ECLI:NL:RBOBR:2026:6531

ECLI:NL:RBOBR:2026:6531

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 01-051990-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor driemaal diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een diefstal door twee of meer verenigde personen, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Van 1 bedrijfsinbraak wordt de verdachte vrijgesproken. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal inbraken in bakkerijen, waarvan één in vereniging met een ander en een inbraak in een chocolaterie. Hij is vanuit Den Haag naar het zuiden van het land afgereisd om de inbraken te plegen en heeft bij hardwerkende ondernemers schade en ongemak veroorzaakt. De verdachte is herhaaldelijk veroordeeld ter zake van soortgelijk strafbare feiten. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. Aan een van de bakkerijen dient schadevergoeding te worden betaald. Ook is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd met gijzeling bij niet betaling.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.051990.26

Datum uitspraak: 10 september 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1981] ,

wonende te [adres] ,

thans uit andere hoofde gedetineerd te: [verblijfplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 juli 2026.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 14 februari 2024 te Best

een geldbedrag van (ongeveer) €629,45 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklmming;

feit 2:

hij op of omstreeks 17 mei 2024 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een geldbedrag van (ongeveer) €500, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 3:

hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Valkenswaard

een geldbedrag van (ongeveer) €2500, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 4:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 2 juli 2024 te Leende, gemeente Heeze-Leende

een geldbedrag van (ongeveer) €500, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 5:

hij in of omstreeks de periode van 6 september 2024 tot en met 7 september 2024 te Valkenswaard

een geldbedrag van (ongeveer) €2350, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] ., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen geacht, onder meer op grond van schakelbewijs.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten.

Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat de herkenning van de verdachte op camerabeelden niet kan bijdragen aan het bewijs omdat deze niet spontaan en onafhankelijk is gedaan en onvoldoende betrouwbaar is.

Met betrekking tot de feiten 1, 2, 3 en 4 is aangevoerd dat directe betrokkenheid van de verdachte uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid.

Met betrekking tot feit 5 is aangevoerd dat de enkele aanwezigheid van een DNA-spoor aan de buitenzijde van de toegangsdeur van de chocolaterie onvoldoende is voor een bewezenverklaring. De verdediging heeft aangevoerd dat de overeenkomsten tussen de 5 inbraken te algemeen zijn om schakelbewijs in de bewijsvoering aan te nemen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn telefoon regelmatig heeft uitgeleend aan anderen. Ook heeft hij verklaard dat een vriend van hem een horecazaak heeft in Valkenswaard en dat hij wel eens in de chocolaterie in Valkenswaard is geweest toen hij zijn vriend bezocht. Dit zou kunnen verklaren waarom het betreffende DNA-spoor aan de buitenzijde van de chocolaterie is aangetroffen.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegd. De rechtbank overweegt voorts het volgende.

Het oordeel van de rechtbank.

Feit 2

In de nacht van 16 op 17 mei 2024 is ingebroken in [slachtoffer 2] in Geldrop, waarbij door twee personen geld is weggenomen. Van deze inbraak is aangifte gedaan. Deze inbraak is vastgelegd op camerabeelden. Verbalisant [verbalisant 1] heeft deze camerabeelden op 11 september 2024 beschreven en uit deze omschrijving blijkt dat met name de persoon, aangeduid met NN1, op verschillende momenten duidelijk in beeld is gekomen, te beginnen om 00:35:10 uur. Waargenomen is dat door persoon NN1 het slot van een rolluik is vernield. Ook is zichtbaar dat persoon NN1 geld heeft weggenomen uit een kassalade.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de camerabeelden ook bekeken. Zij heeft op 7 oktober 2024 de verdachte, van wie zij een ID-staat van 7 oktober 2024 ter vergelijking beschikbaar had, herkend als zijnde persoon NN1. Verbalisant [verbalisant 2] heeft de verdachte herkend aan zijn ronde gelaatsvorm, zijn volle wenkbrauwen, zijn rechter iet wat afstaand oor en zijn iets kromme neus met een bolvormige topje van de neus. Daarnaast heeft zij hem herkend aan zijn donker kort haar net boven zijn oor, zijn korte baard en snor met een donker plukje net onder de lip en daaronder een grijze plak in de baard. De rechtbank stelt vast dat de herkenning van verbalisant [verbalisant 2] op grond van bewegende (camera)beelden heeft plaatsgevonden en dat deze camerabeelden duidelijk, helder en van goede kwaliteit waren, zoals [verbalisant 1] heeft beschreven. De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de herkenning door [verbalisant 2] te twijfelen.

De rechtbank stelt op grond van de beschrijving van de camerabeelden door [verbalisant 1] vast dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging met een tweede persoon heeft gepleegd. De tweede persoon is eveneens in de bakkerij geweest en is met een donkere kist het pand uitgelopen.

Feit 5

In de nacht van 6 op 7 september 2024 is ingebroken in [slachtoffer 4] in Valkenswaard waarbij geld is weggenomen. Van deze inbraak is aangifte gedaan. De voordeur is geforceerd. Op de buitenzijde van de ruit van de linkerdeur van de chocolaterie zijn meerdere vettige vlekken aangetroffen, links van de deurhendel op de ruit. De bemonstering van de ruit is onderzocht op de aanwezigheid van DNA en heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van verdachte afkomstig kan zijn. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de donor is geweest van het aangetroffen DNA-materiaal en dat hij daarom degene is die de inbraak heeft gepleegd.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij regelmatig in Valkenswaard is en ook wel eens in de chocolaterie is geweest. De rechtbank begrijpt zijn verklaring zo, dat op die manier zijn DNA daar achtergebleven kan zijn. Bij de politie heeft de verdachte een dergelijke verklaring niet afgelegd. Hij wilde in die fase niet meewerken aan het onderzoek en heeft enkel volstaan met de mededeling dat hij alle feiten ontkent.

De verdachte heeft zijn alternatieve scenario op geen enkele wijze onderbouwd en de rechtbank schuift zijn verklaring daarom terzijde.

Feit 1 en feit 4

Op 14 februari 2024 is ingebroken in [slachtoffer 1] in Best. Van deze inbraak is aangifte gedaan. De voordeur is geforceerd. Onder meer is geld weggenomen uit een kassalade. Verbalisant [verbalisant 3] heeft camerabeelden van die nacht bekeken en beschreven. Daarop was een persoon te zien die de bakkerij doorzocht en lades en kasten opentrok.

In de nacht van 1 op 2 juli 2024 is ingebroken in [slachtoffer 2] in Leende. Van deze inbraak is aangifte gedaan. Er zijn werktuigsporen in de sluitnaad van de toegangsdeuren aangetroffen. Onder meer is geld weggenomen uit een kluis.

Uit onderzoek aan de telefoon van de verdachte is gebleken dat in 2024 met de telefoon 62 keer gezocht is met de zoekterm BAKKER. Op de telefoon zijn op 10 februari 2024 tweemaal cookies aangeboden door de bezochte website van bakkerijbekkers.nl.

De inbraak bij [slachtoffer 1] (feit 1) vond plaats op 14 februari 2024. Op 30 juni 2024 zijn veertien maal cookies aangeboden door de bezochte website van [website] . De inbraak bij [slachtoffer 2] in Leende (feit 4) vond plaats in de nacht van 1 op 2 juli 2024.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de betreffende telefoon regelmatig heeft uitgeleend aan anderen. De verdachte heeft dit alternatieve scenario op geen enkele wijze onderbouwd en de rechtbank schuift zijn verklaring daarom terzijde.

Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant 4] camerabeelden vergeleken die beschikbaar zijn van de inbraken uit de feiten 1, 2 en 4. Hij heeft meerdere overeenkomsten beschreven in het postuur, de kleding, het schoeisel en de baardgroei van de persoon die op de beelden te zien is (wat betreft feit 2 meer concreet NN1 dus verdachte) en die de inbraken heeft gepleegd.

Conclusie

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en met inachtneming van de bewijsmotivering, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 4 en 5 heeft begaan.

Feit 3 vrijspraak.

Anders dan de officier van justitie zal de rechtbank in de bewijsvoering voor feit 3 geen gebruik maken van schakelbewijs.

Schakelbewijs betreft een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.

Dat uit [slachtoffer 2] in Valkenswaard ook geld is weggenomen, dat braak is gebruikt om de toegang te verkrijgen tot de bakkerij en dat de inbraak in de nacht heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank onvoldoende onderscheidende feiten/omstandigheden.

Dat de verdachte voor en na de inbraak in Valkenswaard wel bij [slachtoffer 2] in Geldrop respectievelijk in Leende heeft ingebroken, is voor de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat het ook de verdachte was die bij [slachtoffer 2] in Valkenswaard heeft ingebroken. Het zoeken op internet op 30 juni 2024 maakt dat oordeel niet anders, nu de inbraak in [slachtoffer 2] in Valkenswaard (feit 3) reeds op 18 juni 2024 heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 3 heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte

feit 1:

op 14 februari 2024 te Best

een geldbedrag van € 629,45 euro, dat aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2:

op 17 mei 2024 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo

tezamen en in vereniging met een ander,

een geldbedrag van € 500, dat aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

feit 4:

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 2 juli 2024 te Leende, gemeente Heeze-Leende

een geldbedrag, dat aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 5:

in de periode van 6 september 2024 tot en met 7 september 2024 te Valkenswaard

een geldbedrag van € 2350, dat aan [slachtoffer 4] . toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De officier van justitie heeft daarbij voor een enkele bedrijfsinbraak een gevangenisstraf van 3 maanden tot uitgangspunt genomen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht (bijlage 2).

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de gezondheids- en huisvestingsproblemen van de verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal inbraken in bakkerijen, waarvan één in vereniging met een ander en een inbraak in een chocolaterie. De verdachte is vanuit Den Haag naar het zuiden van het land afgereisd om de inbraken te plegen en heeft bij hardwerkende ondernemers schade en ongemak veroorzaakt. De verdachte laat zien geen enkel respect voor andermans eigendommen te hebben.

De rechtbank heeft rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 juli 2026. Daaruit volgt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van de bewezen verklaarde feiten herhaaldelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijk strafbare feiten, onder meer tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Deze eerdere veroordelingen waren ten tijde van het bewezen verklaarde onherroepelijk. De veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te begaan. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en zij van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, nu niet duidelijk is of degene die de vordering heeft ingediend daartoe gemachtigd was.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering af te wijzen gelet op de bepleite vrijspraak en omdat een uittreksel van de Kamer van Koophandel ontbreekt. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de schadevergoeding te beperken tot de gemaakte kosten ter vervanging van het slot, verminderd met de kosten van btw.

Beoordeling.

De vordering van de benadeelde partij is ingediend door [benadeele] .

De verdediging heeft opgemerkt dat er geen machtiging of uittreksel is om de B.V. te vertegenwoordigen, maar heeft geen concreet bezwaar aangevoerd tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [benadeele] . Tegen deze achtergrond is onvoldoende betwist dat [benadeele] [slachtoffer 1] mag vertegenwoordigen, zodat de rechtbank hiervan uitgaat.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het onder 1 bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de post ‘vervanging slot’, exclusief de btw, zijnde materiële schadevergoeding.

De vergoeding van materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De rechtbank zal de vordering van de btw in verband met de aanschaf van een ander slot afwijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de post ‘aanschaf kassa met toebehoren’, aangezien niet is onderbouwd dat sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De vergoeding van materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

Aangezien aan de verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

36f, 57, 63 (oud) en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het onder feit 3 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart de ten laste gelegde feiten 1, 2, 4 en 5 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1:

diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

feit 4:

diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

feit 5:

diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel:

(ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 5):

 een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden;

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 144,37 euro, bestaande uit materiele schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

Veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor de post ‘aanschaf kassa en toebehoren’ niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Wijst af de vordering van de btw in verband met de aanschaf van een ander slot.

(ten aanzien van feit 1):

 Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 144,37 euro.

Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.

De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.

De verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.C. Meuris, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en mr. S.V. Vullings, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 10 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.C. Meuris
  • mr. S.J.W. Hermans
  • mr. S.V. Vullings

Griffier

  • mr. H.J.G. van der Sluijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand