redelijkerwijs kan worden gerechtvaardigd en om die reden ongeoorloofd is.
De rechtbank zal overgaan tot toewijzing van het verzoek. Gelet op de persoonlijke toelichting van [verzoeker] en de overgelegde deskundigenverklaring is de rechtbank van oordeel dat [verzoeker] een duurzame overtuiging heeft over diens genderidentiteit en dat het besluit om te verzoeken om wijziging van diens geslachtsaanduiding niet lichtzinnig is genomen. Daarom zal de rechtbank naar analogie van artikel 1:28b BW de ambtenaar gelasten aan de akte van geboorte een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, waarbij het gewijzigde non-binaire geslacht zal worden aangeduid met ‘X’ zoals verzocht.
Wijziging voornaam
De rechtbank is gelet op diens verklaring ter zitting van oordeel dat [verzoeker] een voldoende zwaarwegend belang heeft bij de verzochte wijziging van diens voornamen. De reden waarom [verzoeker] verzoekt om ook de [tweede en derde naam] te laten vervallen, is met name gelegen in de omstandigheid dat [verzoeker] de associatie met de voornamen die [verzoeker] bij geboorte heeft meegekregen psychisch als zeer belastend ervaart. Het belang van [verzoeker] heeft zwaarder te wegen dan het algemeen belang bij naamconsistentie. Het is de rechtbank niet gebleken dat de door [verzoeker] gewenste voornamen ongepast zijn in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW, noch dat deze overeenstemmen met een bestaande geslachtsnaam die niet ook een gebruikelijke voornaam is. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
Het verzoek om de ambtenaar te gelasten om de wijziging van de voornamen in de geboorteakte toe te voegen zal worden afgewezen omdat al uit de wet voortvloeit dat de ambtenaar een latere vermelding zal toevoegen aan de geboorteakte als het verzoek wordt toegewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
gelast de ambtenaar om aan de geboorteakte met [aktenummer] ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente ‘s-Hertogenbosch van het jaar [jaar] , een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: X;
gelast de wijziging van de voornamen van betrokkene van [voornamen] in [voornamen] zodat [verzoeker] voluit zal komen te heten [volledige naam] .
Deze beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenboscha. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraakb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.