RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.267524.23
Datum uitspraak: 10 september 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 augustus 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
terwijl verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 augustus 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 september 2023 tot en met 2 oktober 2023 te Eindhoven, althans in Nederland, uit één of meerdere geparkeerd staande personenauto’s, (telkens) enig(e) goed(eren), die/dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan (een) ander(en) dan aan verdachte, heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, te weten:
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 1] , toebehorende aan [slachtoffer 1] een navigatiesysteem en/of een zonnebril, en/of;
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 2] , toebehorende aan [slachtoffer 2] een navigatiesysteem, en/of
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 3] , toebehorende aan [slachtoffer 3] een navigatiesysteem, en/of
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 4] , toebehorende aan [slachtoffer 4] een navigatiesysteem, en/of
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 5] , toebehorende aan [slachtoffer 5] , althans [slachtoffer 8] , een navigatiesysteem,
feit 2:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 september 2023 tot en met 2 oktober 2023 te Eindhoven, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto met kenteken [kenteken 6] en/of in/uit een personenauto met kenteken [kenteken 7] , weg te nemen navigatiesyste(e)m(en) en/of goed(eren) van zijn, verdachtes, gading, geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en zich daarbij (telkens) de toegang tot die (personen)auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen navigatiesyst(e)m(en) en/of goed(eren) van zijn verdachtes gading, onder zijn, verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zich (telkens) opzettelijk naar die (personen)auto heeft begeven en/of (telkens) een ruit van die (personen)auto heeft verbroken.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle feiten. Op gronden die vermeld zijn in de pleitnota heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 8] betrokken is geweest bij de auto-inbraak op 2 oktober 2023. Volgens de verdediging valt met die conclusie het fundament van het strafrechtelijk onderzoek weg.
De raadsman heeft verder aangevoerd dat de mogelijke aanwezigheid van de verdachte op de luchthaven en het vergelijkend glasonderzoek onvoldoende redengevend zijn om tot bewezenverklaring van de feiten te komen.
In het geval de rechtbank het verweer niet zou volgen, dan heeft de raadsman met betrekking tot de inbraken in de auto’s van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 5] betoogd dat hiervan niet is komen vast te staan op welke concrete data en tijdstippen de inbraken zijn gepleegd. Dit heeft tot gevolg dat ook niet kan worden vastgesteld dat de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 8] , en dus verdachte, op de plaats delict aanwezig was op de moment van de inbraken.De raadsman acht het tot slot niet aangewezen om in deze strafzaak schakelbewijs toe te passen omdat het enkele intikken van een autoruit ten behoeve van een auto-inbraak niet onderscheidend genoeg is om schakelbewijs in de bewijsvoering op te nemen.
De bewijsmiddelen.
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank overweegt voorts het volgende.
Het oordeel van de rechtbank.
Van de auto-inbraken en de pogingen daartoe is telkens aangifte gedaan. De feiten zijn gepleegd in de parkeergarages bij Eindhoven Airport. Uit deze aangiften volgt wie de benadeelden zijn en uit welke auto’s welke goederen zijn weggenomen. Omdat de benadeelden in het buitenland waren, is in de aangiften een periode opgenomen waarbinnen de strafbare feiten moeten zijn gepleegd.
In twee gevallen is uit andere bewijsmiddelen concreter geworden wanneer de feiten zijn gepleegd.In het geval van de Volkswagen Caddy 1.6 Tdi, kenteken [kenteken 4] volgt uit technisch onderzoek aan de auto dat er op 2 oktober 2023 om 20:51:39 uur geen verbinding meer kon worden verkregen met het multimedia-apparaat. Dit apparaat is ook uit de auto gestolen.In het geval van de Volkswagen, kenteken [kenteken 3] zijn vanuit de auto camerabeelden (dashcam) met geluid opgenomen. Gebleken is dat op 28 september 2023 om 21:45:21 uur (video voorzijde) en om 21:45:22 uur (video achterzijde) een persoon de autoruit van die auto vernielde.
De rechtbank stelt verder vast dat op de camerabeelden met zicht op de parkeergarage van 28 september 2023 en 2 oktober 2023 twee keer een alleen opererende dader in parkeergarage P4 van Eindhoven Airport is gezien. Het signalement van deze dader is omschreven en de rechtbank stelt vast dat het op beide momenten om dezelfde persoon gaat. Ook het signalement van de persoon die op de beelden van de dashcam van de eerder vermelde Volkswagen is gezien, past bij het signalement van de persoon op de camerabeelden uit de parkeergarage. Op 2 oktober 2023 is volgens de beschrijving van camerabeelden te zien dat vlak nadat de dader de parkeergarage verlaat, een voertuig is te zien dat vermoedelijk een Volkswagen Golf betreft. Het vermoeden is dan ook ontstaan dat de dader in dit voertuig is weggereden.
Uit verder onderzoek naar kentekenregistraties (Automatic Number Plate Recognition, hierna te noemen ANPR) van alle in- en uitgaande voertuigen op Eindhoven Airport over de periode van 18 september 2023 tot 5 oktober 2023 komt een Volkswagen Golf 7 met het Nederlandse kenteken [kenteken 8] naar voren als voertuig dat mogelijk betrokken is bij de inbraken. De vermoedelijke dader betreedt namelijk op 2 oktober 2023 omstreeks 20:33 uur te voet de parkeergarage en is vermoedelijk weggevlucht in een Volkswagen Golf. In de 15 minuten vóór 20:33 uur, is de Volkswagen Golf 7 met kenteken [kenteken 8] volgens de ANPR gegevens op het luchthaventerrein aanwezig.
Gebleken is dat de Volkswagen Golf 7 (hierna ook: de Golf 7) een huurauto betreft. Het is de verdachte die deze auto heeft gehuurd voor de periode van 15 september 2023 tot 6 oktober 2023. In verband met deze huurovereenkomst heeft de verdachte naast zijn namen, adresgegevens en bankrekeningnummer ook een telefoonnummer opgegeven, te weten: [telefoonnummer] . Op basis van de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de meest gebruikte telefoonmast in combinatie met het woonadres van de verdachte, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Uit de GPS data van de Golf 7 volgt dat deze op 19 september, 21 september, 28 september en 2 oktober 2023 op of nabij Eindhoven Airport was. Deze data passen in de periodes waarop de aangiftes van de inbraken en pogingen daartoe zien.
De politie heeft verder onderzoek verricht naar de telefoongegevens van het voorgenoemde telefoonnummer. De historische mastgegevens zijn tijdens het opsporingsonderzoek vergeleken met de GPS-data van de Golf 7. Hieruit volgt dat de gebruiker van de auto in de huurperiode ook de gebruiker van het telefoonnummer is geweest. Ook volgt hieruit dat zowel de telefoon als de auto in die periode meermalen vanuit de regio Utrecht in de richting van Eindhoven en terug is gereisd. De GPS-data van de huurauto laten bovendien zien dat het voertuig op of in de buurt van het luchthaventerrein is geweest.
Op grond van voormelde feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat het de verdachte was die met de huurauto op voormelde tijdstippen op Eindhoven Airport is geweest.
De telefoon van de verdachte heeft geen zendmasten aangestraald in de omgeving van Eindhoven Airport op de momenten van de ten laste gelegde auto-inbraken, dan wel pogingen daartoe . De rechtbank gaat ervan uit dat hij de telefoon op deze momenten heeft uitgezet of de simkaart uit de telefoon heeft verwijderd. De momenten waarop hij dit heeft gedaan, zijn de momenten waarop de verdachte volgens de GPS-data van de huurauto in de omgeving van Eindhoven Airport is geweest.
De rechtbank heeft ook de GPS-data van de Golf 7 vergeleken met de camerabeelden en op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat er overeenkomsten zijn op 28 september en 2 oktober 2023. Zo is de Golf 7 op 28 september 2023 tussen 21:23 uur en 21:50 uur op [adres 2] te Eindhoven geweest. En om 21:31:14 uur is een man te zien die zonder tassen of enige bagage de parkeergarage P4 binnenloopt. Om 21:49:12 uur is dezelfde man te zien op het moment dat hij P4 verlaat. Op dat moment klemt de man een voorwerp op zijn borst en loopt uit beeld. Op 2 oktober 2023 is de Golf 7 tussen 20:22 en 20:26 uur op de locatie [adres 2] te Eindhoven en tussen 20:28 en 20:54 uur op de locatie [adres 3] te Eindhoven. Volgens de beschreven camerabeelden verschijnt op 02 oktober omstreeks 20:32 uur een persoon in beeld die P4 betreedt via de auto-ingang. Omstreeks 20:53 uur is de persoon bij de uitgang en om 20:54 uur is de Golf 7 gezien die wegrijdt van Eindhoven Airport.
Het tijdstip waarop de alleen opererende dader te zien is past dus precies op de tijdstippen waarbinnen de verdachte in de Golf 7 op Eindhoven Airport was. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de persoon op deze beelden de verdachte was.
Bij deze conclusie betrekt de rechtbank dat de persoon die op 28 oktober 2023 op de beelden van de dashcam te zien is zwarte schoenen met een opvallend rood vlak droeg. De verdachte had ook zwarte schoenen met een rood teken op de zool in zijn bezit.
Bij deze conclusie betrekt de rechtbank daarnaast nog de resultaten van het onderzoek door het NFI aan de glassporen op de hiervoor genoemde schoenen van de verdachte. Het NFI heeft glas van de Volkswagen, type E-Golf, voorzien van kenteken [kenteken 5] vergeleken met vlakglassporen uit de schoenen van de verdachte.Op grond van die resultaten concludeert de rechtbank dat het onderzochte glas van de schoenen overeenkomt met het referentieglas van de betreffende E-golf.De rechtbank ziet tot slot steunbewijs in de omstandigheid dat uit de schoenen van de verdachte ongeveer 120 op glas lijkende sporen zijn veiliggesteld. Het NFI heeft 30 sporen geanalyseerd en de elementsamenstelling van 19 van die geanalyseerde sporen is overeenkomstig met die van autoglas. Er is geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van een dergelijke hoeveelheid op (auto)glas lijkende sporen.
Het verweer van de verdediging dat van een aantal (pogingen tot) auto-inbraken de precieze datum van inbraak niet kan worden vastgesteld en daarmee de betrokkenheid van de verdachte, ook niet met behulp van schakelbewijs, kan worden vastgesteld wordt op basis van wat hiervoor uiteen is gezet verworpen. Zonder gebruik te maken van schakelbewijs volgt uit de bewijsmiddelen dat de (pogingen tot) auto-inbraken gepleegd zijn in de periode dat de verdachte tot viermaal toe naar Eindhoven Airport is gereden, waarbij hij zijn telefoon (om de ontdekking te bemoeilijken) heeft uitgezet. Het gaat om een beperkte periode en op de beelden is een alleen opererende dader is te zien. Dit maakt dat van hem een redelijke verklaring mag worden verlangd. De verdachte heeft zich op het zwijgrecht beroepen en deze verklaring niet willen geven, hoewel hij daartoe wel in de positie verkeerde. Dat betrekt de rechtbank in het nadeel van de verdachte bij haar selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.
Ten aanzien van de bewezenverklaring overweegt de rechtbank nog als volgt.Hoewel in de aangifte van [slachtoffer 3] melding wordt gemaakt van het wegnemen van onder andere het middenconsole, leest de rechtbank de tenlastelegging op dat punt zo dat de verdachte heeft weggenomen een middenconsole met navigatiesysteem. Datzelfde geldt voor de gestolen ‘boordcomputer’ waarvan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] aangifte hebben gedaan en het ‘infotainment systeem’ van [slachtoffer 5] . De rechtbank verbetert deze misslagen/omissies. Voldoende duidelijk is dat het navigatiesysteem onderdeel uitmaakt van het middenconsole, de boordcomputer of het infotainmentsysteem. De verdachte is door deze verbeteringen niet in de verdediging geschaad.
De (overige) bewijsverweren worden door de bewijsmiddelen weerlegd.
De bewezenverklaring.Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en in combinatie met wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder “het oordeel van de rechtbank”, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte:
terwijl verdachte telkens die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
feit 1:
op tijdstippen in de periode van 19 september 2023 tot en met 2 oktober 2023 te Eindhoven, uit geparkeerd staande personenauto’s, telkens enige goederen, die toebehoorden aan anderen dan aan verdachte, heeft weggenomen telkens met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, te weten:
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 1] een navigatiesysteem en een zonnebril, en
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 2] , toebehorende aan [slachtoffer 2] een navigatiesysteem, en
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 3] , toebehorende aan [slachtoffer 3] een middenconsole met navigatiesysteem, en
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 4] , toebehorende aan [slachtoffer 4] een navigatiesysteem, en
- uit een voertuig met kenteken [kenteken 5] , toebehorende aan [slachtoffer 8] een navigatiesysteem,
feit 2:
op tijdstippen in de periode van 19 september 2023 tot en met 29 september 2023 te Eindhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto met kenteken [kenteken 6] en in/uit een personenauto met kenteken [kenteken 7] , weg te nemen goederen van zijn, verdachtes, gading, toebehorend aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en daarbij telkens die weg te nemen goederen van zijn verdachtes gading, onder zijn, verdachtes bereik te brengen door middel van braak, zich telkens opzettelijk naar die (personen)auto heeft begeven en een ruit van die (personen)auto heeft verbroken.
De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van de verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van de dagen in verzekering doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht (bijlage 2).
Het standpunt van de verdediging.
Namens de verdachte heeft de raadsman verzocht in een eventuele strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een 5-tal auto-inbraken en 2 pogingen daartoe. Vanuit Utrecht is hij in een periode van 14 dagen op verschillende momenten naar Eindhoven Airport gereden om daar in auto’s in te breken. Hij heeft hoofdzakelijk navigatiesystemen of boardcomputers (waarvan een navigatiesysteem onderdeel is) uit de auto’s weggenomen. Het ging telkens om Volkswagens. De verdachte heeft een auto gehuurd om naar Eindhoven te rijden en steeds onderweg zijn telefoon uitgezet. Deze aanpak getuigt van een georganiseerde wijze van handelen.
De verdachte heeft zich niets aangetrokken van de gevolgen die de door hem gepleegde feiten voor de slachtoffers hadden. De eigenaren van de auto’s werden niet alleen geconfronteerd met het verlies van hun eigendommen, maar ook met schade aan hun auto’s. Zulke feiten zorgen naast financiële schade voor veel ergerlijke hinder en overlast voor de aangevers die met deze feiten geconfronteerd werden tijdens of na een vakantie. De verdachte heeft geen enkel inzicht in zijn beweegredenen willen geven en heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor wat hij heeft gedaan. Hij is niet op de terechtzitting verschenen.
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Voor een auto-inbraak in het geval van een verdachte die nog niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld is het vertrekpunt een taakstraf van 90 uur.
Gelet op het feit dat het hier een georganiseerde aanpak betreft waarbij meerdere diefstallen zijn gepleegd over een periode van twee weken, is de rechtbank van oordeel dat in dit oriëntatiepunt voor auto-inbraken niet de zwaarte van de gepleegde gedragingen tot uitdrukking komt. Anderzijds, is de rechtbank van oordeel dat juist doordat het om meerdere auto-inbraken en pogingen gaat, de auto-inbraken en pogingen ook als geheel dienen te worden bezien. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het toepasselijke artikel 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Omdat de redelijke termijn met ruim 6 maanden is overschreden sinds de dag van de doorzoeking op 28 februari 2024 zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen. De rechtbank zal van de gevangenisstraf van 6 maanden een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van de bewezen verklaarde feiten voldoende tot uitdrukking brengt.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] .
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat de benadeelde partij onvoldoende concreet heeft gemaakt wat zij zelf aan kosten voor de autoruit heeft moeten betalen. De parkeerkosten staan niet in rechtstreeks verband tot het bewezen verklaarde feit 2. Voor de gevorderde immateriële schade (misgelopen vakantiedagen) ontbreekt voldoende onderbouwing.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak.
Subsidiair heeft de verdediging het volgende aangevoerd:
- verzocht is om de post autoruitschade te matigen tot € 75,- omdat dit het bedrag is dat de benadeelde partij zelf heeft moeten betalen, nadat de verzekering het andere deel heeft vergoed;
- afwijzing van de parkeerkosten omdat de vordering in zoverre ongegrond is; de parkeerkosten had de benadeelde partij sowieso gehad;
- afwijzing van de post gederfd vakantiegenot omdat deze schadepost ongegrond is. In het geval de rechtbank niet tot afwijzing overgaat, dan heeft de verdediging ervoor gepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.
Beoordeling.
De rechtbank begrijpt de vordering zo, dat de benadeelde partij de vergoeding van de parkeerkosten van € 84,- als materiële schade vordert.
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de post autoruit voor een bedrag van € 75,-.
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt de verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De vergoeding van materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2023 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De rechtbank zal de post schade aan de autoruit van € 150,10 afwijzen, omdat de verzekering deze schade heeft vergoed zoals volgt uit de overgelegde factuur.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering van de post parkeerkosten omdat geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de gevorderde immateriële schade (stress tijdens de vakantie) als volgt.
Voor vergoeding van immateriële schade is een wettelijke grondslag vereist, zoals vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW). Eén van de gevallen waarin de wet recht geeft op vergoeding van immateriële schade volgt uit artikel 6:106, aanhef en onder b, BW. Uit dit artikel vloeit voort dat de benadeelde partij recht heeft op een vergoeding van immateriële schade indien de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. Van al deze gevallen is geen sprake.
De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering van de immateriële schade (stress tijdens de vakantie als gevolg van feit 2).
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
De vergoeding van materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2023 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Aangezien aan de verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63 (oud) en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
verklaart het ten laste gelegde onder de feiten 1 en 2 bewezen zoals hiervoor is omschreven.
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
feit 1:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;
feit 2:
poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf en de maatregel:
(feiten 1 en 2:)
een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] :
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 6] , van een bedrag van € 75,00, bestaande uit materiele schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2023 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
De rechtbank wijst de vordering af wat betreft de post schade aan de autoruit van € 150,10.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor de posten parkeerkosten en de immateriële schade (stress tijdens de vakantie) niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
(feit 2:)
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 6] , van een bedrag van € 75,00.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2023 tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.V. Vullings, voorzitter,
mr. A. Maas en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 10 september 2026.