ECLI:NL:RBOBR:2026:6588

ECLI:NL:RBOBR:2026:6588

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 01-020946-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Procesafspraken onderzoek Meike: deelname aan een criminele organisatie en helpdeskfraude.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.020946.24 (onderzoek Meike)

Datum uitspraak: 8 mei 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,

wonende te [adres] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2024, 23 september 2024, 11 december 2024 en 24 april 2026. In deze zaak is op 12 januari 2026 een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten betreffende proces- en vonnisafspraken (hierna: de overeenkomst). De rechtbank heeft kennisgenomen van deze overeenkomst, van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2024. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 september 2024 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1

Hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;

Feit 2

Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen en/of bedrijven die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:

- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of

- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of

- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of

- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.

De overeenkomst houdt in dat:

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022.

De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook is aan partijen uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de rechtbank geen partij is bij, en niet is gebonden aan, de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel is bijgestaan door zijn advocaat.

De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 24 april 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. De verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.

De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens toekomende recht op een eerlijk proces. Dat betekent dat de rechtbank acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.

Conclusie.

De rechtbank ziet met betrekking tot de bewezenverklaring geen aanleiding om van het afdoeningsvoorstel af te wijken. Dit betekent dat de rechtbank alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen acht.

De bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

Feit 1

omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en ( onder andere ) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht (onderzoek Meike) ;

Feit 2

op tijdstippen omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:

- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of

- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of

- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of

- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank (onderzoek Meike) ;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, conform de overeenkomst, in onderzoek Meike gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 840 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 516 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (264 dagen).

Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij de overeenkomst.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft zich over een langere periode schuldig gemaakt aan het met anderen plegen van een grote hoeveelheid oplichtingen. Verdachte maakte daarbij deel uit van een criminele organisatie. Hij hield zich onder andere bezig met het brengen van verschillende medeverdachten naar de slachtoffers. Uit het strafdossier komt naar voren dat verdachte dit op grote schaal heeft gedaan. Hij heeft samen met anderen een flink aantal slachtoffers op geniepige wijze sieraden en grote geldbedragen afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden, die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt. Verdachte was enkel gericht op eigen financieel gewin. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft veroorzaakt en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken.

Tussen verdachte en het Openbaar Ministerie is een strafeis van 840 dagen waarvan 516 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar in onderzoek Meike overeengekomen. Gelet op wat hiervoor werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straf die door de officier van justitie is gevorderd en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank is van oordeel dat deze straf in afdoende mate recht doet aan deze zaak, en dat aldus het belang van verdachte en dat van de maatschappij geëerbiedigd worden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de straf zoals de officier van justitie – conform de procesafspraken – heeft geëist.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Schadevergoeding voor de slachtoffers

De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde betalingsverplichting ten behoeve van de slachtoffers. De officier van justitie heeft op verzoek van de rechtbank een overzicht verstrekt waaruit blijkt hoe dat genoemde bedrag is verdeeld over de benadeelden. Uit het overzicht blijkt hoeveel er per onderzoek en per benadeelde zal worden betaald door verdachte. Dit bedrag is gebaseerd op de genoemde schadebedragen in de aangiften en niet op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat, zo stelt de officier van justitie, ten tijde van het maken van de procesafspraken nog niet alle schadevergoedingsvorderingen waren ingediend.

De rechtbank heeft geconstateerd dat er door een groot aantal benadeelden een vordering tot schadevergoeding is ingediend. Niet alle benadeelden zijn meegenomen in het overzicht van het Openbaar Ministerie. Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alle aangevers, zoals genoemd in de bijlage van de tenlastelegging, in het overzicht van het Openbaar Ministerie zijn meegenomen. Ook komen niet alle bedragen uit de aangiftes overeen met het verstrekte overzicht. Dit zou betekenen dat, indien de rechtbank de procesafspraken zou volgen, niet alle slachtoffers (geheel) schadeloos worden gesteld.

Ondanks de hierboven gemaakte kanttekeningen, is de rechtbank van oordeel dat met de belangen van de slachtoffers in voldoende mate rekening is gehouden.

De rechtbank is ermee bekend dat ook met een aantal medeverdachten procesafspraken zijn gemaakt die bij vonnissen van heden door de rechtbank worden geaccordeerd. Ook deze medeverdachten zijn verplicht bij te dragen aan de vergoeding van geleden schade. Op die manier kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld.

De slachtoffers die nu al dan niet gedeeltelijk ‘buiten de boot’ vallen, kunnen hun vordering of het niet toegewezen deel daarvan alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Zij hebben daarbij de beschikking over een onherroepelijk strafvonnis waarin de door verdachte jegens hen gepleegde onrechtmatige daad bewezen wordt verklaard.

Daarmee is de basis voor aansprakelijkheid van verdachte gelegd.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat het naar haar oordeel wenselijker zou zijn geweest indien de slachtoffers voorafgaand aan de procesafspraken actief door het Openbaar Ministerie waren benaderd.

De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen:

Onderzoek Meike.

[slachtoffer 1]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 38,43 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (13 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 175,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (16 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 175,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (16 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 3]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 125,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (16 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 125,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (16 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 4]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 2250,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 5]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 145,71 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (20 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 6]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 114,29 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (21 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 7]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 250,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 8]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 77,78 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (27 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 9]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 357,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 357,14) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 10]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 278,57 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (11 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 278,57) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (11 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 11]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 542,86 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (12 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 542,86) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (12 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 12]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (15 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 250,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (15 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 13]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 660,08 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (23 januari 2024) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 660,08) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (23 januari 2024) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 18]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 3375,70 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (6 november 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 3375,70) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum delict (6 november 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 19]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 3085,33 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 3085,33) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 20]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 3790,69 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 3790,69) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 14]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 585,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (13 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 15]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 40,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (28 december 2023) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 16]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 125,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 17]

De rechtbank zal voor het bedrag van € 170,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 februari 2024) tot de dag der algehele voldoening.

De overige benadeelde partijen.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , International Card Services B.V., [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 140, 326 Wetboek van Strafrecht

DE UITSPRAAK

Bewezenverklaring.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van strafrecht.

Feit 2:

Oplichting, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Straf en maatregel.

t.a.v. feit 1 en 2:

Legt op de volgende straf:

Een gevangenisstraf voor de duur van 840 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht , waarvan 516 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

t.a.v. feit 2:

Benadeelde partijen onderzoek Meike.

[slachtoffer 1]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 38,43 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 2]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 175,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 175,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 3]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 125,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 125,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 4]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 2250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 5]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 145,71 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 6]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 114,29 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 7]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 250,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 8]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 77,78 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 9]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 357,14 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 357,14 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 10]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 278,57 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 278,57 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 11]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 542,86 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 542,86 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 12]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 250,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 13]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 660,08 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 660,08 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 6 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 18]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 3375,70 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 3375,70 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 33 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 19]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 3085,33 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 3085,33 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 20]

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 3790,69 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 3790,69 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 37 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 14]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 585,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 15]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 40,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 16]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 125,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

[slachtoffer 17]

De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 170,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

[benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , International Card Services B.V., [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] .

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.

In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.

Voorlopige hechtenis.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is geschorst per 31 december 2024.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,

mr. E.C.L. Pechaczek en mr. E.H. Groen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,

en is uitgesproken op 8 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.J.W. Hermans
  • mr. E.C.L. Pechaczek
  • mr. E.H. Groen

Griffier

  • mr. K.D.A.J. Hombergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand